Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Gijsbert Karel van Hogendorp

Het grootste citaat op onze site over Gijsbert Karel van Hogendorp komt natuurlijk uit ons verhaal

Wie waren allemaal ooit pensionaris / stadspensionaris van Rotterdam

hogendorpjong

Gijsbert Karel van Hogendorp

Over Gijsbert Karel van Hogendorp hebben we natuurlijk al behoorlijk wat op onze site en er komt nog veel meer:

Citaat uit bijvoorbeeld dit verhaal en dit verhaal :

Maar we hebben nog meer verhalen waarin we al iets over Gijsbert Karel van Hogendorp hebben verteld:

Misnoegen bij onthulling standbeeld Van Hogendorp

En het volgende komt uit het verhaal

Rond 1911 stonden er nog veel 17e eeuwse huizen in Rotterdam, 50 jaar ervoor waren er ook nog huizen uit de 16e eeuw in Rotterdam

En nog een citaat uit dit verhaal

Geredde kunstvoorwerpen van Rotterdam, na 14 mei 1940

Uit het volgende verhaal halen we nog een voorvader, regent van de stad Rotterdam

De bewindhebbers van de VOC kamer Rotterdam

En ook in ons verhaal

De Rotterdamse Bierbrouwerijen

gaat het weer over Gijsbert Karel van Hogendorp:

Kortom, in meer dan 20 verhalen op onze site komen we Gijsbert Karel van Hogendorp tegen...., niet onverwacht natuurlijk, als ex-raadpensionaris en geboren in Rotterdam en met nog steeds een standbeeld...

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Hogendorp en klik op ENTER

En dus ga je eens wat rondkijken wat er allemaal zoo al op het internet te vinden is over Gijsbert Karel van Hogendorp, bijvoorbeeld dit:

Maar ook dit is interessant natuurlijk over Gijsbert Karel van Hogendorp:

En natuurlijk de publikaties van Gijsbert Karel van Hogendorp:

En dan natuurlijk ook nog wat familie relaties:

Kortom, voldoende aanleiding voor een Rotterdamse site als de onze om eens wat meer over Gijsbert Karel van Hogendorp te gaan lezen.

hogenptkl

Gijsbert Karel van Hogendorp

We beginnen met een schets van de tijd dat Gijsbert Karel van Hogendorp werd geboren, citaat uit dit verhaal:

Gijsbert Karel van Hogendorp werd op 27 oktober 1762 in Rotterdam geboren. Zijn moeder, Caroline Zwier, was de dochter van de bekende gedeputeerde van Friesland in de Staten-Generaal, Onno Zwier van Haren. Onno Zwier van Haren is de geschiedenis ingegaan als de man die beschuldigd werd van incest met o.m. zijn dochter Caroline. De grote strijd hierover (wel/niet) kwam op gang tijdens de maanden voor het huwelijk van Caroline met de vader van Gijsbert Karel van Hogendorp, Willem van Hogendorp. Onno bekende weliswaar, maar voegde er meteen aan toe, dat hij hiertoe was gedwongen omdat zijn (schoon)zoons, w.o. Willem van Hogendorp, hem tot de bekentenis hadden aangezet, want zij wilden graag zijn baantje hebben.
Op de dag van de geboorte van Gijsbert Karel van Hogendorp deed het Hof van Friesland uitspraak, maar de uitspraak was zoo onduidelijk dat je er alle kanten mee op kon. Caroline verbrak toen het kontakt met haar familie en heeft hier verder nooit meer over willen praten, maar het verhaal bleef ook Gijsbert Karel van Hogendorp de rest van zijn leven achtervolgen.

Willem van Hogendorp hield van een groots leven, op geld werd niet gelet. Hun eerste zoon Dirk werd geboren op het landgoed Heenvliet bij Kethel, Gijsbert Karel werd, het huis in Kethel was in de herfst en winter te koud, aan de Leuvehaven geboren. Al snel kocht Willem ook nog een huis in Den Haag, Willem was zelfs lid geworden van de Gecommitteerde Raden van Holland. Om een lang verhaal kort te maken, door de te grote financiele uitgaven en door verkeerde speculaties vergelijkbaar met de windhandel rond 1720, ging de familie van Hogendorp failliet.

Een oom van de van Hogendorps was Ontvanger-Generaal van de Staten-Generaal en wilde het schandaal nog verhelpen mits hij inzicht kreeg in de huishoudboekjes van de familie, Caroline had de kleinere dagelijks uitgaven prima bijgehouden, maar haar man Willem had, zeg maar, de grote lijn niet bijgehouden gedurende de 13 jaar van hun huwelijk en dus was de zaak niet meer te redden. En dus zat de familie met een tweede schandaal opgescheept....

Zoals zoo vaak in die tijd, zocht vader Willem de oplossing in Nederlands-Indie, toevallig heeft Aad daar ook heel veel verhalen over, klik maar eens HIER.

Vader Willem dacht minimaal 10 jaar nodig te hebben om weer een in zijn ogen fatsoenlijk fortuin te hebben opgebouwd. Zijn vrouw en kinderen zouden in die tussentijd in Nederland blijven, een ook gebruikelijke manier van doen in die dagen. Om een lang verhaal weer kort te maken, vader Willem had na jaren werkzaam geweest, o.m. als Resident van Rembang, een redelijk fortuin opgebouwd, kwam op een gegeven moment weer naar Nederland, maar is daar nooit aangekomen, het schip waarmee hij reisde is spoorloos verdwenen, naar men vermoedt t.g.v. een schipbreuk en dus bleef Caroline uiteindelijk alleen achter met zes kinderen.....

Door hun verblijf in Den Haag was de familie van Hogendorp in kontakt gekomen met niemand minder dan Wilhelmina van Pruisen, we zijn haar eerder in dit verhaal, als doortastende vrouw, al tegengekomen als echtgenote van Stadhouder Willem V. Wihelmina bood aan om de opvoeding van de 2 broers Dirk en Gijsbert Karel te betalen, de andere kinderen werden door wat lager in stand families onderhouden, ook Caroline kreeg een klein jaargeld, zoo werden toen de problemen in de hogere stand opgelost.

Men vermoed dat de beslissing van Wilhelmina om de opvoeding van de broers Dirk en Gijsbert Karel te betalen, de hoofdreden is geweest van de onvoorwaardelijke loyaliteit van Gijsbert Karel van Hogendorp aan de Oranje's. Want al snel besloot Wilhelmina de 2 broers naar Berlijn te sturen om cadet te worden aan een opleidingsinstituut van Koning Frederik van Pruisen, de Oom van Wihelmina.

Citaat uit dit verhaal:

In deze omgeving zouden de broers Dirk en Gijsbert Karel dus worden opgevoed, heel iets anders dan het wat, we geven het eerlijk toe, kneuterige Nederland. Door zijn opvoeding in Berlijn heeft Gijsbert Karel de rest van zijn leven altijd moeite gehad met het gekrakeel binnen het Haagse, Gijsbert Karel dacht altijd meer in alleen grote lijnen en wat eenmaal besloten was, moest worden uitgevoerd. Aan het typisch Nederlandse consensus denken, heeft Gijsbert Karel nooit meer kunnen wennen en irriteerde hem mateloos. Wat Gijsbert Karel bedacht was in de ogen van Gijsbert Karel altijd perfekt en klaar om uitgevoerd te worden, als je daaraan ging twijfelen.....

Broer Dirk kon zich beter vermaken in het Pruisische leger dan zijn jongere broer Gijsbert Karel die zich vaak verveelde ondanks het schrijven en ontvangen van vele brieven aan en van zijn moeder, Dirk was daar niet zoo bedreven in en moest vaak worden geholpen. In deze periode was het dat Gijsbert Karel voor het eerst kennismaakte met iemand als Hugo de Groot, en nog veel meer, allemaal via boeken die zijn moeder hem toestuurde om de verveling te verdrijven. Ook maakte zijn moeder toen al Gijsbert Karel duidelijk dat er misschien wel een overheidsbaan voor hem vrij kwam in Rotterdam, want de reeds toen hoogbegaafde jongen, Gijsbert Karel, zou als zoon van een regent van Rotterdam voorrang krijgen bij een eventuele vakature....

Op 15-jarige leeftijd lukte het Gijsbert Karel om mee te gaan op oorlogspad. Bij uitzondering mocht hij mee als 15-jarige, hij had zijn superieuren weten te overtuigen. In 1778 trok hij met het Pruisische leger mee naar Oostenrijk, als vaandeljonker, d.w.z. ook verantwoordelijk voor het dragen van het vaandel, een van de meest eervolle taken in een leger van toen. Het viel allemaal zoo tegen, nergens kwam zijn afdeling de vijand tegen en van dat kontinu sjouwen met zoo'n ongetwijfeld zwaar vaandel werd Gijsbert Karel verschrikkelijk moe, begrijpelijk als je pas 15 jaar bent, kortom, Gijsbert Karel was ineens genezen van het voeren van oorlog, hij is ook nooit meer meegegaan....

In Berlijn maakte Gijsbert Karel kennis met een zekere Dr. Johan Erich Biester, ooit geschiedenis leraar geweest. Via de bibliothecaris van Dresden kwam Gijsbert Karel in kontakt met de volgens tijdgenoten zeer geleerd Dr. Biester en het klikte wonderwel tussen de twee, Biester kon alles wat hij wist, zeg maar, kwijt aan Gijsbert Karel die op zijn beurt niet te verzadigen was...

Een werker van ongewone, waarlijk noeste ijver, van gretige belangstelling, toegerust met een onverschrokken leeshonger, aldus Biester over Gijsbert Karel..

Biester wees na verloop van tijd Gijsbert Karel ook op zijn vreemde manier van mensen benaderen, stijfjes, overcorrect en ook wat gekunsteld, maar wel met een vlammende eerzucht. Het lukte Biester niet en na hem niemand, om Gijsbert Karel hierin iets te veranderen, het zou Gijsbert Karel later vele keren opbreken en hem uiteindelijk niet de rol doen toekomen die hij, naar hij zelf vond, had verdiend.

In 2004 termen, Gijsbert Karel van Hogendorp was een, aldus Aad na veel over Gijsbert Karel gelezen te hebben, inderdaad toch wat irritante, betweterige, hoogbegaafde kamergeleerde die zich niet kon voorstellen dat er mensen waren die er anders overdachten en zelfs twijfelden aan zijn ideeen, vaak voelde Gijsbert Karel zich dus eenzaam...

Aad moest toen hij dit schreef meteen denken aan Philips II:

Philips II wilde graag een mausoleum bouwen voor zijn vader, Karel V. Het ontwerp moest de grootsheid van zijn Rijk symboliseren en natuurlijk zijn Katholieke vroomheid benadrukken. Philips II was inderdaad, volgens vriend en vijand, een diep gelovig Katholiek die echter niet begreep, maar dat was natuurlijk in die tijd als Soeverein, als Alleenheerser, moeilijk te begrijpen, dat er mensen waren die over hun geloof wat anders dachten. Een van zijn grootste tragedies, hij heeft hier echt onder geleden, dacht echt dat die ketters allemaal in de hel zouden komen, hij moest ze dus wel redden..., goedschiks of kwaadschiks

philipsbid

Philips II in gebed na de nederlaag met de Armada in 1588

LINK

in zijn prive kapel in het Escorial

En toen rond 1780 brak de 4e Engelse Oorlog uit, en werd Gijsbert Karel als militair teruggeroepen naar Den Haag, althans dat was de bedoeling. Moeder Carolina was zoo slim geweest om ook Biester hierover te informeren, want uiteraard kwam Gijsbert Karel zich bij Biester beklagen, wat moest hij in dat, in zijn ogen, domme Den Haag. Gijsbert Karel probeerde zijn terugreis uit te stellen, in alles wat hij voorstelde gaf zijn moeder hem echter gelijk, natuurlijk mocht hij zijn bibliotheek meenemen en natuurlijk mocht hij via een grote omweg terugkomen naar Den Haag en dus trok Gijsbert Karel via Koningsbergen (Oost-Pruisen), waar broer Dirk was gelegerd en via Hamburg en terug via toch weer Berlijn , Dessau, Dresden, Maagdenburg etc etc uiteindelijk naar Den Haag. Het is hem later vaak verweten dat hij toen geen haast maakte en dan had de welbespraakte Gijsbert Karel geen weerwoord...

Op 27 september 1781 was Gijsbert Karel van Hogendorp na 8 jaar afwezigheid weer terug in Den Haag en meteen wordt hij benoemd tot luitenant, Gijsbert Karel van Hogendorp moest toen nog 19 jaar worden...

Vanuit Indie had moeder Caroline van haar man Willem geld gekregen waarvan zij de buitenplaats Sion bij Rijswijk kocht, het thuis voor de familie van Hogendorp, Sion zou een grote rol gaan spelen in het leven van Gijsbert Karel.

En weer begon Gijsbert Karel zich mateloos te vervelen, maar zich ook te ergeren aan de vriendjespolitiek bij het vergeven van benoemingen. Zelf had hij zijn moeder bezworen dat hij op eigen kracht verder omhoog wilde, wat niet altijd zou lukken, het regenten systeem was te sterk in de samenleving geworteld. Ook ergerde Gijsbert Karel zich aan het lanterfanten in het Staatse Leger, hij was in het Pruisische leger wel wat anders gewend, alhoewel hij zich ook daar had verveeld.
Om maar weer een lang verhaal kort te maken, Gijsbert Karel ging verder met, wat later genoemd werd, zijn zelfstudie, hij deed dit voornamelijk in afzondering op Sion. En toen in 1782 dook broer Dirk op in Sion, Dirk had gewoon ontslag genomen uit het Pruisische Leger, tegen de zin van Wilhelmina van Pruisen, maar de Stadhouder plaatste Dirk meteen bij de Marine die een expeditie op touw aan het zetten waren naar Kaap de Goede Hoop. Dirk had een hekel aan alles wat Brits was en de Staatse Marine was in oorlog met de Britten, dus dat spoorde allemaal.

Dirk bracht veel leven in de brouwerij op Sion, broer Gijsbert Karel fungeerde vaak als brievenbesteller, want broer Dirk hield er een, laten we maar zeggen, uitgebreid vrouwelijk netwerk op na, tot verbazing van Gijsbert Karel....

Gijsbert Karel deed Dirk uitgeleide in Texel, typisch Gijsbert Karel was dat hij Dirk een dik rapport meegaf voor hun vader met daarin een minitieus politiek verslag van de afgelopen jaren. Biester had het mogen lezen en schreef verwonderd dat Gijsbert Karel helemaal geen partij had gekozen, was hij nu Patriot of Orangist ? Een duidelijke keuze zoals Dirk had gedaan, die was tegen de Britten, dat kon Gijsbert Karel niet, maar een revolutionair, nee dat was hij nu ook weer niet. In de ogen van Gijsbert Karel moest alles heel geleidelijk veranderen en dat is waarschijnlijk ook een van de redenen geweest dat hij zich nooit heeft aangesloten bij de Patriotten, die waren hem veel te radikaal, net als zijn broer Dirk...

Nergens kun je bijvoorbeeld ontdekken hoe Gijsbert Karel van Hogendorp dacht over iemand als

Baron Joan Derck van der Capellen tot den Poll

Gijsbert Karel moet zijn ideeen gekend hebben, maar Aad heeft er niets over kunnen vinden. Thorbecke baseerde zijn voorstel voor een nieuwe Grondwet zoo'n 50 jaar later zowel op de ideeen van Baron Joan Derck van der Capellen tot den Poll als op die van Gijsbert Karel van Hogendorp.

Citaat uit dit verhaal:


Joan Derck van der Capellen tot den Poll vreesde terecht de militaire macht van de Erfs­tadhouder en de politieke macht in Overijsel van de drost van Twente, zijn doodsvijand Van Heiden Hompesch. Zelfs enige jaren na het schrijven van de brochure, nadat de pu­blikatie in 1781 sterke invloed had uitgeoefend op de loop van de gebeurtenissen en hij op brede volkssteun kon rekenen, behield hij het volle besef, dat de Koning van Pruisen 'enkel met die troepes, die hij steeds in Westphalen heeft, maar een uitstapje van weinige dagen behoeft te komen doen, om de concert met de magt van Oranje, een einde aan al onze pa­riottische pogingen te maaken'.
Maar toen hij zijn brochure schreef was hij in zijn gewest OverijseI een zwakke eenling zonder veel invloed en zonder enige machtspositie in het politieke leven tegenover machtig­e tegenstanders.

Aan het Volk van Nederland werd geschreven in de late zomer van 1781. Het was een gespannen tijd voor de Republiek, ­maar niet voor de Republiek alleen. Sinds enige jaren was de Amerikaanse Vrijheidsoorlog aan de gang. In brede krin­gen genoten de vrijheidsstrijders sympathie en er waren ook heel wat Hollandse kooplieden, die met de nieuwe staat graag zaken wilden doen.
Joan Derck van der Capellen tot den Poll is trouwens de enige Nederlandse politicus wiens graf bewust is opgeblazen...

begraafjohan

begraafjohan2

Op Sion kwam Gijsbert Karel ook in kontakt met Admiraal van Kinsbergen, hem vroeg hij hoe je Staatsman kon worden, waarop van Kinsbergen reageerde met, neem dan dienst bij een gezant, daar had Gijsbert Karel nog nooit aangedacht, hij dacht dat je daar rechten voor moest studeren en dan kon je aan de slag.

Maar terug naar Gijsbert Karel van Hogendorp en zijn relatie met Jan Hendrik van Kinsbergen:

Gijsbert Karel wist zijn moeder te overtuigen dat hij ontslag wilde nemen uit dat rare leger en op z'n minst Rechten wilde gaan studeren, Moeder stemde eindelijk toe, Gijsbert Karel was toch ongeschikt voor het leger, maar wat vond hij ervan om eerst maar eens een reis naar de net gestichte Verenigde Staten van Noord-Amerika te maken?? Gijsbert Karel was helemaal sprakeloos van dit geweldige aanbod.

Gijsbert Karel zat nauwelijks meer op zijn kamer op Sion en had het druk met het regelen van van alles. Het lukte hem om groot verlof te regelen en hij volgde de raad op van Admiraal van Kinsbergen..... Heel toevallig werd een oud-Burgemeester van Rotterdam, Mr. P.J. van Berckel benoemd tot Ambassadeur van de Republiek in de USA. Van Berckel was een neef van de familie, maar ook een overtuigd Patriot, de familie Van Hogendorp stond toen al bekend als Orangist, maar van Gijsbert Karel had men nog steeds geen duidelijk beeld kunnen krijgen en dankzij deze neutrale houding zeg maar, kon Gijsbert Karel mee naar de USA, de geschiedenis vertelt niet of Gijsbert Karel even een ronde dansje heeft gedaan op Sion, waarschijnlijk niet....

Gijsbert Karel nam een hele boekenkist mee, hij zou echter alles kwijtraken...want de reis zou een dramatisch verloop krijgen. Samengevat, er werd t.g.v. een hevige storm bijna schipbreuk geleden, Gijsbert Karel werd alleen met zijn tas met aanbevelingsbrieven op een USA schip overgezet om hulp te gaan halen in de USA voor de in nood verkerende schepen. Het lukte hem om hulp te krijgen.
Bij het zoeken op zee vonden ze inderdaad twee sloepen met de overgebleven bemanning van het schip waarmee Gijsbert Karel had gevaren. 303 bemanningsleden waren verdronken....
De ambassadeur had op een ander schip gevaren en had het schip-van-Gijsbert-Karel-in-nood in de steek gelaten.....
Gijsbert Karel schreef aan zijn moeder dat hij met alles rekening had gehouden, alleen aan een scheepsramp had hij nooit gedacht, het was immers een Nederlands Marine vaartuig geweest enne al zijn, voor hem kostbare boeken was hij kwijt...

Gijsbert Karel genoot van zijn reis door de jonge staat, nog in alles zoekende. Hij bracht bezoeken aan het Congres, aan allerlei belangrijke personen zoals Thomas Jefferson, met wie hij nog heel lang zou blijven corresponderen en zelfs lukte het hem om aan tafel te komen bij niemand minder dan George Washington thuis... en dat viel tegen. George Washington kreeg zoveel bezoekers te eten dat hij eigenlijk helemaal niet oplette meer, wie er allemaal bij hem aan tafel zaten, het bleef wat bij wat prietpraat en dat was het dan, een van de grote teleurstellingen voor Gijsbert Karel, hij had dit bezoek aan George Washington zoo grondig voorbereid... iedereen was onder de indruk van de zeer belezen Gijsbert Karel, alleen de man die Gijsbert Karel het meest bewonderde, George Washington, gaapte op sommige van zijn vragen en zei ronduit op een vraag dat hij het antwoord echt niet wist, want hij wilde nu even eten...

In de maand Juni 1784, toen in Leiden Patriotische Korpsen o.l.v Rutger Jan Schimmelpenninck studenten betogingen uiteen joegen, was Gijsbert Karel, nu met een Brits schip weer onderweg naar Europa, uiteraard via Groot-Brittannie. En daar had Gijsbert Karel het geluk een brilliant Brits debat mee te maken in het Parlement tussen de MP William Pitt, toen pas 27 en de oppositie. Voor Gijsbert Karel een openbaring, op hoog niveau werd gedebateerd, waarom kon dat in Den Haag niet? Gijsbert Karel heeft het diverse keren geprobeerd, zelfs op hogere leeftijd, debateren..., maar een figuur als Koning Willem I, zijn latere tegenstander, (....) drukte gewoon zijn zin door en regelde evt alles achter de rug om van Gijsbert Karel van Hogendorp

Terug in Nederland mocht Gijsbert Karel weer meteen door naar zijn nieuwe militaire standplaats Breda, over een definitief ontslag uit de militaire diens viel gewoon niet te praten, het land was in oorlog cq crisis. Zijn reisverhaal kon Gijsbert Karel uiteraard helemaal niet kwijt. Uiteraard een grote frustatie....

Op een dag werd de 13-jarige Kroonprins van Oranje, de latere Koning Willem I, benoemd tot Gijsbert Karels Compagnies Commandant, dit werd Gijsbert Karel te gortig. Hij vroeg en kreeg toestemming om bij de Opperbevelhebber van het Staatse Leger, de Hertog van Brunswijk, zijn beklag te doen en al pratend legde Gijsbert Karel hem een kompleet nieuw organisatie schema voor en natuurlijk vertelde hij dat hij een reis had gemaakt naar o.m. de USA. De Hertog van Brunswijk hoorde hem steeds wreveliger aan en noemde zijn gast later een volmaaktheid-in-zakuitgave, kortom de Hertog van Brunswijk was niet gediend van zijn voorstellen, Gijsbert Karel was Kapitein en zoo moest hij zich gedragen en niet meer en niet minder.
Ook een bezoek van het Stadhouderlijk paar aan het Garnizoen van Breda liep uit op een teleurstelling, alleen Gijsbert Karel van Hogendorp was enthousiast, de rest geloofde het wel..

Gijsbert Karel van Hogendorp voelde zich begraven in Breda, maar toch ondanks alles schreef hij vele cahiers vol met zijn ideeen, alleen niemand had belangstelling ze te lezen..

Zomer 1785 vroeg Gijsbert Karel studieverlof aan bij de Stadhouder persoonlijk, wat hem prompt werd geweigerd, alleen een kort verlof zat erin. Meteen vertrok Gijsbert Karel naar Leiden, steeds een verlenging van zijn kort verlof aanvragend, om daar uiteindelijk in September 1786 te promoveren. Zijn moeder stond erop dat hij in uniform zou promoveren in het Patriotische Leiden, Gijsbert Karel reageerde met dat er veel goede wil nodig was om in deze dagen aanhanger te zijn van het Huis van Oranje. In September 1786 ontsloegen de Staten van Holland de Stadhouder als Opperbevelhebber van het leger, niemand in het Leger was meer gebonden aan de eed van trouw aan de Stadhouder.

spotprentwillemv

Zoo werd er in het algemeen gedacht over Stadhouder Willem V

En net in deze dagen lukte het Gijsbert Karel om ontslag te krijgen uit het leger, dankbaar vertrok hij naar Nijmegen, waar de Stadhouder met zijn gezin nu woonde, om hen persoonlijk te bedanken. En daar kwam hij weer in kontakt met Wilhelmina van Pruisen die hem over allerlei zaken advies begon te vragen, ook ongevraagd deed Gijsbert Karel dat trouwens.

Gijsbert Karel van Hogendorp, we zullen hem verder maar alleen Hogendorp noemen, ging in feite fungeren als boodschapper tussen Den Haag en Nijmegen. Toen Wilhelmina in Goejanverwellesluis werd aangehouden, stond Hogendorp op haar te wachten in Den Haag, Hogendorp had haar bezoek aan en in Den Haag voorbereid.......
Tot zijn grote teleurstelling lukte het hem niet om de Orangisten te verenigen in hun verzet tegen de Patriotten.

Nadat de Pruisen het land waren binnengetrokken, kreeg Hogendorp eindelijk een benoeming die hem, vond hij zelf, paste, hij werd voorgedragen als Pensionaris van Rotterdam, al moest hij aanvankelijk genoegen nemen met een baan als Vice-Pensionaris...

Namens Rotterdam nam hij deel aan de Staten Vergaderingen in Den Haag. Eindelijk was Hogendorp beland op het niveau waar hij, vondt Hogendorp zelf, thuishoorde..
Hogendorp genoot toen hij bijvoorbeeld namens de Stad Rotterdam bij de verloving van de Kroonprins moest zijn, al die pracht en praal, dat lag hem wel.

Op 1 Februari 1793 verklaarde de Franse Republiek o.m. de oorlog aan de Stadhouder. O.m. Breda en Geertruidenberg gaven zich al spoedig gewonnen, de weg naar Rotterdam lag open. Op het laatste moment moest de Franse Generaal Dumouriez zijn opmars staken, Oostenrijk dreigde hem in de rug aan te vallen. Maar het was natuurlijk een tijdelijk uitstel.

Samen met anderen werd Hogendorp belast met de reorganisatie van, zoals dat toen heette, 's Lands Weerbaarheid, een vergeefse zaak natuurlijk.

Rond 10 Januari 1795 trok Pichegru de Waal over, het Staatse leger trok zich terug in de richting van .... Rotterdam via Leerdam en Gorinchem.

pichegruwaal

Winter 1794 - 1795

Pichegru trekt over de bevroren Waal

We weten nu dat Charles Pichegru bij de bevroren Waal aangekomen de beroemde woorden sprak:

WAT NU

Pichegru durfde niet verder, ondanks aandringen van Daendels. Pichegru was bang voor aanvallen op de flank, op het moment dat een gedeelte van zijn leger aan de overkant was, een ander gedeelte bezig was met over te steken en een ander gedeelte klaarstond om over te steken. De doorslag voor Pichegru was de erbarmelijke voedselvoorraad, alles was bijna op en dus besloot Pichegru naar voren te vluchten, naar de rijke voedselvoorraden in het hart van de Republiek.

De Republiek was omdanks alles nog steeds een van de welvarendste landen van Europa en dat wist Pichegru ook.

vertrekwillemv

17 Januari 1795

Het vertrek van Stadhouder Willem V uit Scheveningen

Op 17 Januari 1795 besloot Stadhouder Willem V te vertrekken, zijn vrouw Wilhelmina was al eerder met haar schoondochter en kleinzoon, de latere Koning Willem II, vertrokken. Hogendorp was erbij toen Willem V van het Binnenhof richting Scheveningen vertrok.
Dezelfde avond trokken de Fransen Den Haag al binnen.

In alle steden werden de vroedschappen ontbonden en ook de Stedelijke Pensionarissen verloren hun baan, dus ook Hogendorp.

De Fransen moesten betaald worden voor hun daden en deden dat d.m.v. zogenaamde assignaten, wat dat precies waren, kun je lezen in dit verhaal.

assignaat2

1795

Een door de Fransen meegenomen assignaat

LINK

In de plaats kwamen naar Frans voorbeeld Municipaliteiten, waarbij de Patriotten de eerste keus kregen, zullen we maar zeggen. Hogendorp werd niet gevraagd en moest verder als ambteloos burger zijn plaats zien te vinden in de nieuwe Bataafse Republiek.

Citaat uit dit verhaal:

En uit dit verhaal:

Iets wat ongetwijfeld ook heeft bijgedragen aan de houding van Napoleon t.o.v. de in Franse ogen zeer rijke Nederlanders is het volgende verhaal:

Maar we gaan nog even terug naar de periode dat Hogendorp stadspensionaris van Rotterdam werd, een aantal fragmenten uit een verhaal wat daar over vertelt:

vrijheidsboomrdam

26 Januari 1795

Ook in Rotterdam wordt gedanst rond een vrijheidsboom, op de Groote Markt
want als je heel goed zoekt, kun je het standbeeld van Erasmus ontdekken
en ook het torentje van het Stadhuis

In 1797 besluit het nieuwe bewind in Den Haag het offensief tegen de Britten te heropenen, de verloren 4e Engelse Oorlog was nog steeds niet verwerkt. Admiraal Jan Willem de Winter krijgt het bevel vanuit Den Helder met de vloot naar het Caribisch gebied te vertrekken en daar het de Britten zo lastig mogelijk te maken.
Gelukkig voor Jan Willem de Winter is de wind permanent vanuit de verkeerde hoek en ook keer op keer bezweert Jan Willem de Winter Den Haag om af te zien van de plannen, want de Bataafse vloot is echt niet sterker t.o.v. de vloot tijdens de 4e Engelse Oorlog. En uiteraard krijgt Jan Willem de Winter helemaal gelijk, met tegenzin kan Jan Willem de Winter uiteindelijk met zijn vloot uitvaren en wordt prompt door de Britten verslagen bij Kamperduin.

Jan Willem de Winter wordt krijgsgevangen genomen, heel veel later teruggestuurd naar het Continent en neemt prompt dienst bij Napoleon. En je gelooft het niet, Jan Willem de Winter zal de enige Nederlander zijn die een eregraf krijgt in het Parijse Pantheon, een plaats waar alleen de allergrootste Fransen, zoals Napoleon, worden begraven.

Tja en wat deed Gijsbert Karel van Hogendorp tijdens de Franse tijd, niet zo veel eigenlijk. Hij neemt deel aan een aantal handelshuizen, komt met een plan tot kolonisatie van het gebied rondom de Plettenbergbaai in de Kaap Kolonie, reist rond door Europa, probeert het tuindersbedrijf op een landgoed in Adrichem en verhuist uiteindelijk naar de Kneuterdijk in Den Haag, met het hele gezin, met wie hij gehuwd was, dat staat al ergens vermeld.
Alleen misschien nog dit, broer Dirk duikt weer op uit Nederlands-Indie, veel opportunistischer ingesteld dan broer Gijsbert Karel. Dirk lonkt openlijk naar de functie van Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, maar helaas, hij brengt het niet verder dan Gezant namens de Bataafse Republiek bij de Tsaar van Rusland, Gijsbert Karel keek hier toch wel een beetje van op...

Rondom de Vrede van Amiens (1802) bied Hogendorp ongevraagd in 1801 de volgende brochure aan:

Verklaring aan het Staatsbewind, over de Staatsregeling

in de veronderstelling dat de Bataafse Republiek zelf over de toekomst mag beslissen, een bittere teleurstelling dat dat niet doorging, al werd zijn brochure wel stiekum in Den Haag zelfs herdrukt en kwam ook een exemplaar in handen van Wilhelmina van Pruisen, in ballingschap...

Iedereen was bang, dat Hogendorp in de problemen zou komen, zelfs werd hem aangeraden te vluchten. De Fransen reageerden echter niet, ze wilden van Hogendorp geen martelaar maken.

In 1806 kwam Lodewijk Napoleon naar Nederland, maar daarover hebben we al een verhaal, klik maar eens HIER

lodnaplarge

Het beroemde schilderij van Koning Lodewijk Napoleon

LINK

hortensept

Koningin Hortense de Beauharnais

Na de inlijving door Frankrijk in 1810 hield Hogendorp zich bewust op de achtergrond. Hogendorp begon met een lijvig boek samen te stellen over de geschiedenis van zijn land.

Tijdens het bezoek van Napoleon aan o.m. Rotterdam, was broer Dirk weer van de partij, nu in het gevolg van Napoleon. Dirk kreeg opdracht om de Keizer belangrijke personen voor te stellen, gelukkig werd broer Gijsbert Karel niet gevraagd, ongetwijfeld had hij dit geweigerd.
In de voorbereidingen van de Russische veldtocht werd Dirk o.m. belast met de organisatie van de te leveren Nederlandse troepen...... het zou hem later nog opbreken. Gijsbert Karel besefte dat de tocht van Napoleon naar Rusland wel eens beslissend zou kunnen worden niet alleen voor de toekomst van Europa, maar natuurlijk ook voor Nederland, vooral natuurlijk na de door Napoleon ook verloren Slag bij Leipzig.

Citaten uit dit verhaal:

Aan de tocht van Napoleon naar Rusland nam ook onze Rotterdammer Dirk van Hogendorp deel, de oudere broer van Gijsbert Karel van Hogendorp. Dirk van Hogendorp bracht het tijdens de tocht van Napoleon naar Moskou, zelfs tot Gouverneur-Generaal van Litouwen. Al snel werd Dirk van Hogendorp, Dirk van Hogendorp zetelde in Vilnius, nogal tiranniek genoemd.

In de tijd dat broer Dirk in Vilnius zat, begon Gijsbert Karel van Hogendorp allerlei, we zouden nu zeggen, scenario's op te schrijven, waarop een vreedzame omwenteling in Nederland ten gunste van de verdreven Oranje's gebaseerd zou moeten worden.

Dag aan dag werkte hij aan de voorbereiding van zijn plannen. Hij ontwierp een memorie over de gemeenschappelijke belangen van Hol­land en Groot-Brittannie en een schets van de Provisionele regering. De memo­ries liet hij aan geestverwanten lezen. Ook trachtte hij de stemming van het volk te peilen.
Een uitbarsting was op handen, maar een ontijdige uitbarsting kon alles bederven. Hamburg, dat zich te vroeg tegen de Fransen ver­klaard had, daar was door de Franse bezetting gruwelijk wraak genomen. De Napoleon­tische legers trokken in Westelijke richting terug, ze stonden tussen Ne­derland en de bondgenoten, dat was het grote gevaar van het ogenblik. De veertiende november 1813 ontbood Gijsbert Karel van Hogen­dorp de zeekapitein Job May uit Amsterdam. Hij zei hem op zijn wat hooghartige, doodbedaarde manier, dat het tijd was om in Amsterdam de opstand te beginnen en voegde er aan toe, dat Den Haag voor een regering zou zorgen.

Franse ambte­naren, ook die uit het noorden van het land, lieten hun vrouwen en kinderen al vertrekken. Overal lagen de bureau's van de diligences vol­gepropt met opgestapelde koffers, kisten en meubels, alles vertrok rich­ting Brussel-Parijs. Van Stirum, aan wie nooit iets ontging, rappor­teerde onmiddellijk aan Van Hogendorp, dat de madames de ratten waren, die van het zinkende schip sprongen. En gefluisterd werd ook, dat de Franse ambtenaren op straat bang waren voor hun eigen scha­duw, zij liepen met de hand op het pistool.

Begin november 1813 kreeg Van Hogendorp het besef, dat de veiligheid nu niet meer lag in geheimhouden, maar in doorzetten in het openbaar. De omwenteling, maar in zijn aantekeningen gebruikte hij graag het woord verlossing, moest gebeuren: nu of nooit.

De berichten in de erna volgende dagen waren gunstig, de douanehuizen van de Fransen waren stuk voor stuk in vlammen op­gegaan, met flambouw en pekkrans was het er toe gegaan, alle douane­huizen in Amsterdam oostelijk en westelijk van de Nieuwbrug, van de Martelaars­gracht tot Bickereiland toe; de Amsterdamse bevolking roerde zich.....
Kapitein May had de opdracht van Gijsbert Karel goed begre­pen! Den Haag moest volgen.

Gijsbert Karel gaf Van Stirum de publi­catie die hij al eerder had opgesteld, ter afkondiging aan de bevolking. Hester, de vrouw van Gijsbert Karel, en haar oudste dochter Mina gaven aan Van Stirum een kok­kerd van een oranjecocarde. Van Stirum zette hem bewogen op zijn hoed. Hij noemde het een van de schoonste ogenblikken van heel zijn leven.

Buiten stonden de nationale Gardes, klaar om achter Oranje aan te lopen. De oranjekleur deed haar werk...
De commissaris van politie Ampt zette ook de oranjecocarde op, een gebaar dat meer dan een leger waard was.

Met slaande trom en vliegend vaandel gingen Van Stirum en zijn Gardes straat in straat uit, plein na plein, telkens de Van Hogendorpse publicatie aflezend en de Prins van Oranje uitroepend:


De proclamatie was in Van Hogendorps stijl, stoterig, zonder overgang en zonder contact zoeken met de lezer of de hoorder, maar toch een aankondiging die niemand durfde uit te te spreken.

Op Vrijdag 19 november 1813 verscheen de eerste vrije krant in Den Haag, de proclamatie van Gijsbert Karel van Hogendorp stond er in gedrukt. De krant bevatte ook allerlei berichten over de bondgenoten en geen vleiende teksten meer over Keizer Napoleon. Haarlem was de Haagse uitgever al voor geweest, daar was de 17de op de drukkerij van Johannes Enschedé de oude Oprechte Haarlemmer verschenen, zonder Franse tekst. De Franse sous-prefect gaf weliswaar meteen een schrobbering aan de firma Enschedé, die zich evenwel niet 't minst eraan stoorde en krant nummer twee keurig op tijd liet verschijnen. De mensen rukten elkaar de kranten uit de handen, hardop lazen ze er in op de straat­hoeken.

Mondeling kwamen ook allerlei berichten over de ontruiming door de Fransen, alleen, de Franse garnizoenen zaten nog wel in de forten van Gorinchem en binnen de stadsmuren van Utrecht.

's Morgens in alle vroegte was o.m. Jacob Fagel naar Londen vertrokken. De delegatie zeilde uit Scheveningen op Yarmouth aan en moest de Britse regering en de Prins van Oranje mondeling overtuigen, dat Holland zich bevrijdde uit eigen kracht. De uitwerking van hun berichten was uitstekend, het Britse volk werd enthousiast, precies wat Gijsbert Karel beoogde. Ik had den brief geschreven met een oog­merk om de Engelsche Natie regt op te winden. . .

Al snel hadden de Franse militairen Den Haag ontruimd, de nationale Garde had ze netjes, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, uitgeleide tot Rijswijk gedaan, zij beschermde hen tegelijk tegen het volk, dat de vuisten balde tegen de gehate Franse soldaat.
Toen de Franse en de Haagse militairen uiteengingen, zwaaiden de nationale Gardes op slag om: zij namen de foedralen van de shako's, rukten de Franse insignes af en vertrapten ze, de kleppen van de kapotjassen draaiden ze om en verklaarden hun uniform voor die van de Oranjegardes. Z.s.m. nam Van Stirum vrijwilligers op, die zich voor die Oranjegardes aanmeldden.

Hogendorp belegde in zijn huis de ene vergadering na de andere, tot zijn eigen verbazing was hij de meest doortastende, maar ondanks dit lukte het hem niet om gezamenlijk, met bijvoorbeeld regenten van voor 1795 duidelijke besluiten te nemen voor een Provisioneel Voorlopig Bestuur.

Leopold van Limburg Stirum hield dit aarzelen en dubben niet uit. Hij handelde in naam van de Prins van Oranje, zei hij, dit getalm moet eindigen, een regering be­hoort haar mandaat te verkrijgen, de burgers zijn al onrustig, zij dragen al minder oranje, er zijn er die vrezen dat alles niet meer dan een strovuur is geweest. Komt er geen Provisioneel Bestuur dan is een anti­climax bij de bevolking te verwachten en niets is zoo gevaarlijk, m.a.w. de stemming kon zoo weer omslaan.

Leopold van Limburg Stirum wilde een militair bewind instellen. Wat helpen die almaar pratende heren, die de stoep van het huis op de Kneuterdijk bij Hogendorp in en uit gaan? Komen er nu geen zoden aan de dijk, dan kan alles nog in het honderd lopen, zoo deelde hij Hogendorp op een avond mee.

Gijsbert Karel van Hogendorp verzocht Van Stirum om de volgende morgen terug te komen. Laat op de avond deelde Hogendorp aan zijn gezin mee, dat zijn hoop om de Staten-Generaal uit de ridderschappen, uit de stedelijke regeringen en uit de notabelen samen te stellen, verijdeld was. . . dat mijne Staten-Generaal in rook verdwenen waren.
De enige uitweg die Hogendorp nog zag, was, dat hij zelf de volle en gevaarlijke verantwoordelijkheid op zich zou nemen. Zijn oudste dochter, Mina van Hogendorp, antwoordde uit naam van de broers en zusters. Ze moedigde haar vader aan om niet te aarzelen en het te doen.


Zondag 21 november kreeg Leopold van Stirum eindelijk het antwoord, wat hij verwachtte. Er was een Algemeen Bestuur, Van Hogendorp met Van der Duyn van Maasdam vormden de Provisionele Regering, zij namen de volle regeringsverantwoordelijkheid in deze uren van de omwenteling op zich. Zij deden daarvan mededeling in een korte proclamatie, die eindigde met dat wie zich zelf helpt door God geholpen wordt. Deze aan­kondiging geldt als het eerste nummer van het Nederlandse Staatsblad.

Ken­merkend voor de verhouding van Gijsbert Karel en Van der Duyn was, dat Van der Duyn, die zaterdag naar Amsterdam was vertrokken om er de zogenaamde neutrale stadsregering om te trekken, een nog onbeschreven document met zijn handtekening achter had gelaten, in goed vertrouwen, dat Gijsbert Karel naar zijn eigen inzicht de proclamatie zou redigeren.
De samenwerking van het kleine aantal mensen om van Hogendorp, dat durfde handelen met een doel voor ogen, was dus uitstekend. Hogendorp:



De regering deed haar eerste benoemingen: Leopold van Stirum tot Commandant-Generaal van de gewapende macht, s' Jacob tot Commissaris-Generaal van Rotterdam, Canneman tot Commissa­ris-Generaal van Financiën, zij en anderen vormden de regerings­organen, de kernen van wat later ministeries zouden worden.

De publicatie van afzwering van Bonaparte, niemand die nog sprak van Keizer Napoleon, werd snel geredigeerd. Stukken volgden op stukken. Van Hogendorp stelde op, corrigeerde, besprak, zette zijn hand­tekening, luisterde naar het ingekomen nieuws van binnen- en buitenland, instrueerde de Commissarissen die de provincie in werden gestuurd om stad en land te winnen.
Allerlei mensen boden zich vrijwillig aan en liepen het huis op de Kneuterdijk in en uit. De oudste zoon van Leopold van Stirum was zoo geestdriftig geworden over Van Hogendorps doorzetten, dat hij hem persoonlijk kwam zeggen, dat hij zijn leven voor Van Hogendorp en diens zaak overhad.

Op 30 november 1813, Van Hogendorp zat nog aan het ont­bijt, bereikte hem het bericht, dat in Scheveningen een Brits fregatschip, The Warrior, in zicht was. Pronks zoon bracht het bericht in ijlende galop te paard aan Van Stirum; toen de jongen de brief van zijn vader had overhandigd, was hij zo buiten zich zelf van opwinding geweest, dat hij gezegd had, dat de Graaf hem gerust het hoofd af mocht slaan, als de boodschap onjuist zou blijken.

Maar het bericht was juist. Alles wat maar even lopen of rijden kon, ging naar Scheveningen, met uitzondering van Gijsbert Karel van Hogendorp. Een hevige jichtaanval en een uitgeput lichaam na de bovenmenselijke inspanning van de laatste weken maakten, dat hij amper kon staan. Hij strompelde tussen twee stokken van zijn bed naar de ligbank.

landingwillem1

landingwiprd

30 November 1813

De landing van de zoon van Stadhouder Willem V in Scheveningen

de latere Koning Willem I

Toen kwam van de Warrior één man de staatsietrap af, hij stapte over in de sloep. Iedereen begreep, dat die man Willem Frederik van Oranje-Nassau moest zijn.
Pronk zat te paard, met een vervaarlijke grote Oranje sjerp om het lijf gebonden. Zo diep als hij zijn paard kon krijgen, reed hij de zee in. Johannes van der Duyn, op een boerenwagen door drie paarden getrokken, reed ook de zee in. Schipper van der Duyn was de eerste Nederlander die Prins Willem op Nederlands grondgebied ver­welkomde. Hij zei met een stem, sterker dan het geluid van de branding:

Welkom Majesteit in het Vaderland

Hij reikte hem de hand en hees de Oranjevorst met 'n flinke haal de wagen op. De Prins ging op de voorkrat zitten naast Van der Duyn, de wagen reed richting strand, vlak voor hotel Zeerust en vervolgens naar de pastorie in de Keizerstraat 54. Hier stapte de Prins over in een fourgon-rijtuig. De Scheveningse weg was al één grote, golvende mensenmassa, iedereen riep al toen, geinspireerd door de Proklamatie van Van Hogendorp:

Leve de Koning

Op de Kneuterdijk was het huis leeggelopen en stil, Gijsbert Karel zat alleen in zijn kamer in de grote armstoel, het jichtige been als gewoon­lijk op een klein bankje dat voor de stoel geschoven was. Hij luisterde. Kneuterdijk, Voorhout, alles was vol roezemoezige feestgeluiden, het wachten viel hem lang, Deze dag gaf hem wonderlijke gevoelens, ook van verlatenheid en onvermogen. Toen buiten de schemering viel en de dag aan het vallen was, hoorde hij aan het aanzwellend gejubel, dat de stoet, zijn huis naderde. In dit kleine emotionele ogenblik, overweldigde hem de gedachte, dat wensen, jaren oude wensen nu, op dit bijzondere ogenblik in vervulling gingen.

De hoge deuren van Gijsbert Karels kamer gingen open, Prins Wil­lem van Oranje trad binnen. Admiraal Melvill en Van Stirum, die de Prins begeleidden, trokken zich dadelijk terug. Het was maar een kort gesprek en een stroef gesprek, het liep over de stemming in Groot-Brittannie en over die in Nederland. Met opvallende krampachtigheid hield de Prins een koker van blik in de hand, de Proclamatie van Van Hogendorp was er in gerold. De uiteraard zeer gespannen Gijsbert Karel vond handdruk stroef, die de Prins hem niet ongevraagd gaf. Gijsbert Karel had zijn hand als eerste uitgestoken.

De hand kwam ook, maar niet ongevraagd

Bij het vertrek zag Van Stirum nog kans om Van Hogendorp in het oor te fluisteren, dat het op straat zwart en zwart van de mensen was geweest, maar dat de aanzienlijken, de upper-ten, zich duidelijk niet vertoonden.
De Prins vertrok naar de woning van Collot d'Escury op de Kneuterdijk, waar hij de volgende dagen audiëntie hield.

De volgende avond was er een dank- en bidstond in de Grote Kerk, geleid door Ds. Verwey, die als tekst nam het derde vers uit Psalm 126: De Heer heeft grote dingen bij ons gedaan: dies zijn wij verblijd.
Het orgel speelde het Wilhelmus en God save the King.

Op de tweede december bezocht de Prins Amsterdam. Een van zijn eerste handelingen was om het paleis als stadhuis aan de stad terug te geven. Een besluit ooit van Lodewijk Napoleon.

En weer kon Van Hogendorp de Prins niet begeleiden, de jicht maakte een strompelende invalide van hem.

Op het stadhuis had de aanvaarding van het hoogste gezag van Nederland plaats. De bijbehorende proclamatie, niet geschreven door Hogendorp maar door een zekere Kempers, werd door de Prins getekend, Van der Duyn contrasigneerde. De Prins zei erin te aanvaarden, wat Nederland hem aanbood, maar alleen onder waarborg van een constitutie, die het volk zou beschermen tegen mogelijke inbreuken op zijn vrijheid.


Onder voorzitterschap van Van Hogendorp werd in Hogendorps huis de ene na de andere vergadering belegd om, laten we maar zeggen, een Grondwet uit de grond te stampen, dit enorme karwei was in 2 maanden klaar, ondanks alle amendementen lukte het Van Hogendorp om een dokument samen te stellen waarin iedereen zich kon en moest vinden, een historische prestatie...al ruineerde het zijn gezondheid verder, t.g.v. de verergende jicht liet hij het schrijfwerk over aan zijn dochters. Na deze 2 maanden was Van Hogendorp lichamelijk helemaal op en kon dus niet op 1 dag op en neer naar het Paleis op de Dam waar een grote ceremoniele plechtigheid gehouden zou worden. Alle hotels in Amsterdam waren vol en Van Hogendorp verzocht de Prins om 1 nacht met een knecht die hem verzorgde, in het paleis te mogen overnachten, op dit verzoek werd door de Prins niet gereageerd en dus kon van Hogendorp niet aanwezig zijn bij de officiele plechtigheid, dit heeft hem uiteraard diep gegriefd, maar er zouden van de kant van de Prins van Oranje nog meer beledigingen komen....

Wel gaf het hem voldoening dat op 8 december 1813 Groot-Brittannie het door Van Hogendorp uitgeroepen bewind erkende, al snel gevolgd door de andere grote mogendheden.

Naar men zegt eigenlijk speciaal voor Van Hogendorp werd het ambt Vice-President van de Raad van State ingesteld, een funktie die echter nog steeds bestaat en inderdaad, de nog steeds hoogst bereikbare Staatsfunktie, direkt onder en evt ter vervanging van het Staatshoofd. Van Hogendorp had gehoopt op de oude funktie van Raadpensionaris, het hoogst bereikbare in de Republiek voor 1795, maar die funktie was tijdens de Grondwet onderhandelingen vervallen.

Toen op 30 Mei 1814 de Vrede van Parijs werd gesloten, waarbij de Fransen toezegden al hun garnizoenen uit de niet-Franse gebieden terug te trekken, voelde iedereen, ook Van Hogendorp, zich opgelucht. Toen Van Hogendorp als een der eersten in Nederland hoorde dat Napoleon was ontsnapt van Elba drong Hogendorp er bij de Prins op aan om snel de Koningstitel aan te nemen. Willem had daar natuurlijk geen bezwaar tegen en dus werd op 16 Maart 1815 in een vergadering van de Staten-Generaal in de Treveszaal op het Binnenhof het Koninkrijk der Nederlanden, zoals Hogendorp het formuleerde, ingesteld. Willem sprak de historische woorden dat de Soeverein de Koninklijke Waardigheid aanvaardde...

Op het internet zul je heel veel kunnen vinden over de Slag van Waterloo en de rol van de Nederlanders o.l.v. de Kroonprins, de latere Koning Willem II, die in de haast wel zijn sabel was vergeten mee te nemen naar Quatre Bras....
Niet algemeen bekend zal zijn, dat de Britten een schip hadden klaarliggen dat evt de Prins van Oranje en zijn familie weer terug zou halen. Alleen Hogendorp wist hiervan, schijnt.....
Wat het ook zij, Hogendorp was de man die Nederland (weer) in oorlog verklaarde met Frankrijk, waarop iemand in de Ministerraad, een oud-Napoleon aanhanger, antwoordde: Met wie zijn we dan in oorlog? Waarop het antwoord kwam van Hogendorp: Met den ouden vijand, daar wij twintig jaren mede te doen gehad hebben.


Even ook een klein intermezzo over broer Dirk van Hogendorp:


In September 1815 werd Gijsbert Karel van Hogendorp in de adelstand verheven, voortaan mocht hij zich Graaf noemen, voor zijn kloek en schrander beleid, voor de hooggestemde moed en edele zelfopoffering, die hij in het beginnen, voortzetten en volenden van Nederlands glorierijke herstelling aan de dag had gelegd.

grondwet1815

De Grondwet uit 1815

openingstgen1815brus

1815

De opening van de Staten Generaal van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden in Brussel

op de troon Willem I

kaart1817

1817

Het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden

En toen wachtte geheel onverwacht in 1815 een nieuwe taak voor van Hogendorp, de nog verse Grondwet moest herschreven, Nederland werd op het Congres van Wenen herenigd met het latere Belgie. Hogendorp voelde veel verwantschap met de, laten we ze maar vast zoo noemen, de Belgen, een industrie staat in wording. In Belgie waren ze voorstander van een vrije handel, iets waar Willem I op tegen was, die geloofde meer in protectie.

Een voorbeeld citaat uit dit verhaal:


Kortom, toen Hogendorp weer eens een brochure had geschreven over de voordelen van de Vrijhandel, verzocht Willem I Hogendorp deze brochure niet aan de Belgen te laten lezen. Hogendorp ging echter door, hij vond dat hij als Vice-President van de Raad van State daartoe gerechtigd was, nu zouden we zeggen, uiteraard, maar in die tijd ging het nog anders. Willem I dwong Hogendorp toe te geven, het druistte in tegen alles waar Hogendorp in geloofde. Langzamerhand kwam Hogendorp tot het besef dat het idee van een Koninkrijk als Staatsvorm goed was, maar dat de huidige persoon die de rol van Staatshoofd vervulde, niet begreep wat zijn rol eigenlijk zou moeten zijn. Willem I had zelfs gedreigd hem zijn benoeming als Vice-President van de Raad van State te ontnemen... het begin van het einde in de relatie tussen Hogendorp en Willem I.

willem1pt

Koning Willem I

Willem I ging er een gewoonte van maken om Hogendorp niet meer te laten uitspreken in de Raad van State, ook ging Willem I plotseling over op een heel ander onderwerp etc etc. Na de 3e keer zo'n vergadering te hebben meegemaakt verzocht Hogendorp om gezondheidsredenen ontslag als Vice-President van de Raad van State. Zelfs Wilhelmina, de moeder van Willem I, verzocht hem aan te blijven, Hogendorp reageerde op geen enkele wijze op al dit soort verzoeken. Alleen aan Van der Duyn vertelde hij:


Gijsbert Karel werd lid van de 2e Kamer, daar was hij veel vrijer om te spreken, de 1e Kamer, ingesteld op verzoek van de Belgen, daar had Willem I hem liever, maar Hogendorp reageerde niet op deze stille wenk van Willem I.

Willem I was een doener, iemand die ook niet kon delegeren en het ook niet kon hebben als iemand een andere mening had, zoals de Belgen in 1830....Van Willem I wordt gezegd dat zijn Ministers zich verveelden, in tegenstelling tot de werkkamer van Willem I, dat leek meer op een papierfabriek, aldus...... Hogendorp. Willem I probeerde ook steeds meer allerlei Staatsorganen te omzeilen, langzamerhand werd Nederland gerund, zouden we nu zeggen, door slechts 1 persoon, Willem I. Hogendorp zei er zelf dit over: