Voor iemand van 26 met al vier jaar een bloeiend eigen bedrijf is Richard verdacht ontspannen. Met regelmaat heeft hij het over “de dingen die hij leuk vindt” of  “waarbij hij zich lekker voelt.” Een paar minuten voor het interview nam hij in t-shirt en met weekendbaard nog even een sollicitatiegesprek af. Hij gaat zijn eerste werknemer in dienst nemen en al vroeg zijn vader meteen: “kun je dat wel betalen?” Richard weet: “ik koop vrijheid.” Zodat hij meer tijd heeft voor de dingen die hij leuk vindt. Daarvan wordt hij zelf gelukkiger. En dat is weer goed voor zijn bedrijf.



Ik interview hem met een mengeling van ongeloof en bewondering. Heeft hij zijn enorme positiviteit niet vooral te danken aan talenten? Welnee, antwoordt hij. De dingen waar hij goed in is, laat hij juist vallen: hij stond een 9,3 gemiddeld in zijn propedeuse economie. Maar hij hield ermee op. Hij studeerde cum laude af bij sociale zekerheidswetenschappen. Maar hij doet er niets mee. En dan de speldebatten, hij won toernooien (twee keer van Rosenmöller), zat ze vele malen voor en verzorgde talloze workshops, maar hij vindt het niet leuk meer. “Die Lagerhuisdebatten, het zijn net kippenhokken.” Dus hij ontwikkelt zich naar een andere kant.



Natuurlijk zijn talenten meegenomen. Hij is goed in wiskunde en doet daarom zijn boekhouding zelf. Maar talent is niet leidend voor je geluk, Richard: “denk aan de risico's. Een topsporter met talent voor tennis heeft als doel dit toernooi winnen en dat, daarna weer één en dan no.1 op de wereldranglijst. Het houdt nooit op.” Terwijl, Richard wil nù genieten. Ja, hij heeft ook een tijd gedacht: “ik heb studenten getraind, daarna managers, toen policiti – eerst van de Provinciale Staten, daarna van de Tweede Kamer, het Europarlement. Toen kwam de vraag, en dan: Bush?!



Sindsdien is zijn hamvraag: waar word ik gelukkig van? Dat is op dit moment les geven aan studenten. “Die zijn eigenwijzer en kun je nog veel meer mogelijkheden laten zien. Politici denken meer van: dit lukt toch niet.” De politiek is hem dan ook te “groot,” zijn idealisme schuilt in de kleine dingen, om dààr het verschil te maken: “Door te laten zien dat er een andere keuze is.” Een keuze waar je niet moeilijk over moet doen, die ook helemaal niet gecompliceerd hoeft te zijn, maar een keuze waarvan je gelukkiger wordt, omdat ze dichter bij je gevoel ligt.



Hij kijkt me vriendelijk uitdagend aan. Bijna automatisch ga ik in de contramine. Is die souplesse om “het leven op je af te laten komen,” wel voor iedereen weggelegd? Absoluut, zegt hij. Mensen moeten zich niet blind staren op problemen, piekerend hoe die weg te nemen. “Probeer te zeggen: okay, hier voel ik me ellendig bij, maar waar krijg ik dan wèl energie van?” Hij wil best toegeven dat het moeilijk is. Niet iedereen kan zomaar het roer omgooien en naar zijn gevoel luisteren, “dat is een beetje een misvatting.” Het vereist lastige keuzes, merkte hij zelf. Stoppen met een lucratieve opdracht bijvoorbeeld, omdat hij er met tegenzin naar toe ging en “zich een lesboer voelde.” Of selecteren in zijn vriendenkring – “niet: die ken ik al tien jaar, maar wie raakt mij? Dat betekent soms mensen negeren of zeggen dat je geen zin hebt. Dat was ik niet gewend.”



Uiteindelijk is zijn basisfilosofie enthousiasme, “goed doen, dan komt goed vanzelf terug.” Als hij iets wil, vertelt hij het overal in zijn netwerk en komt via via vrijwel altijd bij hem terecht wat hij verlangde: een kans om te publiceren, een nieuwe opdracht, of gewoon een goed gesprek.



Ik blijf zuigen, klopt het wel, kan iedereen dit wel. Voor even betrekt zijn gezicht. Dan, hilarisch: “misschien ben ik wel uitverkoren! Is er een god die mij op aarde heeft gezet om iedereen in te wrijven dat ik gelukkig ben. Maar ik zie het nut niet van de vraag. Is het antwoord nee: balen. Is het antwoord ja: leuk, maar onderbouwen kan ik het toch niet. Het is mijn geloof. Een ander kan van mij leren en ik van een ander. Maar ik heb mijn gelukselixer gevonden. En echt, het maakt me niet uit of je het met me eens bent- dat is nou juist de kick!”







Deze foto's zijn gemaakt door Cyrille Maratray.

 

Damiaan Messing