|
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Engelfrieten overzicht |
|---|
| Naar beneden |
|---|
Op deze pagina gaan we het hebben over de geschiedenis van vooral de Tivoli Schouwburg en Societeit De Harmonie met de Doele, beiden ooit aan de Coolvest, de latere Coolsingel. Maar natuurlijk komen en passant ook wat andere theaters aan de orde...., want Rotterdam had er nogal wat, aldus de eerste alinea van ons Schouwburgen verhaal
Wat aan dat verhaal ontbrak was een beschrijving van de Doelen Zaal aan de Coolsingel in Rotterdam, en dat gaan we doen in dit verhaal, samen met wat foto's uit ons Schouwburgen verhaal
Voor we beginnen, zou je ook dit verhaal even kunnen bekijken, weet je waar de naam Doele vandaan komt....
We gaan eerst even terug naar het Haagscheveer en bewonderen daar een close-up van het Gerechtsgebouw :
Het Gerechtsgebouw aan het Haagscheveer (1863)
Vanaf 1904 werd dit het Hoofd Bureau van Politie
Aan de achterkant van het Gerechtsgebouw kwam je dan zoo in de tuinen van de Societeit Harmonie, de gebouwen liggen aan de Coolvest.
De tuin van de Societeit de Harmonie (1863)
Grenzend aan de gebouwen van de Harmonie, werd door de stadsarchitekt Rose de Doelenzaal gebouwd. Op de foto's wat sfeeropnamen van de concertzaal die ook werd gebruikt voor grote ontvangsten met diner, bijvoorbeeld in 1899 ter gelegenheid van het bezoek van de Twee Koninginnen, Wilhelmina en Emma.
Alles staat klaar voor Wilhelmina en Emma (1899)
1920
Via dit poortje kwam je weer op de binnenplaats, waar bijvoorbeeld vuurwerk werd afgestoken
....het poortje dat toegang gaf tot de Plaats van de voormalige St. Joris Doele is duidelijk versierd met een muzikaal symbool. Op de Plaats werden concerten met vuurwerk gegeven. Langs draden die tussen de bomen waren gespannen sisten de vurige slangetjes al, terwijl in de concertschelp de vaak fraai geuniformeerde muzikanten van schutters of grenadiers hun instrumenten nog kistten. Was het feest afgelopen dan perste de massa zich door het poortje naar een gang, die op het Haagscheveer uitkwam, naast het Hoofdbureau van Politie, dat zijn mannetjes in geval van herrie altijd bij de hand had.........want in het grote Doelecomplex van de Societeit Harmonie, dat om de Plaats was heen gebouwd, gebeurde nog wel wat meer en anders.....
Het Doelen komplex in 1920
De Doelen naast het Stadhuis
En dan nu de beschrijving van de Doelen Zaal, vlak voor WOII :
De Doelenzaal maakte deel uit van het grote Doelencomplex, de zetel van de bekende Sociëteit "Harmonie" en dateerde van 1933. Zij stond op dezelfde plaats van de vroegere grote Doelenzaal, die in 1844 was gebouwd en in 1931 wegens bouwvalligheid moest worden afgebroken. Het Doelencomplex was gebouwd rond een binnenterrein, dat gelegen was tussen de Coolsingel, het Doelwater, het Haagseveer en het Hofplein. Behalve de grote zaal bestond het gehele complex uit een societeits-gebouw aan de Coolsingelzijde, waarvan later de bovenverdieping was verwijderd, een muziekkoepel en een kegelbaan aan de zijde van het Doelwater. Het societeitsgebouw werd in 1811 gebouwd; de muziekkoepel in 1814 en de kegelbaan in 1817. In 1889 werd de kegelbaan door een nieuwe vervangen. Alle gebouwen waren gelegen rond een prachtige met bomen beplante tuin van 56 bij 53 meter, waar het op zomeravonden heerlijk toeven was.
De grote Doelenzaal was een eenvoudig langwerpig gebouw, dat met een groot laag zadeldak was afgedekt. Met de voorzijde grensde zij aan de Coolsingel en met de Zuidelijke zijgevel aan de Doelentuin. Aan deze zijde was een lage zijvleugel gebouwd met een open terras er boven. Aan de voorzijde was een eenvoudige ingang, die acht meter breed was. Boven de toegangsdeuren hing een brede luifel, waarboven ruimte was voor het aanbrengen van affiches. Boven deze aanplakruimte was de naam van het gebouw in verlichte letters aangebracht; daarboven bevonden zich vijf vensters. In de beide zijgevels van de zaal waren bovenaan lage brede vensters aangebracht. In tegenstelling met de vroegere grote Doelenzaal was de nieuwe zaal gelijkvloers. Op de plaats van de vroegere salon was een ruime foyer, die tevens als "kleine concertzaal" kon worden gebruikt.
De tuin, die altijd een bijzondere attractie van het Doelencomplex was geweest, was bij de bouw van de nieuwe zaal behouden doch kleiner geworden. Drie dubbele deuren in de open buitenvestibule gaven toegang tot een voorportaal van waaruit men door drie andere dubbele deuren een hal bereikte van 16 meter lang en 11 meter breed. Deze hal was onder de galerij van de grote zaal gelegen. Rechts was een brede wandelgang met garderobe, die even lang was als de zaal en waarin de toegangsdeuren naar de zaal waren. De gang vormde de scheiding tussen de zaal en de tuin en was met inbegrip van de garderobe 10 meter breed en 25 meter lang. Boven de gang lag een open terras van dezelfde afmetingen, dat bereikbaar was via dezelfde trap, die toegang gaf tot de galerij van de zaal. Later werd dit open terras benut voor de bouw van een nieuwe sociëteit, die in oktober 1938 in gebruik genomen werd.
De zaal, die buiten het podium een lengte had van 31 meter en een breedte van 20,60 meter, was soberder van uitvoering dan de vroegere grote zaal. De zijwanden waren betimmerd met een mahoniehouten lambrizering, terwijl de friezen er boven met geluiddempend materiaal "isolite" waren bekleed. Deze friezen waren door de kunstschilder Jaap Gidding van fraaie wandschilderingen voorzien. Boven de friezen waren brede vensters aangebracht, die de zaal voldoende verlichtten. Het plafond was wit gepleisterd, terwijl de electrische verlichting hierin geheel was ingebouwd. Voor in de zaal was een verhoogd podium, dat eveneens van een mahonie lambrizering was voorzien. In de achterwand van het podium waren vijf sierroosters aangebracht, waarachter het orgel stond opgesteld. Het orgelgeluid kwam door deze roosters de zaal binnen.
Aan de achterzijde onder het podium waren de vertrekken voor de dirigent en de andere musici. Onder het podium was een ruimte voor het opbergen van het zaalmeubilair, wanneer de zaal niet voor concerten of vergaderingen werd gebruikt. Achter en onder deze ruimte waren de kelderruimten, waarin de centrale verwarming, de ventilatie en de windmotor van het orgel waren ondergebracht.
De zaal had een galerij van 20,60 bij 13 meter, die enigszins hellend opliep. Achter de galerij bevonden zich een kleine foyer en een filmcabine. In de zaal stonden 900 comfortabele stoelen, die in drie vakken waren opgesteld. De galerij bevatte 400 zitplaatsen. De foyer was gebouwd op de plaats van de vroegere salon en had een afmeting van 27 bij 14'/2 meter. Deze kon apart worden gebruikt, zowel voor vergaderingen als voor andere doeleinden.
Er was een balkon voor een orkest en er tegenover een klein toneel met twee kleedkamers. Naast de foyer bevonden zich een groot buffet, een keuken en een dienstvertrek. De zaal werd ontworpen door de architecten De Roos en Overeynder, waarbij Dr. A. D. Fokker, hoogleraar te Leiden, als adviseur optrad. Op 9 oktober 1933 vond de feestelijke opening plaats.
De vroegere zaal, in classicistische stijl door de stadsarchitect W. N. Rose ontworpen, was 38,80 meter lang, 18,80 meter breed en 11,40 meter hoog. Zij was 3'/2 meter boven de straat gelegen en via een trap in de binnen-vestibule te bereiken. De ivoorkleurige muren, die ronde hoeken hadden, waren door brede pilasters met kapitelen ingedeeld. De pilasters droegen een hoge kroonlijst, die overging in een vlak plafond, dat in het midden vier grote legramen had. Achter in de zaal was een orkestbalkon, dat door kolommen ondersteund was. Tegenover dit balkon was vooraan een ruim toneel met directiekamer en kleedkamers.
Het toneel had een opening van 9 bij 5 meter. Het was geflankeerd door slanke dubbele zuilen. Deze droegen een kroonlijst waarboven in het midden een lier met staande lauwerkransen was aangebracht. Het toneel had een houten orkestschulp, waarin tegen de achterwand het orgel (toen nog met een zichtbaar front) was geplaatst. De verlichting bestond uit een drietal grote sierlijke ronde lichtkronen. Deze hingen tussen de vier legramen aan het plafond. Zij waren van hout vervaardigd en met versierd bladgoud bekleed. Verder droegen zij vergulde beeldjes en snoeren van prisma's. De zaal, die op 23 januari 1844 in gebruik genomen werd, maakte een voorname indruk en werd om haar voortreffelijke akoestiek geroemd.
Het orgel, dat eerder in de vroegere zaal had gestaan, werd geleverd door de firma J. van der Kley te Rotterdam. Oorspronkelijk had het een front, bestaande uit een breed dubbel middenvak en twee zijvakken en stond opgesteld tegen de achterzijde van het podium. In 1933 werd het door dezelfde firma naar de nieuwe zaal overgebracht en met enige registers uitgebreid. Hier kreeg het zijn plaats achter de achterwand van het podium, waarin vijf sierroosters waren aangebracht. Hierdoor was het orgel geheel aan het gezicht onttrokken.
We kregen de volgende reaktie:
Ik ben al geruime tijd op zoek naar informatie over Jaap Gidding. Ik wist (via dit verhaal) dat hij in de nieuwe Doelenzaal decoraties had aangebracht. Ik dacht dat Jaap Gidding alleen maar aan de binnenkant had gedecoreerd maar kwam recentelijk het bovenstaande nieuw stukje info tegen over Jaap Gidding.
Mijn vraag is nu: heeft iemand een afbeelding van de voorzijde van de Doelenzaal met deze steen/tegel uit 1934 ? (of een afbeelding van de tegel)
Dennis van den Hoek
Aan dit verzoek werd voldaan door Eric Eijgelsheim:
|
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker .... |
| Terug naar de top |
|---|