Fragment uit het Vlugschrift Stichting Searchweb

Door: Jan Müter

 

[...]Een andere interessante geest is Richard Engelfriet uit Tilburg. Deze Groenlinkser en voorvechter van een of ander basisinkomen en beroepsdebater heeft de laatste jaren op ons sociale zekerheidsstelsel gestudeerd en, soms met anderen, veel gepubliceerd.

Zo heeft hij met W. van Oorschot een minutieuze studie gemaakt van de ‘modernisering’ van ons sociale zekerheidsstelsel in de afgelopen 30 jaar. Zelf heeft Engelfriet een scriptie geschreven over de (geclaimde) legitimatielegenden en moraal achter die stelselwijzigingen, met de prikkelende titel:"vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar vraag wat je kunt doen voor je land". (Deze artikelen zijn te lezen via de website van Richard Engelfriet).

Uit die publicaties verzamelde ik de volgende waarnemingen. De laatste decennia staat een zogeheten ‘activerende aanpak’ centraal. Kabinetten heffen slogans als werk, werk en nog eens werk om de arbeidsethos van dit paarse bewind te benadrukken. Met werk als een soort haarlemmer olie voor sociale zekerheid, maatschappelijke participatie, etc. etc. In de retoriek van al deze plannen en maatregelen verschijnt de luie en improductieve werkloze.

In een notitie ‘De keuze van Nederland, maakt Engelfriet korte metten met de kortzichtige stimulerings- en prikkel aanpak. Het menselijk gedrag laat zich niet calculeren volgens het idee van het marginale grensnut zoals dat in de economische speltheorie wordt gebruikt. Hun reactie op de omgeving is sociaal en moreel gestructureerd. Wel roept een monetair-burokratische aanpak een calculerende reactie op bij mensen. Mensen reflecteren als het ware in hun publieke gedragingen de wijze waarop zij door anonieme autoriteiten (in en via beleid) worden bejegend. De Amsterdamse Mega-banenmarkt was zo’n beetje een laatste stuiptrekking van dit dolgedraaide stimuleringsbeleid dat alles en iedereen in de stress jaagde, zonder de structurele werkloosheid ook maar iets te veranderen of de arbeidsparticipatie te vergroten.

Volgens Engelfriet is dit een doodlopende weg. Hij pleit daarom om alle bestaande sociale zekerheid op het gebied van inkomensbescherming af te schaffen en te vervangen door een (basis)inkomen zonder condities; pas bij een hoger inkomen worden belasting en andere premies geheven. Van de tientallen maatregelen die de afgelopen decennia zijn ontwikkeld lijken alleen die maatregelen die het ‘systeem’ aanpassen, zoals de SPAK en de WVA tot effect (van doorstroming) te hebben. Alle overige actie leidt op zijn best tot enige ‘activering’. Het minimumloon is in deze situatie dus de ‘boosdoener’. Een lager loon zou wel tot meer ‘werkgelegenheid’ voeren, maar de werkers leggen zelf het loodje. Om dat te voorkomen bepleit Engelfriet een WVA of een Negatieve inkomstenbelasting, van ca. 1000 gulden per maand dat onbedreigd is.

Volgens Engelfriet wordt in Nederland momenteel vooral aan ‘rijke sociale zekerheid’ gedaan, in de vorm van hypotheekaftrek, kinderbijslag, studiefinanciering, etc. zonder dat een tegenprestatie wordt verwacht en anderzijds is er een omvangrijke ‘categorie 4’ van mensen voor wie de uitkering al een basisinkomen is zonder serieuze verplichtingen. Die ratio voortzetten en de bureaucratie afzetten, is het devies; op naar een glorieuze toekomst, bevrijdt van nood.

Weinigen bij de Euromarsen zullen de handen op elkaar kunnen krijgen voor het bedrag dat Engelfriet hen voor houdt. De hoogte van dit bedrag wordt door hem overigens ook nergens beargumenteerd. Belangrijker is de keuze van het principe voor de inrichting van het sociale zekerheidsstelsel, dat Engelfriet in een ander tekst: "De typering van de sociale zekerheid", wat helderder uiteen zet. Hij onderscheidt twee typen: het continentale of Bismarck-model en het Atlantische of Beveridge-model. In het eerste staat de relatie tot de (laatst verrichte)loonarbeid centraal en het daarin verdiende loonpeil. Het tweede model is niet exclusief gericht rond werkenden maar gaat in de richting van een gegarandeerd bestaansminimum voor iedereen. Voor dit laatste principe is op dit moment in Nederland nauwelijks nog enige ruimte; het Bismarck-model en de sociaal-democratische (activerende) verzorgingsstaat staan centraal; het beginsel van behoeftigheid zou als leidinggevend principe zijn verlaten – althans in de inrichting van het stelsel en de legitimering ervan. In de uitvoering daarentegen gaan volgens Engelfriet toch elementen van het liberalere verzorgingsmodel schuil, die Engelfriet in het bijzonder koppelt aan de (intermediaire) rol van de overheid. Die rol dreigt evenwel steeds kleiner te worden, waardoor de marktwerking nog weer toeneemt ten koste van collectiviteit en solidariteit. Tegelijk lijkt de werkelijke effectiviteit van de aangroeiende reeks van maatregelen en meer of minder bureaucratische plannen er in Nederland nauwelijks toe te doen. De omvang van de werkloosheid blijft aanzienlijk en meer markt is niet altijd meer efficiency.

Die tunnelvisie wil Engelfriet verlaten; linksom of rechtsom zal de discussie over een gegarandeerd bestaansminimum gevoerd moeten worden.