Wat doe je daar eigenlijk?

 

En ineens is het afgelopen met het grote vrijheid-blijheidgebeuren. Er moet gewerkt worden, en hoe! Lange dagen die overlopen van de nieuwe indrukken, nieuwe gezichten, nieuwe bezigheden. En dan dat openbaar vervoer of die file. Baalde jij dat je met dat bruisende studentenleven zo nu en dan een weekendje afgepeigerd in je bed moest blijven, moet je nu eens kijken! Het journaal, of voor anderen GTST, is nog niet voorbij of je valt al om op de bank. Je eerste baan: leuk en spannend, maar vreselijk vermoeiend. En da’s alleen nog maar de emotionele kant van de zaak.

 

Je staat er misschien niet zo bij stil, want o, wat moet je aan veel dingen denken, maar als je eenmaal een baan hebt weten te veroveren, nadert ook al snel dag één van je loopbaan. Dag één uit nog duizenden, wel tienduizenden, andere dagen. Ellende en hoogtepunten zullen er nog genoeg komen, maar vlak qua impact zeker deze eerste dag niet uit. Want daar sta je dan, voor het gebouw waar je niet in kunt omdat je nog geen pasje hebt. En op de afdeling waar misschien nog wel geen bureau voor je staat. Waar laat je je jas? Wie zijn je naaste collega’s? En waar is de koffieautomaat? Kortom: waar moet je beginnen?

Doorgaans zullen er behulpzame collega’s zijn die je een eind op weg helpen. Hap gretig toe! Richard Engelfriet (26) is werkzaam bij het Loopbaan Advies Centrum van de Universiteit van Tilburg. Hij raadt aan: ‘Begin met netwerken. Al klinkt het misschien suf, het is slim om gigantisch snel te laten weten wie je bent, wat je kunt en wat je binnen het bedrijf gaat doen. Het is belangrijker het bedrijf en zijn mensen te leren kennen dan zo snel mogelijk e-mail of een naambordje te hebben of om te weten waar de kantine is.’

En dan nog duurt het een tijdje voor je gewend bent. Bas van Tuijl (25) begon direct na zijn Maastrichtse studie international economic studies als wetenschappelijk medewerker bij MicroMacroConsultants in Den Haag. Zijn schoonvader waarschuwde hem vooraf al: Het is normaal dat je, het eerste half jaar dat je werkt, je zo nu en dan afvraagt: wat doe ik hier eigenlijk? ‘Dat is wel aardig uitgekomen. Het heeft even geduurd voor ik mijn draai had gevonden. We werken in dit bedrijfje met zijn tweeën, mijn baas en ik. De eerste keer dat hij voor langere tijd naar het buitenland was, moest ik erg wennen.’

Maar verder niets dan goeds over zijn baas. ‘Hij heeft me genoeg ruimte gegeven om er even in te komen. Zo langzaam aan krijg je steeds meer verantwoordelijkheden op je bordje. Dat is leuk, je bent dan eindelijk in de praktijk bezig. Ik heb wel gemerkt dat je op de universiteit erg theoretisch bezig bent en dat je, eenmaal aan het werk, met veel praktischer zaken te maken krijgt.’

Praktische zaken op de werkvloer, inderdaad, maar je moet je nu ook verdiepen in zaken als het pensioenfonds, verzekeringen en het loonstrookje. Abacadabra? Niet voor Bas van Tuijl: ‘Het eerste wat ik in mijn nieuwe baan deed, was de loonstrookjes van andere bedrijven analyseren. Dus toen ik voor het eerst mijn eigen loonstrookje kreeg was dat niet echt ingewikkeld meer. Het pensioen was wel een kwestie. Omdat ik de enige werknemer ben is er geen cao. In mijn contract staat dat ik dat zelf moest regelen. Dat heb ik dus gedaan.’

Niet iedereen is natuurlijk bij voorbaat al thuis in de wereld van de loonstrook en aanverwante artikelen. Schroom dus niet om bij een medewerker van de afdeling P&O binnen te stappen om je haarfijn uit te laten leggen wat er nu eigenlijk op dat strookje staat.

 

Verder kijken

Onderzoek wijst uit dat de meeste mensen (ongeveer driekwart) een jaar of drie bij hun eerste werkgever willen werken om ervaring op te doen voor de rest van hun loopbaan. Veel minder starters (iets meer dan een kwart) willen een jaar of korter bij hun eerste baas blijven en nog minder van hen denken dat ze hun droombaan hebben gevonden en dus hun levenlang op hun startplek blijven werken. Een jaar of drie, dat is ook wel een mooi uitgangspunt. Het is genoeg om je een hoop vaardigheden eigen te maken en te wennen aan het werkende leven, het is te kort om vast te roesten in je werk. Na een paar jaar is het, ook voor jezelf, hartstikke prettig weer eens verder te gaan kijken.

In die drie jaar is het natuurlijk zaak iets moois en zinvols van je werk te maken. Daar ben je zelf bij, dus draag je daarin een grote verantwoordelijkheid. Engelfriet: ‘Veel starters zullen als ze voor het eerst gaan werken tamelijk onzeker zijn. Wat wordt er van mij verwacht, vragen ze zich af. Ze stellen zich afhankelijk op. Terwijl dat niet nodig is. Je moet juist zélf aangeven wat je wilt en hoe je het wilt. Dat moet je ook met leidinggevenden bespreken, want als zij niet weten wat jouw wensen zijn dan kunnen zij daar ook niet op inhaken. Een van mijn stokpaardjes is ‘be friendly and carry a big stick’. Daarmee wil ik zeggen: wees aardig, maar kom wel voor je eigen belangen op. Houd niet alleen in de gaten wat jij voor het bedrijf kunt betekenen, maar ook wat het bedrijf voor jou kan betekenen. Het gaat net zo goed om jouw persoonlijke ontwikkeling.’

Persoonlijke ontwikkeling, da’s één ding. Er is nog een leuke bijkomstigheid als je net gaat werken: natuurlijk, de plotselinge weelde van geld. Veelgehoord zijn de aanschaf van een autootje, het boeken van een verre vakantie (mits er voldoende vakantiedagen zijn natuurlijk!) of het verlaten van de studentenkamer voor een wat ruimere bewoning. Belangrijk advies: geniet daar met volle teugen van. Toen je student was kon je het niet betalen, als je straks een dure hypotheek hebt, drie kinderen en een grote gezinsauto ook niet meer. Als je net gaat werken draait het lekker even helemaal om jou. Starters hebben het zo slecht nog niet.