Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Uit de vroedschap werd gekozen via een Boonheer

Over de vroedschap van Rotterdam hebben we nog een verhaal :

Wanneer werd je toegelaten tot de vroedschap van Rotterdam

Wat is nu weer een Boonheer ?

Kort samengevat was een Boonheer een lid van de Vroedschap die een voordracht mocht doen (liefst van meerdere personen) voor bepaalde ambten.
Uiteindelijk besliste de Stadhouder of de Staten wie het ambt kreeg, ook had de Stadhouder of de Staten het recht om iemand uit zijn ambt te zetten. Lees bijvoorbeeld maar eens ons Costerman oproer verhaal.
Deze getrapte niet-demokratische verkiezingen werden pas afgeschafd in de Franse Tijd.

Alleen de leden van de Vroedschap mochten deelnemen aan de Boonheer verkiezingen, een Boonheer deed (meestal) alleen voordrachten bestaande uit leden van de Vroedschap, leden van de Vroedschap werden ook wel Regenten genoemd en die naam symboliseert meteen het nadeel van dit gesloten systeem....

Ook in dit verhaal staat iets over een Boonheer.

Uiteraard hebben we wat uitgebreidere informatie hoe het bijvoorbeeld toeging in een stad als Rotterdam :

Een handvest van 2 Mei 1439 regelt de verkiezing van burgemeesters en schepenen. De graaf, zijn raden of hun gecommitteerden stellen jaarlijks op 1 Mei 2 burgemeesters en 7 schepenen aan voor den tijd van een jaar, die eerst na 2 jaar herbenoemd kunnen worden.

De verkiesbaarheid wordt bepaald door het bereikt hebben van den 27-Jarigen leeftijd en een zekere mate van welstand; te na verwante familieleden worden in de Schepenbank niet toegelaten. Het volgend Jaar stelt Graaf Philips van Bourgondie bij privilege van 29 April den zuiveringseed voor de stedelijke regenten vast, den eed nl., dat zij "om den dienst van den selven gerechte niet gebeden en hebben noch doen bidden, daer up gelt geleent noch doen leenen, gelt, miede (geschenk) offt ghiffte dair omme gegeven noch doen geven groit noch cleyn, noch mit geenre weddinge off subtylheyt dair in gecoren en zijn, mair alleen dairtoe geboden bij ons off bij onsen Raide tot onser eere ende proffijt ende tot waelvaert van onsei voirscreven stede".
Mocht iemand blijken toch n van deze middelen tot zijn verkiezing te hebben aangewend, dan zullen Schepenbank en Vroedschap voortaan voor hem gesloten zijn, terwijl hij bovendien gerechtelijk vervolgd zal worden.

Volgens het handvest van 18 April 1479 moet de nominatie voor burgemeesters en schepenen 4 dagen vr Mei door de Vroedschap worden opgemaakt: een nieuwe schrede op den weg naar stedelijke autonomie.
De wijze van verkiezing, zooals die in dit privilege geregeld wordt, is te merkwaardig om er niet een oogenblik bij stil te staan. Waarschijnlijk leverde de oude regeling toch nog geen voldoende waarborg op tegen knoeierijen en was het daarom noodig alle omkooperij op af doende wijze tegen te gaan.

boonenzak

De Bonenzak van Rotterdam

De Vroedschap nl. zal "bij lotinge van de witte ende zwarte boenen" 7 personen uit haar midden aanwijzen, d. w. z. er zal rondgegaan worden met een zakje, waarin 33 witte en 7 zwarte boonen zijn; zij, die de zwarte boonen trekken, zullen de aldus door het blinde lot aangewezen kiezers zijn. Die 7 "sullen terstont opstaen endc sullen mit upgerichten vingeren lieflic sweren mit eenen vollen eede, dat si om lief noch om leet noch om haet noch om nijt noch om gheenrehande saken wille laten en sullen, sij en sullen terstont sonder vertreck (uitstel), sonder eten of drinken of yemendete spreken, kyesen achtien personen bij de meeste stemmen van hem zeven voirscreven, met dat sij d'een den anderen kyesen sullen, maer sullen anderen kyesen, van den notabelsten, eerbaersten ende vredelixten mannen, poorters der selver onser stede, out ende rijck genoech wesende . . . alsoe wel vuyten buyck van der stede als vuyten viertich voirscreven, en die die voirnoomde zeven personen bij hoerre consciencie ende eede duncken sullen eerbaerlicxt ende profijtehicxt te sijn omme ons ende onser voirscreven stede te dienen dat jaer doer"

Uit die voordracht moeten de graaf of zijn stadhouder 2 burgermeesters en 7 schepenen kiezen, met dien verstande, dat de keuze van de burgemeesters tot de leden van de zittende Vroedschap beperkt is. Binnen enkele dagen moet dan de uitslag in Rotterdam bekend ziin, opdat de nieuwe burgemeesters en schepenen op 1 Mei hun functie kunnen aanvaarden.

4 Jaar later wordt dit privilege door Maximiliaan als voogd over Philips den Schoone bevestigd; het aantal "boonheeren" wordt alleen van 7 op 5 terugbracht, terwijl voortaan de verkiezing 2 in plaats van 4 dagen voor Mei zal geschieden.

Rotterdam behoort sinds 1518 tot de steden, waar het de Vroedschap niet vrijstaat zich door middel van coptatie aan te vullen in geval van overlijden of ontslag van een medelid. Bij het ontstaan van een vacature moet ze binnen den tijd van zes weken een nominatie van drie personen opmaken en die den graaf of zijn stadhouder tot het doen van een keuze aanbieden.
Bij Octrooi van 13 Februari 1580 wordt deze gang van zaken bestendigd, zoodat sedertdien de prins van Oranje en bij diens afwezigheid, president en raden van Holland een keuze uit het aangeboden drietal doen.

Maar in 1615 wordt het oude recht van vrije benoeming, zooals dat door het privilege van 1436 aan de stad was gewaarborgd, hersteld.
Van de bevoegdheid, haar eigen leden te kiezen, kan de Vroedschap echter slechts korten tijd gebruik maken. 30 October 1618 ontslaat Maurits het heele college en benoemt zelf de nieuwe leden, waarvan zeven reeds in het afgezette zitting hebben gehad.

Als er in 1620 weet een vacature ontstaat, besluit de volgzame Vroedschap, vermoedelijk op instigatie van den ambitieusen stadssecretaris Cornelis Musch, die bij den prins in het gevlij wil komen, dezen een voordracht aan te bieden "in aanmerckinge van de overgroote diensten", door hem "aen de landen in 't gemeen ende aen onse stadt in 't bysonder beweesen ende omme (zijn) goede gunste ende genegentheit tot welstant van dese stadt te conserveeren ende hoe langs hoe meerder te verwecken ende vermeerderen".

Na den dood van Willem II treden de bepalingen van het octrooi van 1615 weer in werking. De Vroedschap had toen tevens de wijze van benoeming geregeld, alle leden waren gerechtigd, candidaten voor te dragen, voldeden deze aan de vereischten van verkiesbaarheid, werden ze m.a.w. "gequalificeerd" geoordeeld, dan schreef men hun namen op een bord. De vroedschappen moesten dan een voor een in de burgemeesterskamer komen en den naam van een der gequalificeerden op hun stembiljet invullen. Hij, die de meeste stemmen op zijn naam vereenigd bleek te hebben, werd als gekozen beschouwd.

In 1651 wordt deze procedure eenigszins gewijzigd. In plaats van de keuze door middel van gesloten stembriefjes komt dan het aanschrappen van den uitverkoren candidaat op het bord zelf, zoodat "die de meeste schreven sal hebben, wesen sal vroetschap der voorschreven stede"

De leden worden voor het leven aangesteld. Slechts in enkele gevallen, wegens hoogen leeftijd, vertrek uit de stad of om andere klemmende redenen wordt ontslag verleend.

Bovendien wordt bij politieke crises de Vroedschap geheel of gedeeltelijk afgezet. Gebeurt het een enkele maal, dat een lid insolvent wordt of zich op een of andere wijze misdraagt, dan stuurt men hem eenvoudig geen convocatie voor de vergaderingen meer of verklaart hem incapabel om lid te blijven van het stadsbestuur en beschikt over zijn zetel, alsof hij overleden of vertrokken was.

Gewoonlijk daags te voren, "met een overnachtsche weet", worden de vroedschappen door burgemeesteren schriftelijk ter vergadering opgeroepen. Soms wordt ook van te voren de datum voor de behandeling van een bepaalde kwestie vastgesteld. Staan er benoemingen tot ambten en bedieningen op de agenda, dan wordt dit steeds acht of veertien dagen vooraf bekend gemaakt. Vaste dagen zijn voor de vergaderingen niet aangewezen; meestal komt men alleen 's Maandags bijeen, soms ook wel twee- of driemaal per week.

De vergadering wordt geopend met een gebed, waarvan de secretaris het formulier voorleest. De leiding berust bij burgemeesteren. Leden, die geen burgemeester zijn, moeten met ongedekten hoofde aan de beraadslagingen deelnemen en stemmen. Voor het compareeren op de vergaderingen genieten zij een vergoeding, die oorspronkelijk in natura, later als presentiegeld uitgekeerd wordt.
Omgekeerd wordt aan de leden, die zonder geldig excuus afwezig blijven of te laat komen, boete opgelegd. Deze boete was in 1549 bepaald op een stuiver, doch wordt in den loop der jaren telkens verhoogd, in 1632 zelfs tot 24 st.: de opbrengst komt aan het Weeshuis ten goede.

De bode, die met het ophalen van de boeten belast is, heeft geen gemakkelijke taak, hoewel in 1632 besloten wordt, dat wie hem op zijn aanmaning niet betaalt, zijn stemrecht op de eerstvolgende vergaderingen verbeurt, zoolang hij in verzuim blijft.
Voldoende preventieve werking schijnt er van dit voorschrift niet uit te gaan, want in 1640 moet de Vroedschap nog eens uitdrukkelijk vaststellen, dat de in gebreke gestelde "nyet sal mogen stemmen ofte schrijven ofte andersints adviseren in de vergadering van de vroedschappen voor ende aleer deselve de verbeurde boete sal hebben betaelt".
Twee jaar later wordt de boete op twee gulden gefixeerd voor hen, die op "boondag" of in het begin van Mei, wanneer de stads-ambten worden vergeven, te laat komen.

Op dien "boondag" heeft de verkiezing van burgemeesteren en schepenen plaats. Het privilege van 1479 had haar op 27 April gesteld, doch sedert 1483 is het 29 April. Op dien dag wordt een kiescollege, aanvankelijk van zeven, later van vijf vroedschappen samengesteld door het trekken van witte en zwarte boonen uit een zak, waarin zich evenveel boonen bevinden als er vroedschappen aanwezig zijn. Deze door het lot aangewezen boonheeren moeten dan op staanden voet, "sonder eten of drinken of yemende te spreken", de dubbeltallen voor de nieuwe burgemeesters en schepenen opmaken, waaruit de stadhouder, of zoo die er niet is, de Vroedschap "bij blinde lootinge" de nieuwe functionarissen heeft te eligeeren.

Na afloop der verkiezing vereenigen de leden van de Vroedschap en de regeering zich aan een gemeenschappelijken maaltijd, het z.g. boonmaal; althans sedert 1623 is dit het geval, tenzij de tijdsomstandigheden het niet toelaten.

Op 1 Mei, den dag van hun ambtsaanvaarding, wordt den nieuwbenoemden burgemeesteren en schepenen tweerlei eed afgenomen, een eed van trouw en een zuiveringseed, bij dezen laatsten moeten zij zweren, hun ambt niet door omkooperij, in welken vorm ook, te hebben verkregen.

Het boonmaal werd meestal gehouden in de Doele :

Citaat uit ons Schuttersgilden verhaal :



Zoals gezegd heeft dit systeem geduurd tot de Franse tijd, in de onderstaande prent wordt voor het laatst gevierd d.m.v. verlichting dat het Oude Systeem weer ingevoerd is, na de vlucht van de patriotten

vroedschapherstel1788

1788

Het allerlaatste herstel van het oude Vroedschap systeem in Rotterdam

Tot slot:

In het onderstaande verhaal op onze site wordt uitgelegd hoe bijvoorbeeld een stad als Rotterdam, tot aan de Franse Tijd, aan haar geld kwam, kortom hoe werden tot aan de Franse Tijd in Nederland de financin geregeld:

De geschiedenis van het geld van Nederland






Klik hier voor de overige Rotterdamse geschiedenis verhalen op onze site,
een kleine selektie slechts....





Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

27 Oktober 2004