Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Het ontstaan van de Spaarbank te Rotterdam

Maar we beginnen natuurlijk met wat oude foto's van het hoofdkantoor:

spaarbotersloot1860

Het Spaarbank gebouw aan de Botersloot rond 1860

spaarbotersloot1879

Het Spaarbank gebouw aan de Botersloot rond 1880

Weet je wat, we wippen ook even naar binnen:

spaarzaaloud

De vergaderzaal in het oude Hoofdgebouw

spaarzaalnieuw

De vergaderzaal in het nieuwe Hoofdgebouw

en we nemen ook even een kijkje in de Directeurskamer annex bibliotheek:

spaarbieb

en natuurlijk ook deze foto uit 1904, het begint al een beetje op het gebouw te lijken zoals wij dat later hebben leren kennen!

spaarbank1904

En dan doen we even een uitstapje naar wat prenten uit ons

Van Vleeshal en Vleeshouwers gilde tot Telefoonkantoor

verhaal, want in dat gebouw, daar is men in 1818 begonnen met de Spaarbank te Rotterdam:


Niet te geloven dat de Spaarbank ooit is begonnen in deze Vleeshal ??

Lees maar even mee dan... een stukje tekst uit 1918...

vleeshal1900

De Vleeshal rond 1900

Van den aanvang af is de Botersloot, thans de Gedempte Botersloot, het tooneel geweest van de lotgevallen der Rotterdamsche Spaarbank. In 1818 werd het Gemeente­bestuur bereid gevonden, voor de zittingen der Spaarbank en voor de vergaderingen van haar Bestuur in gebruik af te staan het lokaal boven de toenmalige Vleeschhal, staande op dezelfde plaats aan de Botersloot - dit zuidelijke uiteinde der Botersloot tegenover het Raadhuis heette destijds nog Kaasmarkt - waar ook heden ten dage nog de Vleeschhal met het daarboven gevestigde Hoofdkŕntoor van den Gemeentelijken Telefoondienst is te vinden.

Uit de jaarrekeningen blijkt niet, of de Stad voor dit gebruik aan de Spaarbank huur in rekening heeft gebracht. Wanneer het gebruik kosteloos is toegestaan, zoo is dit in ieder geval een mee­vallertje geweest, want, toen de onderhandelingen met Burgemeesteren zouden worden geopend, veronderstelde het Spaarbankbestuur niet anders - dit blijkt duidelijk uit de notulen - of er zou huur moeten worden betaald.
Althans, aan de Commissie, die zich ter bespreking van de zaak naar het Raadhuis zou begeven, werd uitdrukkelijk opgedragen, zich omtrent het bedrag van den eventueelen huurprijs nog niet te binden. In de notulen der Bestuursvergaderingen tot 1849, waarin anders van veel minder belang­rijke zaken met overgroote uitvoerigheid melding wordt gemaakt, wordt intusschen verder van besprekingen omtrent dien huurprijs niet gerept.
Men mag dus aannemen, dat tot 1849, toen zij haar eerste, eigen gebouw betrok, de Spaarbank gratis boven de Vleeschhal heeft gewoond. Deze vrijgevigheid der Gemeente Rotterdam, welke er het hare toe heeft bijgedragen, om voor de Spaarbank in hare kinderjaren de bestaansvoorwaarden lichter te maken, mocht hier niet onvermeld blijven.

Met de lokaliteit boven de Vleeschhal heeft men gedurende tientallen van jaren in den dienst weten te voorzien. Eerst na 1840 wordt het merkbaar, dat bij den gestadigen groei van het bedrijf, die reeds spoedig na den Belgischen opstand weer was ingetreden, het gebrek aan ruimte nijpend begon te worden. De ophooping van publiek in de als wachtruimte dienstdoende gang of kamer nam steeds toe en verleidde de menschen, het wachten moede, hun geld aan een anderen inlegger of ook wel aan den bode der Spaarbank af te geven, met de bedoeling dat deze den inleg voor hen zou bezorgen. Dat hiervan onregelmatigheden het gevolg waren, blijkt uit de strenge maatregelen, die tegen dit misbruik werden getroffen. Zoo vindt men melding gemaakt van het onmiddellijke ontslag van een bode, een der opvolgers van den trouwen Wilton. Een en ander leidde er intusschen tevens toe, dat het vraagstuk eener betere huisvesting van het bedrijf met ernst werd ter hand genomen.


Een oogenblik is er sprake van geweest, dat de Spaarbank zou overgaan naar een ander gemeentegebouw, en wel naar het in de onmiddellijke nabijheid der Vleeschhal gelegen Boterhal aan de Nieuwe Markt.

Uit ons Oude Kerken van Rotterdam verhaal: Op de lokalen van de Boterhal, waarop het Spaarbankbestuur het oog had, bleek intusschen voor onderwijsdoeleinden beslag te moeten worden gelegd. Eerst daarna komt voor het eerst ter sprake het denkbeeld van een eigen gebouw.

Er werd eene commissie benoemd, die tot taak kreeg, naar een geschikt pand om te zien. Inmiddels verzekerde men er zich reeds bij voorbaat van, dat voor den eventueelen aankoop van een huis ten name der Spaarbank zelve op de medewerking van het Departementsbestuur zou kunnen worden gerekend.
Verhaald wordt van den eigenaardigen vorm, die daartoe werd gekozen; eene wijziging van het Reglement ten aanzien van de voorschriften omtrent de bewaring der effecten enz., waarmede men beoogde de vereischte toestemming als het ware stilzwijgend binnen te loodsen, zonder de onderlinge verhouding geweld aan te doen. Men mag betwijfelen, of in dit opzicht deze kunstgreep inderdaad doel heeft getroffen. Hoe dit zij, bij de talrijke gevallen, waarin de Spaarbank in latere jaren onroerende goederen heeft gekocht en verkocht - in één dier gevallen was het Nuts-Departement zelf de medecontractant - komt dit punt niet meer ter sprake, hoewel sommige dier contracten van koop en verkoop met de behuizing der Spaarbank zelfs in geen verwijderd verband stonden.

De Commissie van voorbereiding slaagde niet aanstonds in de uitvoering harer opdracht.

Een pand aan de Delftschevaart werd in oogenschouw genomen, doch ongeschikt geoordeeld, en herhaaldelijk moest zij verzoeken om - zooals het in de terminologie der notulen van die dagen telkens heet -diligent te worden verklaard.

Eindelijk in 1847 wist zij de hand te leggen op een huis aan de Botersloot, behoorende aan den "verver Rijnbach". Dit perceel, hetwelk zeker niet meer dan 100 M. verwijderd was van de Vleeschhal, werd voor f 9.585.84, met inbegrip der kosten, het eigendom dér Spaarbank.
Met den ondergrond van dit pand, in latere jaren met wijs beleid door herhaalde aankoopen van aangrenzende perceelen telkens vergroot, had zich de Spaarbank het bezit verzekerd van het eerste vakje van het +/- 1200 M2 groote complex tusschen Botersloot en Lombardstraat, waarop ruim eene halve eeuw daarna het tegenwoordige Hoofdkantoor zou verrijzen.

Voor de stichting van een eigen gebouw, dat zou kunnen beantwoorden aán de toenmalige behočfte van het bedrijf, bleek het in 1847 aangekochte terrein, lang ,,97 voeten" en breed "circa 26 voeten", alleszins voldoende. Het gebouw zou beneden de noodige dienstlokalen bevatten, terwijl het bovenhuis zou worden bewoond door den later te benoemen boekhouder.

Reeds tegen het najaar van 1848 was de bouw voltooid, doch wegens de vochtigheid van het nieuwe gebouw moest de verhuizing daarheen tot het volgende voor jaar worden uitgesteld. Den 21 Mei 1849 werd het gebouw in gebruik genomen.

Besluiten we natuurlijk met het Reglement van Deelneming in de Spaar- en Hulpbank van het Rotterdamsch Departement der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, opgesteld op 7 april 1818.

De eerste zitting (openstelling) van de Spaarbank te Rotterdam, zoo kunnen we lezen, had plaats op Woensdag 6 mei 1818, des middags van half een tot half twee ure, in het Locaal boven de Stads Vleeschhal.

spaarreglement1

spaarreglement2






We kregen de volgende aanvulling / correctie, waarvoor onze hartelijke dank!

Spaarbank Rotterdam is niet overgenomen door VSB Bank.

Maar VSB is ontstaan door een fusie tussen Spaarbank Rotterdam, Centrumbank en Bondsspaarbank Breda.

Dat werd toen Centrumbank, daarna Verenigde Spaarbank en daarna VSB Bank. VSB Bank en Amev gingen toen samen en de hele combinatie werd uiteindelijk (na veel omzwervingen) Fortis Bank.





Klik hier voor de overige verhalen over de Spaarbank te Rotterdam





Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

18 November 2009