Een e-mail sturen? Het e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Versjes, versjes, versjes........420 - 430

Alie (* 28 - 07 - 1920   15 - 09 - 2006) kende er zoo veel ....








T.g.v. de geweldig stijgende populariteit van onze versjes (dank, dank, dank!) worden de financile lasten per maand voor onze Engelfriet site ook steeds hoger.....

En dus zijn we op zoek naar sponsors: zakelijk of priv.

Interesse?

Graag kontakt opnemen met

hans@engelfriet.net

Iedere bijdrage is van harte welkom !!







Wil je weer terug naar het overzicht, dan klik je op

Terug naar het liedjes lijstje

Leuker kennen we het toch niet maken..........




Liedje 421

Toosje smulde in een hoekje
Van een lekker krentekoekje
Ach, riep kleine broetje Jan
Mag 'k er ook een stukje van?
Nee,nee,nee,riep onze Toos
En zij keek zo boos, zo boos
En zij hield het koekje vlug
Weg voor Jantje op haar rug.

Maar bij Toosje in het hoekje
Zat de hond en keek naar 't koekje
Koekjes luste hij zo graag
En 't kwam nu zo laag, zo laag
Hap, deed Bello en meteen
Liep hij met het koekje heen
Ja, dat was een raar geval
Nu had Toosje niemendal.


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 422

Mama die kookt beslist niet duur
Maar af en toe ben 'k overstuur
Dan doet ze zeep in de puree
Of krijg ik soda in de thee

Refrein:

Zeep en soda, zeep en soda
M'n eetlust is weer naar de maan
Zeep en soda, zeep en soda
Mama heeft weer iets geks gedaan

Een kennis at een stukje mee
't Werd een uitgebreid diner
Schuimbekkend zei hij toen spontaan
Mama heeft weer haar best gedaan

Refr.

Ze doet haar werk met veel plezier
Maar gaat ze naar de kruidenier
Dan brengt ze meestal per abuis
Wat zeep en soda mee naar huis

Refr.

Zes dagen lang kom ik te kort
Krijg ik zeep en soda op m'n bord
Ik haal de schade zondags in
'k Eet in de stad dan naar m'n zin

Refr.


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 423

In 't Zeeuwse Land

Nergens groeit de terve milder, nergens groener malse wei.
Nergens lekkerder petaten, dan gegroeid in Zeeuwse klei.
Nergens vin je schoner dreven, nergens mooier duun en strand.
Nergens rumer vergezichten,
dan bie oans in t Zeeuwse land!

Nergens vin je wear j ok rondkiekt, zn schat van kleurenpracht.
Nergens op de ele wreld, zn keus van klederdracht.
Nergens is t z schoon en elder, nergens t uusje zo an kant
Nergens schoan geschuurde straetjes,
dan bie oans in t Zeeuwse land!

Nergens bin de jikkemienen, zoeter en z lekker vers.
Nergens krieg je bie de koffie Zeeuwse beuterbabbelears.
Nergens bin dr mooier misjes, mie eur mus van fiene kant.
Nergens leuker boerenjongers.
Dan bie oans in t Zeeuwse land!

Nergens bluuft t je z trokke, nergens voel je je z tuus.
Altied voel je nog t verlangen, nea dat ouwe Zeeuwse uus.
Wea j ok bint t is ier of elders, altied voel je nog dien band,
Die je bindt en stevig vast out
an je ouwe Zeeuwse land!


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 424

Zeland boven al

In Zeland viert men kermis, als nergens in het land.
Dan draagt men de beste spulletjes en de mus van fiene kant.
In Walchren en in Schouwen, in Goes en Zierikzee,
Dae rin de boertjes naer de stad en ze nemen t misje mee.

Refrein:

Zeland, Zeland boven al, Zeland, Zeland roemen w al.
Van alle landen op deez aerd,
is Zeland mien het meeste waerd.
Zeland, Zeland boven al, Zeland, Zeland roemen w al.
Van alle landen op deez aerd,
is Zeland mien het meeste waerd.

In Zeland groeien juuntjes en pee-en in de klei.
Vandaer die slechte wegen in t natte jaergetij.
Je loopt er in de regen, een polderbaes geliek.
En je zakt er toet je ienkels toe, in de modder en de slik.

Refr.

In Zeland weunen misjes, die ouwen van gin zoen.
En as je dr entje pakken wil, dan roepen ze: "nie don"!
M bin je mie zn beitjes, dan zn ze w van ne.
M ze steken eur aerige snoetje toe en dan lussen zr w twe.

Refr.


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 425

Zeeuws volkslied

Geen dierder plek voor ons op aard,
Geen oord ter wereld meer ons waard,
Dan, waar beschermd door dijk en duin,
Ons toelacht veld en bosch en tuin;
Waar steeds daloude Eendracht woont,
En welvaart s landsmans werk bekroont,
waar klinkt des Leeuwen forsche stem;
"Ik worstel moedig en ontzwem!"

Het land, dat fier zijn zonen prijst,
En ons met trots de namen wijst,
Van Bestevaer en Joost de Moor,
Die blinken zullen deeuwen door;
Waarvan in de historieblan,
De Evertsen en Bankert staan,
Dat immerhoog in eere houdt,
den onverschrokken Naerebout.

Gij, Zeeland, zijt ons eigen land,
Wij dulden hier geen vreemde hand,
Die over ons regeeren zou,
Aan onze vrijheid zijn wij trouw.
Wij hebben slechts n enkle keus:
"Oranje en Zeeland!" das de leus!
Zoo blijven wij met hart en mond,
Met lijf en ziel: goed Zeeuwsch goed rond


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 426

Zomer in Zeeland

Ochtend in Zeeland, een dorp aan een duinpan,
Een klein hotel, door groen omgeven.
Ochtend in Zeeland, de zon aan de zeekant
Ontvouwt een dag van lokkend leven.
Ogen die stralen enen zwijgen vertalen,
Gedachten vervat en dooreen geweven.
Ochtend in Zeeland, een ochtend alleen voor ons beiden.
Bei-ei-den.

Zomer in Zeeland, een spoor in het duinzand
Een stukje grond, in groen verborgen.
Zomer in Zeeland, met jou hand in mijn hand
Een enkel woord, een plan voor morgen.
Duinen en stranden en strelende handen
Die niets willen weten van aardse zorgen.
Zomer in Zeeland, een zomer alleen voor ons beiden.
Bei-ei-den.

Avond in Zeeland, een liefde in Zeeland
Een kleine tuin met koele bomen.
Avond in Zeeland, met sterren in Zeeland
Een zwoele nacht, vol warme dromen.
Dagen en weken van stilte verstreken
kan aan dit geluk ooit een einde komen.
Leven in Zeeland, een leven voortaan voor ons beiden.
Bei-ei-den.


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 427

Zeeuws-Vlaamse volkslied

Waar eens t gekrijsch der meeuwen
Verstierf aan t eenzaam strand,
Daar schiepen zich de Zeeuwen
Uit schor en slik hun land;
En kwam de stormwind woeden,
Hen dreigend met verderf,
Dan keerden zij de vloeden
Van t pas gewonnen erf.

Refrein:

Van dEe tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.

Waar eens de zeen braken,
Met donderend gedruis
Daar glimmen nu de daken,
En lispelt bladgesuis.
Daar trekt de ploeg de voren,
Daar klinkt de zicht in t graan.
Daar ziet men t Zeeuwse koren,
Het allerschoonste staan.

Refr.

Daar klappen rappe tongen,
De ganse lieve dag.
Daar klinkt uit frisse longen,
Gejok en gulle lach.
Daar klinkt de echte landstaal,
Geleerd uit moeders mond.
Eenvoudig, zonder omhaal,
Goed Zeeuwsch en dus goed rond.

Refr.

Daar werd de oude zede,
Getrouwelijk bewaard.
En t huis in dorp en steden,
Bleef zuiver Zeeuws van aard.
Daar leeft men zo eendrachtig,
En vrij van droef krakeel.
Daar dankt men God almachtig,
Voor t toegemeten deel.

Refr.

De worstelstrijd met Spanje,
Bracht ons het hoogste goed,
De vrijheid door Oranje,
Betaald met hartebloed.
Dat goed gaat nooit verloren,
De Nederlandse vlag.
Zal wappren van de toren,
Tot op de jongste dag.

Refr.


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 428

Het Brabantse Land

De bossen, de vennen, de purperen hei
Een dorpje dat past in je hand,
De Peel en de Kempen en de Meierij,
Mn heerlijke Brabantse land.

Refrein:

Het leven is goed in het Brabantse land.
Het land waar mn wieg heeft gestaan.
Daar heb ik voor altijd mn hart aan verpand,
Dat land doet mn hart sneller slaan

Dat kleine caf waar mn stamtafel staat,
n pleintje met bomen omrand,
De boerenkapel speelt een deuntje op straat,
Mn heerlijke Brabantse land.

Refr.

Dat land van mn jeugd waar je iedereen kent,
Geen verschil is in rang of stand,
Dat land waar je rijk bent, al heb je geen cent,
Mn heerlijke Brabantse land.

Refr.

Dat land waar ons moeder ons groot heeft gebracht,
mn vriendelijk gemoedlijke land,
Dat land waar t leven nog echt wordt geleefd,
Mn eerlijke, heerlijke, machtige, prachtige, gastvrije Brabantse land.

Refr.


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 429

Daar bij die molen

Ik weet een heerlijk plekje grond
Daar waar die molen staat
Waar ik mijn allerliefste vond
Waarvoor mij t harte slaat
Ik sprak haar voor de eerste keer
Aan doever van den vliet
En sinds die tijd kom ik daar meer
Die plek vergeet ik niet.

Refrein:

Daar bij die molen
Die mooie molen
Daar woont het meisje
Waar ik zooveel van hou
Daar bij die molen
Die mooie molen
Daar wil ik wonen
Als zij eens wordt mijn vrouw

Als in den stillen avondstond
De zon ten onder ging
En ik haar bij den molen vond
In zoete mijmering
Fluisterde zij mij in het oor
O! heerlijk sam te zijn
De molen draaide lustig door
En ik zei... liefste mijn

Refr.

Ik zie den molen al versierd,
Ter eer van 't jonge paar,
Het heele dorp dat juicht en tiert:
Zij leve menig jaar!
En zie ik trotsch den molen staan
Dan zweer ik in dien stond
Nooit ga ik van die plek vandaan
Waar ik mijn vrouwtje vond

Refr.


Terug naar het liedjes lijstje



Liedje 430

Morgenwandeling

De morgen breekt aan, de morgen breekt aan!
Komt makkers naar buiten en stemmen ween lied,
Tot welkom van bossen en velden en vliet.
De vo-geltjes groeten u allen gelijk,
Dat vro-lijke volkje, gelukkig en rijk,
Dat vro-lijke volkje, gelukkig en rijk!

Hoe schoon is het bos, hoe schoon is het bos!
Wij ademen er geuren , verkwikkend en zoet.
De morgenlucht sterkt en verfrist ons het bloed.
De stad is nu verre met al haar gewoel.
Maar dichtbij, de hemel en t lentegevoel.
Maar dichtbij, de hemel en t lentegevoel!

Nu wakker en vlug, nu wakker en vlug.
Springt over de sloten, bevleugelt uw voet.
Beklimt rots en eiken, de wolken ten groet.
Geen boom zij te hoog u, geen rots u te steil.
Wenst darend een vrolijk gomorgen en heil,
Wenst darend een vrolijk gomorgen en heil!


Terug naar het liedjes lijstje



Enne we gaan gewoon door, want zoo zou Alie (* 28 - 07 - 1920   15 - 09 - 2006) het gewild hebben.....



Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

10 November 2004