Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Nederland en het onafhankelijke sultanaat Atjeh

Een kollega op Aad's werk nam afscheid en organiseerde een afscheidsmarkt onder het Motto :

Je hoeft niet met pensioen te zijn om tijd te hebben voor vrijwilligerswerk / hobby's !


Nou heeft Aad ook een vreemde hobby, bijvoorbeeld
deze Rotterdam website en zijn eigen website over o.m. Nederlands-Indië, en dus was Aad graag bereid om ook iets over zijn hobby te vertellen en te laten zien. In de voorgesprekjes bleek de kollega vooral, net als vele anderen trouwens, gefascineerd door Aad's verhaal op het internet met de titel

Atjeh, de bloedige verovering door Nederland

LINK


Besloten werd om hier de nadruk op te leggen, alleen liep het in de presentatie wat anders....zonder een internet aansluiting heb je een CD ROM nodig, op deze CD ROM stond wel deze Rotterdam site, maar niet Aad's eigen site inklusief Atjeh. Maar goed met wat prints kom je toch een heel eind.

visitekaartgroot

Gewapend met speciaal voor de gelegenheid gemaakte visitekaartjes, trok Aad veel belangstelling, want bij zijn kraam hing ook een groot bord. Ook was in overleg een ronkend stukje PR tekst vervaardigd, dat er zo uitzag :

ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ





ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ ARCENGEL Nederlands-IndiŽ

Nou dat bord mocht Aad houden, en dat hangt nu op zijn kantoor werkplek en natuurlijk moest het op de foto, in werkkleding, werd het bord zeker niet vies van, handschoenen en petje....

aadatjehspiegel

aadatjehspiegelnee

Tja en dan krijg je met zo'n bord, gelukkig niet voor je kop, toch wat vreemde reakties, Atjeh, hoe schrijf je dat dan....

aadjeh

Want, inderdaad het is een stuk onbekende Nederlandse Geschiedenis, althans voor de meesten, met verbazing hoorden ze Aad's verhaal over het Wilhelmus uit 1904 en daarom zingt Aad nooit mee en de vele doden en gewonden......

Wilhelmus van Nassaue,
Ziet gij dien heldenstoet?
Zij schoten op de vrouwen
En drenkten 't land met bloed.
De kwasten der banieren
zijn darmen van een kind.
Licht dat ge aan hun rapieren,
nog vrouwenharen vindt.

De Atjehse agressie oorlog.

De grootste aanvalsoorlog ooit door Nederland gevoerd met als resultaat 100.000 doden en 1.000.000 gewonden



En natuurlijk verteld over Tjoet Nja Din :

Het verhaal van de

Geschiedenis van Atjeh


gebaseerd op de ballades van Dokarim, rondom Tjoet Nja Din oftewel Cut Nyak Dhien.

Tjoet Nja Din was afkomstig uit een Atjehse adellijke familie en is nog steeds zeer beroemd in Atjeh. Zij is een van de Nationale Helden van Indonesië. Veel Indonesische straten dragen haar naam.

Rond WOII werd Tjoet Nja Din als volgt wordt omschreven :

"Geen van de kerels, die aanvoerders waren in de lange heilige oorlog van Atjeh tegen Ons, heeft ons zo fel gehaat, zo ongenaakbaar bestreden als zij en weinigen hebben als zij geofferd aan macht en bezit. Nooit in haar verzet, is zij een stap geweken, nooit was zij weifelmoedig, nooit omkoopbaar.Door ons verbannen, is zij in ballingschap gestorven. Men zegt : verzoend. Maar dat kan niet geloofd worden. Waarom trouwens, zouden wij dat "verzoend-zijn" van haar verlangen ?! Als een pleister op de wonde van ons geweten? Ter meerdere glorie van onze zegepraal? Neen, laten wij haar eren als onze bitterste, onverzoenlijkste vijandin, die gebroken werd door onze overmacht"

Met een klein aantal overgebleven rakans trekken Tjoet Nja Din en Pang La'ot zes jaar door de oerwouden van Sumatra, opgejaagd door Van Heutsz' brigades. Onder 'al die ontberingen is Tjoet Nja Din snel vervallen. Reumatiek maakt haar invalide, dezelfde oogziekte als van haar vader Nanta Setia maakt haar blind'.

Op 16 oktober 1905 gaat Pang La'ot naar de Nederlanders en vraagt hen Tjoet Nja Din te 'redden'. Na '24 marsuren' lukt het Luitenant Van Vuuren om het bivak van Tjoet Nja Din te bereiken en nog wil 'Tjoet Nja Din zich verzetten, zij tracht zichzelf te krissen'.

Overgave Tjoet Nja Din

Overgave van Tjoet Nja Din, met naast haar Pang La'ot


Het gouvernement besluit haar te verbannen naar Soemedang in de Preanger op West-Java. Voor haar gedwongen vertrek brengen alle Atjehse oeléëbalangs en oelama's haar nog een bezoek om haar de eer te bewijzen die zij verdiend heeft.

Op Java herstelt Tjoet Nja Din, zij wordt zelfs door de Nederlanders geopereerd. Zij woont in een door het 'gouvernement betaald huis' en wordt door de Nederlandse resident behandeld als een 'vorstin met bedienden, passend bij haar hogen afkomst'.

Op 9 november 1908 overlijdt Tjoet Nja Din. Op 2 mei 1965 wordt zij uitgeroepen tot Nationale Heldin van de Onafhankelijkheid. Vanaf deze tijd wordt haar naam als Cut Nyak Dhien geschreven.

Vlakbij Banda Aceh (het oude Kota Radja) wordt een Cut Nyak Dhien museum opgericht :

Museum Cut Nyak Dhien is a historical object. The house is a replica of the heroine Cut Nyak Dhien, from the Aceh War. The house was burnt down by the colonial forces but a replica was built later, after Indonesia's independence. This house in Lam Pisang, about 6 kilometers from Banda Aceh, is now a museum.   (Link)

Ook verteld over de eufemismen uit de periode begin 1900, dezelfde terminologie wordt ook gebruikt in de jaren tot 1942 en soms worden ze ook nu nog steeds gebruikt (zie mijn ingezonden brief aan de Volkskrant) :

  • 1894 : De radja van Lombok wordt 'tot rede gebracht'
  • 1896 : In Atjeh wordt met 'de pacificatie een begin gemaakt' oftewel men achtervolgt Teuku Umar
  • 1901 : Op Djambi 'neemt de uitbreiding van ons gezag een aanvang'
  • 1903 : Op Korintji 'wordt met de wapens opgetreden'
  • 1905 : Op Borneo 'wordt aan een langdurig gevecht een einde gemaakt'
  • 1905 : Celebes 'wordt geheel onder rechtstreeks bestuur gebracht'
  • 1906 : Op Bali 'wordt onze macht afdoende bevestigd'
  • 1908 : Op de Aroe eilanden 'worden de grenzen van van onze bestuursbemoeienissen belangrijk uitgebreid'
  • 1910 : Op Halma-Heira 'worden de toestanden geordend'
  • 1912 : Op Riouw 'wordt het vorstenbestuur met enig militair vertoon afgeschaft'


  • In de verhalen over Atjeh heeft men het bijvoorbeeld steeds over 'bendeleiders' die rondzwerven door een 'onrustig' gebied wat 'dus schoongemaakt' dient te worden tijdens een 'tuchtigingsexcursie'.
    Als de 'bende' is opgespoord, is het zaak ze 'zoo geruisloos mogelijk' te benaderen.
    In het 'onvermijdelijke' vuurgevecht worden de meestal 'woest uitziende bendeleden' neergeschoten.
    De 'bendeleider' ontsnapt wel eens en na een soms dagenlange achtervolging gelukt het om ook hem 'neer te leggen'.
    Soms is het niet te vermijden dat ook 'verdorven' vrouwen moeten worden neergelegd, ook zij nemen soms de wapens tegen ons op.
    Soms worden de 'bendeleiders' van te voren gevraagd zich over te geven, doen ze dat niet 'spontaan', dan kiezen ze er dus zelf voor om 'sjahid' te worden.
    Sommige 'bendes' worden tijdens het gevecht opgehitst door 'fanatieke onverzoenlijke' oelama's onder het roepen van het 'ophitsende Allah il Allah', allen 'neerleggen' was dan het 'devies'. De 'laffe' oelama neemt niet deel aan het gevecht en is er 'al van door', op zoek naar nieuwe 'volgelingen' die zich laten 'overhalen ons pacificatie werk te verstoren'.

    Het volgende fraaie stukje proza is te vinden op de pagina Atjehse Helden "

    'In plaats van onze wegen en bruggen en spoorwegen in zijn land te waarderen, in plaats van dankbaar te zijn, dat wij het oude krot van een moskee Longbata sloopten en met het puin ervan het drassige terrein netjes ophoogden; in plaats van begrip te tonen voor onze liberale geste omtrent de cadeau gedane nieuwe Grote Moskee, waarmee wij toch duidelijk getoond hadden hun alleen maar te vuur en te zwaard onze Koloniale Orde te hebben willen opdringen en niet eens onze Christelijke Ethiek, kortom, in plaats van onze bedoelingen, die ondanks de door ons begane vernieling van hun huizen, erven en aanplanten, goed waren, te waarderen en te honoreren met loyale onderworpenheid, verloochenen de Atjehers hun afkeurenswaardige aard niet, maar toonden onmiddellijk, toen zij zagen, dat wij ons ontwapend hadden, hun trouweloosheid en valsheid. Zij begonnen weer onze patrouilles, convooien en posten te overvallen, zij vernielden onze spoorlijnen, onze bruggen en onze telegraafdraden, allerwege groeide het Verzet en wij konden dat met ambtenaren en Politie niet keren en toen werd het een anarchie in Atjeh als het nog zelden was geweest. Zelfs vielen zij, die wij nu "De Vijand" noemen, het land binnen en deden een greep naar hun oorspronkelijk gezagsgebied, totaal negerend dat wij officieel de Verzoening hadden ingevoerd'



    Nederlanders die in de jaren 1920 door Groot-Atjeh reisden meldden dat het gebied zoo'n desolate indruk maakte......

    Uiteraard, want Groot-Atjeh, in de vallei van de Atjeh-rivier had driekwart van zijn bevolking verloren: gesneuveld of gevlucht.
    In de 'onderhoorigheden' had vaak een kwart van de inwoners het leven gelaten. ledere streek had zijn helden en zijn martelaren, iedere familie haar omgekomen geliefden en dierbaren, iedere Atjeher zijn bittere herinneringen.

    Hoe kon hij vergeten? Hij kreeg geen kans om te vergeten, want de gehate Nederlanders dwongen hem ook nog eens belasting te betalen, ongeveer een gulden per jaar, en 24 dagen per jaar 'herendienst' te verrichten.

    Veel Atjehers waren naar MaleisiŽ gevlucht om onder die druk en vernedering uit te komen. In Atjeh was nooit belasting geheven, behalve op import en export en in incidentele gevallen. Later stonden de Nederlanders toe de herendienst af te kopen a raison van drie gulden per jaar. De meeste Atjehers konden zo'n groot bedrag niet opbrengen en waren ieder jaar weer gedwongen zich 24 dagen lang als een slaaf in het zweet te werken voor de Nederlandse overheersers.

    In Daya, aan de westkust, legde in 1924 een grote groep mannen de gelofte af te zullen strijden in de Heilige Oorlog en voegde de daad bij het woord. Ook in Bakongan, in Zuid-Atjeh, laaide de strijd weer op. Daar waren de bewoners ook aangemoedigd door communistische propagandisten, die volledige vernietiging van het koloniale bestuur voorstonden, vrijheid voor alle mensen en afschaffing van herendienst en belastingen.

    Drie jaar lang woedde er op ouderwetse wijze oorlog. De Atjehers pleegden aanslagen op kampementen, vielen transporten en militaire installaties aan, voerden moordaanslagen uit op Nederlandse bestuursambtenaren en verrichtten sabotage aan spoorbanen en wegen.

    In Kota Radja werd de landschapskas met 11.000 gulden geroofd.
    De coryfeeŽn van de Nederlandse marechaussee, die op hun lauweren rustten, werden opgeroepen om de opstand te smoren. Opnieuw ging het meedogenloos toe. In een klein district in het zuiden van Atjeh sneuvelden in een jaar 119 Atjehse krijgers en 21 militairen van het KNIL.

    De Nederlanders weigerden het oorlog te noemen en spraken hardnekkig van 'onlusten' en 'lokale opstand'.

    In 1928 overvielen Atjehers een militair transport, in 1932 leidden voorbereidingen tot de Heilige Oorlog tot 'onlusten' in de Alas landen, in 1933 werden bij een 'lokale opstand' 14 Atjehers door KNIL-troepen uitgeschakeld, in 1937 werden in Leupeng 1 oelama en 3 Atjehers gedood die zich in de meunasah, de gebedshal, hadden verschanst.

    "Atjeh is wel bedwongen, maar nog geenszins bevredigd. De geest verzet zich nog steeds," rapporteerde in 1921 een Nederlandse ambtenaar.

    De onderwerping van de vrijheidslievende Atjeher had geleid tot diepe geestelijke en vaak ongeneeslijke wonden. Psychische depressie en veel krankzinnigheid waren het gevolg.
    Het aantal geestelijk gestoorden liep zo op dat een oeléëbalang bij het Nederlands bestuur aanklopte om hulp.
    De regering, schreef hij, bouwde zulke dure en fraaie gevangenissen, dat misdadigers ernaar verlangden daar enige tijd te mogen doorbrengen. 'Waarom heeft het Gouvernement niet een deel van het geld gebruikt om den zieken man of den krankzinnige een goed onderdak te geven? Die heeft daaraan meer behoefte dan al die boosdoeners.

    Een psychiater, die een onderzoek instelde, constateerde een noodsituatie. Er waren meer dan 1000 zwaar gestoorden op een bevolking van 700.000. De Atjehers, angstig voor de woede-uitbarstingen van deze 'bezetenen', behandelden hen wreed en hielden hen dag en nacht vastgeketend, soms van top tot teen vastgesnoerd met dikke rotan. De psychiater trof mensen aan die meer dan tien jaar in een blok vastzaten, helemaal krom gegroeid waren en niet meer konden lopen.
    GeÔmponeerd door de omvang van het probleem liet de Nederlandse regering in Sabang de grootste inrichting van heel Nederlands-Indie bouwen .Tegen het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden daar circa 1400 geestelijk gestoorden verpleegd.

    De geestelijke gestoordheid van zoveel Atjehers werd gelijk gebruikt om het fenomeen van de 'Atjeh-moorden' te verklaren, de zelfmoordaanslagen op Nederlandse militairen en ambtenaren. De moordenaars werden nooit psychiatrisch onderzocht, voornamelijk omdat zij onmiddellijk na de aanslag werden neergesabeld, maar de Atjeh-moord leek eerder op een eenmansoorlog tegen een gehate Nederlander dan het werk van een geestelijk gestoorde. De Atjeh moordenaar steeg, als hij bij de aanslag sneuvelde, rechtstreeks op naar de verrukkingen van het hemelse paradijs......

    Atjeh-moorden kwamen zo vaak voor en waren zo onvoorspelbaar dat Atjeh een spookbeeld werd voor de Nederlandse koloniale werknemers. Wie bericht kreeg dat hij in het gewest Atjeh werd geplaatst, sloeg de schrik om het hart en probeerde vrouw en kinderen snel naar Nederland te sturen.
    Van 1910 tot 1920 vonden 75 Atjeh moorden plaats. In de volgende tien jaren 51 en daarna nog eens 28. Het angstaanjagende was dat je je er niet tegen kon verweren, want de aanslagen waren nauwkeurig voorbereid en werden in koelen bloede en bij het volle verstand uitgevoerd.

    Een voorbeeld : In 1933 verliet KNIL-kapitein Schmid zijn woning in Lhoksukon. Hlj werd kalm en rustig gepasseerd door een Atjeher die hem vriendelijk groette en meteen daarop neerstak met zijn rencong. Schmid stierf. Zijn moordenaar werd door toegesnelde militairen met de klewang neergehouwen. Hij bleek Amat Leupon te heten, die zich tijdens zijn leven nooit openlijk had laten kennen als een vijand van de Nederlanders. Maar wie als kind met eigen ogen heeft gezien hoe zijn vader door de Nederlanders werd doodgeschoten, zal zijn leven lang haat blijven koesteren tegen de Nederlanders.
    Het overkwam Amat toen hij een jaar of tien was. En toen zijn leven verder misliep (moeder dood / ongelukkig huwelijk / ongelukkig tweede huwelijk / geldgebrek) besloot hij net als zijn vader als martelaar te sterven en het aardse tranendal te verruilen voor de zegeningen van Allahs paradijs.
    Zorgvuldig koos hlj een slachtoffer uit, de plaats van de aanslag, het moordwapen en hlj verzekerde zich ervan dat hlj zelf ook om het leven zou komen. De dag van de aanslag vertrok hij vroeg van huis en omstreeks negen uur pleegde hij kalm en rustig zijn daad.

    Aangezien er volgens de Nederlanders geen oorlog meer was in Atjeh, konden er ook geen eenmansoorlogen bestaan. De Atjeh-moorden werden daarom afgedaan als gekkenwerk (alsof oorlog voeren dat niet was). Maar voor de Atjehers was het nog steeds Heilige Oorlog, ook al ontbraken de oorlogsleiders.

    "Een Heilige Oorlog eindigt pas als zijn doel is bereikt en dus ging de Heilige Oorlog door totdat de laatste Hollander uit Atjeh was verdreven, al hadden we niet steeds de kracht om ze te bevechten. Maar we hadden gezworen dat we niet zouden rusten totdat we de laatste ongelovige Nederlander uit ons land gejaagd hadden. Overeenkomstig de wil van Allah"

    Enkele jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwamen belangrijke oelama's en oeléëbalangs bijeen en legden een plechtige eed af dat ze de strijd tegen de Hollanders weer zouden opnemen zodra zich de gelegenheid voordeed.

    Onder hen waren Teukoe Muhammed Ali, die in 1941 zijn vader zou opvolgen als Panglima Polem, hoofdbestuurder van de 22 Moekims, en Teukoe Njak Arif, hoofdbestuurder van de 26 Moekims.
    De eedsaflegging vond plaats in het diepste geheim. Het Nederlandse gezag had geen flauw vermoeden van wat er zich achter zijn rug afspeelde. Het meende dat het nog nooit zo goed was gegaan in Atjeh :

    "De politieke toestand in Atjeh gedurende de laatste jaren voor de oorlog kon niet anders dan gunstig worden genoemd", vond het gouvernement.

    Dr. A.J. Piekaar, secretaris van de gouverneur zag veel vooruitgang: "Het scheen dat de bevolking zich eindelijk definitief bij de Nederlandse overheersing had neergelegd en inzag, dat geen andere weg dan die van samenwerking overbleef. Men kreeg zelfs de indruk, dat in brede lagen der bevolking de door het Nederlands bestuur gebrachte rust en orde, rechtszekerheid en economische en culturele vooruitgang werden geapprecieerd."

    Schijn bedroog. Zoals steeds in Atjeh was de wens van het Nederlandse gezag de vader van de gedachte.

    Piekaar: "Steeds duidelijker toch begon zich een verandering ten goede in de houding der bevolking af te tekenen. De eerste schreden op de weg naar een aanvaarding van - misschien is het juister te spreken van berusting in -het Nederlandse bestuur waren gezet. Eindelijk scheen de bevolking haar historische uitgesproken anti-Nederlandse instelling te hebben laten varen. Zelfs een begin van vertrouwen en waardering scheen aangekweekt."

    Waarop deze zonnige kijk was gebaseerd, wordt niet duidelijk......

    We besluiten met een foto uit dit verhaal :

    grootrotterdamatjeh

    Het hoofd van de Nederlandsche Indische School op Atjeh leest in 1925 het blad Groot-Rotterdam


    Aad's oproep in bijvoorbeeld dit verhaal is nog steeds onbeantwoord :

    Multatuli schreef in Max Havelaar het beroemde zinnetje over 'een dorp dat pas was veroverd door Nederlandsche soldaten, en dus in brand stond'. Onder meer door Multatuli's werk kan iedereen al sinds vijf generaties weten dat de Nederlanders die in Oost-Indië dorpen lieten platbranden en vrouwen en kinderen vermoorden, een traditie gaande hielden.

    Maar dit onderwerp is nooit bestudeerd. In Nederland bestaat veel aandacht voor het eigen leed. De documentatie en studie van wat het land en de bewoners in de oorlog van 1940-1945 is aangedaan, krijgt van de overheid en de wetenschap ruime steun en terecht natuurlijk. Maar over de noodzaak van studie of openbaarmaking van wat de Nederlanders in hun eigen aanvalsoorlogen in de koloniën hebben aangericht, met ramingen van de aantallen slachtoffers van de 'Europese expansie', spreekt niemand.

    Echt tot slot nog dit :

    Een kleine, zeer illustratieve kollektie spotprenten gepubliceerd rond 1900 :

    spotprent slagers mwo

    Het uitreiken van de Militaire Willemsorde door H.M. aan een slagers bloedhond

    spotprent afscheid van Van Daalen

    Het afscheid van Van Daalen van Atjeh

    Over Van Daalen deze foto's :

    Gajo Atjeh



    Van Daalen op Atjeh (in Nederland natuurlijk Meneer van Daalen wacht op antwoord) was het ezelsbruggetje waarmee kinderen op de Indische lagere scholen de juiste volgorde van de rekenkundige bewerkingen - vermenigvuldigen, delen, optellen, aftrekken - werd bijgebracht. Zijn naam was wijd verbreid in het IndiŽ van vůůr de Tweede Wereldoorlog. Zij die ooit de krijgsgeschiedenis van de Archipel bestudeerden, herinneren zich hem van de foto (zie de bovenste foto) die werd genomen in een veroverde benteng in het Gajoeland. Van Daalen staat daar naast zijn mannen in een bres op de verschansing. Op de voorgrond liggen gesneuvelde Gajoes - het onderschrift vermeldt dat er 561 het leven lieten - en bij een in leven gebleven baby staat een schildwacht. Van Daalen werd uitbundig geprezen om zijn militaire prestaties, anderzijds was zijn optreden omstreden tot in de Tweede Kamer der Staten-Generaal toe.

    De Van Daalen periode werd in de jaren 1910 al de Van-Daal-isme periode genoemd, Atjehers spreken nog steeds van Voor en Na van Daalen, net als wij spreken van Voor en Na WOII. In de 2e Kamer werd van Daalen zelfs de Nederlandse Alva genoemd.....

    spotprent missie zending

    Na het pacificeren konden eindelijk Missie en Zending met het hogere werk aanvangen

    spotprent weet van niets

    De Minister van Koloniën Fock antwoordt de Tweede Kamer dat

    mijn ambtenaren mij rapporteren dat wij humaan optreden en daaraan houd ik mij.
    Om al die krantenberichten en particuliere brieven maal ik niet





                ......een roofstaat aan de Noordzee......
                .....dat spoorwegen bouwt van gestolen geld en tot
                betaling de bestolene bedwelmt met
                opium, Evangelie en jenever...

                 Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of het
                Uw wil is dat daarginds Uw meer dan dertig
                millioenen onderdanen worden mishandeld en
                uitgezogen in UWEN naam?


                Multatuli [1860] ...aan Nederland...Koning Willem III



    Assistent_resident_Eduard_Douwes_Dekker_van_Lebak_Residentie_Bantam



    ....dat dorp stond in brand, omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten.......


    Ja, 't dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand.

    Op Nederlandsche heldendaad volgt brand.
    Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting.
    Nederlandsche krygsbedryven baren wanhoop.








    Terug naar Aad's homepage, met links naar al zijn verhalen





    Familiewapenklein
    wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


    Terug naar de top





    Last update :

    8 Maart 2003