Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

De Atlas van Blaeu is nog steeds wereldberoemd

Blaeu was een beroemde kaartenmaker in Amsterdam, hij stelde niet één Atlas samen, maar natuurlijk meerdere. Zijn kwaliteit was zoo beroemd dat hij in het begin van de 17e eeuw het monopolie had op het uitgeven van zeer gedetailleerde kaarten, niet alleen van Europa, maar van gebieden all over the world.

Blaeu was o.m. in dienst van de
VOC en beschikte dus over de meest recente gegevens, al schijnt hij die nauwelijks te hebben toegepast. Hij baseerde zijn kaarten vooral op kaarten van anderen, die hij op allerlei manieren verkreeg.

Het verhaal gaat dat er ook toen al mensen waren die zoo'n atlas alleen wilde hebben om er mee te pronken, Blaeu verzorgde dat natuurlijk uitstekend, het zag er allemaal heel chique uit dan, kompleet met vergulde kaften enz., maar binnenin waren verouderde kaarten opgenomen, hadden die mensen toch geen erg in.
De kapiteins van de VOC kregen uiteraard wel de meest recente kaarten mee en dus moet je opletten bij een veiling. Als ze ooit in de verkoop komen, heel zeldzaam natuurlijk, dan zijn die met goud voorziene atlassen minder waard..........., zegt men.

Ongetwijfeld zal Blaeu onderstaande kaarten gekend hebben, ze komen uit ons verhaal

Hoe wisten al die ontdekkingsreizigers toch de weg over zee ???

pirireismap

cantinomap

waldseemullermap

jeanrotzmap

vinlandmap

Trouwe bezoekers van onze site zijn ongetwijfelde deze kaart van Rotterdam uit 1652 wel eens tegengekomen, rechtonderaan staat, inderdaad, afkomstig van Blaeu....:

Deze kaart maakte deel uit van de beroemde Atlas van Blaeu met de titel :

tbladgif

Toneel der Steden

Via deze link is Aad daar ooit aangekomen trouwens.... een hele kollektie Blaeu kaarten van Nederlandse steden. Die kaart van Rotterdam hangt mooi ingelijst op het kantoor van de webmaster natuurlijk, Aad vind hem nog steeds SCHITTEREND

En natuurlijk is er iets over de familie Blaeu te vertellen, want het was een familie bedrijf :

Op 23 februari 1672 brak er brand uit in een gebouw aan de Gravenstraat in het centrum van Amsterdam. Een dergelijke gebeurtenis is niet zoo bijzonder, tot we horen dat het vuur een einde maakte aan het werk van een van de grootste kaartenmakers aller tijden, dr. Joan Blaeu (1598-1673), uitgever en drukker van kaarten, atlassen, religieuze en filosofische boeken.

...de ramp vond plaats om 3.30 uur in de ochtend van 23 februari en werd veroorzaakt door de droogte van het hout, of misschien door onzorgvuldigheid van de leerlingen : de prachtige drukkerij vatte vlam en daarmee verbrandden ook de letters, de persen, de platen en het papier, en de vonken vlogen rond tot aan het Tolhek....

Er kwam een rapport uit dat de financiŽle schade schatte op dfl 27.000 voor de gebouwen en ongeveer dfl 355.000 voor druk-materialen en winkelinveniaris, waarmee de totale schade op een bedrag van dfl 382.000 kwam (ongeveer dfl 38.200.000 wanneer we dat bedrag naar de huidige standaard vertalen), samen met zo'n vier- of vijfduizend riemen papier, vijf- of zesduizend gedrukte bladen, achtentachtigduizend kilogram zetsel enzovoort.

De brand maakte een einde aan het bestaan van een uitgeverij die meer dan 40 jaar daarvoor was gesticht en droeg waarschijnlijk bij aan de dood van de eigenaar, Dr. Joan Blaeu, een jaar daarna. Daarmee eindigde het monopolie van een van de grootste uitgevers van kaarten en atlassen in de geschiedenis van de uitgeverij.
Slechts tien jaar daarvoor, in 1662, had zijn uitgeverij zijn hoogtepunt bereikt met de uitgave van de Atlas Major oftewel de Grote Atlas. De Atlas Major is een bewijs van het succes van de Gouden Eeuw van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, zoo wordt gezegd.

mercatorpt

Gerard Mercator

In 1554 voltooide Mercator zijn kaart van Europa
In 1569 voltooide Mercator zijn beroemde 2 meter lange wereldkaart

hondiuspt

Jodocus Hondius

Jodocus Hondius kocht op een veiling in 1604 in Leiden de atlas platen van Gerard Mercator

In 1606 kocht Hondius nog eens 34 kaarten

De winkel van Hondius was gevestigd aan de Kalverstraat in Amsterdam
na het overlijden van Hondius volgde zijn zoon Judocus Hondius II en later zijn kleinzoon Judocus Hondius III hem op


De term 'atlas' was voor het eerst gebruikt voor Gerard Mercator's Atlas van 1595, die, uitgebreid door Jodocus Hondius sr. (1563-1612), de Amsterdamse en daarmee de wereld-kaartenmarkt had gedomineerd sinds de laatste volledige editie van de atlas van Ortelius, Theatrum Orbis Terrarum, in 1612.

willemjanszblaeu

Vader

Willem Janszoon Blaeu

Willem Janszoon Blaeu's gebruik van de titel Appendix, of later Atlantis Appendix, was een slimme commerciŽle beslissing, die hij nam om zijn nieuwe werk te koppelen aan een bekend en gerespecteerd werk dat op dat moment, na de dood van Hondius jr in 1629, op zijn eind liep.

johannesblaeu2

Zoon

Joan Blaeu

De eerste Blaeu-atlas, een gezamenlijke uitgave van vader en zoon, was de uitgebreide Appendix Theatri A. Ortelli et Atlantis G. Mercatoris, die 98 kaarten bevatte. Het werd uitgegeven in 1631.
Deze uitgave in het Blaeu-fonds groeide snel, en Blaeu's ambitie om een grote wereldatlas te maken kwam dichterbij met de uitgave (in 1635) van de uit twee delen bestaande Novus Atlas of Theatrum, een werk dat 208 kaarten bevatte.

Aan de hand van de uitgave van zijn Novus Atlas kunnen we een idee krijgen van zijn ambities : er verschenen vier verschilllende edities in vier verschillende talen: in het Duits (208 kaarten), in het Nederlands (207 kaarten), in het Frans (208 kaarten) en in het Latijn (207 kaarten).

Het semi-officiele dagblad Nieuwstijdingen van 11 februari 1634 gaf het volgende verslag van Blaeu's intenties:



Rond 1660 speelden zaken als loodsgidsen en zeeatlassen een veel minder grote rol in de produkten van de drukkerij. Andere Amsterdamse drukkers hadden op dit gebied de leiding genomen, zoals Pieter Goos, of Hendrik Doncker, die op veel grotere schaal zeekaarten maakte dan het kleine en verouderde formaat waarop Willem Blaeu dat daarvoor had gedaan.

Joan Blaeu zette wel de traditie voort van het vervaardigen vann wereldbollen in alle soorten en maten. Ze hadden een diameter van tien tot zestig centimeter. Hij ging ook door met het maken van wandkaarten, bijvoorbeeld de grote wereldkaart van 1648 die Nova Totius Terrarum Orbis Tabula heette en uit twintig bladen bestond, waarop ook de Nederlandse ontdekkingen AustraliŽ en Nieuw-Zeeland stonden.

Wat dit betreft, kreeg Joan Blaeu een geweldige stimulans om door te gaan mer het bedrijf van zijn vader, toen hij er alleen voor stond, na de dood van zijn vader. Het was een stimulans die benadrukte dat hij een uitstekende kaartenmaker was.

Bij de dood van zijn vader in 1638 ging de aanstelling als kaartenmaker van de VOC die zijn vader eerst bekleed had, over op Joan Blaeu.
Omdat de VOC in belangrijke mate bijdroeg aan de rijkdom, de voorspoed en het prestige van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en vooral van Amsterdam, is het niet waarschijnlijk dat Joan Blaeu zijn aanstelling zou hebben gekregen, laat staan hebben gehouden, als hij zijn werk slecht zou hebben gedaan.

Hij nam de benoeming in november 1638 aan en werd belast mee het maken van kaarten en zeilaanwijzingen voor de stuurlieden en kapiteins van de VOC. Deze atlassen en kaarten werden bewaard in het Oost-Indische Huis in Amsterdam, dat in 1606 werd gesticht. Voor een verhaal over het Rotterdamse Oost-Indische Huis, klik je even HIER.

Joan Blaeu's Atlas Major is het duurste boek dat in de 17de eeuw is gedrukt. In Blaeu's catalogus van 1670, de Catalogue des Atlas, Thťatre des Citez, staan prijzen voor de twaalfdelige franse-editie van de atlas van dfl 450,- voor een gekleurde serie en dfl 350,- voor een zwart-wit serie. Omgerekend zou de twaalfdelige atlas in kleur in 1970 dfl 45.000,- hebben gekost. Dit komt goed overeen met de veilingprijzen voor de atlas in die tijd.
Nog niet zo lang geleden zijn exemplaren van de Franse editie verkocht voor £ 100.000.

Maar Joan Blaue speelde ook zijn rol in de Vaderlandse Geschiedenis, zo bijvoorbeeld in de tijd van het proces tegen Oldenbarnevelt en Hugo de Groot in 1619 :

oldenbarnevelt

Oldenbarnevelt

LINK

hugogrootpens

Hugo de Groot

LINK

maurits

Maurits

LINK

De politieke tegenstellingen in de laatste levensjaren van Oldenbarnevelt vonden hun neerslag in de prentkunst, literatuur en de schilderkunst. De verwijdering tussen Maurits en Oldenbarbevelt was begonnen na de Slag bij Nieuwpoort, waarna, aldus de legende, Maurits Oldenbarneveld een klap in het gezicht gaf (LINK).

Vooral de talloze pamfletten en prenten die aan de dood van Oldenbarnevelt werden gewijd, drukten hun stempel op de beeldvorming. Graveurs werden daarom door beide 'partijen' soms ingehuurd om hun eigen politieke boodschap in prentvorm kracht bij te zetten.

Onder deze makers van (spot)prenten bevonden zich zowel vurige contraremonstranten als hardnekkige remonstranten. Zij bestookten elkaar met afbeeldingen die de andere partij zwart maakten. Vanuit propagandistisch oogpunt waren deze prenten van veel waarde, want zij konden, soms voorzien van sarcastische 'liedekens', in relatief grote oplagen worden gedrukt en aldus door het hele land verspreid worden. De beeldspraak en meegedrukte teksten bij de prenten hadden een grote invloed op de publieke opinie.

De bekendste graveurs die zich met de affaire Oldenbarnevelt bezig hielden waren Hendrick Hondius (1573-1649) en Claes Jansz Visscher (1587-1652).
Hondius had zijn winkel annex drukkerij gevestigd aan het Haagse Buitenhof. Hij woonde dus op steenworpafstand van het politieke centrum op het Binnenhof, waar ook Maurits doorgaans vertoefde. Hondius kreeg met regelmaat opdrachten van zowel de Staten-Generaal als van figuren uit de hofkringen rondom Maurits voor het vervaardigen van prenten met een politieke boodschap. Hondius had gedurende het Twaalfjarige Bestand (1609-1621) een aantal uitgesproken propagandaprenten ten gunste van Maurits geproduceerd.

Minstens even populair waren de prenten van Visscher. Zijn realistische prenten van bijvoorbeeld de terechtstelling van Oldenbarnevelt vonden gretig aftrek in de Republiek en werden in vele kopieŽn uitgebracht. De Staten-Generaal deden wel hun best om de verspreiding van Visschers pijnlijke afbeeldingen tegen te gaan, maar Visscher trok zich hier weinig van aan.

Zo gaf hij in 1619 een bekende prent uit van slot Loevestein, versierd met de portretten van de gevangen Hogerbeets en De Groot. Omdat De Groot twee jaar later dankzij de boekenkist wist te ontvluchten, raakte deze prent van Visscher al snel gedateerd. Visschers Amsterdamse concurrent Joan Blaeu zag in de ontsnapping aanleiding om zijn vakgenoot een hak te zetten.
Blaeu behoorde tot de remonstrantse sympathisanten in de Amstelstad en bracht Visschers prent in 1648 nogmaals uit maar nu voorzien van drie heren die een grote kist het kasteel uitdragen. In de zeventiende eeuw waren dergelijke ironische verwijzingen naar andermans prenten erg in trek.

loevestein

De prent van Joan Blaeu, een kopie van die van Claes Jansz Visscher

links voorzien van drie heren die een grote kist het slot Loevestein uitdragen

Bijgaand natuurlijk ook wat andere kaarten en prenten van Joan Blaeu :

blaeunederlanden1664

1664

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

blaeuvlaanderen1664

1664

Vlaanderen

blaeuwereld1664

1664

kaarteuropa17eeeuw

De onderstaande kaarten zijn o.m. van zijn concurrent Claes Jansz Visscher (1587-1652) en zijn ook heel beroemd :

leobelgicus1609

De beroemde

Leo Belgicus uit 1609

leobelgicus

De beroemde

Leo Belgicus uit 1648

De leeuwenkaart of Leo Belgicus werd in de 16de eeuw geÔntroduceerd door een Oostenrijker, Michael Aitsinger.

Op de bovenste leeuwenkaart van Claes Janszoon Visscher uit 1609 werd gemaakt ter gelegenheid van het begin van het Twaalfjarig Bestand in 1609.

Het verzegelde zwaard in de klauw van de leeuw verwijst naar het bestand tussen de gewesten. Rechtsonder zit de oorlogsgod Mars te slapen, leunend op de loop van een kanon. Hierdoor kunnen de mensen 'Veylich Reysen' en 'Vredich Lantbouwen', zoals op de prent vermeld staat. Links zitten de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, weergegeven als twee vrouwen, vredig naast elkaar.

Bovenaan de kaart staan de wapens van de 17 provincies. Aan weerszijden zijn tien stadsgezichten weergegeven, links van de Noordelijke en rechts van de Zuidelijke Nederlanden.

Claes Janszoon Visscher bracht in 1648, nu ter gelegenheid van de Vrede van MŁnster, weer een kaart op de markt van alleen Holland, de machtigste provincie van de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Links en rechts zijn nu niet de belangrijkste steden van Noord- en Zuid-Nederland te zien, zoals in 1609, maar alleen Hollandse steden.
Bovenaan zijn de boeren, adel en kooplieden afgebeeld. Daartussenin een ijsschuit (links) en twee zeilwagens Hollandse uitvindingen uit het begin van de 17de eeuw.

leobelg

londen16eeuw

De beroemde plattegrond van Londen

16e eeuw

En zoo zouden we nog wel heel lang door kunnen gaan, maar we besluiten met twee cartouches aangebracht op kaarten van Joan Blaeu :

blaeubrazilie1664

1664

een zendingspost in Nederlands-Brazilië

LINK

blaeuescorial

een fragment van het Klooster paleis van Philips II, het Escorial

LINK

Op onze site hebben we ook een verhaal van een bezitter van een Blaeu Atlas, de Rotterdamse houthandelaar Abraham van Stolk Czn, een citaat uit dit verhaal (LINK) :



Tot slot, misschien vraag je je af hoe lang zou het geduurd hebben, voordat zoo'n atlas klaar was, we hebben hierover het volgende gevonden :

Uitgaande van een oplage van 300 stuks van de Atlas Major uit 1663 voor elk van de eerste drie edities in het Latijn, Frans en Nederlands, kostte het letterzetten met 8 werknemers 1000 werkdagen.

Het drukken van alleen al de tekstgedeelten, waar soms 9 persen voor gebruikt werden, zou 330 werkdagen gekost hebben.

Het afdrukken van de kaarten en andere illustraties, m.b.v. 6 persen, kostte 900 werkdagen en dan tenslotte het inbinden door 3 werknemers zou ook al 300 werkdagen gekost hebben.

En dus was het plannen van een nieuwe editie kaarten, gebundeld in een atlas, uitgegeven in meerdere talen, een meerjaren projekt van zeker 3-5 jaar. Als dat nu in 2005 zou moeten worden herhaald.....Blaeu zou allang failliet zijn en niemand zou zijn atlassen kunnen betalen...

En tot slot mogen we ook de beroemde zeeroutes van de VOC schepen natuurlijk niet vergeten:

vocroutekaartbw

Iedere schipper van de VOC kreeg twee soorten kaarten mee, een leeskaart, we zouden nu zeggen een blad met allemaal tips voor onderweg, gebaseerd op de ervaringen van andere VOC schippers en een paskaart waarop via voorgedrukte lijnen m.b.v. een passer e.d. de route kan worden uitgezet en bijgehouden.
Het spreekt vanzelf dat na afloop de door de schipper bijgewerkte lees- en paskaart moesten worden ingeleverd. Nieuwe tips en aangepaste routes werden dan weer verwerkt in de nieuwste lees- en paskaarten van de VOC.

Op den duur worden natuurlijk de lees- en paskaarten gebundeld uitgegeven, bijv. in de Spieghel der Zeevaart van Lucas Janszn Waghenaer (1585). In 1592 breidt Waghenaer dit werk uit en publiceert de Tresoor der Zeevaart, met wat minder kaarten, maar wel met meer leeskaarten over o.m. de Atlantische Oceaan tot Kaap de Goede Hoop.

Citaat uit ons Kaap de Goede Hoop verhaal:



In 1608 komt Willem Janszn Blaeu op de markt met zijn Het Licht der Zeevaert. In 1623 volgt een heruitgave van Blaeu met de titel De Zeespiegel, beide boeken vol met voornamelijk route kaarten.

Vanaf 1617 neemt de VOC het aanmaken van bijgewerkte kaarten in eigen hand, zowel in Amsterdam (1617) als in Batavia (1623) wordt een hydrografische dienst opgericht en een kaartenmaker aangenomen, zoals Blaeu...
Een kaartenmaker, zoals Blaeu wordt echter wel per geleverd produkt betaald en is dus niet in vaste dienst van de VOC met bijbehorend vast salaris....

vocroutekaartbw

Vanaf 1616 begint de VOC met het voorschrijven van vaste zeeroutes, zoals te zien op bovenstaande kaart. In 1611 is het Hendrick Brouwer al gelukt om een maand tijdwinst te bereiken door pas op het laatste moment naar het Noorden te varen, richting Straat Soenda, de route via Amsterdam en St. Paul en Houtman Abrolhos.

In 1627 verschijnen de Instrukties om in de Herfsttijt uyt Nederland na Java te seylen en om in de May tijt uyt Nederland na Java te seylen. De schipper die dit heeft ingevoerd, heette Cornelis Janszn Lastman. Vanaf 1652 worden Lastman's ervaringen verplichte kost, bijgewerkt in de kaarten van Blaeu.

Vanaf 1619 moeten stuurlieden een examen afleggen. De hen meegegeven kaarten en instrukties worden pas op het laatste moment in een met lood verzwaarde kist aan boord gebracht. Het is de verantwoording van de schipper dat deze kist met inhoud op tijd overboord wordt gezet bij bijvoorbeeld een entering van zijn schip, de VOC dacht inderdaad aan alles.

Na verloop van tijd worden alleen nog perkamenten kaarten meegegeven in een speciale koker. Alleen perkament zal niet scheuren als de kaarten nat worden. Detailkaarten van bijvoorbeeld de doorsteek door Straat Soenda worden ook verstrekt aan de 1e en de 2e stuurman, je weet immers maar nooit....
Pas op het laatste moment worden ook instrumenten als kompassen, passers, globes, seinvlaggen en zandlopers aan boord gebracht.

Natuurlijk ontvangt de schipper ook nog de zogenaamde Artikelbrief, waarin o.m. alle straffen staan vermeld die moeten worden opgelegd bij een misdrijf aan boord. In de Artikelbrief wordt ook altijd vermeld dat op de schepen alleen een Gereformeerde Kerkdienst mag worden gehouden, Katholieke, Remonstrantse en Lutherse Kerkdiensten zijn nadrukkelijk verboden. Op alle schepen is minimaal een ziekentrooster aanwezig, heel soms ook een predikant die wordt uitgezonden. In de Artikelbrief staat precies vermeld wanneer de dagelijkse gebeden door bijv. de ziekentrooster moeten worden uitgesproken en wie daar allemaal bij moeten zijn.

Naast De Zeespiegel van Blaeu worden standaard aan boord van een VOC schip nog meer boeken van Blaeu meegenomen, zoals het uit 1625 stammende Tafelen van de Declinatie der Sonne en voornaamste Vaste Sterren en het Tweevoudigh Onderwijs van de Hemelsche en Aerdsche Globen uit 1634.
Van Lastman wordt meegenomen Schatkamer des Grooten Seevaertskunst (1621), in 1642 omgewerkt tot Beschrijvinghe der Kunst der Stuerluyden.
In 1660 komt daar dan nog het boek bij van Klaas Gietermaker 't Vergulde Licht der Zeevaert ofte Konst der Stuerluyden.

En natuurlijk moeten we ook nog even stilstaan bij drukker en zakenman Christoffel Plantijn (1520 - 1589).

Christoffel Plantijn was tot 1576 de huisdrukker voor Philips II en vanaf 1578 was Christoffel Plantijn de officiŽle drukker voor de Staten-Generaal.
Christoffel Plantijn woonde in Antwerpen, nog steeds kun je daar het Plantin-Moretus museum bezoeken kompleet met oude drukken uit de begintijd van de 80-jarige oorlog. Christoffel Plantijn drukte o.m. het werk van Lipsius, een van de leraren, zullen we maar zeggen, van Maurits bij het bestuderen van de Romeinse Krijgskunde.




Er komen nogal wat vragen of er niet ergens in Europa een Atlas van Blaeu te bezichtigen is. Via de Atlas van Stolk in Rotterdam ontvingen we deze informatie:

Als het gaat om de Atlas Blaeu-Van der Hem, die bevindt zich in de Nationalbibliothek Wenen.

Hieronder een stukje dat te lezen is op de website van De Vereniging De Topografisch-Historische Atlas:






Terug naar Aad's homepage, met links naar al zijn verhalen





Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

2 Augustus 2006