Koning oneliner
regeert: de verlagerhuizing van Nederland
Het debat lééft
in Nederland. Wekelijks kijken meer dan een miljoen mensen naar het
VARA-televisieprogamma Het Lagerhuis. Overal in Nederland schieten publieksdebatten
over actuele thema’s als paddestoelen uit de grond. Om in deze wirwar enige
samenhang te krijgen, is in 2003 de Vereniging Nederlandse Debatcentra
opgericht, een samenwerkingsverband van (lokale)
debatcentra en debatpodia in Nederland. Op de website www.debatcentra.nl staat zonder enige
schroom: ‘Het publieke debat is een wezenlijk onderdeel van de democratische
rechtsstaat dat bijdraagt aan informatieoverdracht en meningsvorming’.
De debatmethode floreert niet alleen in de publieke sector. Ook het bedrijfsleven heeft het debat inmiddels omhelsd: waar vroeger de afdeling een weekendje ging survivalen in de Ardennen, besteden bedrijven nu hun geld liever aan allerlei spannende debatten. Hoe kunnen we onze klant beter te woord staan? Hoe realiseren we onze doelstellingen met minder middelen? Welke reorganisatie brengt ons het verst?
Ook in de politiek heeft het debat kunnen rekenen op een hernieuwde aandacht. De episode-Fortuyn liet zien hoe een scherp debat burgers weer bij de politiek kan betrekken. Het dualisme deed daarop zijn intrede in gemeente- en provinciepolitiek. De bedoeling daarvan is dat door een scherper debat de besluitvorming wordt verbeterd en de burger weer kan genieten van echte volksvertegenwoordiging. Naast de debatten in de politieke arena zijn steeds meer politici te vinden in zaaltjes, cafés en andere podia om in debat te treden met mokkende burgers.
Kortom:
weg uit de achterkamertjes! Leve het openbare debat! Dankzij het debat kunnen
we eindelijk alles zeggen! Heilige huisjes gaan omver, vooronderstellingen gaan
onder de loep en burgers kunnen (eindelijk) zeggen wat ze denken. Inspraak is
een groot goed geworden! Het past perfect is de trend van mondige burgers die
niet langer willen toezien hoe de staat beleid voert, maar die zelf actief
willen meepraten en liefst ook meebeslissen.
Fopspeen
van de democratie
‘Je
komt nog eerder een krokodil tegen in de Bijenkorf dan dat er een zinnig woord
valt in nationale debatten’. Cynische woorden van Gerrit Komrij. Ondanks alle
positieve aandacht voor het debat, komen er inmiddels ook veel bezwaren naar
voren. Wat schieten we nou op met al die debatten? Maken die debatten nou
daadwerkelijk enig verschil? Is het debat niet verworden tot de fopspeen van
onze democratie? Als er op een bepaald gebied ontevredenheid heerst, trekt men
meteen het debat uit de kast om de goegemeente te sussen. Maar luisteren we ook
daadwerkelijk naar elkaar?
Er
zijn voldoende aanleidingen te vinden om op zijn minst te twijfelen aan het nut
van debatten in Nederland. Allereerst natuurlijk op het politieke vlak. Hoeveel dichter heeft dat debat de burger
nou bij de politiek gebracht? Er leek sprake van een kleine opleving tijdens
alle felle debatten met Pim Fortuyn, maar de opkomst tijdens de recente
Europese verkiezingen leidde nou niet bepaald tot een juichstemming. En uit
welk onderzoek bleek dat burgers zich inmiddels meer betrokken voelen bij de
(lokale) politiek? Wij zijn die burgers nog niet tegengekomen.
Wat
leveren de talloze debatten ons nu uiteindelijk op? Dringen ze de werkloosheid
nu ook maar iets terug? We hebben ons suf gedebatteerd over het
uitzettingsbeleid van minister Verdonk, maar veranderingen? Ho maar. Het debat
lijkt zo een doekje voor het bloeden te zijn. We hebben onenigheid, we
organiseren een debat en gaan daarna rustig weer slapen. Of we blijven boos, maar laten ons vooral niet
door de uitkomst van het debat leiden. Of hoorde u Balkenende laatst zeggen:
‘Naar aanleiding van de overtuigende argumenten in een recent debat heb ik toch
besloten voor een andere optie te kiezen.’?
Daar
komt nog een typisch fenomeen bij: we zeggen bij debatten altijd dat we bezig
zijn om ‘elkaar te overtuigen’. Maar heeft u Marcel van Dam wel eens zijn
ongelijk horen toegeven? Wel
eens een politicus gezien die tijdens het vragenuurtje tegen een minister zegt:
‘Ja, uw argumenten zijn inderdaad beter dan de mijne’. Naast het feit dat er
weinig met de uitkomst van een debat wordt gedaan, is er dus geen enkele reden
om te denken dat er wel een debatcultuur bestaat waarin mensen niet alleen
bezig zijn met gelijk krijgen, maar ook met gelijk geven.
Ook
het bedrijfsleven lijkt het te ontberen aan enige vorm van debatevaluatie. Elke
dag worden er 1500 symposia, congressen en andere bijeenkomsten georganiseerd,
waarbij het debat een steeds grotere plaats inneemt. Prachtig allemaal, maar
wie is er beter door gaan werken? Raken we meer gemotiveerd? Betrokken?
Daarnaast
zijn grote vraagtekens te zetten bij de kwaliteit van al die debatten. Je zou
tegenwoordig bijna van een ‘verlagerhuizing’ van het debat kunnen spreken. Een
debat lijkt pas geslaagd als het voldoet aan de norm van het VARA-programma:
zoveel mogelijk mensen mogen zoveel mogelijk roepen. Koning oneliner regeert.
Duidelijk mag
zijn dat een degelijk meetinstrument ontbreekt om de kwaliteit en
doeltreffendheid van het debat vast te stellen. Er zijn geen criteria waaraan
we de uitkomst van een debat kunnen toetsen. Daarom pleiten wij ervoor om bij
ieder debat, zeker waar het gaat om publieke debatten met politici, van tevoren
doelstellingen te formuleren die achteraf getoetst worden. Daarnaast dient een
politicus aan het eind van het debat te formuleren waar hij na periode x op mag
worden aangesproken en afgerekend. Wil hij dat niet (‘daarvoor bevindt de
besluitvorming zich nog in een te vroeg stadium’)? Organiseer dan ook geen
debat! En voor al die beleidsmakers die dan zeggen: ‘Ja, maar door zo’n debat
kunnen we ons beleid wel toelichten’: daar is een powerpoint-presentatie voor.
Het debat dient om de waarheid op tafel te krijgen, niet als window-dressing
voor een presentatie.
Argumenten
belangrijker dan macht
Verder kunnen
debatorganisatoren voor een geslaagd debat teruggrijpen op een aantal
spelregels uit de klassieke oudheid. Griekse filosofen als Plato en Aristoteles
beschreven al voorwaarden voor een goed debat. Belangrijkste voorwaarde is dat
argumenten zwaarder wegen dan macht. Met andere woorden, een debat hoort uit te
gaan van zuivere argumentenafweging. De deelnemers moeten de voors en tegens
van een bepaalde stelling presenteren tegenover het aanwezige publiek en pers.
Zonder emotie en zonder aanzien des persoons, maar gebaseerd op onderbouwingen
velt het publiek en de pers dan een oordeel over de houdbaarheid van een
bepaalde stelling of aanname.
Het debat is een
schitterend instrument. In plaats van oorlog kunnen we met woorden onze
meningsverschillen beslechten en problemen oplossen. Het debat dwingt ons met
degelijke argumenten te komen en emotie te bewaren voor gesprekken aan de bar.
Echter, een verantwoord debat vereist een aantal wezenlijke spelregels. Wie die
niet volgt, draagt bij aan de verlagerhuizing van Nederland. Zo had Pim het
echt niet gewild.
*