Koning oneliner regeert: de verlagerhuizing van Nederland

 

Jesse Budding en Richard Engelfriet*

 

Het debat lééft in Nederland. Wekelijks kijken meer dan een miljoen mensen naar het VARA-televisieprogamma Het Lagerhuis. Overal in Nederland schieten publieksdebatten over actuele thema’s als paddestoelen uit de grond. Om in deze wirwar enige samenhang te krijgen, is in 2003 de Vereniging Nederlandse Debatcentra opgericht, een samenwerkingsverband van (lokale) debatcentra en debatpodia in Nederland. Op de website www.debatcentra.nl staat zonder enige schroom: ‘Het publieke debat is een wezenlijk onderdeel van de democratische rechtsstaat dat bijdraagt aan informatieoverdracht en meningsvorming’.

De debatmethode floreert niet alleen in de publieke sector. Ook het bedrijfsleven heeft het debat inmiddels omhelsd: waar vroeger de afdeling een weekendje ging survivalen in de Ardennen, besteden bedrijven nu hun geld liever aan allerlei spannende debatten. Hoe kunnen we onze klant beter te woord staan? Hoe realiseren we onze doelstellingen met minder middelen? Welke reorganisatie brengt ons het verst?

Ook in de politiek heeft het debat kunnen rekenen op een hernieuwde aandacht. De episode-Fortuyn liet zien hoe een scherp debat burgers weer bij de politiek kan betrekken. Het dualisme deed daarop zijn intrede in gemeente- en provinciepolitiek. De bedoeling daarvan is dat door een scherper debat de besluitvorming wordt verbeterd en de burger weer kan genieten van echte volksvertegenwoordiging. Naast de debatten in de politieke arena zijn steeds meer politici te vinden in zaaltjes, cafés en andere podia om in debat te treden met mokkende burgers.

Kortom: weg uit de achterkamertjes! Leve het openbare debat! Dankzij het debat kunnen we eindelijk alles zeggen! Heilige huisjes gaan omver, vooronderstellingen gaan onder de loep en burgers kunnen (eindelijk) zeggen wat ze denken. Inspraak is een groot goed geworden! Het past perfect is de trend van mondige burgers die niet langer willen toezien hoe de staat beleid voert, maar die zelf actief willen meepraten en liefst ook meebeslissen.

 

Fopspeen van de democratie

‘Je komt nog eerder een krokodil tegen in de Bijenkorf dan dat er een zinnig woord valt in nationale debatten’. Cynische woorden van Gerrit Komrij. Ondanks alle positieve aandacht voor het debat, komen er inmiddels ook veel bezwaren naar voren. Wat schieten we nou op met al die debatten? Maken die debatten nou daadwerkelijk enig verschil? Is het debat niet verworden tot de fopspeen van onze democratie? Als er op een bepaald gebied ontevredenheid heerst, trekt men meteen het debat uit de kast om de goegemeente te sussen. Maar luisteren we ook daadwerkelijk naar elkaar?

Er zijn voldoende aanleidingen te vinden om op zijn minst te twijfelen aan het nut van debatten in Nederland. Allereerst natuurlijk op het politieke vlak. Hoeveel dichter heeft dat debat de burger nou bij de politiek gebracht? Er leek sprake van een kleine opleving tijdens alle felle debatten met Pim Fortuyn, maar de opkomst tijdens de recente Europese verkiezingen leidde nou niet bepaald tot een juichstemming. En uit welk onderzoek bleek dat burgers zich inmiddels meer betrokken voelen bij de (lokale) politiek? Wij zijn die burgers nog niet tegengekomen.

Wat leveren de talloze debatten ons nu uiteindelijk op? Dringen ze de werkloosheid nu ook maar iets terug? We hebben ons suf gedebatteerd over het uitzettingsbeleid van minister Verdonk, maar veranderingen? Ho maar. Het debat lijkt zo een doekje voor het bloeden te zijn. We hebben onenigheid, we organiseren een debat en gaan daarna rustig weer slapen. Of we blijven boos, maar laten ons vooral niet door de uitkomst van het debat leiden. Of hoorde u Balkenende laatst zeggen: ‘Naar aanleiding van de overtuigende argumenten in een recent debat heb ik toch besloten voor een andere optie te kiezen.’?

Daar komt nog een typisch fenomeen bij: we zeggen bij debatten altijd dat we bezig zijn om ‘elkaar te overtuigen’. Maar heeft u Marcel van Dam wel eens zijn ongelijk horen toegeven? Wel eens een politicus gezien die tijdens het vragenuurtje tegen een minister zegt: ‘Ja, uw argumenten zijn inderdaad beter dan de mijne’. Naast het feit dat er weinig met de uitkomst van een debat wordt gedaan, is er dus geen enkele reden om te denken dat er wel een debatcultuur bestaat waarin mensen niet alleen bezig zijn met gelijk krijgen, maar ook met gelijk geven.

Ook het bedrijfsleven lijkt het te ontberen aan enige vorm van debatevaluatie. Elke dag worden er 1500 symposia, congressen en andere bijeenkomsten georganiseerd, waarbij het debat een steeds grotere plaats inneemt. Prachtig allemaal, maar wie is er beter door gaan werken? Raken we meer gemotiveerd? Betrokken?

Daarnaast zijn grote vraagtekens te zetten bij de kwaliteit van al die debatten. Je zou tegenwoordig bijna van een ‘verlagerhuizing’ van het debat kunnen spreken. Een debat lijkt pas geslaagd als het voldoet aan de norm van het VARA-programma: zoveel mogelijk mensen mogen zoveel mogelijk roepen. Koning oneliner regeert.

Duidelijk mag zijn dat een degelijk meetinstrument ontbreekt om de kwaliteit en doeltreffendheid van het debat vast te stellen. Er zijn geen criteria waaraan we de uitkomst van een debat kunnen toetsen. Daarom pleiten wij ervoor om bij ieder debat, zeker waar het gaat om publieke debatten met politici, van tevoren doelstellingen te formuleren die achteraf getoetst worden. Daarnaast dient een politicus aan het eind van het debat te formuleren waar hij na periode x op mag worden aangesproken en afgerekend. Wil hij dat niet (‘daarvoor bevindt de besluitvorming zich nog in een te vroeg stadium’)? Organiseer dan ook geen debat! En voor al die beleidsmakers die dan zeggen: ‘Ja, maar door zo’n debat kunnen we ons beleid wel toelichten’: daar is een powerpoint-presentatie voor. Het debat dient om de waarheid op tafel te krijgen, niet als window-dressing voor een presentatie.

 

Argumenten belangrijker dan macht

Verder kunnen debatorganisatoren voor een geslaagd debat teruggrijpen op een aantal spelregels uit de klassieke oudheid. Griekse filosofen als Plato en Aristoteles beschreven al voorwaarden voor een goed debat. Belangrijkste voorwaarde is dat argumenten zwaarder wegen dan macht. Met andere woorden, een debat hoort uit te gaan van zuivere argumentenafweging. De deelnemers moeten de voors en tegens van een bepaalde stelling presenteren tegenover het aanwezige publiek en pers. Zonder emotie en zonder aanzien des persoons, maar gebaseerd op onderbouwingen velt het publiek en de pers dan een oordeel over de houdbaarheid van een bepaalde stelling of aanname.

Het debat is een schitterend instrument. In plaats van oorlog kunnen we met woorden onze meningsverschillen beslechten en problemen oplossen. Het debat dwingt ons met degelijke argumenten te komen en emotie te bewaren voor gesprekken aan de bar. Echter, een verantwoord debat vereist een aantal wezenlijke spelregels. Wie die niet volgt, draagt bij aan de verlagerhuizing van Nederland. Zo had Pim het echt niet gewild.



* Jesse Budding is freelance journalist; Richard Engelfriet, (www.richardengelfriet.nl) is verbonden aan Debat & Dialoog (www.debat.nl)