|
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
|---|
| Naar beneden |
|---|
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Dit epos over de Geschiedenis van Schotland is het populairste verhaal op deze Rotterdam site. Het samenstellen van dit epos over de Geschiedenis van Schotland heeft ca 2 maanden gekost en nog minimaal 1x per maand wordt er iets uit de Geschiedenis van Schotland toegevoegd, dus steeds worden er nieuwe feitjes en leuke anekdotes gevonden m.b.t. tot de Geschiedenis van Schotland met, op het eind van dit verhaal, de relatie tot Rotterdam.
Natuurlijk kunnen we niet alles vertellen over de Geschiedenis van Schotland, want er wordt al genoeg uit dit verhaal gekopieerd naar andere sites die het ook hebben over de Geschiedenis van Schotland. Ook worden op basis van dit verhaal over de Geschiedenis van Schotland veel werkstukken gemaakt over de Geschiedenis van Schotland en heel soms krijgen we daarvan bericht....
Via deze link kun je op de bovenste stadsplattegrond van Rotterdam op een aantal plaatsen iets ontdekken wat te maken heeft met Schotland.
Nu wil het toeval dat Schotland een van Aad's favoriete vakantielanden is, een prachtige natuur, wij hebben nooit last van regen, een heerlijke temperatuur om iets te doen en een fascinerende, maar tegelijk tragische geschiedenis. Op Aad's eigen site is hij er nooit aan toe gekomen om iets uit de losse pols over de Geschiedenis van Schotland te vertellen, dus is die stadsplattegrond van Rotterdam een mooi excuus.
Over een ding zullen we het echter maar heel kort hebben: vrijwel onbekend is dat vanuit het kleine Schotse eiland Iona ( ligt in het westen van Schotland in de Hebriden eilandengroep ) heel West-Europa gekerstend werd. Iona is het eerste Schotse eiland wat vanuit Ierland bij goed zicht te zien is en vanuit Ierland kwamen monniken en nonnen als Willibrord, Bonifacitius, Columba, Brigida etc naar Iona en dan verder West-Europa in.
Onder deze monniken leefde het ideaal van de peregrinatio, d.i. de leer van het rondtrekken in den vreemde.
Een van de eerste missionarissen was Wilfrid, we komen Wilfrid vooral tegen in Friesland, zo rond 679. Ook Wihtbert was rond 680 in Friesland werkzaam. Wilfrid had succes, Wihtbert niet..... Ook naar o.m. Friesland trekken Willibrord (690), Bonifacitius (716) en Willehad (770)
Patrick (390 - 460) is een apart verhaal: Patrick, afkomstig van de Engelse westkust, werd gevangen genomen door Ierse Zeerovers. Zes jaar verbleef St. Patrick, zo zullen we hem maar vast noemen, als slaaf in Ierland. Twintig jaar na zijn vrijlating keerde St. Patrick, waarschijnlijk via Iona, als Bisschop terug naar Ierland, waar St. Patrick heel wat Ieren bekeerde. Nog steeds is St. Patrick de beschermheilige van Ierland.
Iona, met een van de oudste Keltische kruizen in Europa :
St. Martin's Cross
Iona was tot ver in de 16e eeuw daarom een heilig eiland waar tot die tijd meer dan 60 Schotse, Ierse en Noorse Koningen werden begraven. Tot op de huidige dag kun je in Schotland de begrafenisroute volgen die toen werd afgelegd, bijvoorbeeld vanuit de oude Schotse hoofdstad Scone.
De naam Scone leeft voort in de bekende Scones die je nog steeds in ieder Brits restaurant kunt bestellen, samen met thee heet het dan Cream Tea.
Een aantal jaren geleden hebben de Engelsen de steen 'Scone' teruggeven aan de Schotten (hij ligt nu in the Castle of Edinburgh) waarop alle Schotse Koningen werden gekroond. De Engelse koning Edward I had hem opgeborgen onder zijn troon in de Westminster Abbey in Londen......
De troon van Edward I met daaronder de Stone of Scone
De Schotse Kroonjuwelen in Edinburgh Castle
vanaf 30 november 1996 verenigd met de Stone of Destiny
de Stone of Destiny was na precies 700 jaar weer terug in Schotland
op 30 november wordt trouwens in Schotland St. Andrews Day gevierd,
op 30 november dus gratis toegang tot o.m. Edinburgh Castle
De Stone of Destiny werd, aldus de overlevering, in 500 door Fergus Mor Mac naar Schotland gebracht. Kenneth MacAlpin bracht de Stone of Destiny over naar Scone voor zijn kroning tot Koning van Schotland in 843. Totdat in 1296 de Stone of Destiny door de Engelse Koning Edward I naar de Westminster Abbey werd gebracht, werden alle Schotse Koningen op deze Stone of Destiny gekroond. Pas in 1996 kregen de Schotten van de Engelsen hun Stone of Destiny terug. 1996 was ook het jaar waarin de Schotten weer een vorm van zelfbestuur kregen.....
We gaan verder met een kopie van Aad's eigen site :
Tijdens de 25-jarige bruiloft van Webmaster Aad (links) hadden we een Schotse party georganiseerd, kompleet met doedelzak muziek, vindt Aad heerlijke muziek, want de meeste liedjes hebben ook iets met de Schotse geschiedenis te maken.
Twee bekende Schotse melodieen zijn natuurlijk (helaas zijn het Midi geluidsfiles):
Scotland The Brave (ja, dit is een link....)
(5K .MID file)
Het onofficiele Schotse volkslied, iedere Schotse gathering begint en eindigt hiermee. De absolute top is natuurlijk de jaarlijkse tattoo in Edinburgh, als ze dan met deze muziek weglopen............ ook op de jaarlijkse Trouping The Colour, in Juni in Londen, klinkt dit lied.....
Ergens onderaan ons verhaal de bladmuziek en de tekst van Scotland The Brave...
Skye Boat Song(ja, dit is een link....)
(5K .MID file)
Het lied over Flora MacDonald, de vrouw die Bonnie Prince Charlie hielp vluchten naar het eiland Skye. Toen Flora MacDonald, na haar emigratie naar North Carolina, terugkwam naar Schotland en kort erna overleed, kwam heel Schotland op Flora MacDonald's begrafenis en toen werd voor het eerst deze melodie gespeeld. Meer over Flora MacDonald verderop in dit verhaal.
Bonnie Prince Charlie maakt kennis met Flora MacDonald
volgens de overlevering waren ze verliefd, vandaar de Skye Boat Song
Voor we verder gaan een aantal Schotse wetenswaardigheden toegelicht :
- In het Gaelic betekent Clan kinderen, de vader van de Clan werd de Chief(tain) genoemd. Hij was een echte feodale Vader, Zijn Wil was altijd Wet, had hij ruzie, dan had zijn hele Clan ruzie, maar zijn vee was ook het vee van zijn kinderen. Het Clan systeem kun je een beetje vergelijken met de gezagsverhoudingen binnen een Indiaanse stam.
Verderop in ons verhaal meer details over het Clan systeem
- Schotland bestond eigenlijk uit drie delen : de Highlands in het (Noord) Westen, de Lowlands ten Zuiden van Glasgow en Edinburgh en de Royal Burghs. De middeleeuwse Schotse koningen hadden geen vaste standplaats, maar trokken van Burgh naar Burgh.
- De Highlands hoorden qua Leenheer oorspronkelijk bij de Noormannen in het huidige Denemarken en Noorwegen. De Chieftains waren zeer zelfstandige Leenmannen van de Noorse Kroon, de machtigste Leenmannen noemden zich zelfs Lords of the Isles. Pas na diverse huwelijken tussen het Schotse en Noorse koningshuis werden de Highlanders geacht de Schotse Koning als hun Leenheer te beschouwen.
De Shetland en Orkney eilanden ten Noorden van Schotland werden als bruidsschat overgedaan aan de Schotse Koning James III bij zijn huwelijk met de Noorse Margaret.
De huidige kroonprins van Groot-Brittannië heeft niet alleen de titel Prins of Wales, maar ook nog steeds de titel Lord of the Isles
- In 1494 bezocht een zwaar bewapende James IV , die zich eerst het Gaelic had aangeleerd, zijn nieuwe leenmannen, w.o. de Lords of the Isles. Het lukte hem om een aantal zonen van sommige Chieftains mee te krijgen voor een opleiding in de welvarende Lowlands.
Een meereizende adviseur van James IV schreef in zijn verslag :They spend all their time in wars, and when there is no war they fight one another
Pas onder James VI & I, dus in de 17e eeuw, erkenden de Chieftains de Schotse Koning als hun Koning, tot die tijd sloten zij zelfstandig verdragen met bijvoorbeeld de Engelse Koning, waardoor sommige Chieftains grote estates cadeau kregen in Engeland...... Sommigen Chieftains waren daardoor soms loyaler aan Londen dan aan Edinburgh, inklusief zijn hele Clan.
Direct na 1746 kwam er een definitief einde aan het feodale Highland, w.o. het recht op het dragen van wapens.
- Een meer heet in het Schots een Loch
- Een vallei heet in het Schots een Glen
- Een berg heet in het Schots een Ben
- De top van de berg heet in het Schots de Pap
- Alle bergen boven 3000 feet (914m) worden een Munro genoemd, naar Sir Hugh Munro, die in 1891 begon met z'n lijstje bergen hoger dan 3000 feet, er zijn nu al bijna 300 Munro's.....
Een berg tussen de 2500 feet (762m) en de 3000 feet wordt Corbett genoemd, er zijn nu al meer dan 200 Corbett's.....
Bergen tussen de 2000 en 2500 feet worden Grahams genoemd, ook van de Grahams zijn er ruim 200.....
- Een kerk wordt een kirk genoemd
- Iemand wordt Bonnie genoemd, niet alleen als hij er knap uitziet, maar ook beschikt over overredingskracht en charisma en dus zullen we een aantal Bonnie's leren kennen.....
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Maar eerst nog wat meer over de organisatie van een Schotse clan, een onlosmakelijk onderdeel van de geschiedenis van Schotland. Zonder deze achtergrond te kennen is je kennis over de geschiedenis van Schotland een beetje incompleet...
Om te beginnen: in Schotland werd geleefd volgens een oud Keltisch recht, The Law of Gavel. De grond waar op men leefde, behoorde toe aan de clan en het hoofd van de clan mocht er wel over beschikken en in stukken verdelen onder de leden van de clan. Iedereen had dus alleen recht op gebruik van de grond, en had dus niets in eigendom. Alles wat men had, was dus gemeenschappelijk.
Elke clan stond onder een chief en was verdeeld in een willekeurig aantal takken van de hoofdstam, die onder chieftains stonden.
Elke chieftain behoorde gewoonlijk tot een jongere tak van het geslacht van de chief. In dit clanverband werden de onderlinge verhoudingen allereerst bepaald door een ongeschreven erecode, waaraan ieder, die zich respecteerde, zich hield.
Deze erecode hield allereerst in, dat men de hoogste verering koesterde voor de chief en hem blindelings gehoorzaamde, zelfs al zou men daardoor in conflict komen met de koning, met de wetten van het land, ja zelfs met de Wet van God.
In de tweede plaats hield deze erecode in: gehechtheid aan de leden van de eigen tak alsof zij tot het eigen gezin behoorden; en in de derde plaats: een sterk gevoel van verbondenheid met de overige clangenoten.
Iemand die in moeilijkheden raakte met leden van een andere clan, kon onvoorwaardelijk op de hulp van zijn eigen clan rekenen, onverschillig of hij het recht aan zijn zijde had of niet.
Ook voelden alle Hooglanders zich nauw aan elkander verbonden tegenover de bevolking van de Laaglanden, die zij als minder dapper beschouwden en voor wie zij dan ook een zekere minachting koesterden. Zij achtten zich gerechtigd de Laaglanders te plunderen wanneer zich maar een gelegenheid voordeed. Deze mening berustte op de overlevering dat in vroeger tijden de Laaglanden tot de bezittingen van de voorouders zouden hebben behoord. Nu was dit laatste inderdaad, althans gedeeltelijk, het geval, maar het werd aangegrepen als voorwendsel om uit de vruchtbare laaglanden van tijd tot tijd te roven wat de minder productieve hooglanden niet opleverden.
De chief werd gekozen (tanistry!), maar in feite was erfopvolging regel, al bleef men hieraan de vorm van keuze geven. Slechts in enkele, zeldzame gevallen werd een ander gekozen dan de eerste in aanmerking komende erfgenaam.
De macht van de chief was groot, want binnen het gebied van zijn clan - dat tevens het gebied van zijn jurisdictie was, bijna onafhankelijk van de kroon - kon hij nagenoeg zonder uitzondering, ten alle tijde volkomen verzekerd zijn van de meest loyale steun van zijn clan. Hij besliste in alle belangrijke geschillen over zijn clangenoten, waarbij de rechtspraak over delicten, althans over lichtere delicten, werd overgelaten aan de speciale rechter van de clan, de 'brieve', over wie hierna een korte toelichting volgt.
De chief hief belastingen, wanneer hij middelen nodig had. In de eerste plaats werden deze geheven om het hem mogelijk te maken een staat te voeren overeenkomstig zijn hoge positie. De verering voor de chief was zo groot, dat er voor zijn clangenoten meer aan gelegen was dat hun chief in niets bij naburige chiefs ten achter zou staan dan dat hun eigen bezit verminderde. Voorts mocht hij belastingen heffen bij bijzondere gebeurtenissen, zoals bij het huwelijk van een van zijn kinderen of bij de bouw van een woning voor een van hen.
De macht van de chief was niet gegrond op de hoedanigheid van grootgrondbezitter, aan wie men leenhulde of pacht of rente schuldig is, maar uitsluitend op zijn afstamming, in de mannelijke lijn, van de aloude patriarchen. In die tijden was dan ook de genealogie een zaak van zeer grote betekenis, zowel voor de naaste bloedverwanten van de chief als voor hen die in een meer verwijderde graad van verwantschap tot hem stonden. Allen ontleenden hun rechten aan de gemeenschappelijke stamvader, die als de eerste chief van de clan was opgetreden. Hun relatie tot hem, en door hem weer tot elkaar, bepaalde hun positie bij de mogelijke opvolging en tevens hun plaats bij de toewijzing van grondgebied.
In een dergelijke samenleving vervulde de stamboom uiteraard een gewichtige rol. Deze werd bijgehouden door een kroniekschrijver, 'seanachaidh' genoemd, die tot het naaste gevolg van de chief behoorde en tevens bij voorkomende gelegenheden optrad als feestredenaar, als ceremoniemeester en als bewaker van de rechten van de leden van het Huis van de Chief.
Maar naast deze vorm van genealogie deed zich het verschijnsel voor, dat vrijwel iedere hooglander tot vier en meer generaties terug de familierelaties van zichzelf en van vele clangenoten uit het hoofd kende. Menige vreemdeling heeft zich wel eens verwonderd over deze 'geboren genealogen'. Maar in de clans, waar het genealogisch verband zo'n overwegende rol speelde, waar - althans vóór het jaar 1500 - slechts zeer weinigen konden lezen en waar nagenoeg allen of in het geheel geen achternaam of dezelfde achternaam als de chief droegen, was genealogische kennis onmisbaar; meer nuttig en nodig zelfs dan kennis van de landswetten. Want de koning woonde ver weg en zijn arm schoot dikwijls tekort, maar het gezag van de chief gold onvoorwaardelijk en nalatigheid ten aanzien van de erecode kon niet worden getolereerd.
Het clangebied was dus in menig opzicht feitelijk een onafhankelijk staatje, geregeerd door de chief. Absolute macht had hij evenwel niet, omdat hij in zaken van gewicht verplicht was overleg te plegen met de vooraanstaande leden van zijn clan. In vredestijd was hij de wetgever en tevens dikwijls de rechter, in oorlogstijd de aanvoerder. Hij had het bestuur over het clangebied, maar was tevens gehouden de grond zodanig te verdelen, dat ieder, naar gelang van zijn positie in het clanverband, de beschikking over een groter of kleiner terrein kreeg om in zijn levensonderhoud te voorzien en dat ook de geringste onder de leden van de clan daarin deelde.
Een verhouding als van leenheer en leenman, een eigenschap van het feodale stelsel, kwam dus in het clanverband niet voor, althans aanvankelijk niet. Wel vinden we in later tijd dergelijke verhoudingen in de Hooglanden wanneer ook daar het leenstelsel ten slotte vaste voet heeft gekregen. Maar in de middeleeuwen leefde men in een Schotse Hoogland-clan nog onder het patriarchale bewind van de chief, dat meer gegrond was op traditie en algemeen goedvinden dan op wettelijke reglementering.
Op de chief volgde in rang de tanist, dat is hij die de chief zou kunnen opvolgen volgens de Law of Tanistry. Hij werd gekozen tijdens het leven van de chief en zijn speciale taak bestond erin om toe te zien, dat het clangebied intact bleef voor de leden van de clan en hun nakomelingen.
Op de tanist volgden de naaste bloedverwanten van de chief, die echter geen voorgeschreven taak hadden.
Daarna kwamen de chieftains, de hoofden van de jongere stammen die uit het Huis van de chief ontstaan waren. Het hoofd van de oudste stam was de voornaamste chieftain. Hij werd 'toisech' genoemd en stond in rang gelijk met de tanist; niet zelden kwam het voor dat tanist en toisech een en dezelfde persoon waren. De toisech commandeerde in oorlogstijd de voorhoede tijdens de mars en de rechtervleugel tijdens het gevecht als de chief zelf aanwezig was. Was de chief afwezig, dan commandeerde de toisech de gehele clan. Een andere taak die op hem rustte, bestond uit het innen van de inkomsten van de chief.
Na de chieftains volgden de edelen van de clan, die de enige stand vormden tussen de chief en het eigenlijke clanvolk. Deze edelen behoorden ook tot de jongere takken van het Huis van de chief en konden, zonder uitzondering, hun afstamming uit diens geslacht nauwkeurig aantonen.
Daarna volgde het eigenlijke clanvolk. Zij die hiertoe behoorden, droegen aanvankelijk geen achternaam maar plaatsten achter hun voornaam de namen van een of meer voorouders, b.v. Neil Mac Angus Mac William Mac lan, d.w.z. Neil, zoon van Angus, de zoon van Willem, de zoon van Jan. Al vrij snel ging men er toe over de familienaam van de chief te voeren, zodat van de zeventiende eeuw af vrijwel de gehele clan dezelfde achternaam droeg.
Tenslotte volgden zij, die geen leden van de clan waren, maar die zich onder de chief hadden gesteld als zijn volgelingen en van hem afhankelijk waren. Zij droegen niet dezelfde naam en behoorden niet tot dezelfde stam, maar waren hetzij afstammelingen van nog vroegere bezitters van het grondgebied hetzij uitgestotenen uit andere clans (de zogenaamde 'broken Men').
De inauguratie van de chief was altijd een grote plechtigheid, waaraan zoveel mogelijk door alle leden van de clan werd deelgenomen. Op een daarvoor bestemde plaats, bij een heuvel waarop een grote steen lag, verenigde men zich. De nieuwe chief ging nu op deze steen staan en zwoer al de oude gebruiken ongeschonden te zullen handhaven, waarna hij een zwaard en een witte staf ontving. Vervolgens trad de 'seanachaidh', de historicus en redenaar verbonden aan het Huis van de chief, naar voren, deed melding van de rij van voorouders van de chief, somde hun daden op en spoorde de chief aan hun eervol voorbeeld op waardige wijze te volgen. Daarop besloot de chief met een rede, meestal, in overleg met de chief, door de seanachaidh voor hem opgesteld.
De tanist werd op dezelfde wijze geïnstalleerd als de chief, maar stond naast de steen en zette er één voet op.
De rechtspraak, voor zover het de lichtere delicten betrof, was in handen van een 'breitheamb' of 'brieve', een rechter die recht sprak volgens de zeer oude Brehon Law. Het grondbeginsel van deze primitieve rechtsregel schijnt eerder geweest te zijn het herstellen van berokkend nadeel dan het voorkomen van misdrijf. Op elke vorm van misdrijf stond een bepaalde boete. Het ambt van brieve was gewoonlijk erfelijk en de rechter ontving, naast een zeker gedeelte van de door hem opgelegde boete, een stuk bouwland voor zijn onderhoud.
De militaire organisatie was gebaseerd op het beginsel, dat elke gezonde man soldaat was. De chief voerde (indien hij daarvoor oud genoeg was) het bevel. In latere tijden ontstonden er militaire rangen: de chief was kolonel, de toisech luitenant-kolonel en degeen die op hem volgde was majoor; elke compagnie had een of twee kapiteins, twee luitenants en twee vaandrigs.
De voorste linie in de strijd werd meestal bezet door de leden van de voornaamste families, die allen voorzien waren van kleine ronde schilden en beter bewapend waren dan de minder gegoeden. Deze laatsten vormden de achterste gelederen maar streden, dat spreekt vanzelf, in het voorste gelid mee zodra hier plaatsen waren opengevallen.
Gedurende de strijd leverde elke compagnie twee van de beste mannen als lijfwachten voor de chief. Daarvoor werden steeds personen aangewezen die in een nauwe graad van bloedverwantschap tot elkaar stonden, b.v. vader en zoon of twee broers. De chief stelde zich op in het midden, naast de standaard, en stond tussen twee van zijn broers, neven of andere verwanten. De gewone soldaten werden ook bij voorkeur zodanig opgesteld, dat vader, zoon en broer naast elkander streden.
Elk hoofd van een aanzienlijke familie was aanvoerder van zijn eigen contingent troepen.
Reeds in vroege tijden kende men voor elke clan bepaalde onderscheidingstekenen. Behalve de strijdkreet, de 'slogan', die uiteraard een specifiek militair doel had, bezat de Hooglander nog twee distinctieven en wel de 'badge' en de 'tartan'.
Als badge gebruikte men een klein takje van een plant of van een boom die veel voorkwam in het gebied van de clan, dat dan werd gedragen in de rand van de muts, op de schouder of in een knoopsgat. De tartan is een wollen weefsel met een geruit patroon, dat nauwkeurig voor elke clan is vastgesteld. Van deze stof droeg de Hooglander zijn rok (de kilt) en zijn plaid (afhangend van de linkerschouder). Hierdoor kon men, bij voldoende kennis van de verschillende tartans, meteen de clan herkennen waartoe een Schotse Hooglander behoorde. Tot op de huidige dag........
Verderop in ons verhaal over de Geschiedenis van Schotland wordt de beroemde Slag bij Bannockburn beschreven, waar voor het eerst een lijst werd opgesteld van de verschillende Schotse clans die aan de Slag bij Bannockburn hadden deelgenomen:
De 21 clans, die op 17 juni 1314 bij Bannockburn o.l.v. Robert The Bruce hebben gevochten, waren: Cameron, Campbell, Drummond, Fraser, Grant, MacDonald, MacFarlane, MacGregor, Mackay, Mackenzie, Macintosh, MacLean, Macpherson, Macquarrie, Menzies, Munro, Robertson, Ross, Sinclair, Stewart en Sutherland.
Al deze clans namen bestaan dus nog steeds...
Historisch Nieuwsblad - 3 nummers voor EUR 9.00
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
AANBEVOLEN
Op zoek naar boeken over Schotland?
Klik dan op deze link
Zoek je iets anders dan Schotland?
Kan ook:
Terug naar de Bonnies in de geschiedenis van Schotland. De allergrootste Bonnie in de geschiedenis van Schotland was natuurlijk Bonnie Prince Charlie:
Bonnie Prince Charlie, 1745
the Popish Italian Prince
de man links is de beroemde Gentle Lochiel of Cameron, ben ik ooit aan begonnen om een biografie over te schrijven
Kleine samenvatting over Bonnie Prince Charlie:
Prins Charles Edward Stuart, beter bekend onder de naamBonnie Prince Charlie
( op z'n Schots : Bonnie Prins' Cherli )
landde op de Schotse westkust en trok samen met 5000 Highlanders op naar Londen. King George II van Hanover had zijn koffers al ingepakt. Bij Derby (ca 150km van Londen) keerden de Schotten om en werden uiteindelijk op 16 april 1746 bij Culloden vernietigend verslagen.
De broer van de kroonprins (the Duke of Cumberland met later de bijnaam The Butcher) was bevelhebber van het leger dat de Schotten versloeg en hij nam vreselijk wraak. Onschuldige mensen werden vermoord, anderen zonder pardon verscheept naar de kolonien. Na 100 jaar waren de Schotse Highlands ontvolkt, ook omdat de eigen Chiefs ontdekten dat het land beter door schapen dan mensen bevolkt kon worden.
Over Bonnie Prince Charlie zijn echt boekenkasten vol geschreven en het heeft heel veel geromantiseerde liedjes opgeleverd, luister maar eens naar dit mooie lied over Bonnie Prins' Cherli.
Klik hier als je wilt genieten van dat heerlijke Schots....
Als wij wel eens naar de BBC kijken, hoor ik het meteen : een Schot........ en dan denken we aan vakantie......... en aan de Schotse Geschiedenis.
Nu we het toch over muziek hebben, Aad is ook even in zijn muzikale Schotse archief gedoken en heeft deze prachtige Real Audio ouverture uitgekozen om te laten horen.
Klik hier als je 3 minuten wilt genieten van de HIGHLAND CATHEDRAL ouverture
Bij Aad lopen nu de rillingen over de rug, oh wat mooi..........
En nu begint het geschiedenis van Schotland verhaal speciaal geschreven voor onze Rotterdam site :
Nicht Marieke, ook een Schotland fan, heeft eens uitgezocht wat de achtergrond was van dit fraaie HIGHLAND CATHEDRAL:
Tot verbazing van velen is de Highland Cathedral gezamenlijk geschreven en uitgegeven in 1982 door de Duitse componisten Michael Korb en Ueli Roever.
Korb heeft gezegd, dat de titel door hen was gekozen, omdat hij zo veel van Schotland houdt en Schotland zulke majestueuse landschappen heeft.
Korb studeerde bagpipes bij de pipe major van een Schots regiment in Berlijn en later bij piping master Paddy Atkinson in Edinburgh.
Sindsdien zijn verscheidene arrangementen geschreven en ook lyrics, in het Engels en in het Duits.
Er zijn ook stemmen opgegaan om dit het nationale lied van Schotland te maken, maar met welke lyrics .....
Voor meer informatie:
http://www.highlandcathedral.de
Iedereen heeft wel eens gehoord van de Chinese Muur, maar wist je dat de Romeinen er ook een hebben gebouwd, in wat nu heet Noord-Engeland? Het was hun niet gelukt om de Picten en de Scoten in, wat de Romeinen noemden Caledonia, te onderwerpen en dus liet Keizer Hadrianus een strategische muur bouwen om die wilde stammen buiten zijn Brittannica te houden, wat goed is gelukt trouwens, beter dan bij de Chinese Muur waar bijvoorbeeld Djenghis Khan en zijn Mongolen gewoon omheen trokken.
De Romeinen hebben het gebied wat wij nu kennen als Schotland dus Caledonia genoemd, in het Gaelic Alba of Alban.
Een van de stammen die zich met veel succes tegen de Romeinen verzetten, werden door de Romeinen Picten genoemd, omdat de krijgers zich beschilderden, in het Latijn painted met Picti....
Met de naam Scotia werd oorspronkelijk Ierland bedoeld. De Christelijke Scoten of later genoemd de Schotten kwamen dus vanuit Ierland naar de streek Argyll en de Hebriden. Ten oosten en ten noorden van de Scoten woonden de Picten. Ten zuiden van de rivier de Forth woonden de Angelen, nog zuidelijker de Britons oftewel de Britten:Van Geoffrey van Monmouth en zijn Historia Regum Brittanniae oftewel de geschiedenis van de Britse Koningen terug naar de historische werkelijkheid:
De geschiedenis van de Britse Koningen werd al in de 12e eeuw beschreven door Geoffrey van Monmouth in zijn boek Historia Regum Brittanniae oftewel de geschiedenis van de Britse Koningen, nog steeds een standaardwerk, al wordt er wel vanuit gegaan dat het merendeel om legendes gaat.
Geoffrey van Monmouth ???
Auteur van Historia Regum Brittanniae oftewel de geschiedenis van de Britse Koningen
of het allemaal echt zo gebeurd is, wordt sterk betwijfeld, maar dat heb je altijd met legendes
Geoffrey van Monmouth verhaalt dat de Britten oorspronkelijk uit niet minder dan Troje kwamen. Vluchtelingen uit Troje stichtten in Italië de stad Alba en daar werd een, laten we maar zeggen, Prins geboren, Brutus. En deze Brutus kwam uiteindelijk op een eiland terecht dat vanouds Albion heette. Brutus noemde het eiland naar zichzelf: Brittannië en de taal die Brutus en de zijnen spraken, Trojaans, werd uiteindelijk Brits genoemd.
Brutus was degene die aan de Theems een stad stichtte die Nieuw-Troje werd genoemd, later verbasterd tot Trinovantum. Trinovantum kennen wij nu als, inderdaad, Londen.
De drie zonen van Brutus verdeelden het land in drieën, Kambria, het huidige Wales, Albania, het latere Schotland en Loegria, het latere Engeland zonder Cornwall.
Nu we het toch over namen hebben:
- Albania is dus de oude naam voor Schotland.
- De barbaarse verzamelnaam voor Picten, Hunnen en Saksen luidt Ambronen
- De hier van afgeleide Armoricaanse Britten kennen wij nu als de inwoners van het Franse Bretagne
- Bretagne wordt dus ook wel Klein-Brittannië genoemd, ter onderscheiding van Groot-Brittannië
- Neustrië was de oude Britse naam voor Normandië, het land van Willem de Veroveraar, we komen hem natuurlijk nog een keer tegen
- De Vlamingen werden door de Britten Ruteniërs genoemd, omdat zij hen vergeleken met de Rutuliërs die ze kenden uit Italië
- Noord-Wales werd door de Britten Venedotia genoemd
- Het huidige St. Albans, vlakbij Londen, werd in de tijd van de Britten, Verolamium genoemd.
Waarom deze opsomming die nog veel langer gemaakt kan worden: de Latijns / Griekse invloed van de uit Troje afkomstige Britten....
Op een dag landde de Pictische koning Sodric met een groot leger, waarschijnlijk afkomstig uit het land van de Scyten (in de buurt van de Zwarte Zee...) in het noorden van Albania. De Britse Koning Marius versloeg Sodric, maar het restant van het leger van Sodric mocht in het uiterste noorden van Albania blijven wonen, in een streek die we nu kennen als Caithness, een toen door niemand bewoond en bewerkt gebied.
Uiteraard bestond het ex-leger van Sodric uit mannen die al snel aan Marius toestemming vroegen om met Britse vrouwen te mogen trouwen en die toestemming kregen ze dus niet. Marius vond die woeste Picten ver beneden de Britse Stand. Maar Marius gaf wel toestemming dat de Picten vrouwen mochten gaan halen, zo ging dat toen, uit Ierland en de nakomelingen van de Picten en hun Ierse vrouwen werden later Scoten genoemd.
Door de onherbergzaamheid van het land van de Picten en de Scoten werd het al snel een toevluchtsoord voor allerlei voor de Britten vijandige volken, zoals de Ieren, Denen, Noren en Saksen.
En nog een keer zou een Britse Koning een vreemd volk in zijn land toestemming geven om zich in Brittannië te vestigen. Op een dag landde in Kent een schip uit het niet-christelijke Saksen met aan boord o.m. de legendarische broers Hors en Hengist. De Britse Christelijke Koning Vortigern werd verteld dat zij inderdaad uit Germania kwamen op zoek naar land, want in hun eigen land was geen plaats meer.
Vortigern gaf toestemming mits Hors en Hengist hem hielpen in zijn strijd tegen de Picten, al was Vortigern wel bedroefd dat zijn nieuwe bondgenoten niet in God geloofden, maar God had deze ongelovigen blijkbaar wel naar hem gestuurd om te helpen zijn vijanden te weerstaan.
De beslissing van Vortigern om Saksen toe te laten in Brittannië was het begin van het einde van de alleenheerschappij van de Britten over Brittannië......
En waar mochten de Saksen gaan wonen: in het huidige noorden van Engeland, als buffer tegen die wilde noordelijke stammen. Vortigern gaf zelfs toestemming dat er meer Saksische krijgers mochten overkomen en zo bouwden Horst en Hengist hun Saksische nederzettingen uit. De gewone Britten waarschuwden Vortigern voor de gevolgen, toen Vortigern weigerde om de import van nog meer Saksische krijgers tegen te gaan, brak er zelfs een opstand uit o.l.v. de zoon van Vortigern, Vortimer.....
Vortigern kwam nog meer in de macht van de Saksen toen bleek dat Hengist uit Germania zijn knappe dochter Renwein had laten overkomen. Uiteraard moest en zou Vortigern met de heidense Renwein trouwen, als bruidsschat vroeg en kreeg Hengist het gebied wat wij nu kennen als Kent. Tijdens de opstand van de kroonprins liet de aanvankelijk naar Saksen gevluchte Hengist 30.000 Saksische krijgers overkomen. Vortigern won de oorlog tegen zijn gedode zoon, dankzij de Saksische krijgers die natuurlijk niet meer vertrokken.
De genadeslag voor de Britten kwam met een pestepidemie die elf jaar duurde, iedereen, ook de Saksen, vluchtten weg van het eiland. De laatste Britten trokken zich terug in Wales, waar zij nu nog steeds zouden wonen gelet op de zeer bijzondere unieke taal die daar nog steeds wordt gesproken. Vanaf die tijd werden de Britten Welsh genoemd, naar de laatste Britse Koning Walo en / of Koningin Walaes. Volgens anderen stamt het woord Wales af van het Saksische 'vealh' dat vreemd betekent, sommige inwoners van Wales worden hier nog steeds emotioneel over.
Na de pestepidemie kwamen de Saksen uiteraard weer terug, maar nu massaal en bevolkten het lege land tot aan de grens van Schotland.
Volgens een Welshe profetie zouden op een dag de Saksen weer worden verdreven door een gezamenlijk Brits leger uit Wales, Ierland, Schotland, Bretagne en Cornwall. Het is er nooit meer van gekomen, al beweren sommigen dat Willem de Veroveraar in 1066 de profetie in vervulling liet gaan......
Tot slot nog een paar historisch wel verantwoordde feiten:
- Brittannië werd in het jaar 43 door de Romeinse Keizer Claudius veroverd. Claudius' legercommandant was de latere Keizer Vespasianus
- Keizer Constantijn de Grote werd in 274 in Brittannië geboren en trok vanuit Brittannië met een groot leger naar Rome en versloeg buiten Rome zijn rivaal Maxentius. In 312 werd Constantijn Keizer van het Romeinse Rijk.
- Magnus Maximus versloeg in 382 de Picten en de Schoten en werd door zijn eigen troepen in 383 uitgeroepen tot Keizer. Prompt vertrok Magnus Maximus met zijn leger naar Rome, waardoor Brittannië onverdedigd achterbleef, met alle gevolgen van dien......
- Keizer Hadrianus bouwde vanaf 122 aan zijn beroemde Muur in het noorden van Engeland, vervolmaakt door Keizer Severus in 208. Het jaar daarop stierf Severus in York.
Rond 150 liet Keizer Antoninus Pius nog een extra aarden wal met gracht opwerpen, 100 km ten noorden van Hadrians Wall. En dat allemaal om het Romeinse Brittannia te beschermen tegen de Picten en de Scoten.
Al zijn er ook theorieën dat de Romeinen Schotland helemaal niet interessant genoeg vonden om te veroveren en Hadrians Wall gewoon de grens was, net als de (nu oude) Rijn in Nederland de noordgrens vormde, ook voor de Friezen, zullen we ze maar voor het gemak noemen, hadden de Romeinen immers geen belangstelling- De Noormannen maakten een eind aan het overwicht van de Saksen. Op het eind van de 9e eeuw veroverden de Denen het Oosten van Engeland, Danelaw. De beroemde Deense Koning Knoet de Grote regeerde van 1016 tot 1035 over zowel Engeland, Denemarken en Noorwegen.
- Waarom kwam Willem de Veroveraar in 1066 vanuit Normandië naar Engeland? Na de dood van de Angelsaksische Koning Edward de Belijder zou Willem hem hebben mogen opvolgen. Willem was beledigd dat men zich niet aan deze afspraak hield en kwam dus zijn gelijk halen.
- In 596 kwam St. Augustinus de Angelen kerstenen. De ondergang van de Britten werd toegeschreven aan het feit dat de Christelijke Britten de Heidense Saksen nooit hadden bekeerd.
De Christelijke Schotten en Britten slaagden er, samengevat, uiteindelijk in de Angelen en de Picten te overheersen.
In 843 werd Kenneth MacAlpin, Koning van de Schotten, ook Koning van de Picten. In 1018 werd het gebied van de Angelen ingelijfd door Malcolm II. De vier stammen (Schotten, Picten, Angelen en Britten) werden uiteindelijk verenigd door Duncan I en deze Duncan werd ooit uitgedaagd door de door Shakespeare beroemd geworden Macbeth...
En zo is een stukje geschiedenis van Schotland beroemd geworden, zonder dat veel mensen weten, dat het iets met de geschiedenis van Schotland te maken heeft....
In 1066 werd het huidige Zuid Engeland veroverd door Willem de Veroveraar, de laatst geslaagde invasie vanuit overzee, gevolgd door de beroemde Slag bij Hastings. Langzaam werd het hele land door de Normandiers veroverd, vanuit deze periode weten we van gevechten tussen, laten we ze maar meteen noemen, de Engelsen (Angelsaksen werden ze toen genoemd) en de Schotten.
Een historisch feit is dat de Engelsen meer keren delen van het huidige Schotland veroverden dan andersom. De strijd van William Wallace (met zijn monument bij Stirling, hij hield in zijn eentje een heel Engels leger tegen op een strategische brug...) en Robert The Bruce (nog steeds roepen Schotse voetbalsupporters Bruce, Bruce, Bruce als de Engelsen gaan verliezen.....) is nu ook bij het grote niet-Schotse publiek bekend geworden door de Holywood film Braveheard, een uiteraard geromantiseerd epos, maar met een grote kern van waarheid.
De Anglo-Normaanse Robert The Bruce (dus absoluut niet van Schotse afkomst) was jarenlang zeer loyaal aan de Engelse koning Edward I. Er zijn boeken vol geschreven over zijn ommekeer, nadat hij de Engelsen had verjaagd, kroonde hij zichzelf tot Koning Robert I. Een dochter van Robert I trouwde met iemand die de naam droeg Stewart, de zoon uit dit huwelijk wordt de eerste Stewart koning genoemd, Robert II.
David II was de zoon van Robert I The Bruce. David II had zelf geen kinderen, maar zijn twee getrouwde zusters wel. De oudste was zijn halfzuster, Marjory Bruce, de andere zijn eigen zuster, Margaret Bruce. Marjory had hij nooit gekend, want Marjory, geboren uit het eerste huwelijk van Robert The Bruce met de dochter van Lord Mar, was in 1315 overleden kort na de geboorte van haar zoon Robert, terwijl David pas in 1324 was geboren uit het tweede huwelijk van zijn vader, met Elizabeth de Burgh, dochter van de graaf van Ulster.
Marjory Bruce was getrouwd geweest met Walter Fitzalan, die de functie van High Stewart of Scotland bekleedde; hun zoon was Robert Fitzalan die zijn vader in diens functie opvolgde en als zodanig bekend stond als Robert the Stewart of, kortweg, Robert II Stewart.
Vanaf 1371 worden de Schotten dus geregeerd door de Stewarts oftewel de Stuarts. Volgens de Engelsen werden de Stuarts verdreven door onze Willem III, zo rond 1690, volgens "de" Schotten was het pas definitief afgelopen met de Stuarts in 1746.
Maar we gaan nog even terug naar William Wallace en Robert the Bruce en het strategisch gelegen Stirling Castle.
Ook nog dit over de naam Stewart. Een Stewart is nog steeds een hofmeester, rentmeester, orde commissaris bij voetbalwedstrijden, een vrouwelijke Stewart wordt Stewardess genoemd, we komen haar tegen in o.m. vliegtuigen. In Schotland had de Stewart aan het hof veel macht en een van de Middeleeuwse High Stewart of Scotland trouwde dus met de dochter van Robert the Bruce.
In ons verhaal kun je verderop het volgende lezen:In 1603 overleed de ongehuwde protestante Elisabeth I en Koning James VI van Schotland eiste met succes ook de Engelse troon op, hij werd vanaf die tijd James I en VI genoemd, het begin van de Engels / Schotse Union of the Crowns.(1607)
Tot 1607 worden de Schotse Koningen Stewarts genoemd en noemden zij zich ook zo, na 1607 werd de naam Stewart verbasterd tot het meer Engelse Stuart. Koning James VI wordt de laatste Stewart Koning van Schotland en de eerste Stuart Koning van Engeland en Schotland genoemd.
Stirling Castle ligt op een strategische rots waarlangs vroeger slechts een van de weinig begaanbare wegen van zuid naar noord liep, daarom heen was het erg moerassig. Wie dus Stirling Castle beheerste, beheerste het strategisch belangrijke centrum van Schotland. Iemand heeft eens geschreven: Stirling Castle is een enorme broche die de hoog- en laaglanden van Schotland bijeen houdt.
Reeds in de 12e eeuw was er sprake van een Koninklijk Stirling Castle, o.m. al bewoond door Alexander I en William the Lion. Na het winnen van de veldslag bij Bannockburn, (waarover later meer), besloot Robert the Bruce alle belangrijke kastelen, w.o. Stirling Castle te ontmantelen. Alleen op deze manier was Robert the Bruce er zeker van dat het voor de Engelsen niet meer de moeite waard was om Schotse kastelen, w.o. Stirling Castle in handen te hebben en zo de omgeving te beheersen.
Pas vanaf eind 14e eeuw werd Stirling Castle weer herbouwd. Vooral James II t/m James V hebben uiteindelijk Stirling Castle herbouwd tot wat het nu nog min of meer is. Stirling Castle uit de tijd van William Wallace en Robert the Bruce is dus niet meer aanwezig, zoals ten onrechte vaak nog wordt beweerd.
Wat weer wel waar is, zonder Stirling Castle had William Wallace in 1297 de Engelsen niet hoeven tegen te houden bij Stirling Bridge en had Robert the Bruce niet bij Bannockburn de Engelsen hoeven te verslaan....
Tijdens het verblijf in Stirling Castle van Mary Queen of Scots, (waarover later meer), was de kapel van Stirling Castle nog de enige katholieke paleiskapel in Schotland.
Vanuit Stirling Castle vertrok James VI naar Londen om daar te worden gekroond tot James I van Engeland, officiëel werd toen zijn titel James I en VI van Engeland en Schotland.
Stirling Castle met de in 1999 gerestaureerde Ridderzaal
de huidige Ridderzaal van Stirling Castle is nu weer in de staat
zoals in de 15e eeuw bedoeld, inklusief deze wit gepleisterde buitenmuren
De 16e eeuwse Stirling Bridge
de oudere houten brug(gen), w.o. die van William Wallace, hebben hier in de buurt gestaan
2005
Abbey Craig met het William Wallace Monument 's avonds
Op Abbey Craig hebben William Wallace en Andrew Murray
met hun Schotten
gewacht op de komst van de Engelsen, die richting Stirling Bridge moesten komen
zodra de voorhoede van de Engelsen bijna op het eind was van Stirling Bridge,
vielen de Schotten o.l.v. William Wallace en Andrew Murray aan
Begin september 1297 stationeerde het Schotse leger onder leiding van William Wallace en Andrew Murray zich op de rots Abbey Craig, vanwaar ze een goed uitzicht hadden op de houten Stirling Bridge over de Forth. Ze wachtten rustig af in de wetenschap dat de Engelsen onder leiding van de graaf van Surrey er op een gegeven moment overheen moesten.
Dat gebeurde inderdaad op 11 september en pas toen de vijand bijna de brug over was, gaven Wallace en Murray opdracht om tot de aanval over te gaan. De Engelse cavalerie, die twee aan twee de smalle brug overkwam, zat in de val.
Sommigen werden meteen gedood en anderen verdronken - er waren er maar weinig die konden ontsnappen. Hugh Cressingham, de schatbewaarder van Edward I van Engeland, werd eerst gedood en vervolgens gevild.
Helaas voor de Schotten raakte ook Andrew Murray zwaar gewond, waarna hij in november aan zijn verwondingen overleed.
William Wallace verloor zijn volgende slag tegen de Engelsen, wat gebeurde bij Falkirk in de zomer van 1298. In 1305 werd William Wallace bij Glasgow gevangengenomen en na een schijnproces in Londen werd William Wallace resp. opgehangen, uiteengetrokken en gevierendeeld. Het hoofd van William Wallace werd tentoongesteld op Londen Bridge, de vier delen van William Wallace werden verstuurd naar Newcastle, Berwick, Stirling en Perth.
Schotland kwam hierna nagenoeg geheel in handen van de Engelse koning Edward I.....
William Wallace kwam uit Ayr en kreeg door zijn optreden de erenaam
Guardian of Scotland
In Ayr, dat spreekt voor zich, zijn zeer veel standbeelden, pubs, monumenten en natuurlijk de Wallace Tower, die verwijzen naar William Wallace.
Ook de dichter Robert Burns, waarover heel veel later in dit verhaal meer, kwam uit de buurt van Ayr.
Robert the Bruce te paard in Bannockburn
De dood van Edward I in 1307 en het sterke leiderschap van Robert the Bruce, Earl of Carrick, waren waarschijnlijk de redenen waarom de Schotse kansen snel verbeterden. In 1313 waren alleen de kastelen van Stirling, Edinburgh, Berwick en Bothwell nog in Engelse handen. Roberts jongere broer Edward belegerde het kasteel van Stirling, waar Sir Philip Moubray het bevel voerde, maar onderbrak de belegering omdat hij dacht dat het kasteel aan de Schotten overhandigd zou worden als het voor midzomerdag (24 juni) geen hulp zou krijgen van de Engelsen.
De Schotten hadden de Engelsen dus tot midzomerdag 1314 gegeven om hun belegerde garnizoen in Stirling Castle te komen helpen of het opdracht te geven om zich over te geven. Edward II nam de uitdaging aan en stak op 17 juni 1314 met een leger van 20.000 man de rivier de Tweed over. Robert the Bruce verzamelde zijn veel kleinere leger bij de beek Bannock Burn, iets ten zuiden van Stirling, en wachtte af.
Op zondag 23 juni kwam de Engelse voorhoede onder leiding van de graaf van Hereford op de Schotse linies af en ging in de aanval. Een van de eerste gevechten van deze slag was tussen Robert the Bruce en Henry de Bohun, een neef van de graaf van Hereford. Toen de Schotten hun Koning Robert the Bruce vervolgens met zijn strijdbijl de schedel van Henry de Bohun zagen opensplijten, voelden ze zich zo sterk dat ze de aanval wisten af te slaan, waarna beide partijen zich naar hun stellingen terugtrokken.Robert the Bruce zou zich teruggetrokken hebben uit de strijd als hij 's nachts niet had gehoord dat de Engelsen totaal gedemoraliseerd waren door de gebeurtenissen van die dag.
Het enige commentaar van Robert the Bruce, Earl of Carrick, na zijn overwinning op Henry de Bohun zou zijn geweest:
Alas, I have broken my good battle axe!
De volgende ochtend, op midzomerdag, vielen grote groepen met speren bewapende Schotse infanteristen dan ook de Engelsen aan en richtten een enorme chaos aan. De Engelsen zaten gevangen tussen de Bannock Burn en de rivier de Forth en raakten in verwarring. Veel van hen verdronken, anderen werden door hun achtervolgers of zelfs door eigen kameraden die probeerden te vluchten, gedood. Edward II kreeg het voor elkaar om zich in Stirling Castle veilig te stellen en wist uiteindelijk naar Engeland te ontsnappen, terwijl Robert the Bruce hiermee een van de grootste militaire overwinningen uit de Schotse geschiedenis behaalde.
Alexander Seton, een Schot die aan de zijde van de Engelsen vocht in een Schots regiment (!) liep midden in de nacht over naar Robert the Bruce met de woorden:
Now's the time and now's the hour
Scotland shall be free
De Engelsen waren namelijk net in redelijke wanorde de Bannockburn overgestoken net op een plaats waar ze na een paar honderd meter de Bannockburn weer hadden moeten oversteken, kortom in een bocht van de Bannockburn waar je om richting Stirling Castle te gaan 2x achter elkaar de Bannockburn moest oversteken en ook nog de rivier de Forth en die strategische blunder werd volledig uitgebuit door Robert the Bruce.
De Schotten hoefden niets anders te doen dan letterlijk de Engelsen richting water te duwen. Door het te kleine oppervlak konden de Engelse troepen zich niet meer ontplooien en liep iedereen iedereen in de weg.
De Bannockburn was toen nog blijkbaar een diepe snel stromende rivier waarin vele Engelsen verdronken die daar in werden geduwd, door hun landgenoten die ook op hun beurt richting Bannockburn werden geduwd door de Schotten etc etc.
De 21 clans, die bij Bannockburn o.l.v. Robert The Bruce hebben gevochten, waren: Cameron, Campbell, Drummond, Fraser, Grant, MacDonald, MacFarlane, MacGregor, Mackay, Mackenzie, Macintosh, MacLean, Macpherson, Macquarrie, Menzies, Munro, Robertson, Ross, Sinclair, Stewart en Sutherland.
Al deze clans namen bestaan dus nog steeds...
Zoals zo vaak duurde het Schotse geluk echter niet lang. In 1329 overleed Robert the Bruce I, zijn zoon David II was pas vijf jaar oud. In 1332 maakte de zoon van John Balliol, Edward, hier misbruik van en viel het koninkrijk aan. Hij werd hierbij gesteund door Edward III van Engeland en de Schotse edelen die door Robert the Bruce wegens gebrek aan loyaliteit onteigend waren.
Vanaf 1336, en misschien nog wel eerder, was het kasteel van Stirling weer in handen van de Engelsen. Het werd toen bestuurd door Sir Thomas Rokeby en er werd veel aan de verdedigingswerken en gebouwen gedaan. In 1337 leidde Andrew Murray (zoon van de Andrew Murray die samen met William Wallace de slag bij Stirling Bridge had geleid) een mislukte aanval op het kasteel, en pas in 1342 wist Robert the Steward het kasteel weer te heroveren.
Toen tegen het einde van de 13e eeuw de Schotse Koning Alexander met paard en al in een ravijn verdween, liet hij geen opvolgers na. Een van zijn kansrijke opvolgers was onze Floris V die helaas door de Edelen in 1296 werd vermoord. Zonder die moord was er misschien iets moois gegroeid tussen het Graafschap Holland en Schotland. Al heeft die moord er nu net niets mee te maken, klik maar even HIER
Van Kurt Meirlaen ontvingen we dit fraaie lied over The Battle of Bannockburn
SCOTS WHA HA'E
1.
Scots, wha ha'e wi' Wallace bled,
Scots, wham Bruce has aften led,
Welcome to your gory bed
Or to victorie!
2.
Now's the day, and now's the hour:
See the front o' battle lour,
See approach proud Edward's power -
Chains and slaverie!
3.
Wha will be a traitor knave?
Wha can fill a coward's grave?
Wha sae base as be a slave? -
Let him turn, and flee!
4.
Wha for Scotland's King and Law
Freedom's sword will strongly draw,
Freeman stand or freeman fa',
Let him follow me!
5.
By Oppression's woes and pains,
By your sons in servile chains,
We will drain our dearest veins
But they shall be free!
6.
Lay the proud usurpers low!
Tyrants fall in every foe!
Liberty's in every blow!
Let us do, or die!
In ons Graven van Holland verhaal schrijft Aad er nog dit over:
Het scheelde trouwens niet veel of Nederland was misschien verbonden geraakt met Schotland. In 1291 was de Schotse troon niet bezet en Floris V claimde die i.v.m. zijn afstamming van de Schotse koning William the Lyon. Helaas ging het november 1292 niet door, volgens de overlevering een zware teleurstelling niet alleen voor Floris V, maar ook voor de schrijver van dit verhaal, een onvervalste Schotland fanaat.
1256 - 1296
Graaf Floris V van Holland
Ooit hield iemand een spreekbeurt over Floris V, maar sprak het uit als Floris V. net zoals we dat gewend zijn met verdachten...
Floris V en de Schotse Troon
een historische speurtocht
LINK
Via de bovenstaande link dus ook veel meer over Ada van Schotland,
de broer van de moeder van zijn overgrootvader Graaf Willem I
Even ook een ander klein zijpaadje : net zo min als je tegen een Limburger moet zeggen dat ie in Holland woont, zeg dan ook nooit tegen een Schot dat ie in Engeland woont. Ze kijken je niet meer aan! Sinds 1707 zijn o.m. Schotland en Engeland verenigd in het Verenigd Koninkrijk oftewel Groot-Brittannië. Op deze pagina zie je geregeld de Schotse vlag wapperen, alleen in Noord Engeland zie je nog wel eens de oude Engelse vlag wapperen. De Union Jack is de Britse vlag en dus niet de Engelse vlag. Aad ergert zich altijd aan de Nederlandse slordigheid : het weer in Engeland was slecht, en dan wijzen ze naar Schotland. Zowel de Engelsen als de Schotten weten nog steeds precies waar hun grens loopt, namelijk in het gebied wat nog steeds officieel The Borders heet. Toen wij eind jaren zestig voor het eerst naar Schotland gingen, per Flying Scotsman trein vanuit Londen, werd er na het passeren van de grens omgeroepen 'W're home'
In de 15e eeuw kwam er zo ongeveer een eind aan de strijd tussen de verschillende clans, vanaf 1371 werd Schotland geregeerd door de Stewarts of in het Engels de Stuarts. T.o.v. de Engelse Tudors waren de Schotse Stuarts lomp en onberekenbaar, aan het Schotse hof ging het er heel anders aan toe, dan aan het verfijnderder Engelse hof, een cruciaal verschil wat later een grote rol zou spelen. De Schotse Koningen waren gewend, ze moesten ook wel, om te bevelen, de Engelsen hielden meer van vreedzaam diskussieren, zullen we maar zeggen......
De bondgenoot van Schotland is altijd Frankrijk geweest, de gemeenschappelijke Engelse vijand zorgde voor veel huwelijken over en weer. De Fransen hadden er 100 jaar oorlog voor nodig om de Engelsen uit Frankrijk te krijgen, Calais was de laatste Engelse stad...natuurlijk een gevolg van het feit dat Willem de Veroveraar uit Normandie kwam.
Het zal bekend zijn dat in de eerste helft van de 16e eeuw de Engelse koning Hendrik VIII de Engelse katholieke kerk omzette in de Anglikaanse kerk, alles bleef bij het oude voorlopig, alleen werd hij i.p.v. de Paus het hoofd van de kerk en op die manier kon hij scheiden van zijn echtgenotes.
Uiteraard hadden de Schotten hier niets mee te maken, maar ook bij hen kwam in dezelfde tijd een kerkelijke hervormer John Knox, die onder sterke invloed van Calvijn kwam nadat hij Schotland had moeten ontvluchten en terecht kwam in Genève, bij Calvijn.
Citaat uit dit verhaal:En nu wordt het heel ingewikkeld, een van Hendrik VIII opvolgsters, Mary Tudor I, was weer katholiek, toen zij stierf, kwam de Engelse troon in handen van de protestantse Elisabeth I.
Mur des Réformateurs (Genève)
v.l.n.r.
Guillaume Farel
Johannes Calvijn
Theodorus Beza
John Knox
Beroemd is ook de inscriptie in de Muur van de Reformatie in het Parc des Bastions in Genève. In het beeldhouwwerk is een beeld(je) van Willem de Zwijger verwerkt....en dat alles geinspireerd door de Apologie van Willem de Zwijger en het Plakkaat van Verlatinghe
Kortom, onbekend is meestal dan ook dat Philips II, voordat hij zijn vader, Karel V, opvolgde zoo'n twee jaar in Engeland heeft gewoond als echtgenoot van Queen Mary Tudor I, niet te verwarren weer met Queen Mary of Scots.....
Op 28 januari 1547 overleed Hendrik VIII, op 31 maart 1547 overleed ook Frans I van Frankrijk. In 1546 was ook de tegenstander van Karel V in het Middellandse Zee gebied overleden, Khayr al-Din Barbarossa. En dus moesten de politieke kaarten van Europa weer geherschikt worden. Tot overmaat van ramp overleed in juli 1553 al de opvolger van Hendrik VIII, Edward VI..... Zijn rechtmatige opvolger werd de oudste zus van Edward VI, de zeer katholieke Mary Tudor.
Karel V was ooit zelf verloofd geweest met Mary Tudor, maar Karel V vond het nu beter dat zijn zoon Philips maar zo snel mogelijk met Mary Tudor moest trouwen, waardoor een verbond tussen het grote Habsburgse rijk en Engeland zou ontstaan, met als gemeenschappelijke vijand Frankrijk en indirect Schotland.
Juli 1554 vertrok een vloot van ca 70 Spaanse schepen met aan boord een grote afvaardiging van de Spaanse adel, o.l.v. de later in de Nederland zo bekend geworden Fernando Alvarez de Toledo, Hertog van Alva. Aan boord ook de Graven van Hoorn en Egmond.
De bruiloft vond plaats op 25 juli 1554 in de kathedraal van Winchester, op de naamdag van St. Jacobus, de beschermheilige van Spanje. Vanuit Engeland kwam Philips in 1555 naar Brussel om de troonsafstand van zijn vader Karel V bij te wonen.
Philips II 's echtgenote Mary Tudor I was fanatiek katholiek en liet bijvoorbeeld op 1 dag 300 protestanten ombrengen. Tijdens de (politieke) bruiloft at Mary Tudor I van een gouden bord, Philips van een zilveren bord, de hofhouding was het niet eens met dit politieke huwelijk, bang voor nog meer katholieke invloed op het Engelse bestuur.
Men zegt dat Philips opgelucht was toen hij terug moest naar Spanje om zijn vader op te volgen. Zijn vrouw Mary Tudor I stierf in 1558 en werd opgevolgd door haar protestantse halfzuster Elisabeth I.
Philips II en zijn echtgenote Mary Tudor I aan het Engelse hof
over Philips II hebben we uiteraard ook een verhaal:
LINK
....echtgenote Mary Tudor I is dus de geschiedenis ingegaan als
Bloody Mary
In deze kist bewaarde Philips zijn correspondentie met Spanje tijdens zijn verblijf in Engeland
Philips had helemaal geen zin aanvankelijk om met de 12 jaar oudere Mary Tudor te trouwen, dochter van Hendrik VIII en de Spaanse Catharina van Aragon en dat was weer een tante van zijn vader Karel V.
De, laten we maar zeggen, liefdesbrieven werden dan ook geschreven door zijn vader Karel en tante Maria van Hongarije, landvoogdes der Nederlanden. Oorspronkelijk had zijn vader Karel V dus zelf met Mary Tudor willen trouwen....In Engeland is in 1553 koning Edward VI gestorven. Hij wordt opgevolgd door Mary Tudor, de 'Bloedige', zoals zij genoemd wordt omdat zij de protestanten zo hevig laat vervolgen. Mary Tudor is een nicht van Karel V, haar moeder was een zuster van Johanna de Waanzinnige, de moeder van Karel V. Ofschoon Mary Tudor al veertig jaar oud is, regelt Karel V toch een huwelijk tussen haar en zijn zoon Philips. Stevige banden met Engeland zijn belangrijk voor Spanje als steun tegen de aartsvijand Frankrijk. Bovendien kan Philips het katholicisme in Engeland doen zegevieren.
Het huwelijksvoorstel aan de Engelse koningin is hét onderwerp van gesprek aan de Europese vorstenhoven, want Philips is pas vijfentwintig jaar. Karel V stuurt haar een portret van zijn zoon, geschilderd door Titiaan, dat haar blijkbaar aanspreekt, want daarna geeft Mary Tudor haar toestemming voor het huwelijk en verlooft zich tijdens een grote plechtigheid met de (afwezige) prins in tegenwoordigheid van haar ministers en van de keizerlijke gezant. Nu Philips met een regerend vorstin zal gaan trouwen, krijgt Philips van zijn vader de titel Koning van Napels. Vóór zijn vertrek naar Engeland brengt Philips nog een formeel bezoek aan zijn grootmoeder, koningin Johanna de Waanzinnige, die oud en vergeten nog altijd in Tordesillas leeft. Prins Carlos, de zoon van Philips, bijna acht jaar oud, blijft in Spanje.
In Santiago de Compostella is de hertog van Bedford al gearriveerd met het huwelijkscontract, waarop Philips alleen nog zijn handtekening hoeft te plaatsen; dan zeilt de vloot met zeventig schepen naar Engeland.
Koningin Mary Tudor ontvangt haar verloofde in Winchester. Philips arriveert er doodmoe, enigszins uit het veld geslagen door het nieuwe klimaat; hij heeft door stortbuien moeten reizen en is doornat en verkleumd. Mary Tudor blijkt mager te zijn en onaantrekkelijk, Mary Tudor heeft geen wenkbrauwen, zelfs haar ogen zijn kleurloos. Nadat ze elkaar een ogenblik opgenomen hebben, kust Philips haar hoffelijk de hand.
Dan richt Philips een paar woorden tot haar in het Spaans, dat Mary Tudor verstaat maar niet kan spreken. Bruid Mary Tudor spreekt Philips vervolgens toe in het Frans, dat Philips verstaat maar niet kan spreken......
Het huwelijksfeest wordt in grote stijl gevierd. De voltallige Spaanse adel is aanwezig, ook de hertog en de hertogin van Alva, en Ruy Gómez, de gunsteling van Philips. Ruy Gómez schrijft naar huis dat het huwelijk zeer geslaagd is te noemen en dat de koningin, ofschoon op leeftijd, buitengewoon aardig is voor haar man en veel van hem houdt......
Philips is niet gelukkig in Engeland, hij kan er niet wennen en van het vier jaar durende huwelijk brengt hij maar korte tijd in gezelschap van zijn vrouw door. Na een poosje denkt koningin Mary Tudor zwanger te zijn, maar helaas, dat blijkt een vergissing, er is slechts sprake van schijnzwangerschap.
Een nieuwe teleurstelling volgt: Philips maakt plannen om weg te gaan en zich bij zijn vader te voegen. Karel V heeft nl definitief besloten afstand te doen van de troon. Tranen noch jammerklachten kunnen Philips weerhouden; als hij de Theems afvaart is dat voorgoed en het geeft hem een gevoel van verlichting, hij zal noch Engeland noch Mary Tudor ooit terugzien. Alleen moet Philips in Dover nog vijf dagen wachten op een gunstige wind om over te steken naar Calais. Daarna reist hij regelrecht naar Brussel.
En natuurlijk hebben we op onze site nog veel meer over Philip II, bijvoorbeeld ons speciale verhaal over het Escorial van Philips II:
Na de dood van Bloody Mary zou Philips II trouwen met de Franse prinses Elisabeth, de dochter van Hendrik II en Catharina de Medici als bevesting van de op 3 april 1559 tussen Habsburg en Frankrijk gesloten Vrede van Cateau- Cambrésis. Maar ook dit liep niet goed af:
Tijdens een groot steekspel werd het oog van Philips' aanstaande schoonvader Hendrik II doorboord, Hendrik II overleed één dag na de grootse bruiloft op 9 juli 1559 in de Notre Dame.
Al met al, was door al zijn huwelijken Philips II 5 jaar niet meer in zijn thuisland Spanje geweest, het klimaat in het noorden van Europa was natuurlijk ook niet goed voor zijn humeur...
Op zoek naar een komplete stamboom van o.m. Philips II, klik dan hier.
Philips II wilde graag een mausoleum bouwen voor zijn vader, Karel V. Het ontwerp moest de grootsheid van zijn Rijk symboliseren en natuurlijk zijn Katholieke vroomheid benadrukken. Philips II was inderdaad, volgens vriend en vijand, een diep gelovig Katholiek die echter niet begreep, maar dat was natuurlijk in die tijd als Soeverein, als Alleenheerser, moeilijk te begrijpen, dat er mensen waren die over hun geloof wat anders dachten. Een van zijn grootste tragedies, hij heeft hier echt onder geleden, dacht echt dat die ketters allemaal in de hel zouden komen, hij moest ze dus wel redden..., goedschiks of kwaadschiks
Een andere zeer fraaie omschrijving van Philips II is deze:
Philips II, de machtigste soeverein van zijn tijd, wiens geduchte overmacht heel Europa dreigt op te slokken, wiens schatten de verenigde rijkdommen van alle christelijke koningen overtreffen, wiens vloten op alle zeeën heersen; een monarch aan wiens gevaarlijke oogmerken talrijke legers ten dienste staan; legers die, gehard door lange en bloedige oorlogen, vervoerd door een koppige nationale trots en verhit door de herinnering aan zwaar bevochten zeges, naar eer en buit dorsten en zich onder het roekeloze genie van hun bevelhebbers bewegen als gedweeë leden; deze geduchte mens, toegewijd aan een hardnekkig voornemen, Philips II, die met enkele zwakke naties is verwikkeld in een oorlog die hij niet tot een goed einde kan brengen!
Veertig jaar duurde zijn oorlog (1555 - 1598) waarvan de gelukkige afloop het stervende oog van Philips II niet verblijdde, die een paradijs in Europa vernielde en een nieuw paradijs uit de ruïnes schiep - die de bloem van de krijgshaftige jeugd verslond, een heel werelddeel verrijkte en de bezitter van het goudrijke Peru tot een arm man maakte. Philips II, die ronder zijn land te hoeven onderdrukken negenhonderd ton goud jaarlijks kon verspillen en die nog veel meer door tirannieke geslepenheid afperste, bezwaarde zijn ontvolkte land met een schuld van honderdveertig miljoen dukaten.
Een ongunstig gesternte wilde dat alle schatten die Philips II voor de ondergang van de provincies verkwistte, deze provincies zelf nog hielpen verrijken. Deze ononderbroken stromen van Spaans goud hadden rijkdom en weelde door heel Europa verbreid; maar Europa ontving zijn vermeerderde levensbehoeften grotendeels uit handen van de Nederlanders, die de handel van heel de toenmalige wereld beheersten en de prijs van alle handelswaren bepaalden. Zelfs gedurende deze oorlog kon Philips II niet verhinderen dat de republiek Holland handel met zijn Spaanse onderdanen dreef, sterker nog, hij kon dat niet eens wensen.
Philips II betaalde de kosten die de rebellen voor hun verdediging maakten, want juist de oorlog die hen moest afmatten, vermeerderde de afzet van hun waren. De enorme uitgaven voor zijn vloten en legers vloeiden voor een groot deel in de schatkamers van de republiek, die in contact stond met de Vlaamse en Brabantse handelsplaatsen. Wat Philips II tegen de rebellen mobiliseerde, werkte indirect vóór hen.Philips II in gebed na de nederlaag met de Armada in 1588
LINK
in zijn prive kapel in het Escorial
Het Escorial werd ontworpen door Juan Bautista de Toledo die van 1546 tot 1548 Michel Angelo had geassisteerd bij de bouw van de St. Pieter in Rome.
In dit Klooster paleis stierf Philips II, we zeggen nu dat hij half Koning en Monnik is geweest. Hij is de wereldgeschiedenis ingegaan als Soeverein over een van de machtigste en grootste Rijken.
Maar terug naar ons verhaal:
Mary, Queen of Scots
Katholiek Europa had dus grote moeite met de protestantse Elisabeth I en stuurde erop aan dat de Schotse streng katholieke Mary Stuart, gehuwd met de Franse kroonprins en dus t.z.t. ook koningin van Frankrijk, de Engelse kroon zou krijgen.
Het liep anders dan verwacht, de Franse kroonprins stierf, Mary Stuart keerde terug naar een steeds protestanter wordend Schotland o.l.v. de Calvinist John Knox.
Mary, Queen of Scots, zoals zij later genoemd werd, ging de strijd aan met John Knox en de zijnen en hertrouwde. Haar man Henry, uitgeroepen tot Koning van Schotland t.g.v. zijn huwelijk met Mary, werd jaloers en vermoordde een van haar secretarissen in de aanwezigheid van de zwangere Mary, en waarschijnlijk ook met haar toestemming.
Dit was net iets te veel voor John Knox en Mary kon niets anders verzinnen dan uiteindelijk te vluchten naar haar aartsvijand en nicht Elisabeth. Mary Stuart was een dochter van Hendrik VIII (ook de vader van Elisabeth I) en Anna Boleyn.
Om een lang te verhaal kort te maken, Mary Queen of Scots werd weliswaar niet door haar nicht Elisabeth I ontvangen, maar haar werd wel een net verblijf aangeboden. Toch werd Mary Stuart uiteindelijk op bevel van een lang aarzelende Elisabeth I onthoofd. Volgens haar raadgevers was Mary Stuart een te grote bedreiging, vooral toen de geruchten over de op Engeland gerichte Armada steeds sterker werden.
Burleigh, de raadgever van Elisabeth I die aandrong op de onthoofding van Mary Stuart, heeft echter nooit een sluitend juridisch bewijs kunnen leveren dat Mary, Queen of Scots, ook inderdaad bij een katholieke samenzwering tegen de protestantse Elisabeth I, was betrokken.
En dus, ondanks het feit dat de Schotten blij waren van Mary Stuart verlost te zijn, hadden de Engelsen niet het recht haar te onthoofden, aldus nog steeds de mening van veel Schotten.
Uit ons Armada verhaal dit fragment:Bekend is dus dat Mary Queen of Scots op allerlei manieren in het geheim, uiteraard, gesteund werd door Philips II, aldus ook dit citaat uit dit verhaal:
In deze dagen was Katholiek Europa weer in rep en roer t.g.v. de onthoofding van de Katholieke Mary Queen of Scots door Elisabeth I. Ook de Paus wendde zich tot Philips II om haast te maken met de invasie van Engeland. De dood van Mary Queen of Scots gaf bij de lang aarzelende Philips II de doorslag, niet uit wraak, zoals vaak wordt gedacht, maar bij een geslaagde invasie hoefde Philips II niet Mary Queen of Scots op de Engelse troon te accepteren, maar kon hij zelf Koning van Engeland worden, een zeer doordachte konklusie......
Mary Queen of Scots was zelfs de officiële aanleiding tot de Armada. Vanuit haar Engelse gevangenis schreef op 20 mei 1586 Mary een brief aan Don Bernardino de Mendoza dat zij alsnog terugkwam op haar belofte dat zij geen aanspraken meer zou maken op de Engelse troon. En passant verzocht Mary Philips II haar in bescherming te nemen tegen Elisabeth I.
Uiteraard kwamen de Engelsen de inhoud van haar brief ook te weten. Bij het oprollen van de samenzwering van Babington tegen Elisabeth I, werd ook Mary Queen of Scots betrokken....
Ook de halfbroer van Philips II, Don Juan van Oostenrijk, speelde zijn rolletje. Philips II had Don Juan van Oostenrijk zover kunnen krijgen om Landvoogd van de Nederlanden te worden, met als lokkertje dat Philips II hem zou steunen als Don Juan van Oostenrijk het zou lukken om Mary Queen of Scots te bevrijden uit haar gevangenis. Als beloning mocht Don Juan van Oostenrijk dan met Mary trouwen en samen regeren over Engeland en Schotland, aldus de belofte van halfbroer Philips II, die nadat Don Juan van Oostenrijk vanuit de Nederlanden plannen ging maken, nooit meer iets van zich zou laten horen....
Onlangs nog, liet de Prins van Oranje zich ontvallen, stuurde de koning (Philips II) veertigduizend goudguldens naar de koningin van Schotland (Mary Stuart, Queen of Scots) om haar in haar ondernemingen tegen Engeland te steunen - en zijn Nederlanden laat hij onder hun schuldenlast bezwijken. Maar om over het ontijdige van deze subsidies en hun slechte uitkomst nog te zwijgen, waarom wekt hij de woede van een koningin (Elisabeth I) tegen ons op die als vriendin zo belangrijk, maar als vijandin zo geducht voor de Nederlanden is?
In Schotland regeerde in naam van Mary Stuart, haar moeder, de Franse Maria de Guise, gesteund door Franse regimenten. Door het huwelijk van Mary Stuart met de Franse Kroonprins, de later heel kort regerende Koning Frans II, kon Schotland rekenen op nog meer Franse militaire hulp, mogelijk uitlopend op een vereniging van Frankrijk en Schotland onder één koningspaar, Frans II en Mary Stuart.
Elisabeth I van Engeland vreesde natuurlijk een eventueel samengaan van Frankrijk en Schotland o.l.v. de allebei zeer katholieke Frans II en Mary Stuart. En dus steunde Elisabeth I de protestantse Schotten die een samengaan van Frankrijk en Schotland ook niet zagen zitten. In 1560 stuurde Elisabeth een vloot naar Edinburgh, ondertussen rukte een Engels leger richting Schotse grens. Heel Europa hield de adem in, want stel dat de Engelsen in Schotland zouden worden verslagen door een gezamenlijk Schots-Frans leger...., de kans was dan groot dat Engeland dan ook in de katholieke Franse invloedssfeer zou komen. En dat was helemaal niet de bedoeling van de Spaanse Koning Philips II, die ook al geregeld op voet van oorlog verkeerde met Frankrijk, ondanks het feit dat ook hij katholiek was....
Kortom, Philips II had er geen belang bij dat de Engelsen in Schotland zouden worden verslagen door een Frans leger. Spaanse schepen naar de Nederlanden sturen zou bij een Franse overwinning niet meer mogelijk zijn, het Nauw van Calais zou dan immers aan beide zijden in Franse handen kunnen komen. Openlijk kon de katholieke Philips II niet de kant kiezen van de protestantse Elisabeth I, dus werd toch in het geheim Mary Stuart een heel klein beetje financieel geholpen.
Gelukkig voor Philips II brak in Frankrijk een religieuze burgeroorlog uit en waren de Schotse protestantse opstandelingen redelijk succesvol. Op 6 juli 1560 werd in Edinburgh een overeenkomst met Elisabeth I gesloten dat alle Engelse troepen zouden worden teruggetrokken én deed Mary Stuart officieel afstand van haar rechten op de Engelse troon. De Schotse protestanten konden helemaal opgelucht ademhalen, toen op 5 december 1560 Frans II, net Koning van Frankrijk geworden, stierf. Zijn weduwe, Mary Stuart, keerde naar Schotland terug en aanvaardde de voogdij van haar protestantse stiefbroer James.
De onthoofding van Mary Queen of Scots op last van Elisabeth I
Mary houdt een kruisbeeld in haar handen
Buiten worden haar kleren verbrand, niets mag meer aan haar herinneren
Met een glimlach keerde Mary Stuart zich naar haar huilende en weeklagende bedienden, die naast het schavot stonden. Mary Stuart maakte het kruisteken, zei allen vaarwel en vroeg hen tot op het laatste moment voor haar te bidden. Daarna nam een van de vrouwen een tot een driehoek gevouwen Corpus Christi-doek kuste hem, trok hem over haar gezicht en speldde hem vast aan haar kap.
Uit een Schots geschiedenisboek laten we nog deze prent met toelichting zien van Mary Queen of Scots, haar naam, Mary Queen of Scots, kom je dus nog steeds op heel veel plaatsen tegen in Schotland:
Toen de vrouwen vertrokken waren, knielde Mary Stuart vastberaden op het kussen, en zonder enig teken van doodsangst sprak ze hardop de woorden van de psalm In Te Domine confido, etc. Daarop tastte Mary Stuart naar het blok, legde haar hoofd erop en stutte haar kin met haar beide handen, die als men minder oplettend was geweest zeker zouden zijn afgehakt.
Mary Stuart lag heel stil, strekte haar armen naar weerszijden uit en riep drie of vier keer In manus tuas, Domine etc. Daarna, terwijl een van de beulen haar zachtjes met één hand vasthield, liet de andere zijn bijl tweemaal neerkomen. Mary Stuart maakte nauwelijks of geen geluid en verroerde zich niet, en zo hakte de beul haar hoofd af, op een enkele pees na, en toen hij ook die had doorgehakt, tilde hij het hoofd op om het de toeschouwers te laten zien, en zei God save the Queen.
Haar hoofd was heel kort afgesneden en leek zo grijs als dat van een zeventigjarige. Haar gelaatstrekken waren op slag onherkenbaar veranderd. Tot een kwartier na de onthoofding bleven haar lippen op en neer gaan.
De heer Dean sprak met luide stem: 'En zo eindigt iedere vijand van de koningin.' Toen daarop een van de beulen haar kousenband afdeed, ontdekte hij haar hondje, dat zich onder haar kleren had verstopt. Het was slechts met geweld van zijn plaats te krijgen, maar wilde haar dode lichaam niet verlaten en ging liggen tussen haar schouders en haar hoofd, dat met bloed besmeurd was en werd meegenomen om het te reinigen. Ook alle andere bebloede voorwerpen werden gewassen of verbrand, en de beulen werden betaald en heengezonden. Daarna moest iedereen de zaal verlaten, behalve de drost en zijn mannen. Ze droegen haar naar een ruime kamer, waar ze haar neerlegden voor de chirurgijns om haar te balsemen.
Mary Queen of Scots
A widow in her teens and no longer Queen of France,
Mary Queen of Scots returned to Scotland in 1561 to claim her inheritance.
Beautiful, high-spirited, highly-sexed, impulsive and a devout Roman Catholic,
the arrival of Mary Queen of Scots in a Scotland dominated by an austere Kirk was bound to cause trouble
Als je Mary Queen of Scots heel goed bekijkt, lijkt ze wel wat op haar rivaal en nicht Elisabeth I, zie de foto hieronder:
Mary Queen of Scots werd onthoofd op Fortheringhay Castle, Northants, op 8 februari 1587, oud 44 jaar. Mary Queen of Scots werd begraven in de Kathedraal van Peterborough en later herbegraven naast haar zoon James in King Henry VII's Chapel in de Westminster Abbey.
boven Elisabeth I
onder James I & VI
In 1603 overleed de ongehuwde protestante Elisabeth I en Koning James VI van Schotland eiste met succes ook de Engelse troon op, hij werd vanaf die tijd James I en VI genoemd, het begin van de Engels / Schotse Union of the Crowns.(1607) James paste wonderwel in de andere Engelse cultuur en is nog slechts 1 keer terug geweest in Schotland. Vanuit Londen probeerde hij wel de Schotse 'Kirk' in de richting van de Engelse Anglikaanse kerk om te vormen, wat nogal wat kwaad bloed zette. Zijn opvolger Charles I Stuart deed het zowel bij de Engelsen als de Schotten niet zo best, hij bleef in de ogen van de Engelsen een lompe Schot, ook hij deed weer een poging de Schotten zover te krijgen dat ze het Engelse kerk model overnamen.
Het ging zelfs zover dat er een burgeroorlog ontstond over het Gebeden Boek, om een lang verhaal maar weer samen te vatten (want het was nog veel ingewikkelder...) : Charles I werd onthoofd. Ondanks het feit dat hij naar Schotland was gevlucht, leverden de Schotten hem uit aan de Engelse Cromwell. De Schotten konden de £ 400,000 best gebruiken....maar veel Schotten waren het toch niet eens met de onthoofding door de Engelsen van hun (Schotse) koning
Cromwell
Cromwell raasde door het land en verwoestte alles wat met het oude katholicisme te maken had, ook veel oude Schots / Engelse rekeningen werden en passant vereffend, ook nu nog, achteraf, is het heel moeilijk te bepalen wie was nu, zowel in Engeland als in Schotland voor of tegen Charles I geweest.
Ook aan de bloedige Cromwell periode kwam een eind, enigst alternatief was de in Den Haag wonende Charles II Stuart, die aanvankelijk al door de Schotten was uitgeroepen tot koning, maar moest vluchten voor Cromwell. Na het overlijden van Cromwell ging Charles II terug naar Londen, het lijk van Cromwell werd opgegraven en gevierendeeld....
In 1685 stierf Charles II en hij werd opgevolgd door zijn broer de streng katholieke James II en VII en deze James was de schoonvader van onze Stadhouder Willem III en de grootvader van Bonnie Prince Charlie.
Over de Nederlandse Stadhouder Willem III en de Glorious Revolution van 1688 wordt nogal verschillend gedacht, heb er nog eens een Schots, Engels en Nederlands geschiedenisboek op nageslagen : volgens de Schot was Willem III een uiterst brute usurpator (dwingeland), volgens de Engelsen was Willem III de redder uit de nood, want hij heeft hen geholpen om van die katholieke niet-populaire Schot James II en VII af te komen. Het is te vergelijken met de Spaanse Armada in 1588, volgens de Engelsen was die tegen hen gericht en lees je niets over de Nederlanders v.v. meestal. We zullen het er maar op houden dat Gods Adem de Armada verstrooid heeft, zoo leerden we dat toch ooit op school in de jaren 50....
Willem III kwam aan de macht tijdens het rampjaar 1672, (LINK), dankzij de geniale Michiel de Ruyter en de Waterlinie werd de Republiek gered. De gezamenlijke aanval van Engeland, Frankrijk, Munster en Keulen, ondanks de verovering van alles buiten de Waterlinie, liep uiteindelijk op niets uit. Michiel de Ruyter versloeg 3 keer een grote Engelse landingsvloot, de Fransen reageerden net te laat toen het begon te vriezen en zij over het ijs vanuit het bezette Utrecht optrokken naar Leiden. Bij Zwammerdam moesten ze weer terug want het begon te dooien.....
De waarschijnlijk goed georganiseerde moord op de gebroeders Cornelis en Johan de Witt is nog steeds een zwarte bladzij in onze geschiedenis, vergelijkbaar met de onthoofding van de Rotterdammers Oldenbarnevelt en de verbanning van Hugo de Groot.
De grote Europese tegenstander van Willem III was de katholieke Franse Zonnekoning Lodewijk XIV. Willem III kwam tot de overtuiging dat het Europese machtsevenwicht veranderd moest worden, het Engels Franse bondgenootschap moest verbroken worden.
v.l.n.r.
Charles II, de broer van James II en VII, Charles overleed in 1685
James II en VII, kwam in 1685 op de troon,
James was de broer van Charles II en de (schoon)vader van resp. Willem III en Mary Stuart
Mary of Modena, de 2e vrouw van James II en VI en de moeder van James Edward en de grootmoeder van Bonnie Prince Charlie
Op zijn 9e liep Willem III nog in rokken rond, wat in die tijd niet ongewoon was. Willem III was ook dol op ballet en maskerades. Omdat het vrouwen niet toegestaan was in het openbaar te dansen, werden de vrouwenrollen in hofballetten door jongens gedanst. Toen Willem III achttien jaar was danste hij zelf de rol van Mercurius terwijl zijn vrienden Monsieur de Zuylesteyn en de jonge Monsieur de Gent in het eerste deel de rollen van nymphen dansten. In de volgende delen van dit Ballet de la Paix, dat ter ere van de Vrede van Breda in de stallen van het Binnenhof werd opgevoerd, dansten Willem III en zijn vrienden gekleed als herderinnetjes, boerinnetjes en Egyptische prinsessen over het toneel.
Men ergerde zich toen alleen aan de politieke achtergrond van het dansspel, aan de vrouwenkleren van Willem III ergerde niemand zich.
De Staten-Generaal beoordeelden Willem III uitsluitend op zijn militaire en politieke capaciteiten en absoluut niet op zijn mogelijke homosexualiteit, wat heel vaak gesuggereerd werd, tot op de dag van vandaag. Reeds toen vond men dit totaal niet ter zake doen en terecht.
Wel verlangde men van Willem III uiteraard dat hij zou trouwen. In 1674 had de Engelse ambassadeur Sir William Temple, Willem III al eens voorgesteld een huwelijk in overweging te nemen met prinses Mary Stuart. Het antwoord van Willem III was duidelijk. Willem III antwoordde his fortunes were not in a condition for him to think of a wife. Maar drie jaar later dacht Willem III er anders over. In het belang van het Huis van Oranje en de vrede tussen Engeland en de Republiek, was Willem III bereid de hand te vragen van de Engelse prinses Mary Stuart, een dochter van James, broer van Charles II en dus zijn volle nicht. Het werd een uiterst gelukkig huwelijk!
In 1685 werd zijn schoonvader, de katholieke James II en VII tot koning gekroond van resp. Engeland, Scotland en Ierland. Toen de vrouw van James een zoon kreeg die katholiek opgevoed zou worden, was voor de Engelse Whigs de maat vol, never meer een katholieke Schot op de Engelse Kroon. Volgens de traditionele Engelse geschiedschrijving namen de Whigs het initiatief, volgens de modernste inzichten van bijv. Jonathan Israel in zijn The Dutch Republic heeft Willem III zodanig zijn netwerk gebruikt dat de Whigs niet anders meer konden en wilden.
Hoe het ook zij een historisch feit is dat de Fransen een invoerverbod hadden ingesteld op Nederlandse goederen en dus ging het economisch slecht met de Republiek. Willem III hield een rede in de Staten vergadering dat het land mogelijk weer een rampjaar te wachten stond als het verbond tussen Engeland en Frankrijk niet werd verbroken. Engeland had alleen nog een duwtje nodig om zijn impopulaire schoonvader James te verdrijven. En dat duwtje kwam er dus.....
William and Mary onderweg naar Engeland
waarschijnlijker is dat Willem III echter alleen ging en kwam Mary later
De Nederlandse Vloot stond onder leiding van de Rotterdamse ex-koopman en ex-haringreder Willem Bastiaensz. Schepers.
Willem Bastiaensz. Schepers kreeg na het verzetten van de macht in het rampjaar 1672, als vurige Oranje aanhanger een plaatsje in de vroedschap van Rotterdam. In 1673 benoemt Willem III Willem Bastiaensz. Schepers tot luitenant-admiraal.
Uiteraard bracht Willem III de oversteek naar Engeland door op het Fregat Den Briel o.l.v. Vlootvoogd Willem Bastiaensz. Schepers.
Meer dan 14.000 Staatse troepen, aangevuld met verdreven Franse Hugenoten, Engelse en Schotse (ja, ja !!) vrijwilligers (in totaal 21.000 man, 5000 paarden en meer dan 50 kanonnen) werden eind oktober ingeladen op 400 transportschepen, die begeleid zouden worden door meer dan 50 oorlogsschepen. Zelfs soldaten uit Lapland waren ingehuurd.
Deze voor die tijd machtige vloot, groter dan de Spaanse Armada zoo'n 100 jaar ervoor, was opgebouwd in Hellevoetsluis door o.m. de Rotterdamse Admiraliteyt van de Maze.Ook in de 3e Engelse Oorlog (1672 - 1674) hebben op de schepen van Michiel de Ruyter zeker 1000 Engelsen en 1500 Schotten gediend. Hetzelfde geldt ook voor de 2e Engelse oorlog (1665 - 1667)
Koning James had nog op het laatst een oproep gedaan dat al zijn onderdanen in Staatse Legerdienst onmiddellijk moesten terugkeren naar huis. Alleen medestanders van James keerden dus naar huis. Zij die in Nederland achtergebleven en met Willem III meegingen, waren dus niet echt op de hand van James...
Over de nu niet meer voor te stellen grootte van de Staatse Vloot halen we even dit citaat uit ons Armada verhaal erbij:
Toen de Armade in aantocht was, hadden de Staten al de koopvaardijschepen, bekwaam ten oorlog, doen opnemen, en bevonden, dat er niet minder dan tweeduizend, vlieboten en grotere vaartuigen, in de havens aanwezig waren.
Meer dan eens heeft de republiek uit deze machtige reserve vloten van twintig zeilen en meer getrokken, waarmee zij haar bondgenoten te hulp kwam, zonder haar eigen krijgsmacht te verminderen.
Het was niet slechts om de vijand afbreuk te doen, dat Elisabeth tegen onze handel met Spanje ijverde; als een echte Engelse zag zij met lede ogen de voorspoed der vreemden die van haar onderdanen te boven gaan. Met spijt moest zij het van Engelsen zelf horen, dat de twee provinciën van Holland en Zeeland alleen meer schepen en bootsgezellen bezaten dan het gehele koninkrijk van Engeland. Die verhouding om te keren, Engelands zeemacht uit te breiden, ten koste van die van Holland: ziedaar het streven der Engelse staatkunde, het oogmerk waarmee zij niet alleen de vaart op Spanje, maar onze scheepvaart in 't algemeen, stelselmatig belemmerde.
Op Engeland handelen vijfhonderd Hollandse schepen, op Holland niet meer dan vijftig Engelse. Uit de Hollandse havens varen noordwaarts naar de Oostzee over de drieduizend vaartuigen; tweeduizend andere zuidwaarts naar Frankrijk, Spanje en de Middellandse zee. Vijfhonderd Hollandse schepen drijven de houthandel van geheel Europa. Is er hongersnood, niet aan de Oostzee maar in Holland vindt men de korenschuren, die in aller nood voorzien.
De stapel van het zout en van de Franse en Spaanse wijnen is in Holland. De Engelse lakens ontvangt Europa voor Hollandse, omdat zij eerst in Holland zijn geverfd en toebereid.
Amsterdam bovenal wekt de bewondering van de reiziger. De Hertog de Rohan, de beroemde Hugenoot, die, na Italië en Duitsland doorreisd te hebben, in 1600 Nederland bezocht, was door geen andere stad zo aan Venetië herinnerd als door Amsterdam. Het is ongelooflijk voor die het niet gezien heeft, zegt hij: drie tot vierduizend vaartuigen liggen er tegelijkertijd op de rede; tweemaal 's jaars komen er vloten aan van tussen de vier- en vijfhonderd schepen
Terug naar 1688:
Het beste van het leger van de Republiek werd dus ingescheept op een enorme vloot, de bewaking van de landsgrenzen werd overgelaten aan haastig ingehuurde Zweedse en Brandenburgse troepen. Het risiko dat het Staatse leger zou komen vast te zitten ergens ver buiten de Republiek werd bewust genomen, want als het mis zou gaan dan zou Frankrijk gegarandeerd de Republiek weer aanvallen.......
Steun van de nog steeds aan James loyale Engelsen (want alles werd razendsnel in het geheim georganiseerd en zoo snel lekte iets toen nog niet uit.....) was natuurlijk afhankelijk van de eerste slag die Willem in Engeland zou MOETEN winnen.
Vanzelfsprekend werd besloten om niet naar Schotland maar naar Engeland te zeilen, maar voor zeilen heb je wind nodig en die zat een maand lang tegen. De gehele maand oktober 1688 zat het leger gevangen op de schepen in Hellevoetsluis, manschappen en paarden werden er ziek van. De tegenwind werd door de Franse ambassadeur een Roomse wind genoemd, na een heftige storm die ook Hellevoetsluis bereikte, draaide de wind in Protestantse richting en men liet het van Gods Adem afhangen waar men in Engeland zou landen.
1688
Een schitterende prent van de Maas ter hoogte van Rotterdam
op de oever aan de overkant
v.l.n.r. de Witte Poort, (de Wester Nieuwe Hoofdpoort) LINK
de St. Laurenskerk LINK
de Ooster Oude Hoofdpoort LINK
Links het Statenjacht van Willem III (let op de Oranje vlaggen) vertrekt uit Rotterdam op weg naar Hellevoetsluis
onder begeleiding van een Engels jacht rechts
Willem III vertrekt uit Hellevoetsluis
op het vaandel de tekst
for protestants religion and the liberty of england
De Republiek was op z'n hoogtepunt qua macht toen deze geweldige vloot begin november 1688 met Willem aan boord vanuit Hellevoetsluis vertrok, dit was nog nooit vertoond. Het machtigste land van Europa zeilde uit en voer twee keer langs de Engelse vloot die door dezelfde protestantse Adem van God de havens niet uit konden komen.
Willem liet zijn enorme vloot in rijen van 25 diep uitwaaieren van Calais naar Dover, het hele nauw van Calais werd hierdoor geblokkeerd, puur om te imponeren.... Door de hele vloot werden geregeld losse flodders afgeschoten die zowel in Calais als in Dover te horen waren.
Op de schepen die vanuit Calais en Dover zichtbaar waren, werden soldaten opgesteld 'met schallende trompetten en slaande trommels'.
Willem III wordt welkom geheten bij Torbay
Zonder enige tegenstand werd in Devon geland en werd Willem welkom geheten door een geheime Engelse Parlementaire delegatie die aandrong op spoed. Direkt werd als machtsvertoon Exeter ingenomen, zonder slag of stoot uiteraard. Achteraf is iedereen het erover eens dat als James resoluter had gereageerd, Willem mogelijk in zeer grote problemen was gekomen, tot opluchting van de Staten talmde ook Frankrijk.....
De beroemde plattegrond van Londen
16e eeuw
LINK
Eigenlijk zonder enige tegenstand, want het tegenbevel werd maar niet gegeven, trok op 18 december 1688 het Nederlandse invasieleger Londen in. Willem had het zelfs aangedurfd om de Engelse troepen in Londen, inklusief de paleiswacht, van te voren het bevel te geven om zich uit Londen terug te trekken en toen zij dit bevel opvolgden sloeg James op de vlucht.
De Engelsen die zich aansloten bij Willem III leerden de Staatse Troepen al snel een nu nog steeds bekende melodie, Lillibullero. Lillibullero gaat over een (katholieke) Ier die de uiteindelijke zege over de Protestanten bezingd, nog steeds actueel.....
Lillibullero werd beroemd tijdens de Glorious Revolution, het was, zouden we nu zeggen, de grote hit van 1688, Lillibullero.
Lillibullero is ook nu nog steeds dagelijks te horen, want Lillibullero gaat vooraf aan de nieuwsuitzendingen van de BBC World Service.
Toen James langs de Theems kwam, gooide hij wel nog even het Grootzegel van het Koninkrijk in de rivier, zonder dit Grootzegel kon geen wet worden ingevoerd. James werd uiteindelijk gevangen gezet in een huis met bewust een te kleine bewaking. Op 23 december 1688 ontsnapte hij dus, volgens plan kun je wel zeggen, naar Frankrijk.
Een ooggtuige schreef:
Wij reden door de deur van 't parck naer St. James, daerdoor Sijne Hoogheit omtrent 3 uren oock quam, onder groot geschreeuw van het volck, daeronder een grote menichte orangie stricken op haer hoeden hadde ende oranje appelen op stokjes droegen.
Zelfs prinses Anne, zuster van Mary, strikte oranje linten in het haar.
De in Holland achtergebleven Mary Stuart ontving al snel een brief van het Engelse parlement, dat haar de kroon aanbood. Ze weigerde beslist. Hoe zou zij koningin van Engeland kunnen worden, als voor haar man geen andere rol was weggelegd dan die van prins-gemaal? Willem III voelde er ook niets voor, hij dreigde al terug te keren naar zijn land. Toen beiden zo onwrikbaar bleven, besloot men zowel Mary als Willem te kronen. Dat feest vond in april 1689 plaats.
Dat de prinses van Oranje deze hoge positie niet had geambieerd en veel liever in Holland was gebleven, blijkt uit al haar brieven. Ze vergoot tranen bij de gedachte een land te moeten verlaten waar ik de hoogachting van de bevolking genoot, waar ik een leven geleid had, dat met mijn aard overeen kwam, waar ik in één woord alle aardse tevredenheid smaakte.
Ook Willem III was niet gelukkig in zijn nieuwe koninkrijk. Willem III hoestte veel, was nog magerder geworden en slaagde er niet in zijn onderdanen te behagen. De Engelse jaren zijn niet de gelukkigste jaren van Willem III en Mary geweest.....
In februari 1689 werden Willem en Mary dus gekroond tot Engels Koning en Koningin. In april 1689 werden zij, zonder daar bij aanwezig te zijn, ook in Edinburgh uitgeroepen tot Koning en Koningin van Schotland. Schotland volgde gewoon officieel het Engelse voorbeeld, maar niet iedereen in zowel Schotland als Engeland legde zich erbij neer dat die vreemde Dutchman nu hun Koning werd.
De tegenstanders van Stadhouder-Koning Willem werden al snel de
Een van de Nederlanders die in Engeland een hele carriere zou gaan maken, was Hans Willem Bentinck, een jeugdvriend van Willem III. Hans Willem Bentinck kreeg als dank de titel Graaf van Portland. In diezelfde tijd verwierf de familie Bentinck ook stukken grond rondom Rhoon, ten Z.W. van Rotterdam. Een van de polders die daar bij Rhoon werd drooggemalen kreeg, niet geheel toevallig, de naam Portland.
Op onze site komen we de naam Bentinck nog een paar keer tegen, bijv. in ons Patriotten verhaal:
In 1751 overleed Willem IV, en werd opgevolgd door zijn zoon Willem V, die pas in 1766 volwassen zou worden. Tot die tijd waren er 2 regenten, de moeder van Willem V, de Britse Ann(a) en de Hertog van Brunswijk, Willem Bentinck, een zeer sterke persoonlijkheid, waar Willem V, na de dood van zijn moeder in 1759, niet tegenop gewassen was.
En in dit verhaal over de bewindhebbers van de VOC Kamer Rotterdam:
Willem van Bentinck (1704-1774)
Kortom, iemand met de naam Bentinck was van een zeer goede stand. Toen de laatste Bentinck in Rhoon in 1813 overleed, werd deze Bentinck bijgezet in een praalgraf in het koor van de kerk van Rhoon.
Een andere Nederlander, Godard van Rheede-Ginckel werd Hertog van Athlone. Arnold Joost van Keppel werd benoemd tot Graaf van Albemarle. Toen in 1940 Prinses Juliana met haar kinderen uitweek naar Canada was een afstammeling van de Nederlandse Hertog van Athlone Gouverneur-Generaal van Canada. Tijdens het verblijf van Juliana in Canada was hij haar officiële gastheer.
Jacobites
genoemd, de naam James komt van het latijnse Jacobi, in het Nederlands Jacobus.
In de nog steeds in Noord-Ierland door de Orangeman herdachte Slag aan de Boyne op 11 Juli 1690, werd James definitief door een Nederlandse hoofdmacht, aangevuld met Engelsen en Schotten, verslagen. Uiteraard vluchtte James naar Parijs, zijn zoon zou later, nog roomser dan de Paus, zelfs naar Rome verhuizen waar op 31 december 1720 een kleinzoon van de verdreven James II en VII werd geboren, Charles Edwart Stuart die de Schotse geschiedenis definitief zou veranderen. Omdat Charles in Rome was geboren en streng katholiek werd opgevoed en ook nauwelijks Engels sprak, wordt hij nog steeds vaak de Popish Italian Prince genoemd, maar hij werd bekender als Bonnie Prince Charlie.
Bonnie Prince Charlie op jeugdige leeftijd
Ook verschillende bekende Nederlanders vochten mee aan de kant van Willem III in de Slag aan de Boyne. Bijvoorbeeld een familielid van Willem III: Hendrik van Nassau-Ouwerkerk. Willem III was zeer op Hendrik van Nassau-Ouwerkerk gesteld, Hendrik van Nassau-Ouwerkerk had Willem III gered tijdens de Slag bij St. Denis in 1678. Hendrik van Nassau-Ouwerkerk had de belager van Willem III neergeschoten. Na in 1688 met Willem III te zijn meegekomen naar Engeland, liet Hendrik van Nassau-Ouwerkerk zich naturaliseren tot Engelsman en nam de naam aan d'Auverquerque en werd zelfs Opperstalmeester van Willem III.
In Londen betrok Hendrik van Nassau-Ouwerkerk een woning aan de Downingstreet, inderdaad op nummer tien en zo werd Downingstreet 10 een belangrijk huis voor Willem III en zijn opvolgers. Hendrik van Nassau-Ouwerkerk ligt begraven, niet in Londen, maar in Ouderkerk aan de IJssel...
Over de Slag aan de Boyne ook nog deze anekdote: Willem III streed altijd in de voorste linie, altijd en overal. Willem III was echt een moedige man, zonder twijfel. Bij de Slag aan de Boyne scheelde het niet veel of Willem III was gedood, een kogel schoot rakelings langs hem heen en verwondde hem slechts licht. Ongeduldig liet hij zich verbinden, terwijl Willem III nuchter opmerkte dat dat maar weinig had gescheeld.....
Velen kwamen natuurlijk kijken naar de gewonde Willem III, waarop Willem III reageerde metwaarom lopen de Heren niet door?
Ondanks het feit dat de Schotten Willem en Mary officieel hadden uitgeroepen tot Koning en Koningin van Schotland, waarschuwden Engelse adviseurs dat de Highlanders zich hier niet zondermeer bij neer zouden leggen. En inderdaad op 27 Juli 1689 werd een regeringsleger in de Pass of Killecrankie, vlakbij Dunkelk in Perthshire, overvallen. Traditioneel de eerste Jacobite aktie die weliswaar door de Jacobites werd gewonnen, maar ten koste van het leven van hun aanvoerder Bonnie Dundee. Zonder hun leider verliep deze eerste aktie van de Jacobites, maar het verzet tegen Willem wachtte op een nieuw initiatief van een andere chieftain.
Charles II was door zijn regering ertoe gedwongen om zijn troepen op het continent aanzienlijk te verminderen, naar het heette als maatregel van bezuiniging, maar in werkelijkheid onder pressie van LodewijkXIV, die begrijpelijkerwijs ernstig bezwaar had tegen aanwezigheid van Britse troepen in het Staatse leger. We hebben het hier dus over de Schotse Brigade in de Nederlanden, waarover later meer.
En dus werden de officieren en manschappen van tien Britse compagnieën ontslagen, waarop zij meteen hun diensten aan Willem III aanboden die dit aanbod gretig aanvaardde. Willem III organiseerde deze troepen in een afzonderlijk onderdeel onder het voorlopige commando van Hugh Mackay, die de rang van majoor kreeg.
Juist in deze tijd kwam de plaats van regimentscommandant van de Schotse Brigade open te vallen. Voor deze vacature kwamen twee officieren in aanmerking: beiden uitmuntende militairen maar van zeer verschillend karakter. De ene was John Graham of Claverhouse (later verheven tot Viscount Dundee en later nog bekender geworden onder de naam Bonnie Dundee), de andere Hugh Mackay of Scoury. Willem III benoemde Hugh Mackay of Scoury.....
Over deze beslissing was Viscount Dundee zo boos, dat Viscount Dundee onmiddellijk de dienst verliet en naar Schotland terugkeerde met voortaan slechts één doel: revanche te nemen op Willem III en op Mackay. Viscount Dundee zou nog tot 1689 moeten wachten......
De meest invloedrijke tegenstander van de nieuwe stand van zaken in Schotland werd dus Viscount Dundee, vóór zijn verheffing tot Peer bekend onder de naam John Graham of Claverhouse. Viscount Dundee had dus ooit bij de Schotse troepen in de Nederlanden gediend. Toen Viscount Dundee met een diepe wrok zowel tegen Willem III als tegen Hugh Mackay ons land had verlaten, had Viscount Dundee zich onmiddellijk ter beschikking van Charles II gesteld om deel te nemen aan het door Charles II bevolen gewapend optreden tegen de Schotse Covenanters, de protestanten die weigerden zich te onderwerpen aan de door Charles II verordeningen in kerkelijke zaken. Dit conflict had tegen het einde van Charles' regering en onder James II zeer scherpe vormen aangenomen. Het was vooral Viscount Dundee die meedogenloos tegen de Covenanters optrad en die degenen, die in zijn handen vielen, vrijwel zonder uitzondering ter dood liet brengen. Bluidy Clavers werd zijn bijnaam, maar aan zijn goed uiterlijk voorkomen had hij ook al snel de bijnaam Bonnie Dundee te danken, de bijnaam waarmee hij het bekendst is geworden.
In the Battle of the Pass of Killecrankie bleef Kapitein Robert Mackay, uit de troepen van Willem III, dood op het slagveld liggen en werd daar gevonden door Macdonald of Glengarry en diens manschappen, die tot Dundee's troepen behoorden. Toen zij erachter kwamen dat Kapitein Robert Mackay nog leefde, droegen zij Robert Mackay op een geïmproviseerde draagbaar naar de dichtstbij gelegen hut, waar Robert Mackay enige dagen bleef totdat Robert Mackay zonder gevaar kon worden vervoerd. Robert Mackay is daarna naar Dunkeld gebracht en later naar Tongue vervoerd.... Een Highlander blijft een Highlander, ook al was hij je tegenstander.....
De naam Mackay is nu al een aantal keren genoemd en dus ook aandacht voor de familie Mackay en hun relatie tot Nederland, want wist je dat er ooit een Mackay Vice-President van de Raad van State is geweest (1862), Minister-President van Nederland (1888 - 1891), Voorzitter van de Tweede Kamer (1901 -1905) en Voorzitter van de Algemene Rekenkamer (1913 - 1920)?
En dat allemaal omdat de familie Mackay nauw verbonden is geweest aan de Schotse Brigade in Nederland!
Officieel heette de Schotse Brigade in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden trouwens
The Scots Brigade In The Service Of The United Provinces
Over deze Schotse Brigade gaan we het verderop in dit verhaal hebben, over de familie Mackay nu:
Na de dood van zijn vader van en 2 broers in 1662 erfde Hugh Mackay het gebied rondom Scoury in het landschap Edderachilis in het zuidwesten van Strathnaver.
In 1672 rukte LodewijkXIV met een groot leger op tegen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en daarbij bevond zich ook Hugh Mackay, kapitein in Dumbartons regiment. De divisie Turenne, waartoe dit regiment behoorde, trok de Betuwe binnen. Er werd weinig tegenstand geboden. De versterkte steden, ook in de Tielerwaard en de Bommelerwaard, vielen zonder veel strijd in handen van de vijand. Zo ook Zaltbommel, een stadje van omstreeks 2600 inwoners.
Hugh Mackay werd ingekwartierd bij de weduwe van de vroegere burgemeester Arent de Bie tot Waeyensteyn, ridder bij diploma van de koning van Frankrijk (1647). Mevrouw de Bie - vóór haar huwelijk Margaretha Bicker, uit het Amsterdamse burgemeestersgeslacht - had enige dochters, sommigen al getrouwd, maar Clara was ongehuwd en woonde bij haar moeder. Al spoedig bleek, dat de familie De Bie in het geheel geen onaangenaamheden van de ingekwartierde officier had te duchten. Hij wist zich zeer wel aan te passen en na korte tijd was men in huize De Bie eigenlijk nogal gesteld op die rustige, vertrouwenwekkende Schotse huisgenoot die zoveel van de wereld had gezien en daarover zo onderhoudend kon vertellen.
Hugh Mackay, die zich ook van zijn kant tot het gezin, waarin hij was terechtgekomen, aangetrokken voelde, deelde in alles wat het gezinsleven meebracht: met mevrouw de Bie speelde hij schaak, met de dochters las hij een of ander boek, en zo duurde het niet lang meer of er zat romantiek in de lucht en de officier van Lodewijk XIV dong naar de hand van Clara de Bie. Haar moeder verzette er zich evenwel, zeer begrijpelijk, tegen om haar dochter aan een vijandelijk officier uit te huwelijken.
Maar bij Mackay hadden zowel de politiek van de Franse koning als diens wijze van oorlog voeren al eerder het voornemen doen opkomen om zijn ontslag te nemen, en toen nu zijn betrekking zijn huwelijk dreigde in de weg te staan, hakte Mackay de knoop door. Er verliep nu nog geruime tijd voordat het ontslag werd verleend - hetgeen allerminst verwonderlijk was midden in de oorlog - maar uiteindelijk, nadat de Franse troepen al weer een groot gedeelte van de Republiek hadden ontruimd, ging Mackay nu over in dienst bij de Schotse Brigade, die al ca een eeuw deel uitmaakte van het Staatse leger, maar de krijgsverrichtingen maakten dat de trouwplannen voorlopig nog niet konden verwezenlijkt.
Zijn plaatsing bij de Schotse Brigade betekende een keerpunt in de geschiedenis van het geslacht Mackay, dat van toen af aan steeds nauwere binding met de Nederlanden verkreeg, zodat enkele leden van het geslacht in de negentiende eeuw zelfs in de Nederlandse adel werden opgenomen.
De belangrijkste gebeurtenissen van de familie Mackay in de Nederlanden vatten we maar even samen in het onderstaande jaartallen overzicht:
- 1782 De Schotse Brigade wordt ontbonden; de vaandels (the King's colours) worden in een Schots arsenaal opgeborgen.
- 1831 Jhr. Mr. Eneas Mackay en Jhr. Mr. Johan F. H. J. E. Mackay in de Tiendaagse veldtocht.
- 1844 Barthold Johan Christiaan baron Mackay erft Ophemert.
- 1862 Mr. Eneas baron Mackay van Ophemert vice-president van de Raad van State.
- 1877 Donaid 11de Lord Reay wordt Brits onderdaan.
- 1888-1891 Mr. Eneas baron Mackay, minister-president van Nederland.
- 1901-1905 Mr. Eneas baron Mackay, voorzitter van de Tweede Kamer.
- 1904 Lord Reay voorzitter van het Instituut voor Internationaal Recht.
- 1907 Lord Reay Brits afgevaardigde op de Tweede Vredesconferentie.
Mr. Eneas baron Mackay lid van de Raad van State (tot 1909).
- 1913-1920 Mr. Theodoor Philip baron Mackay voorzitter van de Algemene Rekenkamer.
In 1889 werd trouwens het volgende gedicht geschreven over de Clan Mackay:
The sportsman now roams o'er the Sutherland hills
And down where the Naver runs clear;
And the land a brave race had for centuries owned
Is now trad by the sheep and the deer.
The hall, where our ancestors first saw the light,
Now blackened in ruins they lie,
And the moss-covered cairns are all that remain
Of the once pleasant homes of Mackay.
Happy homes by an alien's base mandate o'erthrawn,
Tender maidens and brave, stalwart men
Were ruthlessly scattered like leaves in a gale
Far away fram their dear native glen.
Brave clansmen who fought in fair liberty's cause
In the lowlands of Holland they lie,
For bravest in battle and second to none
Has aye been the Clan of Mackay.
Not yet are they silenced, though peaceful they be,
And though far fram the green mountain side,
They meet in the city of famous renown
On the banks of the dark flowing Clyde,
With hearts still undaunted and beating as true
As when under a northern sky
They grasped their claymores when the slogan they heard,
And followed the flag of Mackay.
Unflinching they bore the praud ensign aloft,
While their foemen the penalty paid;
And the same noble spirit inspires them to-day,
Their poor braken clans men to aid.
The aged and weak they have sworn to protect
By the 'Strong Hand' and kind watchful eye,
For faithfull in friendship and valiant in war
Has aye been the Clan of Mackay.
Then flook to the standard and join the roll call:
Once more the old banner's unfurled;
The slogan's been sounded, and kinship been claimed,
By clansmen all over the world.
Exiled or at home, love of country and clan
Are feelings we'll never let die;
Defy and defend, stand true to the end,
And honour the name of Mackay.
Maar nu maar vlug terug naar 1692:
Het werd steeds duidelijker dat vooral de machtige Lords of the Isles op een andere manier benaderd moesten worden. Men koos ervoor om de Chieftains te vragen voor 1 Januari 1692 de eed van trouw af te leggen. Volgens sommigen werd er rekening meegehouden dat enkele chieftains dit NIET zouden doen en dan had Willem een excuus.
De chieftains gingen te rade bij James in Parijs en die gaf hun toestemming om de eed van trouw af te leggen aan zijn schoonzoon en zijn dochter. De gehele geschiedenis van Schotland is vergeven van de "stel dat's" en dit is er dus ook één, stel dat James die toestemming niet had gegeven...................
Als je van Glasgow naar het noorden rijdt, via Loch Lomond in de richting van Fort William (gebouwd om de Highlanders in de gaten te houden en inderdaad genoemd naar onze Willem) kom je vanzelf in een van de mooiste gebieden van Schotland, Glen Coe oftewel Glencoe. Vanaf de Bridge of Orchy tot Onin houdt Aad altijd z'n adem in, zoo mooi, links en rechts enorme steile, soms rode berghellingen. Je verwacht ieder moment dat er een Schotse clan op oorlogspad naar beneden komt rennen. En daar in het enorme dal waar je vanzelf inrijdt, heeft zich op 13 Februari 1692 een drama afgespeeld.
Glencoe in 1997, Schotland op z'n mooist...........
In Glencoe was Chief Alastair MacDonald de baas, een nogal ruwe, grote man, die er wel eens met zijn mannen op uit ging om bij de buren vee weg te halen. Nog steeds kun je zijn Hidden Valley bezoeken, waar zij hun gestolen vee lieten grazen. Een hele klimpartij en als stadsmens vraag je je dan af, hoe kregen ze het voor elkaar om daar in no time vee naar toe te jagen, terwijl ze gegarandeerd achtervolgd werden....
Uiteraard was Chief Alastair MacDonald erbij toen Bonnie Dundee op 27 Juli 1689 een regeringsleger in de Pass of Killecrankie versloeg.
Terug van Killecrankie overviel Chief Alastair MacDonald en zijn mannen en passant hun buren, de Campells en staken hun kasteeltje Achallader Castle bij de Bridge of Orchy in brand. Kortom, de Glencoe MacDonalds waren niet zoo populair in de omgeving......
N.a.v. het ultimatum van Willem III kwam Chief Alastair MacDonald bewust of onbewust, dat weet niemand, te laat, maar hij ging wel pas op 30 december weg, terwijl de pas al dagenlang vol met sneeuw lag..... Op 3 Januari 1692 kwam hij zich melden, maar moest expres nog 3 dagen wachten voordat ook hij de eed van trouw had afgelegd.
Zoals gezegd had men in Londen niet verwacht, dat iedere Chief de eed van trouw zou komen afleggen en was men daar in Londen blij dat die 'boef' Chief Alastair MacDonald te laat was....
Op 1 Februari 1692 kreeg Glencoe bezoek van een regiment regeringstroepen onder bevel van een Campbell Schot, dus een buurman waar Chief Alastair MacDonald kortgeleden huis had gehouden.
Captain Robert Campbell of Glen Lyon, zo heette de kommandant, was een 60-jarige alcoholische gokker die door eigen schuld alles had verloren wat Chief Alastair MacDonald tijdens zijn overval had achtergelaten. Een nicht van Robert Campbell was gehuwd met de een z