Een e-mail sturen? Het e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

De jeugdherinneringen van Cees Vrijenhoek

Cees Vrijenhoek neemt op onze site een apart plekje in, een heel warm plekje zelfs. Cees heeft bij de vader van Alie, Dingeman Boogaard een aantal jaren in de klas gezeten:

Dingeman Boogaard

In de klas

Wie heeft bij mijn Vader Dingeman Boogaard op school gezeten in de jaren dertig op het Noordereiland

Mijn Vader was Hoofd eener Openbaren Lageren School, te weten de School A22 voor G.L.O. (Gewoon Lager Onderwijs) in de Willem Barentzstraat op het Noordereiland. Mijn vader vervulde die functie vanaf halverwege de jaren twintig tot de oorlog.

Zijn er mensen, die bij mijn Vader op school hebben gezeten ? Ik ben zooooo benieuwd naar verhalen over hem ....

Via onze site kwam Cees Alie op het spoor. Samen met Hans hebben ze Alie opgezocht en natuurlijk kwam daar nog een verhaal over, klik maar eens
HIER

Speciaal voor Cees zetten hier ook nog deze foto van Dingeman Boogaard erbij, de foto (met nog veel meer foto's van Dingeman Boogaard) komt uit dit verhaal.

dickopaboogaard

En nu laten we Cees Vrijenhoek aan het woord, want die blijkt ook al over een geweldig geheugen te beschikken en kan ook zoo beeldend vertellen:

In het verhaal

Toen wij uit Rotterdam vertrokken

vertelt Cees zeer indrukwekkend over de Mei dagen van 1940 op het Noordereiland, in het onderstaande verhaal vertelt Cees over zijn jeugd:



Schooljaren, wat zijn schooljaren? En wat zijn ze gauw voorbij, ik was 4 jaar oud en toen begon het al, naar school. Je wist toen amper wat een school was, maar nu heb ik het natuurlijk over de jaren dertig. Als ik het me goed herinner was het 1931.

Ik moest toen met mijn oom Kees mee en een trommeltje met boterhammen voor tussen de middag. We werden aan een tafeltje gezet en we moesten ons eerst voorstellen en de juffrouw stelde zich ook voor.

Nou begon ze geloof ik met te vertellen dat we nooit ruzie met elkaar moesten maken en lief met elkaar moesten spelen, want er was genoeg speelgoed en dat zouden we ook te zien krijgen en een zandbak was er en fietsjes, kruiwagens en schepjes.
En de eerste dag was zo om en dan kwam oom Kees me weer halen en dan moesten we langs een politiebureau op de Nassaukade en daar kwamen altijd agenten naar buiten en er weer in en ik weet nog goed dat ik dat geen pretje vond en zo ging het 2 jaar lang.

Ik woonde op het Noordereiland in de Anjerstraat 11. Dus 2 jaar lang oom Kees Prins-Hendrikkade, Koningsbrug, Nassaukade en net om de hoek van de Nassaukade, in de Oranjeboomstraat was ons schooltje.

Als we naar huis liepen gebeurde het dikwijls dat de sirene van de hefbrug ging en dan moesten we hard lopen om niet voor de brug te staan. Maar ik vond dat wel leuk, want dan kwamen er altijd van die grote zeeschepen voorbij en als we thuis kwamen moest ik altijd andere kleren aan en dan mocht ik buiten spelen.

2 Jaren lang en wat moest er nu gebeuren. Ja, ik moest naar de grote school, maar welke?

Je had de Prins Hendrikschool in de Prins Hendriklaan en je had de Willem-Barentzschool in de Willem-Barentzstraat en mijn ouders besloten om me op de Willem-Barentzschool te plaatsen. Normaal was het zo, als je aan de Westkant van het Noorder-eiland woonde ging je naar de Prins-Hendrikschool en aan de Oostkant dan naar de Willem-Barentzschool. Ik ging naar de Willem-Barentzschool en dat was een eind lopen.

6 Jaar lang het Burgemeester Hoffmannplein, de Cornelis Trompstraat, Maaskade, tunneltje onder de Willemsbrug door, Feijnoordstraat en dan waren we in de Willem-Barentzstraat en daar stond dan mijn school en dan ook hetzelfde stukje terug.

Maar op het einde van de schooltijd heb ik toch en wat later in mijn verhaal zal blijken geen spijt gehad. Maar daar gaan we nog verder aan werken.

De vakantie was om en de grote school zoals wij zoals wij dat toen noemde stond te wachten en dat was een hele belevenis.

Jonge, jonge, voor het eerst naar de grote school, de zenuwen gierden door mijn keel.

Tijdens de vakantie had je een opschepperig houding tegenover je vriendjes en vooral tegen de vriendjes die nog niet aan de grote school toe waren.

De nacht ervoor kon ik dus niet in slaap komen en 's morgens was dat dan ook te merken, toch had ik een kapsones van wat had ik jouw daar.

Ja hoor, handen wassen, haar kammen en moeders stond klaar om me weg te brengen.

Bij de school aangekomen zag ik dat er nog veel meer moeders en vaders stonden. Er was niemand die ik kende, want ik had eigenlijk op de Prins Hendrikschool gemoeten, maar mijn moeder stond al gauw met de andere mensen te praten totdat de schoolbel ging en de kinderen rustig naar binnen gingen en dat was geen wonder, want aan de ingang van de school stond een meester, een strenge man zo te zien, ja Ceessie dat is nu de bovenmeester en hij is de baas van de school en straks moet je hem netjes een hand geven en netjes je naam zeggen, want dat is de Hoofdonderwijzer: Meester Boogaard

Toen ik dat beloofd had, gingen we naar de schoolingang en toen kwam er ook nog een juffrouw bij staan en dat zou onze juffrouw worden.

Mijn moeder kreeg een hand van de meester en de juffrouw en ik ook en wat zei hij?
Dus jij bent Ceessie, goed je best doen Ceessie en dat is je juffrouw, juffrouw Meerman, Oei, wat was dat mens lelijk, ga maar netjes daar bij de kinderen staan, we gaan dan met z’n allen naar de klas.
Ja, die meester Boogaard vond ik er toch wel streng uit zien, hij had ook nog een Bolhoed op en een sierlijke snor en die snor die gaat later nog een rol spelen......

Ja, daar begon het 1e schooljaar. Kinderen netjes in de rij en dan gaan we nu naar de klas en mondjes dicht, hoe kan dat, nou er liepen een paar kinderen te huilen en die begonnen streeds harder te huilen en ik dan ook maar.

In de klas aangekomen kregen we allemaal een plaats aangewezen, jongens bij jongens en meisjes bij meisjes en nu we allemaal netjes zitten moeten jullie goed onthouden wat jullie plaatsen zijn en dan gaan we netjes met de armen over elkaar zitten en dat doen we alleen als we niets doen en als jullie wat willen vragen steken jullie één vinger op.

Als jullie een plasje moeten doen; ook één vinger en voor een grote boodschap twee vingers. Dan gaan we het nu eens proberen of we het allemaal goed onthouden hebben.
Wie moet er plassen? Er ging geen één vinger omhoog en zo werd het nog wel een paar keer overgedaan totdat we het allemaal wisten en om half twee moesten we allemaal weer bij de school zijn.

We keken verbaasd op toen de bel ging. We moesten op de gang netjes in de rij staan en niet praten en naar huis.

Op school ging je zachtjes aan gewend raken, je leerde de namen van de onderwijzers en onderwijzeressen kennen en dat waren er totaal 6 zoals: en dan natuurlijk bij de bovenmeester beginnen: meester Boogaard, meester Mosterd, meester Advokaat, juffrouw Meerman, juffrouw Snijders en juffrouw weet ik niet meer. Mijn juffrouw was dus juffrouw Meerman (juffrouw Kip) zo noemden wij haar, ze liep altijd te mopperen, vooral als we op de lei gingen schrijven met de griffel. Dat kraste zo akelig dat ik er zelf kippevel van kreeg en werd dan ook echt wel eens aan mijn oor de bank uit gehaald en dan begon ze te kakelen als een kip. Vandaar juffrouw kip. Ik vraag me af nu ik dit op papier aan het zetten ben of zij er ooit de lucht van heeft gekregen dat zij die naam van ons heeft gekregen.

Als het St. Nikolaasfeest was, dan was het echt een feest in het gymnastieklokaal en dan kregen we echt chocolademelk met spekulaas erbij en een kadootje en je raadt het nooit dat kadootje was Made in Japan ( een kip met poten van metalen veren). Er ging gelijk een geroezemoes door het lokaal en lachen ook en de grotere klasse riepen dat we stil moesten zijn, maar wisten zij veel. We kregen ook poppenkast en een goochelaar. Heerlijke herinneringen. We leerden daar veel op die school, dat staat vast voor mij. Daar kom je nu achter, het is gek, maar toch is het zo, anders zou je nooit die dingen onthouden.

En zo kwam de zomervakantie weer en dan kreeg je je eerste rapport en wat was ik blij, het waren allemaal goede cijfers en ik ging over en wat gingen we doen? Die dag ging ik uren lopen, heel de buurt en de hele familie kreeg mijn rapport te zien en dat liep soms aardig op. (ook wel eens niets en ook wel eens een rot appeltje). Maar, het was een heel bezit die dag en het was vakantie en dan gingen we aan de Waalhaven aan pier één kamperen in een echte dekentent en als het ging regenen mochten we bij een meneer die een echte scouttent had komen slapen. En daar heb ik dan ook zwemmen geleerd.

Dan komt de tijd dat de vakantie voorbij is en dan ben je natuurlijk wel bezig met het moment dat je weer naar school moet en dan vroeg je jezelf af; wat zal dat jaar nu weer brengen? Tweede klas bij juffrouw Snijders, Dat is een strenge en wat zal dat moeilijk worden. We gaan met inkt schrijven zeggen ze en ik wist toen nog geeneens wat inkt was. Dat zal best wel moeilijk zijn, altijd vlekken. Maar dat zou zoals bleek allemaal best meevallen. De juffrouw was wel strenger, ze leek ook net een man. We begonnen niet met inkt maar met potlood en dat viel allemaal best mee en het tweede jaar was eigenlijk hetzefde als het eerste. Maar, we kregen wel gymnastiek en dat was toch ook weer wat prettigs en ik was daar ook nogal wild in, want ik zag nergens tegen op en moest nogal eens tot de orde geroepen worden. Ongemerkt was ook het tweede leerjaar voorbij gegaan.

Ja Ceessie! Nu ga je naar de derde klas en dan ga je met inkt leren schrijven en je krijgt een meester. Als ik jou was ging ik mijn tas maar eens kontroleren en kijk goed of je alles hebt, je sponsendoos en een doekje en je schoolzakje zal ik morgen geven als je naar school gaat. Ik vind het niet leuk een schoolmeester en meester Boogaard is hartstikke streng, als je dat maar weet.

Als hij op de gang loopt ook, dan kijkt hij naar me met die strenge ogen en daar moet ik nu bij in de klas zitten, ik kan toch best wel naar de Prins-Hendrikschool? Nou niet meer zeuren en morgen ga je echt leren en dan zal je eens zien hoe knap je wordt.

Het was nog vroeg toen ik bij de school aan kwam en ik was niet alleen en het was al gauw, jongens Ceessie is er ook en nou kenne me met de met de 4e klas voetballen en anders gane me vechten als we niet mee magge doen en daar had ik nu net geen zin in.

Ik was alleen maar nieuwsgierig hoe het op school zou zijn en wachte rustig tot de bel ging en die bel die ging al gauw. De deur ging open en daar stond meester Boogaard met zijn sigaar en hoed op, dat was een deftige hoed. Zo’n bolhoed en daar stond hij als een generaal aan de deur en keek over ons uit en alles werd meteen stil. Hij haalde een sigarenkokertje te voorschijn en deed daar de halve sigaar in en deze stopte hij in zijn vestzak en in die tijd was iedereen weer aan het praten.

Jongens en meisjes even allemaal stil zijn; de meeste van jullie gaan haast allemaal naar een andere klas, behalve die jongens en meisjes die het nog een jaartje over moeten doen en die gaan naar hun eigen klas en de rest weet naar welke klas ze moeten. De derde klas zoekt zijn plaats en wacht met de armen over elkaar totdat ik kom, de meisjes aan de raamkant en de jongens bij de muuren dat werd een rommeltje en eindelijk zaten we dan maar niet met de armen over elkaar, maar toen de meester binnenkwam vlogen de armen over elkaar. Hij bleef aan de deur staan en overzag de klas; goede morgen jongens en meisjes en in lang zaam tempo; goede morgen meester.

We gaan aan een nieuwjaar beginnen en dat betekent dat ik jullie allemaal een nieuwe plaats ga aanwijzen en toe hij daar haast mee klaar was gebeurde het. Juist toen ik dacht dat ik op mijn eigen plaats zat stond hij rond te kijken en zij Jij heet Ceessie nietwaar? Ja meester, Jij ben nogal klein en kom dan maar eens hier voorin zitten, naast deze jongen en dat was Jan Bax en die keek me eens van opzij aan en keurde me schijnbaar goed.

Zo, nu gaan we eerst eens elkaar leren kennen en als ik er één aanwijs dan noem je je naam, jullie kennen elkaar al en nu moet ik jullie namen kennen en zo begon het derdeklasjaar. Ceessie jij moet even blijven als de anderen gaan spelen.

Zo hé wat heb ik nou weer gedaan! Dat begon goed.

En daar zat ik dan, geen speelkwartier en wat zou ik nu al gedaan kunnen hebben. Daar kwam de meester binnen, met halve sigaar en nou gaat het gebeuren.

Cees, dat klinkt beter of niet? Je zit nu in de derde klas en je zit op een ereplaats. Moet je eens goed luisteren Cees, jij komt van de andere kant van de v/d Takstraat niet waar? Ja meester. Dan weet je ook slager Rietdijk? Ja meester. En de RMI (Rotterdamse Melk Inrichting) Ja meester. Dan ga jij nu een half ons Berliner leverworst halen en een halve liter verse melk, netjes door de tunnel en niets laten vallen. Nee meester. En als je terug ben zet je het netjes in de spreekkamer. Ja meester. Hij gaf me geld en weg was ik.
Bij Rietdijk aangekomen deed ik mijn boodschap, zo zei slager Rietdijk, jij komt zeker voor meester Boogaard? Ja slager en ik moet ook nog naar de erremie, nou dan kom je het als je bij de melkboer ben geweest ophalen anders gaat het plakken. Ja slager en ik naar de erremie op het Burgemeester Hoffmannplein en daar kreeg ik een halve liter melk in een fles, is dat vers juffrouw? Ja hoor en nu gauw naar de slager en laat je melk niet vallen, bij de slager kreeg ik ook een plakje worst, maar geen Berliner.

Op school aangekomen zette ik het netjes in de spreekkamer en ging de klas weer binnen.

Toen ik het lokaal weer in kwam keek alles naar me en je hoorde ze denken; zo hé, dat is zeker het jongetje van de meester.

Het zat me natuurlijk niet helemaal lekker, want dat zou ik buiten natuurlijk wel horen. Cees, je ziet een schrift voor je liggen en daar gaan we zo dadelijk met een potlood hoofdletters leren schrijven en netjes op de lijnen blijven zoals je bij juffrouw Meerman hebt geleerd.

Ik zal ze op het bord schrijven en dan gaan jullie het netjes op papier zetten en doe het netjes want jullie ouders krijgen het op de ouderavond te zien en van sommige zijn de ouders niet zo makkelijk. En zo ging het 3e schooljaar van start.

Het viel wel mee met het pesten op straat. Want er was nog meer bij gekomen, ik moest ook de bel luiden als de school uitging en de deur open doen als er aan de deur gebeld werd.

En eindelijk brak ook de tijd aan dat we met inkt gingen schrijven en dat werd een rommeltje!

Vlek na vlek en je vingers onder de inkt en je bloes,daar kwam ook wel een vlekje op en daar hoorden we thuis ook wat over.

Maar aldoende leert men. Als de school uitging, hetzij 's middags of 's avonds, dan volgde dit eerst en dat leek wel een ritueel.
Dan werd alles op zijn lessenaar in de juiste volgorde gelegd, de denkbeeldige pluisjes van zijn pak en uit het vestzakje het sigarenkokertje een sigaar er uit, het puntje er af en volgens de regels aansteken. De bolhoed op en een blik naar mij.

Bellen

Inmiddels was er ook een broer van mij op school gekomen, want ik had 4 broers en die waren waren allemaal hartstikke braaf.

Die ook op school gekomen was heette Arie en was ruim een jaar jonger dan ik, hij is in November geboren,dus kwam later op school in verband met de leeftijd.Maar, de broers die volgde zouden helaas de school niet doorlopen ivm de aankomende oorlog.

Eer dat het zover was zouden we toch echt wel het een en ander meemaken, in de 4e klas kwam er een jodenjongen Harry met zijn zus Duifje Cohen en die woonde in een winkelpand op de hoek van de Prins-Hendrikkade en Feyenoordstraat. Hun vader had een tweedehands goederenwinkel of beter gezegd was het eigenlijk een lorrenzaak en daarboven woonde zij. Harry kwam bij mij in de klas en Duifje een klas lager Ik was opeens tot over mijn oren verliefd op haar en als ik 's middags naar school moest dan stond ik eerst voor de spiegel mijn haren in orde te maken en dan gauw naar school, veel te vroeg en dan ging ik op de richel van het winkelraam zitten wachten tot zij naar buiten kwamen om ook naar school te gaan en dan wist ik met mijn houding geen raad. Dan verbrak ik maar de stilte en vroeg of ze het leuk op de school vonden en dan begonnen zij ook te vragen en te vertellen dat zij Joden waren en dat zij zaterdags niet naar school hoefden want dan was het Sabbat en werden er allerlei liederen gezongen en vele dingen gegeten en dat ze geen margarine mochten en geen varkensvlees of worst waar varkensvlees in zat en zo werden we vrienden. Elke dag was ik er even vroeg en leerde zo hun ouders kennen, Harry zijn vader was een klein stevig mannetje en zijn moeder een blonde vrouw met veel krullen in haar haar, maar dat hadden ze allemaal ook hun kleine zusje Beppie had blond krullend haar en ik? Ik werd steeds verliefder op haar totdat het haar ging opvallen en zij ook gek ging doen.
Maar het had toch resultaat want als wij tussen de middag op het Prins Frederikplein gingen voetballen stond zij ook te kijken, naar mijn dacht ik. Maar zij moest bij haar broer blijven hoorde ik van hem.

Op school in de klas bleef het niet onopgemerkt Ceessie loopt met Duifje Ceessie loopt met Duifje en zo begon het pesten totdat Harry vroeg of dat waar was. Ik flink doen en zei tegen hem zoiets van ik geloof het wel en hij zei, dat mag ze helemaal niet, jij ben toch geen Jood? En ik zal het aan haar vragen. Toen kreeg ik helemaal de zenuwen in mijn lijf en ik durfde natuurlijk niet meer in het raamkozijn te gaan zitten. Als ik zo zit te schrijven over mijn jeugd, wat hadden we toch al een problemen, Leuk hè.
En als je dan nu beseft dat ze waarschijnlijk allemaal nog maar kort te leven hadden. Sinds ik de pc heb, heb ik al zoveel oproepen gedaan en nooit geen antwoord gehad. Dat is triest en dan weer gewoon er over schrijven. Het is alles ruim 60 jaar geleden.

Inmiddels zijn we dan alweer in de 5e klas terecht gekomenen is er ook weer een broer van mij in de eerste klas geland, dus zaten we met zijn drieën op school, Cees, Arie en Koos.

Maar in deze klas leerde ik eigenlijk goed meester Boogaard kennen. Ik werd moeielijker en kreeg dus wel eens een keertje meer straf als dat ik gewend was. En in deze klas kregen we ook Godsdienstlessen en die werden gegeven door de Godsdienstonderwijzer een heel woord, maar zo noemden wij hem en dat was een heel lang persoon en zag er uit of hij zich niet geschoren had en dat is niet verzonnen want zo spreekt men niet over een Godsdienstleraar, maar de man was zo donker behaard en enorme wenkbrouwen, alles was enorm aan die man.

Zijn naam was meester Zuiddam als ik mij goed herinner.

Als je niet van je ouders naar de Godsdienstles mocht dan moesten we in de klas blijven en kregen we rekenen. Maar we gingen haast allemaal naar Godsdienstles, dat zat er natuurlijk wel in.

Het ging een hele tijd goed,tot dat ik het zeker gevreten had bij meester Zuiddam. Ik zat schijnbaar eens een keer te slapen en toen schrok ik me eigen wezeloos door een knal die hij met zijn vlakke hand waarschijnlijk op de lessenaar uitoefende en toen moest ik iets gezegd hebben dat niet door de beugel kende en werd ik naar meester Boogaard gestuurd, kan je begrijpen. En daar stond ik voor meester Boogaard.

Zo Cees heb jij mijn iets te vertellen? Wacht maar in de spreekkamer.

Het leek wel een uur, maar daar kwam meester Boogaard.

Wat heb je uitgehaald en wat ik nooit meegemaakt heeft maakte ik nu mee:

Hij pakte me bij een oor en het deed nog zeer ook en ik gaf natuurlijk een gil alsof ik vermoord werd en ik vertelde hem zo goed en zo kwaad als dat het kon wat er gebeurd was. Misschien loog ik ook wel een beetje, haast wel zeker natuurlijk.

Het resultaat: schoolblijven en ik wist al wat het thuis zou worden, meester Boogaard zou gelijk krijgen en ik geen eten voor straf.

Want, wat was het geval, wij aten van school en als je te laat was kreeg je niets en niets was erger voor een hongerige jongen en zo verliep het inderdaad, mijn voorgevoelens kwamen uit. Ik zal maar niet zeggen wat er thuis gebeurde, in ieder geval kreeg ik er dun overheen, ook geen eten en kwam ook nog te laat op school.

Een ander deed de deur voor mij open en dat was ook nog eens een straf extra en vooral toen hij liep te giechelen, ik kwam binnen en zei; dag meester.

Hij keek me doordringend aan en zei; ook dat nog. De tranen sprongen in mijn ogen en ik wilde wat zeggen; nee zeg maar niks en kom maar eens even mee.

We gingen naar de spreekkamer en ik zag meteen dat hij nog niet gegeten had. Het stond wel klaar, kort zei hij; je hebt niet gegeten of wel?

Gedraag je voortaan als een man en vooral op de Godsdienstles, ga nu maar zitten en eet je brood op en drink je melk op en als het op is dan ruim je netjes de boel op en dan kom je weer naar de klas en nu moet je eerst je tranen afdrogen Zo iets heeft hij wel gezegd, want precies weet je dat dan niet meer na zoveel jaren.

Alleen wat er gebeurd is in je leven en wat indruk op je gemaakt heeft dat vergeet je niet en daar was de meester een kei in om op je gevoelens te werken en vooral omdat ik nooit geen kwaad bij hem kon en dan gebeurd er zoiets, hij bewaart zijn brood voor je omdat hij mijn moeder kende en wist dat ik niet gegeten had en dan zegd hij, droog nou maar je tranen.

Dat is nou één van die dingen die ik nooit en te nimmer zal vergeten en zo zijn er meer van die dingen. Op mij maakte hij niet alleen een statige indruk, maar hij gebruikte ook altijd een spreekwoord of een gezegde en hij stapte nooit van zijn vaste gewoontes af. Ik kon precies aan zijn handelingen zien wat er ging gebeuren. Als we dictee kregen dan deed hij het uiterst langzaam en liep tussen de banken door te dicteren met één en dezelfde pas en af en toe keek hij om alsof hij voelde dat er iemand niet mee kon en dan zei; wel opletten en dan zei hij het toch nog een keer.

Tegendat het speelkwartier begon keek hij naar me, zo even terloops, zette zijn hoed op en gaf een knik in mijn richting en moest ik tweemaal de bel laten gaan en dan ging eerst de meester de klas uit en die bleef bij de deur staan kijken en ook naar de anderen of alles ordelijk ging en dat was het speelkwartier.

En als de school 's middags uitging dan nam hij met een elegant gebaar zijn horloge dat aan een mooie ketting hing uit zijn vestzakje klikte het open en borg het zorgvuldig weer op, even wachten en dan pakte hij zijn knevel aan weerskanten tussen vinger en duim en draaide hem zo in twee punten naar boven, maar nu vergeet ik wat, alvorens hij daaraan begon ruimde hij eerst zij lessenaar op.
Zo, en nu weer verder; de punten van de knevel of snor werden met de duim aangedrukt vest en pantalon af geborsteld, nog even de snor en dan kwam er uit een ander zakje van zijn vest een metalen of zilveren sigerenkoker en daaruit kwam de rest van zijn sigaar die ik weleens 's morgens moest gaan halen in een winkeltje op het Prins-Frederikplein en als ik mij goed herinner was dat of familie of een goede kennis van meester Boogaard en als deze brandde dan ging de bolhoed op en de parapluie over zijn arm en even een laatste blik op het horloge en dan een blik op mij en ik luide de bel vier keer en de lessen waren die dag afgelopen en in koor klonk het; dag meester, dag meester en zo ging het dan.

Aan mijn moeder vertelde ik dat ik toch gegeten had en hoe dat gegaan was en daar had ze niet van terug en ik kreeg er weer van langs en dat was natuurlijk niet zoals dat hoorde. Als ik je meester had geweest had je er van langs gekregen en goed ook.

We gaan aan de 6e klas beginnen en je voelde je dus een hele Pief. We hadden deze zomer aan de waalhaven gebivakkeerd en dat was hartstikke gezellig, behalve als het regende dan gingen we bij ene Jan in de tent en die Jan was een bijzondere man. Hij bezat een enorme grote legertent en wij hadden een geval van dekens en andere dingen bij elkaar geflanst, dus als het regende ging hij de kampeerders roepen en in zijn tent onderbrengen en dan gedroeg hij zich als de leider, dat was nogeens kamperen en het leukste is dat je deze dingen nu juist weer aan het ophalen ben als je over de school aan het schrijven ben.

Eigenlijk ben je alles aan het vergelijken. Vroeger en nu en dan kom je aan vragen toe en ik vind dat je dat best mag doen.

Ik weet zeker dat ik de helft overslaat, het is zo lang geleden alles. Maar toch een paar dingen zoals; vroeger, wat je dan allemaal niet op één dag presteerde en ook dan vloog zo’n dag om. Je moest bijvoorbeeld een boodschap doen terwijl je eigenlijk aan het spelen was en als je daarin gestoord werd.dat kon en dat mocht niet, dat was onmogelijk.

En toch deed je het, ja logisch vroeger weigerde je toch niet? Mijn broers en ik hadden tenminste het lef niet en we deden gewoon wat we moesten doen; geen commentaar.

En dan ging je naar de winkel en deed je boodschap, o,o er stonden drie mensen voor je en één stond er lekker te kletsen en net of je nooit meer aan de beurt zou komen en eigenlijk was je zo aan de beurt, tijd bestond niet en heb geen tijd bestond helemaal niet.

En als je dat met nu vergelijkt, dan racen ze met een racefiets je onderste boven trekken anplesant je tasje gelijk mee en ze konden er weer een dag tegen. Maar, de tijden zijn natuurlijk verandert en toch blijf ik volhouden dat het voor 90% aan de opvoeding ligt en misschien denk ik daarom zo makkelijk aan mijn schooltijd terug, want ondanks alles en dat is nogal wat had ik die tijd toch niet willen missen.

Kom, we moeten weer naar school want daar gaat het verhaal over, over onze schooltijd.

Je was nu ook in een klas gekomen dat je je eigen niet meer kon aanpassen bij dat kleine grut, tenminste zo voelde je je eigenlijk en je ging ook meepraten met sommige dingen; zoals feesten en ouderavonden. Want dan werd het werk zoals taal, rekenen entekenwerk rondom in de klas opgehangen, want daarin was meester Boogaard precies in en hij besprak dat dan ook met een paar leerlingen.
In één van mijn verhalen zag ik nog een foto staan de dames de Goede dat was een tweeling, Jan Bax en mijn persoontje Meester Boogaard tussen ons in, wij jongens zaten boven op de bank en de meester tussen in en de tweeling de Goede er achter en onder elkaar beraadslagen. Dan was meester Boogaard meester Boogaard niet meer.

We waren aan ons laatste leerjaar bezig en er waren inmiddels 3 broers van me op school gekomen. Maar die zouden de school niet afmaken i.v.m. de oorlog die in 1940 zou uitbreken. Hun namen waren Arie, Koos en Piet en één werd er nog al eens bij mij in de klas gebracht met zijn werk vol met vlekken en dat moest hij dan aan zijn broer laten zien en ik weet nog goed dat ik dit echt niet leuk vond. Ik vond het verschrikkelijk voor mijn broer dat hij met zijn werk naar zijn broer moest om het te laten zien. En er zaten er altijd te lachen en dat was denk ik vernederend voor hem.

Maar ik was aan mijn laatste jaar bezig en dat moest ook iedereen weten, want ik zou naar de technischeschool gaan en voor meubelmaker gaan leren en dat ben ik uiteindelijk geworden en als zodanig bij een eerste werkgever gaan werken. Maar voor het zover was moest er nog heel wat gebeuren, er werden ouderavonden gehouden, er werd besproken wat of de bedoeling was voor het verdere onderwijs dat je moest gaan volgen en of je er geschikt voor was en oud genoeg om op een bepaalde school toegelaten te worden.

En dat was nou iets voor meester Boogaard. Hij wist met de ouders een goed gesprek te voeren en ons daarbij te betrekken,want het ging over onze toekomst en dat in 1938 want in 1939 was het zover. Maar we gingen eerst nog naar Ulvenhout in Noord-Brabant 3 dagen met schoolvakantie en daar ging meester Boogaard echt niet mee naar toe. Wat hebben we daar genoten en gewandeld. Meester Mosterd en juffrouw Snijder waren begeleiden ons en knuffelde ons als we naar bed gingen. Je raakt eigenlijk niet uitgepraat.

Maar wat ik uiteindelijk graag wilde laten weten? Hoe ben je er op deze leeftijd mee begonnen. Het is momenteel de tijd van de PC en op een gegeven ogenblik stuit ik op een web van een fanatieke familie Engelfriet echte Rotterdammers in hart en nieren en wat heb ik zitten lachen om wat ze allemaal schreven en vooral om de dochter van een mevrouw Engelfriet die een dochter bleek te zijn van mijn oude meester BOOGAARD PIJNACKERPLEIN 7b. Zij deed daarin ook een oproep of er nog oudleerlingen waren die bij haar vader in de klas gezeten hadden. Ja, toen ging er wat bij me open.
Ik moest reageren op deze site en ik heb daar geen spijt van. Dat liep allemaal gesmeerd, net of ik de mensen altijd al gekend had. Ik maakte eerst kennis met de oudste kleinzoon en toen zijn we samen naar Alie Engelfriet gegaan, de dochter van mijn meester, ook alsof ik altijd gekend heeft en toen werd er zoveel in mijn wakker dat ik moest en zou schrijven over mijn meester Boogaard waar ik zo enorm op gesteld was, die zoveel voor mij gedaan heeft wat ik niet allemaal verteld heeft.

Uiteindelijk bleek dat ik meer van hun Opa wist als zij zelf en ik geloof dan ook dat zij er van genoten als er weer een stukje nostalgie binnen kwam.

Als ik met Alie praatte dan klopte alles wat ik vertelde en andersom ook.
Een heerlijk en joviaal mens is dat. 83 ik 76 en zij noemt mij haar jongen.

Het was heerlijk om mijn herinneringen aan meester Boogaard op papier te zetten en dat alleen al doordat ik geinspireerd werd door de Familie Engelfriet.

Wat die niet allemaal over Rotterdam weten te vertellen en het fotomateriaal zij schreven over normale dingen die ik niet eens kon herinneren en ik ben dan ook vreselijk blij dat ik in de familie Engelfriet opgenomen ben en zij hebben ook een familiewapen en dat moet je eens goed bekijken, je zou er honger van krijgen.

Maar ik blijf nu korte stukjes schrijven als de familie er mee akkoord ga en natuurlijk allemaal over Rotterdam.

Wat zou meester Boogaard trots zijn geweest als hij dat ooit had geweten.

Dingeman Boogaard

In de klas



Op zoek naar het verhaal met de herinneringen van Leny Baarda-Preger, klik dan HIER

Als toegift kwam Cees nog met een gedicht over Rotterdam:

Op een zonnige dag besloten mijn vrouw en ik naar één van onze dochters te gaan in Rotterdam en toen we daar een poosje zaten vroeg ik of zij het erg vonden dat ik even met de auto wat ging rond toeren.
Het werd me opeens te veel en ik was al vast besloten, dat als ik in Rotterdam kwam dan ging ik diverse plekken bezoeken.
Op het Noorder-eiland ben ik opgegroeid en daar heb ik een prachtige jeugd gehad. Dus daar ging ik het eerst heen, naar de Anjerstraat.
Ik schrok me te pletter, wat is hier aan de hand?
Eens, voor de oorlog woonde wij hier op stand!
Eenzaam zat ik in de auto te kijken en te turen.
Ik had mijn wagen geparkeerd voor het huis van v.Buuren.
Maar die waren er natuurlijk niet meer dat wil ik wel geloven.
Mensen kinderen, als je zo iets ziet. Zo iets kom je niet te boven.
Ik zocht naar de winkel van van Campen, dicht getimert met planken.
Toen ik daar zo in mijn wagen zat en keek, zat ik zowaar te janken.
Langzaam reed ik het Burgemeester Hofmannplein op, alles gesloopt.
Muren vol gekladdert, ik kon het niet lezen. Had er ook niet op gehoopt.
Ook de RMI was totaal niet ontzien of gespaard.
Daar heb ik wat halve liters melk voor Meester Boogaard gehaald!
Toen zo naar de v/d Takstraat, daar was eens slager Rietdijk, Bam….
Weer een doodklap, bij die slager haalde ik altijd beleg voor de boterham.
Nu zat er waarschijnlijk een kroeg in waar vreemde mensen kwamen.
Je kon er niet naar binnen kijken er stonden vreemde letters op de ramen.
Rotterdam! Jij huilt niet alleen. Wees sterk en droog je tranen.
Het zal allemaal niet meer helpen. Het zijn nou eenmaal je organen.
Je bent ziek, overgeleverd aan verkeerde doktoren zonder banen.
Maar voor zover ik het kan bekijken. Weet je wat er met jou is gebeurd?
En dat kon jij niet aan zien komen….Maar je bent totaal verkleurd!!!!!!!!!



Maar ook in 2004 gaat Cees Vrijenhoek aan de wandel, klik maar eens HIER





Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

23 Juli 2004