|
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
|---|
| Naar beneden |
|---|
Het Gemeentearchief Rotterdam is het oudste Gemeentearchief van Nederland, echt weer typisch Rotterdam, want een citaat uit Februari 1867 over het Gemeentearchief Rotterdam luidt niet voor niets:Ook nu in de 21e eeuw verdient het Gemeentearchief van Rotterdam nog steeds hetzelfde compliment. Nagenoeg alles wat ooit in druk over Rotterdam is verschenen en nog gaat verschijnen, is en zal terug te vinden zijn in het onvolprezen Gemeentearchief Rotterdam.
Rotterdam is de eerste van alle gemeenten in ons land, alwaar aan alle billijke eischen, zoo op wetenschappelijk als administratief gebied voldaan is en het Gemeentearchief Rotterdam overal met recht als een model genoemd wordt
De stelling dat het Gemeentearchief van Rotterdam het oudste Gemeentearchief is van Nederland, blijkt niet waar te zijn, het aangehaalde citaat uit 1867 is op onjuiste aannames gebaseerd. Op het eind van dit verhaal kun je hier meer over lezen:
LINK
Gemeentearchief van Rotterdam is niet het oudste Gemeentearchief van Nederland
In 2007 bestaat het Gemeentearchief van Rotterdam 150 jaar. Een bijzonder jaar dat het Gemeentearchief van Rotterdam o.l.v. directeur Jantje Steenhuis graag wil vieren met alle Rotterdammers. Op het eind van dit verhaal kun je ook daar meer over lezen:
LINK
2007: 150 jaar jubileum Gemeentearchief Rotterdam
Voordat we in de geschiedenis duiken van het Gemeentearchief Rotterdam, geven we graag eerst even gelegenheid aan het Gemeentearchief Rotterdam voor het volgende:
Om te weten wat we allemaal over Rotterdam hebben op onze site, en dan niet schrikken.....:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Rotterdam en klik op ENTER
Gemeentearchief Rotterdam
Hofdijk 651
3032 CG Rotterdam
Dat iedereen welkom is bij het gemeentearchief aan de Hofdijk 651 weten veel mensen, maar ook heel veel niet. En dat is jammer, want naast de specifieke informatie voor diepgravende onderzoekers zijn er ook heel veel zaken die wat minder moeite kosten ze te bekijken.
Neem nou de enorme fotoverzameling (meer dan een miljoen). Wedden dat er van iedere Rotterdamse straat wel een foto is te vinden?
En als er geen foto is, dan is er wel een tekening te vinden van namen als Groenewegen, Richters of Toorop.
Panorama van Rotterdam, april 1940
Marius Richters maakte 3 weken voor het bombardement
deze panoramatekening van Rotterdam
vanaf de toren van het Stadhuis.
LINK
Alles wordt zorgvuldig bewaard en geconserveerd voor de toekomst door meer dan 100 medewerkers.
Het gemeentearchief is daardoor niet alleen de oudste maar ook één van de grootste (tevens afgemeten aan de 17 strekkende kilometer aan materiaal). Drie voetbalvelden groot zijn de moderne depots met een relatieve luchtvochtigheidsgraad van 50 % en een temperatuur van 17 á 18 graden. Hier zijn de collectiebeheerders bezig alles zo lang mogelijk te bewaren. En dat kan soms al honderden jaren zijn.
Het oudste stuk is uit 1201 waarin Dirk VII, graaf van Holland en Hugo, heer van Voorne verklaren dat Walter van Egmond en Antonius van Gelmen tot hulpmiddel hunner zielenheil en van Hugo van IJsselmonde en van die hunner echtgenoten Mabilie en Heilewif, de Albrandswaard aan de van kerk van Thosan (ter Does, Vlaanderen) opgedragen hebben.
Andere bijzondere stukken zijn het Stadsprivilege van graaf Willem IV van Henegouwen uit 7 juni 1340, waarin Rotterdam stadsrechten krijgt
Het Privilege van de Stad Rotterdam
AD 7 Juni 1340
LINK
of het Ultimatum van de Commandant van de Duitse troepen aan de Commandant van Rotterdam en het college van B & W om het verzet tegen het Duitse offensief te staken op 14 mei 1940.
LINK
Het gemeentearchief is ook te meten aan de hand van de 55.000 affiches (zoals die hierboven) of de 90.000 titels grote Bibliotheek.
In de afficheverzameling zitten prachtige bewijzen van de rijke historie van Rotterdam. Zo vind je er het affiche van A. Driessen Cacao uit circa 1900, het affiche voor Nievelt Goudriaan & Co. Rotterdam uit 1926 ontworpen door W.H. Gispen, het affiche voor de Holland Amerika Lijn (New Statendam) uit 1929 of het affiche voor de Nenijto uit 1928 ontworpen door Jaap Gidding.
Het is een misverstand te denken dat het gemeentearchief alleen maar zaken bewaard van lang geleden. Ook het affiche dat vandaag in de stad hangt wordt bewaard. De beheerder probeert zo objectief mogelijk te verzamelen. Hierdoor vindt je de meest uiteenlopende onderwerpen terug:
Informatie over het Holland Popfestival in het Kralingse Bos in 1970 of over de wedstrijd Sparta -VOC op zondag 23 februari 1902, alles is te vinden.
Naast 'papier' bewaart het gemeentearchief ook bewegend beeld- en geluid.
In een speciaal hiervoor ingerichte studiezaal kan iedereen alle films bekijken en de geluidsfragmenten beluisteren. Daar zitten prachtige beelden tussen, soms wel van voor 1930.
Naast deze unieke studiezaal (er zijn niet veel instellingen die dit zo aanbieden) is er de zogenoemde studiezaal Zelfbediening. Dat betekent dat je ongestoord je gang kunt gaan met de vele microfiches van alle Rotterdamse kranten vanaf 1720 of met de gegevens uit de Doop-, Trouw- en begraafregisters of de Burgelijke Stand.
Veel hiervan staat al op de website
http://www.gemeentearchief.rotterdam.nl
maar niet alles. Het plukje van de DTB -gegevens kostte al meer dan 8 jaar invoerwerk door ca. 20 personen.
In 2007 bestaat het gemeentearchief 150 jaar en staat klaar voor het digitale tijdperk.
Selectie van nog meer topstukken in het gemeentearchief:
- Verlening van een nieuw stadswapen door keizer Napoleon I, 1811.
1811 - 1813
Het met de Napoleontische Keizerlijke Drie Bijen
vermeerderde Stadswapen van Rotterdam
n.a.v. het bezoek van Napoleon in 1811 aan Rotterdam
LINK
- Brief van prins Willem van Oranje als stadhouder van Holland aan burgemeesters van Rotterdam inzake geld i.v.m. het ontzet van Haarlem en de krijgsverrichtingen rond Rotterdam, 28 mei 1573.
- Akte van keizer Karel V houdende vaststelling van de bepalingen in de akte inzake het proces over het stapelrecht, 4 juni 1541, met majesteitszegel in rode was.
- Ontslagbewijs voor burgemeester P.J. Oud, getekend door dr. A. Seys Inquart, 1941. (Handschr. 1867) (toegangsnummer 33a)
LINK
- Gouden Boek der stad Rotterdam. (Handschr. 9092) (v/h. 3916) (toegangsnummer 33c)
- Reisdagboeken van ds. Jan Scharp, 1809. (Handschr. 3660-3661) (toegangsnummer 33b)
- Rekening van Sander Bikkers te Rotterdam wegens geleverd brandspuitmateriaal.
- Kwitantie van afkoop van een cijns ten laste van Adrianus Kleinjan te Barendrecht
- Verlijbrief van Willem Hendrik met uithangzegel in rode was, 1688
- Volmacht van Rembrandt van Rijn, 22 juli 1634. (ONA 89/290)
- Volmacht van Michiel Adriaansz. de Ruyter aan Harman Barentsz. Meppel tot het behartigen van zijn belangen inzake een partij zout 'tsij tot Dronten (Drontheimm) of daer het van node wesen sal', 15 april 1667.
- Album geschonken aan Abraham van Rijckevorsel, voorzitter van de Kamer van Koophandel, als dank voor zijn langdurige inzet voor de 'volkswelvaart', 1862.
- Schoolschriften van Elie van Rijckevorsel, circa 1855.
- Plattegrond der stad Rotterdam, met groenaanduidingen langs singels 12 augustus 1858
- Atlas De Vou
- Kaart van het Graafschap Holland :Hollandia Comitatus" Datum: 1642 Auteur: Johan Blaeu
- Foto van Ooster Oude Hoofdpoort aan Oudehaven-Oudehoofdplein uit 1856 door Turing.
Ooster Oude Hoofdpoort
LINK
De Wester Nieuwe Hoofdpoort oftewel de Witte Poort
LINK
- Foto's van Berssenbrugge bv. Westerkade aan de Nieuwe Maas in 1909
Gemeentearchief Rotterdam
Hofdijk 651
3032 CG Rotterdam
Tot slot nog wat praktische gegevens:
Gemeentearchief Rotterdam
Hofdijk 651
3032 CG Rotterdam
tel.: 010 - 2434567
Openingstijden:
- Maandag 13:00 - 17:00 uur
- Dinsdag t/m vrijdag 9:00 - 17:00 uur
- Woensdag tot 21:30 uur, met uitzondering van de maanden juli en augustus
Website: interactief !!!
http://www.gemeentearchief.rotterdam.nl
Email:info@gar.rotterdam.nl
Nieuwsgierig welke archieven het Gemeentearchief van Rotterdam allemaal beheerd?
Klik HIER voor het overzicht van archieven van het Gemeentearchief Rotterdam
Een voorbeeld?
Citaat uit ons verhaal
Over de herkomst van straatnamen in Rotterdam (1910)
Alle straatnamen in 1 database
Sinds 22 maart online: de straatnamendatabase van Rotterdam
Meer dan 6.000 straatnamen staan in de nieuwe database op onze website: www.gemeentearchief.rotterdam.nl, in het menu aan de linkerkant, onder ‘archieven en collecties’. U vind hier een overzicht van alle straatnamen, en u kunt zoeken op vastgestelde en ingetrokken straatnamen.
De database vervangt het straatnamenboek ‘De Straatnamen van Rotterdam’ uit 1992.
T.g.v. de geweldig stijgende populariteit van dit verhaal (dank, dank, dank!) worden de financiële lasten per maand voor onze Engelfriet site ook steeds hoger.....
En dus zijn we op zoek naar sponsors: zakelijk of privé.
Interesse?
Graag kontakt opnemen met
hans@engelfriet.net
Iedere bijdrage is van harte welkom !!
Om het aantal GB / maand beheersbaar te houden, zijn wij helaas genoodzaakt foto's / prenten / kaarten etc als thumbnail weer te geven.
Klik dus op de thumbnail voor het originele formaat en op BACK van je browser om weer terug te keren naar het verhaal.
Ook de vierkantjes met rood kruisje zijn een thumb, die thumb bleek te klein om weer te geven...
Historisch Nieuwsblad - 3 nummers voor EUR 9.00
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Denksport Kruiswoord Varia - Kruiswoord Varia; de leukste variaties op de eeuwenoude kruiswoord hersenkraker.
AANBEVOLEN
Op zoek naar boeken over Rotterdam?
Klik dan op deze link
Zoek je iets anders dan Rotterdam?
Kan ook:
We beginnen dit verhaal over de geschiedenis van het Gemeentearchief Rotterdam met wat verhalen en foto's van voor het Gemeentearchief Rotterdam belangrijke personen. In willekeurige volgorde......
Citaat uit dit verhaal:Tijdens de ziekte van Unger werd het werk op het Gemeentearchief van Rotterdam voortgezet door W. Bezemer, ook zijn naam duikt geregeld op in verhalen over de geschiedenis van Rotterdam, w.o. Unger's bronnen boeken en diverse jaarboekjes van Rotterdam.
Een van de eerste archivarissen van Rotterdam was Johan Hendrik Willem Unger :
1861 - 1904
Johan Hendrik Willem J.H.W. Unger
archivaris van Rotterdam
1883 - 1904
We mogen aannemen dat het Ungerplein naar hem is vernoemd......
De zijstraten van het Ungerplein zijn trouwens vernoemd naar Scheffer en Obreen, zowel Scheffer als Obreen zullen we nog tegenkomen in dit verhaal.
1938
Hoek Schiekade Provenierssingel
uit ons Proveniers verhaal
Op de bovenstaande foto is vlakbij het Ungerplein het woonhuis van A. van Stolk Czn te ontdekken.
Unger is de geschiedenis ingegaan o.m. als initiatiefnemer van de Rotterdamse Jaarboekjes, die onder zijn leiding voor het eerst verschenen in 1888. T.z.t. gaan we aan de Rotterdamse jaarboekjes ook wat aandacht besteden.....
Al op 22-jarige leeftijd in 1883 werd Unger benoemd tot adjunct-archivaris, in 1886 volgde hij archivaris J.H. Scheffer op die in dat jaar overleed.
J.H. Scheffer
archivaris van Rotterdam
1858 - 1886
Unger moest helaas al in 1898 zijn werkzaamheden neerleggen t.g.v. een slopende ziekte waaraan hij in 1904 overleed. In zijn (te korte) leven heeft hij enorm veel gepubliceerd o.m. over Vondel, maar hij nam ook het initiatief tot het schrijven van een aantal boeken over de geschiedenis van Rotterdam met bijvoorbeeld als titel :
En iedereen na hem was hem daar zeer dankbaar voor....., want je kunt geen boek opslaan over de geschiedenis van Rotterdam of er wordt verwezen naar een van de publikaties van Unger....en uiteraard kunnen we op onze site niet alles uit zijn lijvige boeken overnemen, maar een aantal dingen gaan we wel uploaden.
Bronnen voor de Geschiedenis van Rotterdam
Uitgegeven op last van het Gemeentebestuur
De Regeering van Rotterdam
1328 - 1892
Naamlijst van Personen
die in of van wege de Regeering
ambten hebben bekleed
voorafgegaan door
eene geschiedkundige inleiding
over den Regeeringsvorm van Rotterdam
bewerkt door
J.H.W. Unger
Archivaris der Gemeente
Rotterdam
1892
Waar haalde Unger trouwens de tijd vandaan voor zulk monnikenwerk als het samenstellen van namenlijsten van alle regenten van Rotterdam van 1328 - 1892, door hem de Regeering van Rotterdam genoemd......
Het spreekt vanzelf dat boeken van Unger niet zoo makkelijk zijn te vinden, dus vond Aad het een thrilling event (zoo heet dat toch tegenwoordig) om boeken van Unger zelf te kunnen bekijken...
En dit schreef Unger in 1892 dus als inleiding, veel waar hij het over heeft is terug te vinden op onze site, gebruik daarvoor onze Search Engine:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Unger en klik op ENTER
De kennis van de geschiedenis en plaatsbeschrijving van Rotterdam vergeleken met die der meeste groote en kleine Hollandsche steden is nog zeer gering. Kunnen Amsterdam, Haarlem, Delft, Dordrecht, Enkhuizen. Hoorn, Gorinchem en zoo vele andere wijzen op min of meer uitvoerige, goed bewerkte stedebeschrijvingen, Rotterdam bezit niets van dien aard.
Met het te boekstellen van hare geschiedenis is het of bij plannen en ontwerpen gebleven, of, zoo er iets verscheen, waren het slechts fragmenten.
Geschreven is er veel. Het Archief der gemeente bezit eene uitgebreide en bijna volledige verzameling kronieken en beschrijvingen van Rotterdam en Schieland, die sedert het laatst der vijftiende tot het begin der negentiende eeuw zijn te boek gesteld.
Simon en Willem van der Sluys, Jan Dircksz. Versyden, Jan Gerritsz. van Waerschut, Balthasar Verbeeck, Pieter de Raedt, H. W. Rotshoeck, Jacob en Samuel Lois en vele ongenoemden brachten veel wetenswaardigs bijeen.
Gedrukt werd er evenwel niet veel. De eerste poging daartoe vindt men in het aanbod van Dr. Nicolaas Zas aan het toenmalig bestuur, om voor een zekere som een stadsbeschrijving op te stellen. Reeds geruimen tijd had hij daarvoor aanteekeningen verzameld, doch, terwijl men bezig was met onderhandelen over het honorarium, overviel hem de dood (1663) en bleef zijn werk rusten.
In de achttiende eeuw waren het vooral Cornelis van Alkemade en zijn schoonzoon Pieter van der Schelling, die veel bouwstoffen verzamelden.
Jacob Kortebrant, wien een aanzienlijk materiaal ten dienste stond, stelde daaruit zeer uitvoerige beschrijvingen van Schieland en van Rotterdam op, die nu nog groote waarde hebben, omdat hij vele sedert verloren gegane bescheiden gekend heeft.
Jan Vergoes werkte deze handschriften nog eens om, en vulde ze hier en daar aan met kennelijk doel om ze voor de pers gereed te maken, maar ook bij hem kwam liet niet zoo ver.
De eenige boeken van zekeren omvang, die over Rotterdam het licht hebben gezien - monographiën en kleinere werkjes blijven hier buiten beschouwing - en waaruit voor den belangstellende valt te putten zijn de werken van S. Lois, G. van Spaan en G. van Reyn. Eerstgenoemd werk, in 1746 uitgegeven, is slechts eene Cronycke, loopende van 1270 tot 1671, waarachter eenige der voornaamste handvesten en privilegiën, op hoogst gebrekkige wijze bewerkt, zijn afgedrukt.
De Beschrijving der stad Rotterdam van Gerrit van Spaan, voor de eerste maal in 1698 uitgegeven en daarna nog twee malen herdrukt, is eer een populair geschreven boekje te noemen als een ernstig historiewerk.
G. van Reyn gaf in 1832 het eerste deel zijner Geschiedkundige beschrijving der stad Rotterdam uit, een boek dat voor den tijd, waarin het opgesteld werd, zeer verdienstelijk mag heeten, maar niet meer voldoet aan de eischen, die men thans aan een dergelijk werk moet stellen. Bovendien is ook dat werk onvoltooid gebleven; van het tweede deel zag slechts een gedeelte het licht.
Door de meerdere zorgen die allengs voor de archieven werden genomen, en door de meer vrijgevige bepalingen voor het openstellen dezer belangrijke depots, werd het duidelijk dat, wil men eenmaal in het bezit komen van eene geschiedenis van Rotterdam, die aan de eischen zal voldoen, het noodig is een uitgebreid en systematisch onderzoek in te stellen naar alle bescheiden, die daartoe kunnen dienen en daarnevens door deskundigen het een of ander onderdeel te doen behandelen.
Uitgaande van deze meening, ontwierpen J. H. Scheffer en F. D. O. Obreen het plan voor de Rotterdamsche Historie-bladen, dat, aanvankelijk met eenig succes bekroond, na betrekkelijk korten tijd om verschillende redenen onuitgevoerd bleef. Twee doelen zagen het licht, maar de twee belangrijkste: de Kronijk en de Bijlagen der Kronijk bleven onvoltooid.
J.H. Scheffer
archivaris van Rotterdam
1858 - 1886
F.D.O. Obreen
adjunct-archivaris van Rotterdam
1863 - 1883
We herhalen maar even:
Eene aanvraag om subsidie voor eene door den Archivaris bewerkte uitgave van Naamlijsten der Rotterdamsche Regenten door een particulier gaf de Commissie voor het Archief en de Bibliotheek aanleiding om nader te overwegen, wat gedaan kon worden om een betere geschiedkundige beschrijving van Rotterdam voor te bereiden. Een toen door mij ingediend werkplan om bouwstoffen voor dit doel bijeen te brengen en deze voor rekening der Gemeente te doen drukken, vond algemeen bij haar steun.
de zijstraten van het Ungerplein zijn vernoemd naar J.H. Scheffer en F.D.O. Obreen.
Zij achtte daartoe thans den tijd gekomen en wendde zich 27 Februari 1890 tot het Dagelijksch Bestuur met het verzoek, om gelden te willen toestaan voor het drukken van eene uitgave van bronnen voor de geschiedenis van Rotterdam, waarvan de Naamlijsten het eerste deel zouden vormen. Voor volgende nummers zouden o.a. in aanmerking kunnen komen uitgaven van de oude Kronieken van de vijftiende tot de achttiende eeuw, van eenige oude Stadsrekeningen, van de oude Keuren, van een Regestenlijst enz. en eindelijk van een Oorkondenboek.
Bij Burgemeester en Wethouders mocht dit voorstel een gunstig onthaal vinden. Aan den Gemeenteraad werd voor de uitgave der Naamlijsten een crediet voorgedragen, dat in de vergadering van 24 April 1890 werd toegestaan en later nog eenmaal is verhoogd, toen het bleek dat het werk grooter werd dan oorspronkelijk geraamd was.
W. Bezemer
adjunct-archivaris van Rotterdam
1891 - 1898
Op onze site staat bijvoorbeeld dit, gepubliceerd door Unger in zijn bronnen boeken over de geschiedenis van Rotterdam:
Vereischten om tot Regent van Rotterdam benoemd te kunnen worden
Om tot Vroedschap, Burgemeester of Schepen van Rotterdam gekozen en benoemd te kunnen worden, moest men voldoen aan zekere eischen, wat betreft godsdienst, burgerschap, gegoedheid, ouderdom, bloedverwantschap of maatschappelijke betrekking.
Zooals in ons gemeenebest natuurlijk was, moest men om tot een stadsambt benoembaar te zijn, lidmaat van de gereformeerde kerk wezen. Niet altijd waren de bepalingen daaromtrent even streng. Naarmate de Calvinisten of Remonstranten, meer invloed hadden, werden de voorschriften scherper of milder.
In de Vroedschapsresolutien van 29 December 1615 is opgeteekend, dat eendrachtelick (werd) geresolveert, dat men in de persoonen, die van nu voirtaen tot vroetscappen sullen werden geeligiert ofte genomineert, sal requireren dese qualiteiten, te weeten dat deselve sullen werden gecoren uytte eerlyxste, vreedsamichste ende gequalificeerste persoonen binnen deser stede, het vaderlant mitte christelycke gereformeerde religie toegedaen, ende vyffjaerige poorters wesende.
Den 13 April 1623 daarentegen besloot de Vroedschap, voor zooverre het de leden van haar College betrof, dat de persoonen die van nieus tot vroetscap werden gekooren, moesten zijn het vaderlant ende de christelycke gereformeerde Religie toegedaen, ende publyckelick coomende tot het gehoor van Godes Woort.
Het bovenvermelde Octroy van 13 December 1650 bepaalde, dat niemand tot het Burgemeester- of Schepenambt sal werden genomineert als die geene die professie sal doen van de publycque gereformeerde religie ofte tenminste dezelve ende de oeffeninge van dien sal wesen toegedaen.
Bij Vroedschapsresolutie van 9 September 1672 werd vastgesteld, dat ingevolge van de resolutie van de Groote Vergaderinge in den Hage op de Zaele A°. 1650 genomen, niemant voortaen nominabel sal sijn tot het vroedschapsampt, ten sij deselve litmaten sijn van de ware gereformeerde publijcque Religie daer van professie doende.
Bij privilegie van Hertog Aelbrecht van Beieren, gegeven op 13 Maart 1382, werd bepaald dat wi noch onse bailieu nyemant soepen noch raet maken en sullen in onser stede voorsz , hi en hebbende vyf jaer poerter gheweest ende dat een jaer aen ^t ander daerbinnen ghewoent als men scepen oft raet maect.
In de Vroedschapsresolutien van 29 December 1614, 13 April 1623 en 3 April 1628 werd deze bepaling nog eens nader bevestigd.
In aansluiting met deze resolutien werd 20 april 1624 door de Vroedschap besloten, dat geen personen tot Vroetscap sullen werden genomineert, dan die gebooren Hollanders ende van Hollantse ouders gebooren syn, sonder dat nochtans daer onder begrepen werden de kinderen van degeene die Raden off Vroetscappen deeser stede geweest syn, maer werden deselve gehouden voor gequalificeert ende gelyck als genaturaliseert om tot Vroetscap genomineert te moogen werden. Op 15 Maart 1632 en 7 Maart 1633 werd nogmaals aldus besloten.
Op grond van deze bepaling werd 16 November 1637 in de Vroedschap, naar aanleiding eener vacature, beslist, dat aangezien de ingeborenen van alsulcke steden die wt haere Regeeringe weeren, ingeborenen van andere Provinciën ende Steden, wederomme in deselve Provinciën ende Steden werden geweert ende dat de Ingeborenen vande Stadt Delft als andere weerende, mede wt de Regeringe deser Stede behooren te werden geweert.
Volgens het privilegie van Hertog Philips van Bourgondië van 8 Juli 1436 moesten de Vroedschappen gekozen worden uit de rijksten der stad. Later in het privilegie van Maximiliaan en Maria van 18 April 1479 werd dit nog nader omschreven: men moest behooren tot de rijkste, notabelste en bekwaamste personen, terwijl in het privilegie van Hertog Philips van Bourgondie van 8 December 1483 wordt gesproken van de rycxste ende notabelste, elc gegoet ten minsten tot vyftich nobelen vry goets.
De vereischte ouderdom blijkt uit de hierboven gemelde privilegies van 2 Maart 1439 en 14 Maart 1658. Om zitting te kunnen nemen in het gerecht of in de Vroedschap moest men 27 jaren oud zijn.
Aangaande de graden van bloedverwantschap bepaalde het privilege van Hertog Philips van 8 December 1483, dat in de Vroedschap niet gecoren en zullen worden de vadere metten zone, noch oec gheen ghebroederen.
In de Vroedschap werd 29 December 1614 geresolveerd dat te samen niet en sullen moogen dienen, die personen die malcanderen bestaen in bloede ofte affiniteit , tot susters ofte broeders kinderen incluys, welverstaende soo lange als d' affiniteit is duerfinle, doch op 16 Juli 1618 werd besloten dat het verbot van affiniteijt om geen Vroetschappen te mogen wesen, inde Resolutie van 29 December 1614 gestelt coempt te cesseren bij 't overlijden vande persoonen door wien d' affiniteijt is gecontraheert.
Op deze besluiten werd evenwel meermalen, o. a. in 1773, inbreuk gemaakt, toen tegelijkertijd gekozen werden en zitting namen, Mr. Pieter Cornets de Groot, Mr. Paulus Gevers en Mr. Cornelis Groeninx van Zoelen, van welke de twee laatstgenoemden ieder gehuwd waren met eenc zuster van eerstgenoemde.
Door de Vroedschap werd 24 Juli 1645 besloten dat onvereenigbaar met het lidmaatschap van deze vergadering was het ambt van Rekenmeester van de Domeinen, omdat dit perpetueel was.
Oudste reglement van orde voor de vergadering van de Vroedschap van Rotterdam AD 19 Februari 1587
Gebed uitgesproken door den Secretaris bij den opening van de vroedschap vergadering AD 1634 - 1644
De Stadszegels van Rotterdam 1351 - 1892
Als opvolger van Unger werd benoemd Eppe Wiersum:
Stadsarchivaris E. Wiersum
1904 - 1935
LINK
Citaat uit zijn biografie:
Eppe Wiersum werd op 6 dec. 1869 te Uithuizen geboren als derde van een gezin van zes kinderen. Zijn ouders waren Tonnis Berend Wiersum en Anje Oosterhuis.Na de H.B.S. in Groningen en Assen te hebben bezocht, deed hij 2 jaar later staatsexamen en studeerde vervolgens aan de Groningse Universiteit. Zijn studietijd besloot hij in 1898 met het proefschrift "De gedwongen vereeniging van Stad en Lande in 1594". Daarna doceerde hij 2 jaar geschiedenis aan de H.B.S. te Warffum, maar dat beviel hem slecht. Op 1 april 1900, 30 jaar oud, toog hij als adjunct-commies naar het Rijksarchief in Zeeland en daar, in Middelburg, had hij het voorrecht Robert Fruin te vinden als chef. Onder diens leiding inventariseerde hij de archieven van de Wulpenpolder, van de Ambachtsgerechtigden van 's Heer-Arendskerke c.a. en van de Ambachtsheerlijkheden Zaamslag c.a. en Bruinisse. Door zijn benoeming in 1904 tot Gemeente-archivaris van Rotterdam heeft hij de aangevangen inventarisatie der rechterlijke archieven niet kunnen voltooien.
In 1915 verscheen een boek van Archivaris Wiersum waarin hij, aan de hand van tekeningen van Briedé, een uitvoerige historische toelichting gaf op wat er in Rotterdam nog over was, op dat moment, dus in 1915, aan 17e eeuwse huizen.
In zijn inleiding kon hij niet laten en terecht, om met spijt en met een heel beleefde sneer uit te halen naar de afbrekers van Rotterdam, lees maar eens mee in dit verhaal:
Uit de biografie van Wiersum kopiëren we ook deze lijst met zijn publicaties:
Enkele er van bevinden zich nog op dezelfde plaats en in denzelfden toestand als vijftig jaar geleden, toen ze voor bovengenoemd werk werden afgeteekend; andere, hoewel nog op de oorspronkelijke plaats, zijn zoo geducht door de verfkwast getempteerd of anderszins gehavend, dat afbeelding en jaartal tot onherkenbaar wordens toe gewijzigd zijn; de meeste echter zijn met den gevel, waarin ze eeuwenlang hadden gezeten, naar beneden gehaald en thans opgeborgen in het Museum van Oudheden, wel is waar goed verzorgd, doch helaas niet meer het stadsbeeld opfleurend op de plaats, waarvoor ze bestemd waren.
Nog andere evenwel - het ergste van al! - zijn met de gevels als waardelooze rommel verkocht en stukgehakt. Men hoeft het werk van Van Lennep en Ter Gouw maar door te bladeren om te zien, hoeveel onze stad ook in dit opzicht voor goed verspeeld heeft.
Naast particuliere huizen heeft de teekenaar terecht ook zijn aandacht gewijd aan enkele openbare gebouwen, eveneens, zoo niet meer nog, door het gevaar van slooping bedreigd. Doch in hoofdzaak zijn het de gevels van woonhuizen, die hij in beeld heeft gebracht, in overeenstemming waarmede ook de titel Oude huizen van Rotterdam, gekozen is.
Oude huizen en Rotterdam! Het klinkt bijna als een anachronisme. En het is dat nagenoeg ook inderdaad, ja over luttele Jaren wellicht zal de titel van dit boek geheel op het verleden slaan en zullen er geen oude huizen meer te Rotterdam zijn.
De hier gereproduceerde afbeeldingen werden met een enkele uitzondering gemaakt in 1910-1912.
Meen nu echter niet. waarde lezer, dat gij de huizen zelf nog alle in werkelijkheid kunt gaan zien. Integendeel, niet een of twee, maar tal van perceelen zijn inmiddels reeds weder verdwenen, den teekenaar als het ware onder de hand afgebroken.
Zou er wel een tweede stad in ons land zijn, waar in den tijd van nog geen drie jaren drie kerken werden neergehaald en een vierde elken dag hetzelfde lot te wachten staat?
Des te meer te waardeeren valt het dus, dat zooveel nog tijdig in beeld gebracht is, zoodat althans de herinnering er aan voor allen, die oud stadsschoon lief hebben, bewaard gebleven is.
Men wane nu echter niet, dat alles wat hier is afgeteekend. werkelijk zoo héél oud en zoo héél merkwaardig is; neen, waarlijk niet! voor menig kleinere Hollandsche stad moet het groote Rotterdam in dit opzicht onderdoen!
LIJST VAN GESCHRIFTEN
- 1898 De gedwongen vereeniging van Stad en Lande in 1594.
- -- De archieven van de Wulpenpolder.
- -- Het archief der Vereeniging van Ambachtsgerechtigden van 's Heer Arendskerke c.a.
- -- Het archief van de Ambachtsheerlijkheden Zaamslag c.a.
- 1907 Bronnen voor de geschiedenis van Rotterdam (plattegronden van Rotterdam uit de XVIe en XIXe eeuw).
- -- Inventarissen van de archieven der notarissen te Rotterdam, 1585-1811.
- -- Inventaris van het archief der Evangelisch-Luthersche gemeente te Rotterdam.
- -- Idem van de Doopsgezinde gemeente te Rotterdam.
- -- Idem van de Waalsche gemeente te Rotterdam.
- -- Idem van de Steenhouwerij Van Traa.
- -- Idem van de Kon. Ned. Yachtclub.
- -- Idem van de Katholieke Armenmeesters.
- -- Idem van de Waterschout.
- -- Idem van het Leesmuseum.
- -- Idem van de N.V. Sleephellingssocieteit.
- -- Idem van de Wisselbank.
- -- Idem van de Laanmeesters van Rotterdam en Cool.
- -- Idem van de Rotterdamsche gilden.
- 1928 Uit het Rotterdamsche gilde-wezen.
- 1934 Rotterdamsche Maasgezichten.
- 1939 Egbert Meussen Cortenaer.
- 1947 Johan van Oldenbarnevelt als pensionaris van Rotterdam.
- -- De Gemeenelandshuizen van Schieland.
- -- Toepassing van het decimale stelsel bij de registratuur van gemeente-administraties.
- -- De omwenteling van 1813 te Rotterdam. (Historisch Gedenkboek 1813, III).
- 1928 De beteekenis van het privilege van 1328 /Het Middeleeuwse Rotterdam in beeld / Gedenkboek 600 jarig bestaan van Rotterdam
- 1925 De Doopsgezinde gemeente in het Rotterdam van omstreeks 1775 (in: Na 150 jaar).
Artikelen in:
- Rotterdamsch Jaarboekje, 1910-1935.
- Nieuwe Rotterd. Courant, 1917-1935.
- Archief van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1907, 1918.
- Tijdschrift v.h. Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap, 1911, 1934.
- Verslagen en Meded. v. d. Ver. tot uitgaaf der bronnen v. h. Oud-Vaderl. Recht 1909.
- Tijdschrift voor Boek- en Bibliotheekwezen, 1910, 1912.
- Winkeliers- en Handelsbelangen, 1910, 1918.
- Wapenheraut, 1911.
- Handelingen en Mededeelingen der Mij. der Ned. Letterkunde, 1911/12.
- Oud-Holland, 1910, 1915, 1925, 1931, 1933, 1934, 1938.
- De Navorscher, 1917, 1927.
- Ned. Archievenblad, 1900-1938.
- De Nederl. Leeuw, 1913 1944.
- Bijdragen en Meded. v. h. Historisch Genootschap, 1921, 1927.
- Jaarboek der Ver. v. Ned. Luthersche Kerkgeschiedenis, 1914.
- Levensberichten v. d. Mij. der Ned. Letterkunde, 1919/1920, 1929/1930.
- Oude Kunst, 1919.
- Europa auf Reisen, 1928.
- Oudheidkundig Jaarboek, 1928.
- Jaarboek v. h. Kon. Ned. Gen. v. Munt- en Penningkunde, 1927.
- De Camera, 1920.
- Maandblad voor de Volksuniversiteit te Rotterdam 1924.
- Bijdragen tot de geschiedenis van het bisdom Haarlem, 1923, 1926.
- Rotterdamsch Nieuwsblad, 1923.
- Wereldkroniek, 1919.
- Gemeentebelangen, 1918.
- Buiten, 1926.
- Bijdragen Vaderl. Gesch. en Oudheidkunde, 1920, 1923.
- Het Boek, 1922, 1926.
- Economisch Historisch Jaarboek, 1930.
- Jaarboek der Ver. van Wijnhandelaren, 1925, 1933.
- Jaarboek der Ned. Ver. voor Huisvrouwen, 1935.
- Protestantsch Jaarboekje, 1935.
- Maandblad Het Kompas (Nat. Lev.-Bank), 1937.
- Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde, 1936.
- De Trekker (Ned. Jeugdherbergen-Centrale), 1937.
- De Maasbode, 1937.
- Gedenkboek v. d. Rotterd. Middenstandsver. Handel en Nijverheid, 1919-1929.
- Het Waterschap, 1936, 1937, 1939, 1941.
- Ons Leger, 9e en 10e jaarg.
- Huldigingsboek voor pater Kruitwagen, 1949.
Een genoeglijke tijd is er toen nog voor hem gevolgd, al heeft ook de ramp van mei 1940, waarbij van het oude, hem zo dierbare Rotterdam haast alles verloren ging, hem smartelijk getroffen. Zijn aangename flatwoning aan de Westzeedijk bleef gespaard en daar bood hij in die dagen aan een minder gelukkig echtpaar uit zijn vriendenkring aanstonds gastvrij onderdak. Hij woonde er vlak bij het Schielandshuis, waar hij 's morgens placht te werken en bij het nieuwe Rotterdamsch Leeskabinet, waar hij z,n middagen veelal doorbracht. Toen Wiersum 80 jaar werd, ontving hij in zijn ruime woning een grote schare vrienden, met een diner aan het eind van die feestdag. Maar de eerste symptomen van zijn naderende ziekte hadden zich toen reeds voorgedaan. Zes moeilijke jaren zijn daar nog op gevolgd: van achteruitgaande vermogens, van verpleegd en gereden moeten worden (door zeer zorgzame handen) en van steeds geringer wordend vriendenbezoek, sinds hij niet verstaanbaar meer kon spreken. Voorbeeldig heeft hij zijn ellendige ziekte gedragen. Zijn goede humeur verliet hem ook toen niet. Op eerste kerstdag 1955 is hij heengegaan en op 29 dec. d.a.v. te Uithuizen, zijn geboorteplaats, begraven.
Tot opvolger van Wiersum werd benoemd Hazewinkel:
Hendrik Cornelis Hazewinkel
archivaris van Rotterdam (1935 - 1961)
LINK
Citaat uit zijn biografie:Uit de biografie van Hazewinkel kopiëren we ook deze lijst met zijn publicaties:
Zijn loopbaan begon in 1924 te Zwolle, waar hij benoemd werd tot commies aan het in de Sassenpoort gevestigde Rijksarchief. Lang bleef hij daar niet; zijn werkvertrek -- een klein torenkamertje -- gaf hem het gevoel zich niet voldoende te kunnen ontplooien.
Van 1925 tot 1929 is hij als commies-chartermeester verbonden geweest aan het Gemeentearchief van Utrecht. In die periode kwamen reeds verscheidene publicaties op zijn naam te staan. Zijn grootste activiteit wist hij te ontplooien in Rotterdam, waar hij met ingang van 1 september 1929 benoemd werd tot adjunct-archivaris naast de toenmalige gemeentearchivaris dr. E. Wiersum, wiens opvolger hij in 1935 is geworden.
Had hij zich te Utrecht vooral bezig moeten houden met juridische problemen als eigendomsrechten, onderhoudsplichten, erfdienstbaarheden enz., te Rotterdam kwam het accent geheel anders te liggen, sterker naar buiten gericht. Voorlopig kreeg de adjunct-archivaris evenwel voldoende mogelijkheid om zich geheel en al in te werken in de historie van zijn stad. In 1930 werd hij benaderd door een uitgever, die ter gelegenheid van het feit dat in 1940 het 600-jarig bestaan van Rotterdam gevierd zou worden, de geschiedenis van de stad wilde uitgeven. De opdracht werd aanvaard en het resultaat was het standaardwerk "Geschiedenis van Rotterdam", in 1940 en 1942 uitgekomen in drie lijvige delen. Het vierde deel, dat de negentiende eeuw moest behandelen, is helaas nooit verschenen, hoewel ook daarvoor heel wat bouwstof door hem bijeengebracht is. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was er debet aan dat het werk onvoltooid is gebleven.
Door een jarenlange ervaring kende hij de topografie van het verdwenen Rotterdam; door grote belangstelling voor wat er in zijn stad omging en zou gaan gebeuren, kwam het zelden voor dat situaties verdwenen voordat ze door de fotograaf of kunstenaar vereeuwigd waren. Op de persfotografen werd dagelijks een beroep gedaan om de door hen geschoten actuele foto's te leveren. Hazewinkels activiteit op dit gebied werd algemeen gewaardeerd. Hij schreef erover in de vakliteratuur en hij heeft het initiatief genomen om allen, die topografisch-historische prentverzamelingen beheerden, samen te brengen in een vereniging "De Topografische-Historische Atlas".
Sinds tientallen jaren lag op een zolder van het archiefgebouw een verzameling reclameplaten. Hazewinkel begreep dat ze niet zonder cultureel belang waren en catalogiseerde ze. In de Duitse tijd slaagde hij erin honderden aanplakbiljetten en affiches te verwerven, die veelvuldig geraadpleegd worden. Met speurzin is de collectie daarna door hem uitgebreid met jaarlijks ca. 400 stuks Nederlandse affiches.
Hazewinkels historische belangstelling kwam vooral tot uiting in de wijze waarop hij zelf gebruik wist te maken van de geschiedbronnen, die in het Gemeentearchief zo rijkelijk aanwezig zijn. Hij kon de gegevens vinden en heeft velen, die een beroep op hem deden, aan zich verplicht door het geven van uitvoerige inlichtingen. Bij de voorbereiding van de "Geschiedenis van Rotterdam" was hij met de literatuur over Rotterdam vertrouwd geraakt als bijna geen ander. Het ligt voor de hand dat hij, die niet alleen de gave had zijn gedachten snel op schrift te kunnen brengen, maar bovendien over een scherp onderscheidingsvermogen beschikte, zelf de schrijverspen in ruime mate is gaan hanteren. Als redacteur van het Rotterdams Jaarboekje, dat als jaarboekje van het Historisch Genootschap "Roterodamum" een steeds groter debiet kreeg, had hij de mogelijkheid en de prikkel tot publiceren. Het resultaat waren tientallen historisch-wetenschappelijke opstellen, waarin zijn vondsten waren verwerkt.
Als persoon trad hij niet graag op de voorgrond. Zijn instelling was in het algemeen introvert en bescheiden. Zij die hem niet kenden moesten wel eens wennen aan zijn houding, die iets gereserveerds in zich had. Wie zijn vertrouwen bezat, die schonk hij volop hartelijkheid en vriendschap.
Toen hij op 28 april 1961 officieel afscheid nam van de dienst in een bijeenkomst in de aula van het Museum Boymans-van Beuningen, werd dat een grootse huldiging, die culmineerde in de ontvangst van een koninklijke onderscheiding uit de handen van burgemeester Van Walsum.
Tot 1966 bleef hij te Rotterdam wonen. Toen vertrok hij naar Maarn om daar te kunnen genieten van de natuur. Helaas is hij spoedig daarop ziek geworden en op 14 januari 1968 overleden. Op 18 januari d.a.v. werd hij te Dieren gecremeerd, op eigen verzoek en geheel naar zijn stijl in alle stilte, op zijn laatste tocht slechts vergezeld door degenen, die hem het naast stonden.
1924 Het z.g. Spaansche Archief, 1578-1630. Inventaris van stukken uit de Rekenkamer van Roermond, op Overijssel betrekking hebbende. V.R.O.A. 1924, II, 484-514.
1934 Inventaris van de archieven der gemeenten Pernis en Hoogvliet, 1936 (gestencild).
1937 Uiteenzetting over het Nederlandsche archiefwezen in het algemeen en het Rotterdamsche Archief in het bijzonder, 15 april 1937 (gestencild).
1957 Honderd jaar gemeentelijke archiefzorg.
1967 Inventaris van het archief van Het Gereformeerd Burgerweeshuis (Evert Zoudenbalch Huis) te Utrecht (door H. C. Hazewinkel, G. Brinkhuis en A. Graafhuis).
Historische werken
1938 Kroniek van de stad Rotterdam.
1940-42 Geschiedenis van Rotterdam, 3 delen.
1942 Vier eeuwen Rotterdam. Citaten uit reisbeschrijvingen, rapporten, redevoeringen, gedichten en romans, 1494-1940, verzameld door mr. H. C. Hazewinkel en J. E. van der Pot.
1943 Beschrijvinge der Stad Rotterdam en eenige omleggende dorpen, door Gerard van Spaan, voor onze tijd bewerkt door mr. H. C. Hazewinkel.
1954 Prentenboek van Rotterdam, door J. Aarse, mr. H. C. Hazewinkel en Alfred Kossmann.
1958 Verleden en heden van een stukje Rotterdam. Uitgegeven t.g.v. het gereedkomen van het kantoorgebouw van de Algemeene Friesche Levensverz. Mij. en van "De Groot-Noordhollandsche van 1845".
Artikelen in verzamelwerken
1946 Haven en handel tot aan de tweede helft der negentiende eeuw, in Rotterdam. De Poort van Europa.
1949 Alargaretha Pirot, openbare koopvrouw en klopje te Rotterdam, in Huldeboek Pater dr. Bonaventura Kruitwagen O.F.M.
1958 Rotterdamse Boekverkopers uit de Patriottentijd, in Opstellen, aangeboden aan dr. F. K. H. Kossmann.
1959 Pierre Bayle à Rotterdam, in Pierre Bayle le Philosophe de Rotterdam. Uitgegeven door l'Institut Français d'Amsterdam, Maison Descartes.
1966 De zegels en het wapen van Rotterdam, in Zegels en wapens van steden in Zuid-Holland, Zuid-Holl. Studien XII van de Hist. Ver. voor Zuid-Holland.
Artikelen in historische tijdschriften
1932 Twee attestaties over de Nederlandsche kolonisatie aan de Goudkust, in Bijdr. en Meded. Hist. Gen. 53.
1934 Een Rotterdamsch plan voor een democratische bestuursorganisatie uit het begin van de 18e eeuw, in Bijdr. en Meded. Hist. Gen. 55.
1934-35 De heerlijkheid Hogenban en de commerciëele rivaliteit tusschen Delft en Rotterdam, in Bijdr. Vad. Gesch. en Oudheidk. 7e reeks, 4 en 5.
1941 Ds. Scharp maakt een speelreisje, in Historia, okt. en nov. 1941.
1947 Blitz in Rotterdam. Last of Munro Architect's Work damaged by Fire, in Clan Munro Annual, no. 2.
1957 Rozenburg, in Zuid-Holland, orgaan van de Hist. Ver. voor Zuid-Holland, dec. 1957.
Artikelen in het Jaarboekje van "Oud Utrecht"
1927 Professor Buurman. De Kerkeraad en het Toneel.
1928 Lakmoesindustrie in Oud-Utrecht.
1928 Voor 400 jaar.
Artikelen in het Rotterdams Jaarboekje
1931 De postkaart van Quack en haar auteur.
-- Een episode uit het Roomsche kerkelijke leven te Rotterdam in 1691.
1933 De oudst bekende Rotterdamsche almanak.
-- De aanvang der katoendrukkerij te Rotterdam.
-- Het Heintje.
1934 De opkomst van drie nieuwe industrieën in XVIIde-eeuwsch Rotterdam.
1936 Een zeldzame prent van J. C. Philips.
1937 Symptomen van den naijver tusschen Rotterdam en Amsterdam gedurende de jaren volgende op den tweeden Engelschen Oorlog.
-- Een memorie over den handel van Rotterdam uit 1729.
1937-39 Feyenoord.
1938 De Oostvest.
-- Bij de portretten van mr. Toussaint Woordhouder en zijn vrouw.
1939 Een Rotterdamsche menagerie.
1940 De concertzaal in de Bierstraat.
1941 Nogmaals "Oud Rotterdam in beeld".
-- Pieter Jacobsz. den Dop.
1942 Misgewas en duurte (1698, 1699).
1943 Hoe kwamen de Rotterdammers drie eeuwen geleden aan den kost?
1944 Het debuut van Abraham Maggaris.
1945 "Zuivering" in de achttiende eeuw.
1946-47 Rondom het De Vletter-oproer.
1948 John Goddard, Engels koopman te Rotterdam, 1690-1767.
1949 Hendrik Toren, een ooggetuige van het Costermanoproer.
-- Justitie in Rotterdam.
1950 Uit het dagboek van Jacoba van Thiel.
1951 De hofstad Rodenrijs.
1952 Het veer.
1952-53 Het begin van de straatverlichting te Rotterdam.
1955 Dirk en Jan Anthonie Langendijk en Christoffel Meyer.
-- Poging tot ontvoering.
1957 Mislukt Fonteinplan.
-- De mummie van Rotterdam.
1958 Vergeving van ambten.
1958-61 Vergeten figuren (Teunis Herman Philips, Frédéric Rainville, Johannes Cornelis de Jongh, Pieter Isaak Annokké).
1959 Het Rotterdamse Panorama-gebouw.
1960 De oudste berichten over het ontstaan van het eiland Rozenburg.
1961 Een achttiende-eeuws plan voor stadhuisbouw.
1962 Een onhistorische historieprent.
1963 De rode haan kraaide in Rotterdam.
1965 De nieuwe heren van 1797.
Verspreide artikelen
1932 Knoeierijen in de Gouden Eeuw. Hoe het er in Rotterdam toeging, in De Zondagscourant, 21 aug. 1932.
1932-39 Diverse artikelen over de synagoge en de Joodsche Gemeente te Rotterdam, in Weekblad voor Isr. Huisgezinnen, 9 sept. 1932, 10 febr. 1933, 13 sept. 1939.
1935 De buitenplaats Woudenstein, in N.R.Ct., 26 juli 1935.
1935-36 Rotterdamsche Archivalia, in Oud-Holland.
1936 De Waterweg van Rotterdam naar Zee, in N.R.Ct., 30 okt. 1936.
1938 De Rotterdamsche schildersfamilie Verburgh, in Oud-Holland.
1939 Herinnering Dan eene langdurende en gevaarlijke kwaal en derzelver volkomene genezinge, door Abraham Wynants anno 1773, in Ned. Tijdschr. voor Geneesk., 1 juli 1939.
1941 De Scheveningsche vischmarkt op de Coolvest, in De Maastunnel, juli 1941.
1942 Een oude gildebrief, in De Schakel, weekblad voor het Gemeentepersoneel, 20 nov. 1942.
1943 De schenking van Marie van Eysden-Vink, in De Schakel, weekblad voor het Gemeentepersoneel, 29 jan. en 5 febr. 1943.
1946 Romance. Rott. Liefdesgeschiedenis in het begin van de 18de eeuw, in Taak en Tolk, dec. 1946.
1947 Toen "comedianten landlopers wierden geacht". Stedenbedervende oeffeningen en guychelspelen, in Het Parool van/voor onzen schouwburg, 10 jan. 1947.
1951 De schepper van het elixer. C. van der Veen, in Hier Rotterdam, 30 nov. 1951.
1951 De lotgevallen van de Vicarie op het altaar van St. Jeroen in de St. Laurenskerk, in De Maasstad, 10 mei 1951.
1952 Koken op stoom, in De Maasstad, okt. 1952.
1952 Zo kreeg Rotterdam zijn Coolsingel-ziekenhuis, in Hier Rotterdam, 1 febr. 1952.
1952 De topografische verzameling van het Gemeentearchief te Rotterdam, in Ned. Arch. Blad, 1952/53.
1953 Een Nederlands Typografisch Lexicon (1801), in Drukkersweekblad, 15 aug. 1953.
1957 Topografische documentatie, in Ned. Arch. Blad, 1956/57.
Als je je verdiept in de Geschiedenis van Rotterdam, dan kun je ook niet om bijv. J. Verheul Dzn (LINK) en dus helemaal niet om H.C. Hazewinkel, archivaris van Rotterdam (van 1935 - 1961), heen. Aad verzamelt eigenlijk alles wat deze beide heren hebben geschreven, geweldig goed gedokumenteerde publikaties !!
J. Verheul Dzn (rechts) krijgt op 4 September 1941,
dus na de verwoesting van de door J. Verheul Dzn ontworpen Schouwburg
de ongeschonden stichtingsoorkonde van "zijn" in 1884 gebouwde Schouwburg
links Ir. Fritzlin, Chef Waterbouwkunde Gemeentewerken
LINK
Maar we gaan verder met nog een aantal markante figuren uit de geschiedenis van het Gemeentearchief Rotterdam:
Dr. H.C.M. Moquette
adjunct-archivaris van Rotterdam
1901 - 1929
Over haar goedgelijkende vader hebben we trouwens dit verhaal:
Hoe de echte Ds Moquette zich meldde in Rotterdam
Ds Francois Jules Pierre Moquette
de vader van Mevrouw H.C.H. Moquette
Uit het verhaal over de vader van Hermine Christine Hélène Moquette halen we deze citaten:
We kregen de volgende reaktie:
Op Uw website las ik het -mij bekende- verhaal over mijn overgrootvader.
Zijn voorletters zijn niet E.J.F., maar F.J.P., Frederic (niet Francois) Jules Pierre.
Met vriendelijke groet,
F.J.P.Moquette
Als je aan een in de geschiedenis van Rotterdam geinteresseerde vraagt naar de naam Moquette, dan komt meteen de naam van Mevrouw H.C.H. Moquette naar boven, werkzaam ooit op het Gemeentearchief van Rotterdam. Over haar spraken Archivarissen als Wiersum en Hazewinkel altijd met heel veel respect.
En aangezien Aad alles wat hij maar krijgen kan van Wiersum en Hazewinkel leest, komt de naam Moquette zeer geregeld voorbij.
En natuurlijk is ook alles van Unger, Renting etc zeer welkom altijd, maar daarin komt de naam Moquette niet zoveel voor, logisch bij Unger, die was al overleden voordat Moquette op het toneel verscheen, Renting heeft niet zo veel gepubliceerd, dus is de kans dat je daarin iets vindt over Moquette wat geringer natuurlijk.
Aad heeft, als voorbeeld, even opgezocht wat Mevrouw H.C.H. Moquette allemaal gepubliceerd heeft in de Rotterdamse Jaarboekjes, waar ooit Unger dus meebegonnen is:
- H.C.H. Evert de Liefde en zijn gezin. 1913, 89-102
- Gehate Rotterdamsche regenten in 1672. 1919,65-77
- Herinneringen aan Rotterdam in den vreemde. 1915,73-83
- Een keizerlijk bezoek in 1814. 1910,117-131
- Een lastige pupil. 1912,53-80
- De Leuvehaven. 1924, 105-122
- De Melkkop. 1916,46-57
- Een miniatuuroorlog in de 17de eeuw. 1927, 16-33
- Pestepidemieën in Rotterdam. 1925, 10-52
- Rotterdammers in dienst van Venetië. 1914,33-44 (1616-1620)
- Rotterdamsche familienamen en aliassen. 1921, 91-10 1
- Rotterdamsche kaapreederijen in 1781. 1917,67-73
- Het St. Agnietenconvent. 1911,75-111
- Het slot Bulgersteijn en zijn eigenaren. 1918,65-107
- Tromp's populariteit te Rotterdam. 1922, 17-26 (1653)
- Uit den Franschen tijd. 1910, 183-195
- Van stads timmerman-metselaar tot directeur van gemeentewerken. 1922, 99-138
- De vicarieën in de St. Laurenskerk te Rotterdam. 1920,71-99
Hermine Christine Hélène Moquette is vooral bekend geworden voor ingewijden in de geschiedenis van Rotterdam door haar boek over de straatnamen van Rotterdam en dan natuurlijk de historische achtergronden van allerlei straatnamen van Rotterdam.
Begin jaren '90 heeft het Gemeentearchief Rotterdam ook een boek uitgegeven over de achtergronden van allerlei Rotterdamse straatnamen. Maar i.p.v. dit boek willen we misschien toch iets meer weten over het boek van Hermine Christine Hélène MoquetteRotterdamsche Straatnamen
Geschiedkundig verklaard door
J.M. Droogendijk
met medewerking van
Dr. H.C.H. Moquette
Adjunct Archivaris
Rotterdam 1910
met omslagversiering van Johan Briedé
En dus kun je op onze site dit verhaal vinden met een schitterende samenvatting van de geschiedenis van Rotterdam, geschreven door Mevr. Moquette:
Over de herkomst van straatnamen in Rotterdam (1910)
Dr. H.C.M. Moquette
adjunct-archivaris van Rotterdam
1901 - 1929
Op 1 januari 1901 kreeg, zoals dat toen omschreven werd, Mej. Dr. H.C.H. Moquette een vaste aanstelling als Adjunct-Archivaris van het Gemeentearchief Rotterdam, in die tijd als vrouw ongetwijfeld zeer bijzonder. Waarom Dr. H.C.H. Moquette in 1904 niet tot opvolger van de overleden Unger werd benoemd, is nergens meer te achterhalen. Tot opvolger van Unger werd immers Eppe Wiersum benoemd.
Hazewinkel schrijft over het afscheid van Dr. H.C.H. Moquette:Hazewinkel voegt er in dezelfde paragraaf aan toe:
In 1929 werd met ingang van 1 mei om gezondheidsredenen eervol ontslag verleend aan de adjunct-archivaris Mej. Dr. H.C.H. Moquette, die talrijke verdienstelijke publicaties op haar naam had staan en door voordrachten in brede kring belangstelling voor Rotterdam's historie had weten te bewerken.
Met ingang van 1 september van dat jaar deed mr. H.C. Hazewinkel, chartermeester aan het Utrechts gemeentearchief, zijn intrede als adjunct-archivaris in de Rotterdamse zusterinstelling. Als tweede universitair geschoolde kracht werd in 1930 Mej. Dr. A.C. Kersbergen aan het archief, waar zij haar door de Archiefwet vereiste stage had doorgebracht, na het met gunstig gevolg afgelegde examen archief-ambtenaar 1e klasse, in vaste dienst verbonden, aanvankelijk in de bescheiden rang van schrijfster.
Dr. A.C. Kersbergen
medewerkster Gemeentearchief Rotterdam
1930 - 1953
Dr. A.C. Kersbergen is de auteur van het schitterende boek Zes Eeuwen Rotterdam.
Het boek geschreven door Dr. A.C. Kersbergen, Zes Eeuwen Rotterdam, is in 1949 uitgebracht waarschijnlijk als een terecht verlaat herdenkingsboek 600 jaar Rotterdam 1340 - 1940.
Zes Eeuwen Rotterdam werd aangeboden door de Gemeente Rotterdam aan belangrijke gasten zoals aan Der Regierung des Kantons Basel Landschaft bei Gelegenheit ihres Besuches an Rotterdam op 27 Mei 1949. Voorzien van de handtekening van de Voozitter van de Kamer van Koophandel van Rotterdam, Van de Mandele en de Algemeen-Secretaris van de Kamer van Koophandel van Rotterdam, aldus het exemplaar van Aad.
De naam Kersbergen duikt natuurlijk ook geregeld op in onze site:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Kersbergen en klik op ENTER
Een voorbeeld is vanzelfsprekend dit verhaal:
Het ontstaan van de WOII oorlogsmonumenten van Rotterdam
In 1948 verscheen een boekje Rotterdamse Standbeelden, Monumenten en Gedenktekens. Dit boekje over Rotterdamse Standbeelden, Monumenten en Gedenktekens werd samengesteld door
Dr. A.C. Kersbergen
medewerkster Gemeentearchief Rotterdam
1930 - 1953
In 1953 kreeg de hoofdcommies en waarnemend-archivaris van Rotterdam, Mej. Dr. A.C. Kersbergen, wegens het veranderen van levensstaat op haar verzoek eervol ontslag, aldus Archivaris Hazewinkel.
En dan natuurlijk ook hieronder een samenvatting over de oudste dokumenten in het bezit van het Gemeentearchief Rotterdam:En dit alles n.a.v. het boek geschreven door Dr. A.C. Kersbergen, Zes Eeuwen Rotterdam....
Rotterdam kreeg Stadsrechten op 7 Juni 1340, aldus o.m. dit verhaal:
Twaalf jaar daarvoor, op 25 Juli 1328, kreeg Rotterdam ook al een aantal privileges, aldus wat citaten op onze site:
Uit dit verhaal:Nu werden in die jaren wel meer privileges aan o.m. Rotterdam verstrekt:
Graaf Willem III heeft zich de bijnaam van De Goede verworven.
LINK
Zijn opvolger, Graaf Willem IV, de Graaf die in 1340 aan Rotterdam stadsrechten verleende, kreeg ook een bijnaam. Maar die was niet zo mooi: de Franse koning noemde hem de woedende gek
In het jaar 1328 verleende de Goede Graaf Willem III Rotterdam een handvest, waarbij het de schout werd toegestaan, uit de ingezetenen zeven gezworenen te kiezen tot het berechten van niet al te zware misdrijven. De markt van Rotterdam en de handel maakten dit nodig. Inmiddels duurde het toch nog tot 1340, voor de volgende Graaf - zoon Willem IV, Rotterdam een nog grotere zelfstandigheid tegenover de verschillende magistraten verleende, o.a. tegenover de baljuw van Schieland.
Het Privilege van de Stad Rotterdam, AD 7 Juni 1340
1328.
Privilege van Willem III aangaande de regeering.
1336
Privilege over de school en 't schrijfambacht.
1340.
Privilege over de rechtspleging.
1340.
Privilege over de vaart naar Ouderschie.
1340.
Quitantie wegens dit privilege.
1355.
Privilege over het verbeuren van het halve goed.
1357.
Privilege over het bode ambacht.
En in dit verhaal lezen we:
In 1270 schreef Floris V trouwens ook al een brief aan zijn beminde ende getrouwe vrienden en ingezetenen van Rotterdam, waarin hij een bevestiging geeft van hare vrijheyt van stadsrechten als vanouds die haer van mijn voorvaeders sijn gegeven. Een van de eerste vermeldingen in de geschiedenis van de naam Rotterdam.
Na de moord op graaf Floris V in 1296 werd heer Ghisebecht Bokel, die tot de tegenpartij van de graaf behoord had, van zijn leen (westelijk Rotterdam) vervallen verklaard. De Voorschotens moeten in dezelfde tijd ten gunste van de graaf afstand gedaan hebben van oostelijk Rotterdam (zij bleven in Kralingen), zodat de weg open lag voor stichting van een nieuwe stad op het voormalige grondgebied der Bokels en Voorschotens rond de Rottemond. Het was de Zeeuwse edelman Wolfert van Borselen, voogd van graaf Jan I, die deze stad als bolwerk tegen Schiedam, de veste van zijn tegenpartij - de Avennes - maar wat goed gebruiken kon.
Het eerste stadsrecht van Rotterdam dateert van 17 maart 1299, maar ging al weer spoedig te niet, nadat nog in hetzelfde jaar de machthebber Wolfert van Borselen ook het slachtoffer van een moord geworden was. In westelijk Rotterdam werden de Bokels in hun bezit hersteld; oostelijk Rotterdam bleef in het directe bezit van de (nieuwe) graaf Jan Il uit het Henegouwse Huis, in 1304 opgevolgd door Willem lIl.
Pas na de dood (ca 1334/35) van heer Dirk Bokel, die geen mannelijke nakomelingen had, konden de beide Rotterdamse ambachten blijvend met elkaar verenigd worden, een hereniging die in het stadscharter van 7 juni 1340 door graaf Willem IV bevestigd en bezegeld werd.
De historische feiten sedert de tweede helft van de dertiende eeuw behoeven niet aangevochten te worden: 1299, 1340 en in zekere zin ook 1328, toen het grafelijke oost-Rotterdam door graaf Willem III begiftigd werd met speciale rechten, zijn mijlpalen in de ontwikkelingsgeschiedenis van de stad.
En in dit verhaal lezen we:
Na de moord op Floris V in 1296 volgde zijn 13-jarige zoon Jan I hem op. Jan I werd beschermd door voogd Wolfert van Borselen en deze Wolfert van Borselen verleende in 1299 de eerste keer stadsrechten aan Rotterdam. De gemeente Rotterdam eert Wolfert van Borselen nog steeds via een penning, uitgereikt aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor Rotterdam.
De familie Van Avesnes, graven van o.m Henegouwen, hadden steden als Dordrecht en Schiedam in bezit, om dit tegen te gaan, verleende Wolfert van Borselen in 1299 Rotterdam voor de eerste keer stadsrechten.
Helaas werd Wolfert van Borselen in 1299 in Delft vermoord en stierf in 1299 ook Jan I en ging de komplete erfenis van Jan I, de zoon van Floris V, over naar Graaf Jan II Van Avesnes, die meteen de stadsrechten van Rotterdam weer introk.
In 1328 verleende Graaf Willem III de stad weer enkele voorrechten, op 7 juni 1340 kreeg Rotterdam van Graaf Willem IV, tegen betaling dat wel, definitieve stadsrechten:
Heel lang kon het verhaal over die eerste stadsrechten voor Rotterdam in 1299 niet worden teruggevonden in allerlei archieven, totdat plotseling een dokument opdook van Dirc Pape waarin hij het verhaal bevestigde. Dirc Pape leefde rond 1306 en dus moet het verhaal uit 1299 op waarheid berusten, want in die tijd schreef je alleen de belangrijke dingen op, niet waar ???
En in dit verhaal:
Helaas voor Rotterdam werd Wolfert van Borselen, de man die Rotterdam zijn eerste stadrechten had gegeven puur om Schiedam dwars te zitten, op 1 augustus 1299 door zijn tegenstanders in Delft vermoord. Toen de Graaf ook kort daarop overleed, werd de grote tegenstander van Wolfert van Borselen, Jan van Avesnes, zelfs Graaf Jan II van Holland en uiteraard trok Jan II de stadrechten van Rotterdam weer in en verbood bovendien het graven naar Overschie.
Tot overmaat van ramp, althans voor Rotterdam, werd het westen van de Rotte monding weer teruggeven aan de Bokels. Maar ondanks dit was de groei van een nederzetting aan de monding van de Rotte niet meer tegen te houden. Op 25 juli 1328 werd het oostelijk deel van de monding van de Rotte grote priveleges verleend, de groeiende handel had ook een gunstige uitwerking op de rust in dat gebied. Over een groot aantal zaken mocht men nu zelf beslissen.
Graaf Willem III deed een slimme zet ten gunste van Rotterdam. Hij kwam overeen met Dirk Bokel, die geen zoon had, maar wel een dochter Agniese, dat na diens dood Agniese hem als vrouw mocht opvolgen, maar niet als Heer van het westen van de Rotte monding. En zoo geschiedde....
En dus lag er niets meer in de weg voor de opvolger van Willem III, Graaf Willem IV, om op 7 juni 1340 Rotterdam stadsrechten te verlenen. In 1358 ontving Rotterdam toestemming om tot ommuring over te gaan.
In 1928 verscheen een zeer dik gedenkboek
Gedenkboek Rotterdam 1328 - 1928
waarin Dr. E. Wiersum het geheel nog eens samenvat.
Aad heeft een ex van het Gedenkboek Rotterdam 1328 - 1928
In datzelfde Gedenkboek Rotterdam 1328 - 1928 schrijft Wiersum dus:
ooit eigendom geweest van de Bibliotheek van de Universiteit van Kaapstad...
De betekenis van het Privilege van 25 Juli 1328
Daar de voorrechtsbrief, dien Graaf Willem III van Henegouwen in 1328 aan Rotterdam verleende, de aanleiding verleende, de aanleiding vormt tot het ontstaan van dit gedenkboek, past het allereerst met een enkel woord uiteen te zetten, wat die brief voor ons beteekent.
Dat hij verband zou houden met het ontstaan of de stichting van Rotterdam, is wel heelemaal uitgesloten. In geen geval mag men dan ook zeggen, dat Rotterdam dit jaar zijn 600-jarig bestaan zal herdenken. Hoe lang een plaats precies bestaat, is slechts heel zelden met volkomen zekerheid aan te toonen. Ja, toevallig hebben wij op eigen terrein een paar plaatsen, die een uitzondering op den regel vormen. Aan den rechteroever van de Maas: Delfshaven, dat zijn ontstaan te danken heeft aan het graven van de Delfshavensche Schie, waartoe Hertog Aelbrecht van Beieren in 1389 den Delvenaars vergunning verleende en waardoor hij den grondslag legde voor de nieuwe haven aan de Maas.
Graaf Aelbrecht van Beieren
En aan den overkant der rivier: Charlois, dat door de indijking door den graaf van Charolois, den lateren Hertog Karel de Stoute, in 1460 een aanvang nam.
1473
Intocht van Karel de Stoute in Trier
Doch, zooals gezegd, dat zijn uitzonderingen en vooral voor nog vroegeren tijd, als de schriftelijke bronnen uiterst schaarsch zijn, is het ontstaan van een plaats bijna nooit tot een bepaald jaar terug te brengen. Van onze stad weten wij het althans niet. In 1283 komt de naam Rotterdam voor het eerst voor. Zonder eenigen twijfel moet de dam in de Rotte, die zijn naam aan de plaats gaf, dus toen reeds bestaan hebben, maar of daar toen reeds veel meer dan een klein gehucht aanwezig was, daaromtrent hebben wij geen zekerheid.
Toch moet in 1328 Rotterdam reeds ongeveer een halve eeuw bestaan hebben; in 1299, als de privilegebrief van dat jaar althans echt is, kwam het reeds in aanmerking om tot een stad te worden verheven en nog een kwart eeuw later is het reeds belangrijk uitgegroeid. Het 600-jarig bestaan van Rotterdam had, indien mogelijk, dus veel vroeger herdacht moeten worden.
De vraag, of Rotterdam al of niet in 1328 blijvend stadrecht heeft gekregen, kan mijns inziens moeilijk anders dan bevestigend beantwoord worden. Ik meen, dat het privilege van 1328 wel degelijk als verleening van stadrecht bedoeld is. Dat dit in den brief niet uitdrukkelijk vermeld wordt, vindt wellicht zijn oorzaak alleen daarin, dat de graaf den ambachtsheer Dirk Bokel, over wien straks meer, niet te kort wilde doen. Maar de vraag is gesteld:Kan Rotterdam niet reeds in 1299 tot stad zijn verheven?
Of ook, aan den anderen kant, moeten wij niet tot 1340 wachten, het jaar, dat haar door Graaf Willem IV een veel uitvoeriger en nog in het Archief der Gemeente bewaarde privilegebrief werd geschonken?
Ook zonder absolute zekerheid omtrent de verleening van het stadrecht blijft het handvest van 1328 nog belangrijk genoeg om er een herdenking aan vast te knoopen, hetgeen wij hopen aan te toonen.
Eerst nog enkele woorden over den toestand van het oudste Rotterdam, van den tijd af, dat onze geschreven bronnen beginnen, tot het tijdstip, dat het privilege van 25 Juli 1328 tot stand kwam. Zooals reeds gezegd, hooren wij het eerst van Rotterdam in of om 1283 in een charter, waarbij de landsheer aan een zijner edelen het ambacht van Rubroek en dat van Rotterdam tot het midden van de Rotte in leen gaf.
Dit stuk heeft dus geen betrekking op het dorp Rotterdam, doch op het ambacht, d. w. z. het plattelandsch rechtsdistrict - voor den ambachtsheer door een afzonderlijken schout berecht en beheerd - waarin de plaats Rotterdam was gelegen. Die plaats zelf moet zich buitengewoon snel hebben uitgebreid, zoodat de landsheer haar nog, vóórdat de eeuw ten einde spoedde, reeds poortrecht kon schenken en vrijheid van tol voor haar ingezetenen in al zijn landen.
Maar deze beide privileges van 17 Maart 1299, ze mogen dan echt of onecht zijn, hebben door het spoedig overlijden van den betrokken landsheer (Jan I) geen effect gesorteerd en de stad in spe moest voorloopig in haar dorpsstaat berusten.
Als dorp mocht het er echter zijn. Wij hooren reeds spoedig van een parochiepaap en Rotterdam moet dus een parochie geweest zijn met een kerk en een pastoor. Bovendien was er een school en moet een secretaris in naam van den ambachtsheer - naast den schout, die de rechtszaken behandelde - er het administratief bestuur hebben uitgeoefend. Er stond een gasthuis op den Middeldam (Hoogstraat bij het Stadhuis), terwijl er een molen en waarschijnlijk ook reeds een waag was. In een der stukken wordt gesproken van de straat, wat een tamelijk aaneengebouwd complex huizen doet veronderstellen.
Zeker waren Visschersdijk, Middeldam, Oosteinde (oostelijk deel van de Hoogstraat ), 's Gravensteeg (Romeinsteeg) , Steiger, Lombardstraat en Oppert "open" bebouwd.
vermoedelijk een fantasie tekening van het Hof van Weena,
zoals het eruit zou hebben gezien rond 1400
1670
De Delftse Poort met links de Hofpoort
1704
De Hofpoort
LINK
Aan den noordkant stond toen reeds het huis of hof te Weena, waaraan later de Hofpoort haar naam ontleende en thans nog het Hofplein de herinnering bewaart, terwijl ten westen der plaats zich het huis Bulgersteyn bevond.
Twee spekulaties van Slot Bulgersteyn
LINK
De graaf belegde er samenkomsten met zijn edelen en vertoefde er zelf herhaaldelijk in een huis, dat een ingezetene, zijn "weert", voor hem ter beschikking hield.
Den indruk, dien wij van het toenmalige Rotterdam krijgen, is dus wel die van een welvarend havenplaatsje met één of meer steigers, dat, weliswaar nog klein van omvang, doch gunstig gelegen en goed bestuurd, in visscherij en veeteelt zijn hoofdbestaan vond.
Wat den groei der plaats wellicht eenigszins tegenhield, was dat haar territorium niet in één hand was; het westelijk gedeelte namelijk behoorde aan Dirk Bokel, den slotheer van Weena, het oostelijk gedeelte aan den graaf. En het is wel merkwaardig, dat in 1327, één jaar vóórdat de graaf zijn groote privilege aan Rotterdam zou geven, hij met Bokel een contract sloot, waarbij na diens dood zijn Rotterdamsch gebied, het ambacht van Rotterdamme en al het goed dat deze van hem houdt en gelegen is binnen dat ambacht met den (uiter)waard voor Rotterdamme en al de scoenesse (voordeelen) aan hem (den graaf) zouden vervallen.
En zoo verleende de graaf dan op St. Jacobsdag van 1328 aan Rotterdam den ons thans gemeenzaam geworden voorrechtsbrief, die waarschijnlijk, zoolang Bokel leefde, alleen voor het oostelijk deel heeft gegolden, maar in elk geval na diens dood, in of om 1335, stilzwijgend ook voor diens westelijk deel van toepassing werd.
Laten wij nu den inhoud van het privilege in bijzonderheden nagaan. Er werd thans voor Rotterdam een afzonderlijke schout aangesteld, die, in overleg met den baljuw van Schieland, uit de ingezetenen zeven gezworenen zou kiezen. Van nu af aan oefenden dezen in civiele en gewone crimineele zaken (vechten, mishandeling, mestrekken, enz.) rechtspraak uit.
Maar bovendien kregen deze gezworenen de bevoegdheid om met den baljuw en den schout keuren te maken op straten en stegen, heulen, op- en afritten van bruggen, maten en gewichten, vuur en licht, dus politierecht uit te oefenen, verder handelsgeschillen te berechten en toezicht op de behandeling van vreemdelingen. Ook hadden zij met baljuw en schout te zorgen voor het onderhoud van de haven. Zij waren dus niet alleen rechters, doch tegelijk brandmeesters en opzichters van publieke werken.
Meer over de rol van en het verschil tussen een schout en een baljuw kun je vinden in dit verhaal.
Nu kon onder een eigen bestuur de plaats haar toekomst rustig tegemoet gaan, nu begint de lange lijst van haar regenten, door het latere privilege van 1340 in het geheel niet onderbroken, doch alleen gewijzigd en uitgebreid, nu vangt haar eigenlijk zelfstandig bestaan aan. En dit is op zichzelf na zes eeuwen een herdenking stellig waard.
Dat die herdenking wat meer dan oppervlakkig zou worden, daartoe hebben de samenstellers van dit Gedenkboek door hun arbeid trachten mede te werken.
En ongetwijfeld dankzij Wiersum beschikken we nu op onze site ook over de tekst van het Privilege van 25 Juli 1328:
Wi Willaem, Grave van Henegouwen, van Hollant etc., maken cond etc., dat wi onsen luden van Rotterdamme wonende in onse ambochte een recht ghegheven hebben daghelix in onsen ambochte aldair bi te rechten in manieren als hiernae ghescreven staet.
In den eersten zal onse scoute van Rotterdamme bi rade ons balius van Scieland kiesen zeven ghesvoren uyt onsen ambochte voircreven ende die sullen boeten coeren mid onsen baliuyende med onsen scoute voirscreven van straten, van steghen, van viere, van lichte, van hoelen, van waenre maete, van waenre ghewichte, behouden onser ervenesse, ende van der havene te makene, uytghenomen dat onse welgheboren heemraed ane hem trecket.
Voird sel men gasten rechten overwersnacht bi vondnesse diere ghesvoren ende dair si rechts begheren up enen bureman, die niet tott huys en ware, zoe soude die claghe ghaen tott elken viertien daghe tote dien dat hi verwonnen ware.
Ende wie sinen dach niet en helde, die verboirde totte elk en daghe twie scellinghen ende tote den utersten daghe tien scellinghen.
Wat coemanscip jof voirwairde jof gheloefte men make de in onsen ambochte voirscreven ende men verplecht voir den rechter ende twien ghesvoren jof meer, dair brieve of zien, dat sal die baeliu uyt doen panden in al onse baeliuscip van Scieland.
Voird alle dieghene, die wonachtich sien in onser baeliuscip van Scieland ende ghegoet sijn, die ne sullen dair ghene gaste wesen. Zoe wie enen knijf jof zvaert jof mortwapen trecket, die verbuert een pond ende vecht hiere mede, hi verbuerde drie pond. Wie dat vechtelic maket bi na eh te, die verbuerde een pond alse verre als hi ghewonnen woird voir den ghesvoren ende dat bedrach zal doen die rechter med twien buirmannen, die hiertoe neemt ende dairop sullen die ghesvoren wisen.
Voird alle vechtelike, die dair binnen vallen, die sullen die partien onderlanghe versoenen binnen zes weken, naedien dat die wonden ghenesen zijn ende en doen, sijs niet, zoe macht onse baelju jof onse rechter metten ghesvoren, die ghene partien sien, zoenen als si willen.
Ende wie tote diere zoene niet en quamen als ment hem te weten dede, sonder argh en list, die verbuerde tien pond; nochtien zoe sal die zoene voirdgaen. Alle vechtelic, dair ghene wonden en sien, sullen die boeten wesen tien scellinghen, ende soe wie den anderen wont, die zal verbueren drie pond.
Soe wie ene kenninghe dinghet ane den rechter ende ane die ghesvoren ende dairinne bevallet, die verbuert een pond ende dairuyt zal die rechter hebben twie scellinghen. Wie die ghesvoren wederseyt, die verbuerdt jeghens elken een pond ende jeghens ons alze vele alst jeghens alle die ghesvoren.
Voirt zoe moeghen twie ghesvoren vrede nemen ghelike den baelju jof den rechter ende die vrede sullen si brenghen an onsen baelju jof ane onsen, rechter.
Ende dit voirscreven recht hebben wi hem ghegheven behoudenlike onsen steden haren hantvesten, die si hebben van ons ende van onsen ouders graven van Hollant ende dit recht zal gheduren tote onsen wedersegghcn.
In oirkonde desen brieve bezegheld mid onsen zeghelen.
Ghegheven tote Sinte Gheerdenberghe op Sinte Jacobsdach int jaer ons Heeren dusent drie hondert achte ende twintich.
Over het afscheid van Dr. A.C. Kersbergen vertelt Hazewinkel:Voor we in de geschiedenis duiken van het Gemeentearchief van Rotterdam, in de jaren '50 verscheen daarover het boek Honderd Jaar Gemeentearchief Rotterdam, natuurlijk geschreven door Hazewinkel, laten we eerst deze lijst met archieven zien die in de jaren '50 in het Gemeentearchief Rotterdam o.m. aanwezig waren.
In 1953 kreeg de hoofdcommies en waarnemend archivaris Mej. Dr. A.C. Kersbergen, wegens het veranderen van levensstaat op haar verzoek eervol ontslag. Voor het archief viel haar besluit te betreuren, omdat zij een goede kennis bezat van Rotterdam's geschiedenis en door haar verschillende publicaties de historiografie van de stad aan haar verplicht had. Haar plaats werd ingenomen door Drs. R.A.D. Renting, die in de nieuwe rang van conservator werd aangesteld.
Nieuwsgierig welke archieven het Gemeentearchief van Rotterdam nu allemaal beheerd?
Klik HIER voor het huidige overzicht van archieven van het Gemeentearchief Rotterdam
En natuurlijk hebben we over allerlei onderwerpen genoemd in de onderstaande lijst van het Gemeentearchief Rotterdam uit de jaren '50, al het een en ander op de site staan, maak dus gebruik van onze zoekmachine:
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Gilde of Amicitia en klik op ENTER
Archieven van de gilden
- Apothekers
- Bakkers
- Beenhakkers of vleeshouwers
- Bierbrouwers
- Bierwerkers
- Blikslagers
- Boekverkopers
- Chirurgijns
- Hoedenmakers
- Houtkopers
- Kleermakers
- Kolenmeters of Wegers
- Korenmeters
- Kuipers en Wijnverlaters
- Lakenbereiders
- Makelaars en Pondgaarders
- Manufacturiers en Kramers
- Manufactuurververs
- Metselaars
- Molenaars
- Schilders en Kunstwerkers
- Schippers (Groot-)
- Schippers (Klein-)
- Schoenmakers
- Slepers
- Spekslagers en Spekverkopers
- Spelden- en Naaldenmakers
- Tappers
- Timmerlieden
- Tinnegieters
- Voerlieden en Wagenaars
- Wijnkopers
- Zakkendragers
- Zeilmakers
Archieven van kerkelijke instellingen
- Doopsgezinde gemeente te Rotterdam
- Evangelisch Luterse gemeente te Rotterdam
- Gecommitteerden tot de Zaken der Ned. Hervormde gemeente te Rotterdam
- Ned. Hervormde gemeente te Kralingen
- Ned. Hervormde gemeente te Rotterdam
- Voormalige Classis van Schieland en tegenwoordige Classis van Rotterdam
- Remonstrants Gereformeerde gemeente te Rotterdam
- Waalse Kerk te Rotterdam
- Diaconie Ned. Hervormde gemeente te Delfshaven
Handelsarchieven
- Maatschappij van assurantie, disconteering en beleening der stad Rotterdam
- Sociëteit van Assurantie.
- Boutmy & Co.
- Fa. Corns. van der Hoeven
- Kamer van Koophandel
- H. Muller
- Noteringscommissie van de Grote Koopmansbeurs
- Coöp vereeniging tot exploitatie van onroerende goederen Volharding
Bedrijfsarchieven
- De Rotterdamsche Bouwvereeniging
- Distilleerderij J. H. Henkes
- Scheepswerf- en familie-archief Van Kerckhoff-De Ruyter
- Departement Rotterdam van de Maatschappij van Nijverheid
- Sleephellingsociëteit
- Suikerraffinadeurs in Rotterdam en Amsterdam
- Tegelbakkerij en Steenhouwerij Van Traa
- Overschiesche Motorenfabriek
Archieven van medische instellingen
- Gasthuis
- Maatschappij ter bevordering van de geneeskunde
- Geneeskundige school
- Plaatselijke commissie van geneeskundig Toevoorzicht
- Gezondheidscommissie
- Heel- en verloskundige instrumentenverzameling
- Krankzinnigengesticht (Pest- en Dolhuis)
- Mannencomité voor hulp aan zieke en gekwetste krijgslieden
- Afd. Rotterdam van het Nederl. Roode Kruis
- Commissie van administratie van het ziekenhuis
- Ziekenhuis aan de Hoogstraat
- Syphilitisch ziekenhuis
- Geneeskundig genootschap Disce docendus adhuc
- Heelkundige Vereeniging In Sociorum Salutem
- Vereeniging van Medicinae Doctores
Archieven van sociale en charitatieve instellingen
- Vereeniging tot weering van bedelarij door kinderen
- Comité voor Belgische vluchtelingen
- Bureau voor beroepskeuze
- Burgelijk Armbestuur
- Hofje van Gerrit de Koker
- Heilige Geesthuis
- Huurcommissie Hoek van Holland
- Kamers van Arbeid te Rotterdam
- Katholieke Armmeesters
- Commissarissen van de Leenbank
- Leprooshuis (Proveniershuis)
- Pest- en Dolhuis
- Commissie tot ondersteuning van behoeftige poklijders
- Afdeeling Rotterdam der vereeniging Reisbelasting
- 3e, 10e, 13e en 14e Kwartier van het korps Schalisten
- Spaar- en Hulpkasvereeniging
- Vereeniging tot oprichting van Kinderspeeltuinen
- Algemeene Commissie tot Steun
- Financieele Commissie van de Algemeene Commissie tot Steun
- Vereeniging tot verzorging van verweesde en verwaarloosde kinderen
- Vereeniging tot veredeling van Volksvermaken
- Vereeniging ter behartiging van de belangen der Vrouw
- Vrouwencomité
- Luthers Weeshuis
- Hervormd Burgerweeshuis te Delfshaven
- Weeskamer te Rotterdam
- De Rotterdamsche Werkvereeniging
- Het Zeemanshuis
- Zieken- en begrafenis sociëteiten
- Ziekenfonds voor homoepathische behandeling "Samuel Hahneman"
Archieven van culturele instellingen
- Commissie voor het Archief
- Rotterdamsche Bachvereeniging
- Betaafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte
- Rotterdamsche Diergaarde
- Vereeniging voor geschiedenis en Kunst
- Handelssociëteit Het Leesmuseum
- Rotterdamsche Kring
- Vereeniging Kunst en Wetenschap
- Hollandsche Maatschappij voor Fraaie Kunsten en Wetenschappen
- Rotterdamsche Kunstkring
- Société de lecture utile et agréable
- Commissie ter bevordering van het onderzoek naar de verschijnselen op de Oceaan
- Groote Schouwburg (Coolsingel )
- N.V. Nieuwe Rotterdamsche Schouwburg
- Studium Scientiarum Genitrix
- Tivoli-schouwburg
- Hollandsch Tooneel en Hoogduitse Opera
- Nederlandsch Tooneel
- Rotterdamsch Toneel
- N.v. Vereenigd Rotterdamsch Hofstadtooneel, Tooneelgezelschap Legras, Van Zuylen en Haspels
- Genootschap Vriendelijke Letteroefening
Archieven van scholen
- Avondnaaischolen voor meisjes boven de twaalf jaren van alle gezindten
- Maatschappij tot oprichting van Bewaarscholen
- Hoogere Burgerschool aan het Van Alkemadeplein
- De Rotterdamsche Kookschool
Familie-archieven
- Van den Abeele
- Baelde
- Chabot
- Van der Hoeven
- Hoyer
- Hutschenruyter
- Van Kerckhoff-De Ruyter
- Koops-Hoos
- Van Oordt
- Van Teylingen en Veltcamp Helbach
- Van Zeiler
Andere archieven
- Groote Sociëteit Amicitia
- Klooster van St. Marie te Boudelo
- Brandweer
- Kiesvereeniging "Burgerplicht"
- Vereeniging Charlois' Belang.
- Genootschap Decem.
- Commissie tot redding van drenkelingen
- Evacuatie-commissie
- Vereeniging Floralia
- Vereeniging voor Gemeente- en volksbelangen
- Vereeniging van patroons in de grafische vakken
- Vereeniging van kantoorbedienden
- Gezelschap "De Kapotjas"
- Laanarchieven
- Vereeniging Het Metalen Kruis
- Eeuwfeest van de Nederl. onafhankelijkheid
- Onderwijzersgezelschap "Tot heil van het Aankomend geslacht"
- Algemeene Onderwijzersvereeniging
- Vereeniging voor gymnastiek. en zwemscholen
- Genootschap "Roterodamum"
- De Rotterdamsche Manège
- Scheepsjournalen van de Rotterd. Lloyd
- Commissie tot weering van schoolverzuim
- Litteraire nalatenschap van Willem Schürmann
- De Rotterdamsche Schutterij
- Stukken, afkomstig van Abraham van Stolk Czn., commandant van het korps Koninklijke scherpschutters
- Advocaten- en familie-archief Siewertsz. van Reesema
- Commissie Oud Rotterdam van de tentoonstelling Rotterdam Ahoy'
- Tucht. en Werkhuis
- Koninklijke Maatschappij tot aanmoediging van de tuinbouw
- Advocatenkantoor Verniers van der Loeff en Knottenbelt
- Vleermuizenclub
- Commissie van advies inzake welstandsbepaling
- Vereeniging Het Westen
- Woningcommissie te Rotterdam
- Commissarissen van de Wijken
- Koninklijke Nederlandsche Yachtclub
En nogmaals: dit was de status in de jaren '50....... en ook heeft Aad nog niet eens alles overgenomen uit de lijsten van Hazewinkel.....
Halverwege de 19e eeuw stond het archiveren door gemeentes nog in de bekende kinderschoenen. In 1851 omschreef de Archivaris des Rijks, Dr. R.C. Bakhuizen van den Brink, een goed archief als volgt: openbaar, toegankelijk en op liefst wetenschappelijke wijze ingericht.
Pas in 1918 zou de eerste Archiefwet van kracht worden, waarin niet alleen de taakomschrijving van een Gemeentearchief werd omschreven, maar ook die van het Rijksarchief.
In 1898 verscheen het boek van de HH Muller Feith en Fruin
Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven
Vanaf de jaren '30 ging men overal in Nederland de toegankelijkheid van Gemeentearchieven verhogen door de invoering van klappers.
Ouderen onder onze lezers zullen dit zich nog herinneren bijv. uit bibliotheken waar je de klappers ("kaarten"), waarop op ieder kaartje bijv. een naam van een auteur, in kleine laadjes kon doorzoeken.
Een nog redelijk te overziene klus voor een bibliotheek, maar een enorme klus voor een Gemeentearchief. Want meteen moet dan ook de vraag beantwoord worden, welke rubrieken moeten er worden gemaakt. In hedendaagse dBase taal, welke doorsnijdingen moeten worden kunnen aangebracht via max. hoeveel trefwoorden.
Voor de 19e eeuw werd natuurlijk ook al van alles gearchiveerd, alleen gebeurde dit toen meer op ad hoc basis en werd bijv. niet alles systematisch verzameld en geordend. Voor een stad als Rotterdam heeft het daarom vanaf de 19e eeuw jaaaaren geduurd voor alles bijv. systematisch was geordend, waardoor dokumenten veel sneller terug te vinden waren, nu zouden we zeggen, traceerbaar. Een met recht monnikenwerk, waaraan sommige medewerkers van het Gemeentearchief Rotterdam jaren van hun leven hebben gewerkt en nu bij het begin van de 21e eeuw vindt er een soortgelijke activiteit plaats, want nu moet alles gedigitaliseerd worden, waardoor iedereen zelfs vanachter zijn thuis PC al een groot gedeelte van het Gemeentearchief Rotterdam kan raadplegen.Niets dan lof dus
voor alle vroegere, huidige en toekomstige medewerk(st)ers
van het Gemeentearchief Rotterdam
En van (evt. stiekum) iets weggooien, zoals nu bij het bedrijf waar Aad werkt, gebeurd, is natuurlijk voor een Gemeentearchief Rotterdam absoluut ondenkbaar. Bij het bedrijf waar Aad werkt, wordt, i.v.m. een grootschalige verhuizing, in principe alles wat gedurende het afgelopen jaar niet nodig is geweest, weggegooid. Uiteraard zijn de belangrijkste dokumenten gedigitaliseerd, maar de tendens is en blijft opruimen, want archiveren kost ruimte en is dus niet productief en levert geen geld op. Een kompleet andere wereld.....
Hazewinkel heeft nagegaan hoe in een stad als Rotterdam in vroeger eeuwen werd gearchiveerd, waarbij hij aantekent dat de oudste archieven natuurlijk veel vollediger zijn geweest en dat vooral in de 15e - 17e eeuw veel is verdwenen.
Bij de schaarsheid aan gegevens uit de Rotterdamse Middeleeuwen behoeft het geen verwondering te wekken, dat er vóór het begin van de 16de eeuw van het archief geen melding gemaakt wordt. Eerst in de Vroedschapsresolutiën van 29 april 1500 lezen we:Deze Daniel Ariaensz. was in 1499 tresorier en daarvóór burgemeester; Ewout ]ansz. was lid van de Schepenbank.
Op dees tijt gestemmet ende gesloten eendrachtelijcken, datmen Ewout ]ansz. geven sal de slotelen van Daniel Ariaensz. saliger gedachten als van der stede hantvesten ende van tgroote segel
Drie jaar later, op 29 april 1503 vermelden de resolutiën datoverhandigd zijn aan Huych Claesz., Ghysbert Willemsz. en Reyer ]ansz. (de eerste was burgemeester, de twee anderen schepenen).
de sloten van de hantvesten
We moeten nu een sprong maken van een halve eeuw, voor we weer iets vernemen van de archieven: op 7 juni 1553 besloot de Vroedschap met algemene stemmen,Hieruit volgt, dat althans de privileges niet op het stadhuis bewaard werden, zonder dat er blijkt waar heur plaets dan wel was. Het is niet onwaarschijnlijk, dat deze allergewichtigste documenten opgeborgen waren in het veiligste gebouw in een stad van nog voornamelijk houten huizen, n.l. de parochie kerk, onze St. Laurens.
datmen onse privilegiën sal visiteren jegens de copien, deselve verluchten, vieren ende brengen up tstedehuys ende daer nae weder wel bewaert scicken up heur plaets
De resolutie is ook hierom interessant, omdat we nu weten dat de belangrijkste oorkonden in een copieboek waren afgeschreven. Dit copieboek, dat nog is bewaard gebleven, dagtekent trouwens al uit de 15de eeuw: de meeste privileges daarin zijn gecopieerd in een handschrift, dat onmiskenbaar uit die eeuw stamt.
De in de resolutie voorgeschreven maatregel bedoelde, zich te vergewissen, of de copiën eensluidend waren met de tekst van de privilegiën en bovendien om de vermoedelijk jarenlang in een ijzeren kist bewaarde en beschimmelde documenten eens wat frisse lucht te geven en te drogen (verluchten en vieren).
Drie jaar later is er sprake van een franchynne (perkamenten) bouck met afschriften van de privilegiën; blijkbaar was dit inmiddels vervaardigd en wilde men nu de originelen er mee vergelijken.
In chronologische volgorde komt dan een resolutie van 7 juli 1578 aan de beurt:En nogmaals, op 24 juni 1592, nam de Vroedschap het besluit
de Vroetschappen hebben verstaen en geresolveert, dat de previlegien des er stede geregistreert in seecker bouck, by den burgemeesteren derselver stede sullen gedaen authentizeert werden by een ofte meer secretarissen vanden Hove van Hollant ter discretie vande burgemeesteren
Tenslotte is er uit het laatste kwartaal van de 16de eeuw nog een resolutie van 2 april 1579 waarbij Pieter Henricxz aangesteld werd tot bewaernisse van de sloetel, by Claes van Dryel vande privilegien bewaert geweest synde; Claes van Dreyl was lid van de Vroedschap geweest van 1572-1578 en Pieter Henricxz. (van Willigen) was het van 1577-1581.
datmen de privilegien der voorss. stede sal doen copieren in seecker register ende deselve by een ofte meer Secretarissen van den Hove doen authentiseren
De 7de augustus 1628 beraadslaagde de Vroedschap over de al of niet wenselijkheid om de privileges te laten drukken, maar ze beslooteen van de leden, de heer Sonmans, had n.l. gewaarschuwd,
dat deselve eerst ende alvorens sullen werden geëxamineert ende datmen dan voorts voor yder een van de Vroetschap een sal connen doen schrijven, onder beloffte van deselve secreet te houden ende met nyemant de communiceren
maar 25 jaar later, op 13 oktober 1653, werd er toch geresolveerd
datter leden zijn van Hollant, die nyet en sou den dienen kennisse te hebben van de privilegien deser stede
Voor zover kan worden nagegaan, is deze resolutie onuitgevoerd gebleven.
dat de privilegien mitsgaders eenige considerable contracten deser stede sullen werden gedruct, met dat verstant dat deselve eerst ende alvorens sullen werden geëxamineert door de heeren Besemer, Sonmans, Couwenhoven ende Navander met samen de pensionaris ende de secretarissen deser stede
De 8ste september 1693 benoemde de Vroedschap een commissie van 3 leden uit haar middenDit scheen een eerste stap op de goede weg, vooral toen deze gevolgd werd door een resolutie van 2 januari 1697 van de volgende inhoud:
tot saken van Justitie, tot de processen die by dese stad nu gevoert souden mogen werden, mitsgaders tot des er stads privilegien, rechten, domaniale en heerlyke goederen, daer noch by gevoegt het opsigt op de charters van dese stad
Deze commissie bracht verslag uit over haar werkzaamheden in de vergadering van 7 mei 1697, waaruit bleek dat zij voornamelijk haar gedachten had laten gaan over
goedgevonden ende verstaen te versoecken ende te committeren de Heeren Commissarissen tot de saken van deses Stadts Charters en papieren, om te overleggen of niet eenige en hoedanige permanente voet en ordre soude connen werden beraemt en vastgestelt tot de bewaringe, opsigt en registratie van deses stads boecken, chartres en papieren en dese vergaderinge van advis te dienen
De commissie kreeg toen in de eerste plaats de opdracht om een
de bewaringe soo tegen het vermissen, als onnoodigh divulgeeren en over een bequame ordre om de chartres en papieren en wat dies meer zij, te konnen vinden, naersien en gebruycken
samen te stellen
een generale inventaris, hebben de sekere weynige hoofden off tituls, met derselver subdivisien
en in de tweede plaats om vidimussen van de belangrijkste charters te laten maken
en daer op te brengen deses stads registers, documenten en generalijk alle de chartres en papieren
en daarvan een inventaris te vervaardigen.
in consideratie van brand en dergelyke ongevallen, omdat de originele stukken by verlies niet van elders wederom souden zyn te bekomen
Die originelen zouden dan na de ordre van den inventaris hun plaats krijgen in een kast of kist dewelcke niet anders geopent sal connen werden als met vier diversche sleutels, waarvan een zou bewaard worden door de burgemeesteren en de drie andere door de leden van de archiefcommissie, terwijl de inventaris met de vidimussen op een andere plaats, maar met deselve precautien en ordre als de principalen zou worden opgeborgen.
Met dergelijke waarborgen zou de bewaring van de charters en de daarvan op te maken inventaris worden omringd; want ook van de charters zouden afschriften gemaakt worden, die in het vervolg in plaats van de originelen zouden moeten gebruikt worden en die in een van twee sloten voorziene kist moesten worden opgeborgen: burgemeesteren en leden van de archiefcommissie hadden ieder een exemplaar van de sleutel die op het ene slot paste, terwijl het andere slot alleen geopend kon worden door de pensionaris en de secretaris van de burgemeesterkamer.
En alsof dit nog niet genoeg was, bepaalde de Vroedschap, dat als de originelen een enkele maal geraadpleegd moesten wordenBovendien werd alle leden en ook alle ambtenaren en bedienden op het hart gebonden,
diegene, die deselve na sigh sal nemen, in de plaetse van het affgehaelde sal moeten leggen een deugdelijke en pertinente recepis se, soo lange tot dat het affgehaelde weder in zijn plaetse sal zyn gebragt
Een goed bedoeld, maar weinig doeltreffend voorschrift, evenals dat van dergelijke strekking dat tot Burgemeesteren het verzoek richtte
dat niet alleen de documenten, nemaer generalyk alle de papieren en specialyk mede de notulen ende memorien en wat des meer is, de Regeringe des er stad concernerende, die zy in haere respective huysen zyn hebben de, off na desen souden mogen hebben, soodanigh separatelyk werden bewaert en opgesloten, dat die by derzelver overlyden, in eene massa aende Heeren Burgemeesteren souden cunnen werden overgelevert
Ten slotte moest de archiefcommissie jaarlijks in december charters, vidimussen en copiën controleren om te zien
om by overlyden vande Regenten, ministers off bediendens convenabie ordre te stellen tot het affhalen vande chartres ende andere papieren tot de Regeringe deser stad specterende, die onder de overledene soude mogen hebben berust
en daarvan aan de Vroedschap rapport uitbrengen.
off deselve completelyk en in goede ordre bewaert zyn gebleven
Een zo voortreffelijk en gedetailleerde opzet had een beter lot verdiend dan haar blijkens resolutie van 25 januari 1701 ten deel viel, toen la mort sans phrase aan de commissie voltrokken werd. Blijkbaar had ze niet aan de verwachtingen beantwoord.
Maar het archiefprobleem zelf liet de Vroedschap toch niet los: op 5 maart 1703 besloot ze, de burgemeesteren benevens de heren Van Belle en Van Teylingen te machtigenIn 1703 werd de volgende schickinge toegepast voor het geordend archiveren:
omme alle deses stads chartres en papieren en specialyk de privilegien mitsgaders rentebrieven na te sien, de privilegien-kas te openen, te revideren de resolutiën van dese vergaderinge op het subject vande chartres ende papieren opden 7en Mey 1697, te examineren het concept en methode van een register te dien eynde gemaekt, te overleggen in welke plaatsen en hoedanigh de originele en andere documenten, chartres en registers vandese Stad behoorden te worden bewaert, soo tot securiteyt als tot het gebruyck en dese vergaderinge op alles te dienen van hare consideratiën en advis
- Religie en Chariteyt
- Ordre en forme van Regeringe
- Justitie en Jurisdictie
- Finantie
- Fabricage
- Heerlyke goederen
- Schieland
- Vaerten, heulen, wegen, overvaerten, binnendycks en buitendycks
- Binnenvaert op Amsterdam
- Commercie, neering en manufacturen
- Schipperyen en Veren
- Stroomen, bakens en lootsen
- Visscheryen
- Miscellaniën
Mr. Isaac van Hoornbeeck
Van 1692 - 1720 Stadspensionaris van Rotterdam
LINK
erna Raadpensionaris van Holland
speelt ook een rol in ons Gilden van Rotterdam verhaal
LINK
Uiteindelijk werd de Stadspensionaris van Rotterdam, Isaac van Hoornbeeck belast met het op orde brengen en beschrijven van de archiefstukken. Al snel kon Van Hoornbeeck iets publiceren getiteldSommier berigt rakende de chartres der Stadt Rotterdam
De bovengenoemde in 1703 gekozen schickinge werden door Van Hoornbeeck gewijzigd, Van Hoornbeeck maakte er de volgende rubrieken van, aldus opgenomen in zijn Generale Notitie, een hoofdstuk van zijn Sommier berigt rakende de chartres der Stadt Rotterdam:
- Privilegiën
- Ordre van Regeringe
- Relegie en Chariteyt
- Justitie en Jurisdictie
- Jurisdictie in Overschie
- Finantie
- Fabricage na de ordre vande tyd
- Heerlyke Goederen en Domeynen gekogt inden Jare 1576
- Hillegersberg
- Moordrecht
- Bleyswijk
- Cool
- Hof van Wena, Charlois
- Cralingen
- Moercapel, Ryweg vande Heul tot de Schans
- Benthuysen
- Schieland
- Heulen, Wegen, Vaerten, Overvaerten
- Binnen-vaert op Amsterdam in 't Generael en Saken behoorende tot meer als een van de hierna gespecificeerde Binnen-vaerten, of buyten deselve gespecificeerde Binne-vaerten
- Vaert over den Hildam
- Vaert door Noord-Waddinxveen in de Gouwe
- Vaert door Sevenhuysen
- Vaert door Overschie
- Commercie, Neringen, Manufacturen
- Posterye
- Schipperye en Veren
- Stroomen, Bakens, Lootsen
- Visscherye
- Miscellania
Even een kleine uitleg over de Hildam:
De Hildam ligt aan de noordoostzijde van de Binnenwegse polder. De Hildam was van belang voor de regionale scheepvaart. De officiële vaarweg via Leidschendam was vooral van belang voor Dordrecht, Gouda en Haarlem, die tol inden. Rotterdam zocht daarom een andere weg, samen met Delft, Leiden en Amsterdam. Via de Rotte of diepe sloten konden boten langs de uitgeveende landen bij de Hildam komen, waar kleine schuiten over de overtoom werden getrokken om vervolgens via de Hoogeveense Vaart in de Oude Rijn uit te komen.
Rond 1490 werd in de Hildam een verlaat (sluis) aangelegd, tot woede van Gouda, dat vermindering van tolinkomsten vreesde. In 1492 vernielden 400 man het Hildam verlaat en na een lang proces werd de Hildam in 1504 weer een kleine overtoom. Na 1700 verviel de waterverbinding van de Hildam naar het noorden door de droogmaking van de gebieden ten oosten van Benthuizen, maar niet nadat Rotterdam, Leiden en Delft de verzekering van een eeuwigdurende vrije doorvaart in Leidschendam hadden gekregen.......
Bij het ordenen van alle aanwezige archiefstukken bleek al snel dat veel dokumenten niet meer te vinden waren en dus besloot de Vroedschap op 14 oktober 1709 overleg te plegen over maatregelen om de zoekgeraakte stukken weer te traceren en natuurlijk om dit in de toekomst te voorkomen.
Een van de maatregelen was het uitgaan van het dringende verzoek aan nabestaanden van bijv. regenten om na te gaan of in de inboedel toevallig geen belangrijke, vanuit het Gemeentearchief Rotterdam geleende dokumenten, waren gevonden. Blijkbaar was het een normale zaak dat sommige mensen belangrijke stukken mee naar huis namen en dan vergaten dit weer terug te brengen. Of er veel zoekgeraakte stukken n.a.v. dit verzoek weer opdoken, is onduidelijk.
Op 14 maart 1740 werd vergaderd over wat te doen indien er evt een brand zou uitbreken, 't geen egter verhoopt werd, dat God Almagtig genaedelyk sal gelieve te verhoede.
Kortom, er werd nagedacht of het niet verstandig zou zijn de belangrijkste stukken in het Gemeentearchief Rotterdam te kopiëren en voortaan alleen nog maar deze kopiëen ter inzage te geven en ook proberen te vermijden dat originele stukken zouden worden uitgeleend. Ook in 1757 werd over deze quaestie gedelibereerd en werd zelfs een voorstel uit 1737 aangehaald.
En dus werd besloten een van de Stadssecretarissen Mr. Jacob van Belle te vragen of hij een aanvang zou willen maken met het kopiëren. Jacob van Belle stond erom bekend dat hij zich bewust was van oude saken van de stad, geoeffent in het leese van de Archiven en daartoe ook nieuwschierigheyd had.
Jacob van Belle had toch wat bezwaren, aangezien het heel veel extra werk voor hem zou betekenen, omdat de meeste stukken met een zeer oude letter waren beschreven en dus het overschrijven daarvan extra veel tijd zou gaan kosten, naast zijn gewone werkzaamheden die natuurlijk moesten doorgaan.......
En natuurlijk kwam toen de tegenvraag of Jacob van Belle toevallig niet iemand anders wist en jawel hoor, Jacob van Belle dacht aan Willem Lugte werkzaam bij de financiële administratie. Maar de baas van Willem Lugte, Mr. Johan Timmers, had bezwaren. Toen Timmers in 1738 overleed, kwam Willem Lugte in dienst van de oud-burgemeester Hendrik Gevers, uit een bekende Rotterdamse regentenfamilie
Aanklager Paulus Gevers, vanaf 1785 baljuw van Rotterdam
1741 - 1797
LINK
Aanvankelijk was het de taak van Willem Lugte om het consignatieboek bij te houden, maar toen Hendrik Gevers dat ook zelf ging doen, kwam Willem Lugte op het comptoir van de Admiraliteit op de Maese (LINK) terecht bij Nicolaas van Hoorn en pas daar bleek dat Willem Lugte toch wel enige uren per dag overhad.
En dus werd besloten om onder de bezielende leiding van Jacob van Belle Willem Lugte voor een extra loon van Dfl 200,= per jaar te belasten met het, laten we het zomaar noemen, overschrijven van de belangrijkste oorkonden aanwezig in het Gemeentarchief van Rotterdam.
Willem Lugte heeft 10 jaar aan deze taak gewerkt en liep natuurlijk tegen allerlei problemen aan.en woorden die zelfs na raadpleging van de Franse predikant van de Waalse Kerk en Hoogleraar Philosophie aan de Illustere School, Jérémie Frescarode, de Rector van de Latijnse School, Joannes Jensius, en de Conrector van de Latijnse School, Johan Albertus Jacobi, niet verklaard konden worden. De heren stelden uiteindelijk voor om een enkel moeilijk woord maar over te slaan....
Buyten gebruyk zijnde woorden, munnike Latijn, gecopieerd door menschen die de Latijnsche taal niet verstaan. Griekse woorden geschreve met zeer slecht gespelde Italiaanse letters
Willem Lugte had dus een zeer ondankbare taak, wat zal die man hebben zitten puzzelen!!
Zelfs Ds Patijn, hoogleraar in de Zinnebeeldige Godgeleerdheid aan de Illustere School, werd via Jacob van Belle op een dag geraadpleegd over de betekenis van het woord ENPHITHEUDIXOS, wat door Ds Patijn na sulx 2 á 3 maal overgeleezen te zijn, werd vertaald met lijfeigenen of dienstbaren van den leenheer. Prompt trok Jacob van Belle dit na in een Grieks Dictionarium en het klopte.
Volgens Hazewinkel helemaal fout, want in de oorspronkelijke tekst zou zijn bedoeld EMPHYTEUTIKOS, erfpacht. Volgens Hazewinkel had de klerk die het desbetreffende woord in de Vroedschapsresolutie heeft geschreven, een schrijffout gemaakt...
Jacob van Belle werd, zoals we kunnen lezen in de Vroedschapsresolutie van 4 april 1757, uiteindelijk beloond met een zilveren tabakspot á Dfl 700,=. Deze zilveren tabakspot, met uiteraard een uitvoerige inscriptie, waarin o.a. opgenomen dat Jacob van Belle ook Ambachtsheer van Sleeswijk was, is ook in 2005 nog steeds te bewonderen.
Op 7 december 1750 werd besloten de 10 oudste resolutieboeken van de Vroedschap uit de jaren 1595 - 1655 te laten kopiëren door Jacobus de Roy, die daarvoor dagelijks van 9 - 12 en van 2 uur tot 's avonds daaraan zou moeten werken tegen een dagloon van 36 stuivers.
In 1768 werd opnieuw vastgesteld dat een aanta