Stelletje zakkenvullers

In debat met burgers, deel 2

 

In het vorige nummer van Raadsledennieuws heeft u kunnen lezen over uw stijl van communiceren als u als politicus de directe confrontatie met burgers aangaat. Meestal gaat dat goed, u kent uw pappenheimers. Maar soms loopt het even anders. Een boze burger heeft zo zijn eigen kijk op de kunst van het argumenteren. Zeker als het vuur oplaait, maken argumenten plaats voor drogredenen. Wat doet u dan? In dit artikel een aantal aansprekende voorbeelden met een passende repliek!

 

Een beruchte drogreden is natuurlijk de directe persoonlijke aanval. In plaats van argumenten wordt u als spreker belachelijk gemaakt, of ontaardt het debat zelfs in scheldpartijen. Uitspraken als 'Een buitengewoon dom argument', 'wat een belachelijk standpunt' en dergelijke zijn voorbeelden hiervan. Het is aan u als spreker de taak om te zien dat een dergelijke belediging niets over u zegt, maar alles over uw opponent; blijkbaar heeft hij geen verweer meer. Tijd dus voor de tegenaanval, maar dan met argumenten! Maar hoe doet u dat? Een mogelijkheid is humor. De Britse oud-premier Churchill werd ooit door een vrouwelijk lid van het Engelse lagerhuis toegebeten: 'mijnheer Churchill, u bent een schande! Als ik met u getrouwd zou zijn, zou ik vergif in uw thee doen!'. Waarop Churchill antwoordde: 'Mevrouw, als ik met u getrouwd zou zijn, zou ik het direct opdrinken'. U moet er maar opkomen, maar effectief is het wel! Als u nou niet zo ad-rem bent, doet een beleefd 'dank u wel' ook wonderen. Veel persoonlijke aanvallen zijn in de vorm van 'da's nou typisch weer een... '. Stel nou dat u als vrouw naar uw hoofd geslingerd krijgt: 'da's nou typisch weer een argument van een vrouw'. Dan kunt u rustig blijven en antwoorden: 'Dank u wel. Dat ik vrouw ben, had ik ook reeds geconstateerd. Zullen we nu weer argumenten gaan uitwisselen?'

 

De meest gebruikte, maar minst herkende drogreden is de belangenblokkade. 'Ja, nogal wiedes dat u daar voorstander van bent, u heeft daar zelf belang bij!'. Menig politicus krijgt te maken met de belangenblokkade als hij in debat gaat met de burger. De kern van de drogreden is dat omdat u ergens belang bij heeft, uw argumenten blijkbaar verdacht zijn. Stel dat u als gemeenteraadslid een fietspad wilt aanleggen in uw eigen buurt. Dan krijgt u snel op deze manier kritiek. Maar zegt het iets over het plan zelf? Uiteraard niet. Vandaar dat de beste oplossing hier is om gewoon met uw criticaster in te stemmen: 'Jazeker, dat fietspad lijkt me heerlijk. En met mij de andere buurtbewoners en de honderden mensen die er gebruik van gaan maken. Heeft u daar problemen mee? Of wilt u zelf ook een fietspad? Daar kunnen we altijd over praten, maar de discussie gaat nu even over dit fietspad, en ik hoor graag uw bezwaren'.

 

Er bestaat, opmerkelijk genoeg, ook een omgekeerde belangenblokkade. Juist omdat u er geen belang bij heeft wordt u verdacht gemaakt. Denk aan: ‘Wat weet u nou van uitkeringen?’ ‘U weet niet wat het is om in zo’n buurt als de onze te wonen!’ en meer van dergelijke uitspraken. Ook hier is kalmte vereist. Blijf rustig, en vraag gewoon naar de argumenten. ‘Dat klopt, ik woon niet in uw buurt, en hoor daarom graag van u hoe u denkt dat het anders zou kunnen’. Blijf vervolgens uw eigen argumenten indien nodig herhalen, en ga de discussie aan over uw argumenten, niet over uw belang. Dat doet immers niet ter zake!

 

Een klassieke drogreden is de glijdende schaal. Een gevoelige drogreden. Doet het erg goed bij het grote publiek, omdat deze inspeelt op sentimenten. De glijdende schaal betekent dat er in plaats van tegenargumenten een doemscenario wordt geschetst. Deze drogreden was vaak te horen in de vele drugsdebatten die Nederland heeft gekend. 'Ja maar als we soft-drugs legaliseren, dan zet je natuurlijk de deur open voor de legalisering van hard-drugs'. Het één hoeft niet noodzakelijkerwijs uit het ander te volgen. Verder is de legalisering van soft-drugs een andere discussie dan die over hard-drugs. Wijs uw tegenstander daar dus ook op: 'Dat lijkt me niet. We voeren hier een debat over de legalisering van soft-drugs. Wat we van hard-drugs vinden, is een ander debat.' Een andere oplossing is zelfs helemaal meegaan. Dat gebeurde in een debat over het invoeren van accijnzen op fastfood, dat in de zomer van 2002 door de Nederlandse Gezondheidsraad was gelanceerd. Tegenstanders riepen: 'Waar houdt dit op? Straks komt er ook een accijns op drop en chocolade!'. Waarop de voorstanders fel uithaalden: 'Lijkt ons een goed plan. Maar laten we nu weer terug gaan naar de oorspronkelijke stelling'.

 

Van debat naar dialoog

Is het mogelijk om dit soort drogredenen te voorkomen? Ja. Veel debatten met burgers worden ingericht volgens het principe: de politici achter een tafel en de burgers in keurige rijen tegen elkaars ruggen laten kijken. Dat suggereert dat politici willen praten in plaats van luisteren en dat burgers toeschouwers zijn van hun monologen. Geen wonder dat een burger dan af en toe uit zijn slof schiet (‘ik vertrouw die overheid gewoon niet’). Als u zich laat inspireren door de dialoog, zijn er nog steeds tegengestelde belangen, maar verloopt het gesprek heel anders. Politici praten niet, maar stellen vragen. Burgers roepen niet, maar gaan onderling het gesprek aan en de gespreksleider bewaakt de spelregels. In het onlangs verschenen boek ‘In plaats van praten’ (Het Spectrum, 2004) beschrijven de auteurs hoe u zelf zo’n proces van dialoog kunt organiseren.

 

Als een politicus werkelijk luistert, dwingt hij de burger zijn drogredenen in te ruilen voor echte argumenten. Daar kunt u als politicus pas echt mee vooruit!

 

Richard Engelfriet

Peter van der Geer

De auteurs zijn verbonden aan Debat & Dialoog (www.debat.nl)