Een e-mail sturen naar Aad? Het e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Het haantjesgedrag bij de begrafenis (bijzetting) van Prins Willem IV in 1752

Op onze site hebben we een ooggetuigenverslag van Alie : de begrafenis van Prins Hendrik in 1934, Aad vond later ook dit verhaal, over de begrafenis van Stadhouder Willem IV :

Een opmerkelijk geval betreft de bijzetting van stadhouder Willem IV. Deze prins stierf op 22 oktober 1751 op Huis ten Bosch. Zoals toen gebruikelijk werd hij opgebaard op een paradebed, waarna velen afscheid van hem namen.

Met de uitvaart scheen men echter weinig haast te hebben. Er werd niets geregeld - tot de Staten-Generaal er op 24 december over delibereerden. De Hoog Mogenden (zo noemden de leden van de Staten-Generaal zich) besloten de kosten van de begrafenis op zich te nemen en te zorgen voor een behoorlijke organisatie *met de meeste eer en reputatie voor de staat'. Zij deden dit zowel 'tot bewijs van eer en respect* als omdat zij dit bij eerdere begrafenissen van de Oranjes ook hadden gedaan. De weduwe van Willem IV, prinses Anna van Hannover, ging dankbaar akkoord en begon invitaties te verzenden.

Maar toen ontstond een probleem. Want het sprak vanzelf dat niet alleen de Staten-Generaal werden uitgenodigd, maar ook leden van andere colleges, zoals de Raad van State en de Provinciale Staten.

De vraag was nu: welk van deze colleges had de soevereiniteit en had daarmee recht op de voornaamste rang in de rouwstoet?

Met andere woorden: wie mochten bij de tocht naar Delft als eersten direct achter de familieleden van de Prins van Oranje in de lijkstaatsie lopen?

Dit lijkt een kinderachtig geschil, maar het ging in werkelijkheid om een belangrijk staatsrechtelijk vraagstuk, dat onopgelost was gebleven. In onze Republiek der Zeven Verenigde ProvinciŽn was namelijk nimmer onomstotelijk vastgesteld wie het hoogste staatsgezag toekwam. De Oranjes, dat was bekend, waren in ieder geval nooit soeverein geweest, hoe machtig en invloedrijk ze ook waren.
Door sommigen, in ieder geval in het buitenland, werden de Staten-Generaal als de vertegenwoordiger van de Republiek gezien. Maar dit stond niet vast, want anderen kenden de oppermacht toe aan de provincies.

De Staten van het machtige gewest Holland hadden in ieder geval een duidelijke visie op de kwestie. Op 10 januari 1752 lieten zij de Staten-Generaal weten dat zij 'incontestabel' recht hadden op de hoogste rang. De uitvaart had immers plaats in de provincie Holland en over dat gebied waren zij, de Staten, soeverein. Maar, zo voegden de Edel Groot Mogenden eraan toe, zij waren uit toegevendheid en politesse wel bereid de Staten-Generaal vůůr hen in het cortŤge te laten lopen. Dat was namelijk bij vroegere Oranjebegrafenissen ook gebeurd. Aan de Raad van State kwam dat voorrecht echter beslist niet toe. De leden daarvan moesten zich maar voegen bij en achter de provincies 'waaruit zij zijn gecommitteerd'.

Dit illustere college reageerde 'met de uiterste surprise*. Het was toch logisch om vertegenwoordigers van andere Ge-neraliteitscolleges direct achter de Staten-Generaal te laten lopen? Bovendien was dit bij de uitvaarten van Maurits (1625) en Frederik Hendrik (1647) ook het geval geweest.

De trotse Hollandse regenten waren niet onder de indruk: dat waren zo maar *twee exempelen'. Neen, het ging om 'hetgeen gepractiseerd is op de begraaffenisse van de Heere Prins Willem den eersten, glorieuser gedagtenisse'!

Nu bemoeiden de andere provincies zich ermee. Gelderland vond dat Holland zich veel te arrogant gedroeg. Als Holland soeverein was op eigen gebied, dan zou je kunnen denken dat het hele landsbestuur aan Holland onderworpen was - de Staten-Generaal vergaderden immers in deze provincie!
Dat was inderdaad te zot voor woorden en enkele provincies sloten zich hierbij aan. Maar Holland bleef op zijn strepen staan - evenals de Raad van State.

De tijd begon nu te dringen. Het was 26 januari en de bijzetting was bepaald op 4 februari. Er moest dus een besluit genomen worden. De Staten-Generaal hakten de knoop door, ten gunste van de Staten van Holland. De Raad van State reageerde op 31 januari met een korte brief, waarin hij meedeelde dan maar helemaal niet mee te lopen in de stoet.

En zo is het gegaan. Op die 4de februari liepen achter de lijkkoets eerst de Oranje-verwanten, vervolgens de Hoog Mogende Heren van de Staten-Generaal en hierachter de Edel Groot Mogende Heren van de Staten van Holland.

De Raad van State ontbrak. Wel stuurde hij de Prinses van Oranje een keurige brief met uitleg over de 'perplexe situatie*.

Zeven jaar later stierf de Prinses en herhaalde zich dit scenario. Daarna heeft het probleem zich niet meer voorgedaan.
Haar zoon prins Willem V stierf in ballingschap in Brunswijk (1806). In 1958 werd hij in Delft alsnog plechtig bijgezet.

En in 1795 werd de Republiek zelf ten grave gedragen.



Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

5 November 2002