Meer wetenschap in de
politiek.
dr. Herman C.D.G. de Regt werkt bij de
Universiteit van Tilburg,
Richard Engelfriet is zelfstandig ondernemer
Er
moet meer wetenschap in het politieke domein komen om het oprukkend populisme
te bestrijden. Burgers wenden zich steeds verder af van de politiek. Om hen
weer bij de politiek te betrekken dienen politici met hulp van expertise te
laten zien hoe zij welzijn en welvaart bevorderen.
Fortuyn dichtte de kloof tussen burger en politiek na de paarse
kabinetten. Hij luisterde naar de burgers, was een politicus onder de mensen en
verfoeide de premiers in hun Torentjes en de Kamerleden op hun pluche. Fortuyn,
de volksluisteraar, was geboren, zo was de analyse. Velen speculeren nog steeds
over de vraag hoe Nederland was gevaren onder het premierschap van Fortuyn,
wanneer hij niet lafhartig, bruut en onverwacht door een psychopaat was
vermoord.
De werkelijkheid is anders. Uiteraard was
Fortuyn een fenomeen, maar bracht hij de politiek naar de mensen? Was zijn
slogan niet: ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg’? Dat verraadt een heel
andere Fortuyn. Een Fortuyn die helemaal niet zijn oor te luisteren legt bij de
mensen, bij de kiezers, bij het volk. ‘Ik zeg
wat ik denk en ik doe
wat ik zeg!’ Dàt was Fortuyn. Hij bracht de
burger weer naar de politiek, omdat hij zijn eigen recht-toe-recht-aan ideeën,
zijn eigen expliciete smaak en voorkeuren aan het volk toetste. Het volk kon
zich vanwege die duidelijkheid massaal uitspreken voor of tegen die ideeën.
Juist de eigengereidheid van Fortuyn laat zien wat er mis is met de politiek. Het is niet zo dat Fortuyn naar de mensen
luisterde, de mensen luisterden
eindelijk weer eens naar een politicus.
Om het Fortuyn-fenomeen te begrijpen,
moeten we de rol van de burgers in de politiek erkennen: de burger zoekt als
kiezer gedeelde smaak en rekent af op effectieve politiek. Het oude idee is
simpel: omdat burgers voor hun
veiligheid en welzijn aan de politiek zijn overgeleverd, moeten de politici
1.
heldere keuzes presenteren
2. niet
luisteren naar het volk, maar naar de experts
3. hun rug recht houden
4. de
consequenties van de stem van de kiezer
aanvaarden.
Over deze onderwerpen kan diepzinnig worden gesproken, maar het
is goed back to basics te gaan.
Riskante situaties en
expertise
Het is een trend onder politici na Fortuyn
toch vooral aan de burgers te vragen hoe ze een probleem graag opgelost zien.
Het is niet de wetenschappelijke afweging van risico’s, maar klaarblijkelijk de
emotie van de man in de straat die bepaalt hoe groot risico’s mogen zijn. We
moeten het inschatten van risico’s in onze democratie overlaten aan goed
opgeleide experts. In een democratie is overigens nog veel meer kennis nodig.
Er zijn tal van problemen waarvoor we ambachtelijke kennis nodig hebben, tal
van problemen waarvoor we meer abstracte kennis nodig hebben. We hebben mensen
nodig die iets kunnen, die bepaalde vaardigheden hebben die van cruciaal belang
zijn. Al die andere expertise, de vakinhoudelijke expertise en de ambachtelijke
vaardigheden, is net zo broodnodig als het kunnen inschatten van risico’s.
Die expertise is niet moeilijk te
onderscheiden in onze samenleving. Succes geeft ons een indicatie waar we
moeten zoeken naar burgers die wat in hun mars hebben: daar waar is gebleken dat expertise
kan worden ingezet om onze welvaart en
welzijn iets minder precair
te laten zijn. Waardevolle kennis die wordt belichaamd door de burgers van
een democratie heeft de toets der kritiek doorstaan en is het gevolg van een
streng evolutionair selectieproces.[1]
Hoe
groot is het risico dat pensioenen over twintig jaar niet meer kunnen worden
uitbetaald als er niets gebeurt? Hoe houden we de gezondheidszorg en de
energievoorziening op peil? Hoe lossen we de files op, als dat nodig is? Hoe
reageren we op de klimaatsverandering? Hier is expertise nodig, de burger
levert met zijn of haar expertise een cruciale bijdrage aan een veilige samenleving.
Gevolg
is dat politici niet meer hoeven te luisteren naar de burgers op een manier
zoals die nu gebezigd wordt in de nasleep van het fenomeen Fortuyn. Ze doen er
beter aan te luisteren naar experts, wanneer ze proberen hun politieke doelen
te realiseren. Het vooropstellen van doelen is de reden waarom de burger als
kiezer voor een bepaalde politieke beweging heeft gekozen, als de kiezer zijn
keuze op die manier kan motiveren. Juist omwille van dit laatste is het nodig
dat politici eigenzinnig zijn en duidelijk zeggen wat ze willen, wat hun
voorkeuren zijn, zodat de burger kan vaststellen of het ook zijn
voorkeuren zijn.
Moreel
appèl
De wijze waarop wij de democratische inrichting
zien, is wellicht de standaardopvatting van bijna iedereen. Het
probleem is juist dat deze standaarddemocratie
klaarblijkelijk niet werkt. Meestal suggereert men dat dit komt
doordat de politici niet meer naar burgers luisteren. Men ziet
Den Haag als een
ambtenarenbolwerk dat volstrekt eigengereid te
werk gaat. In deze visie dient er snel meer inspraak te komen:
referenda zouden bij wijze van spreken liefst aan de orde van
de dag moeten zijn. Zo wordt het idee
verlaten dat we om de vier jaar onze ideologische
voorkeuren te kennen geven, waarop de Tweede Kamer voor ons
aan de slag gaat, in de mate waarin dat mogelijk is.
Wij houden liever vast aan het oude idee
en pleiten niet voor meer inspraak, maar voor meer wetenschap. Het gevaar dat
kleeft aan politici die naar de burger luisteren, heet populisme
en dat is alleen maar een recept voor grilligheid op allerlei
fronten, aangezien de mening van de burger
gemakkelijk omslaat.[2]
Niets is grilliger dan de mening van de straat.
Hoe kunnen we onszelf ertoe bewegen te doen wat we moeten doen
om de democratie te ‘vitaliseren’?
Wij denken dat de eerste stap gezet door politici kan
worden gezet. Zij moeten
zich meer eigenzinnig gedragen, standvastig, minder gevoelig voor
burgermeningen, geconcentreerd op expertise, gericht op algemene visies op de prioriteiten van het leven. Bovenal moeten zij
gesprekken aangaan om tot oplossingen te komen. De media zijn ons
daarbij moreel verplicht een nuchter track-record
van Haagse beslissers in het licht van beschikbare expertise te presenteren.
Ons appèl slaat slechts aan wanneer politici en burgers zien dat het voor hen
loont zich als politicus en burger juist te gedragen. We zijn allemaal uit op
effectieve politiek.
Hoe realistisch is dit appèl? Wat heeft de
politiek te verliezen? Wat heeft de politiek al die tijd al niet verloren met
het opkomend populisme? Wat kan de politiek wel niet winnen door niet meer mee
te gaan met dat populisme? Het is de moeite waard politici op te roepen recht
door zee te zijn.
Democratie
en wetenschap
De politiek binnen een democratie beschermt haar burgerij. Om
bescherming te bieden moeten politici niet luisteren naar de mening van
burgers, maar naar de wetenschap, wetenschappelijk inzicht. Dat inzicht is niet
feilloos, maar wetenschap is het beste middel dat we kunnen inzetten.[3]
Aristoteles suggereerde in zijn Metafysica
dat de vrije wetenschap, wetenschap is die omwille van het
vergaren van kennis zelf wordt beoefend. Vele eeuwen later dacht de Engelse
renaissancist Francis Bacon daar anders over. Hij wilde de wetenschap zien als
instrument tot herstel van het paradijs. Weer later was het de Amerikaanse
denker John Dewey die in de nieuwe wetenschap aanleiding zag onze verouderde
maatschappelijke instituten te herijken.
Wetenschap dient niet omwille van zichzelf
te worden beoefend, het leidt af van belangrijke humanitaire zaken, de
democratische inrichting van onze samenleving die tot welvaart en welzijn
leidt.
Hoe kan wetenschap dienstbaar zijn aan welvaart
en welzijn?[4]
In de wetenschap hebben we het idee dat opvattingen over de wereld niet worden
veroorzaakt door smaak, maar door een external
permanency, een van onze mening onafhankelijke wereld. Wat we beweren is
waar of onwaar, afhankelijk van de vraag hoe de wereld zich gedraagt. Het
postuleren van zo’n van onze mening onafhankelijke werkelijkheid is wat de
methode van wetenschap feitelijk karakteriseert.
De methode van de wetenschap is de poging
de toevalligheid uit onze opvattingen te halen. Wetenschap is in feite de
werkhypothese zelf dat er een wereld is. De rest is invulling van dit idee. Het
is belangrijk te constateren dat we met de wetenschappelijke methode iets
eenvoudigs bedoelen, niet meer dan onderzoek doen om twijfel en onzekerheid weg
te nemen in de veronderstelling dat er een van onze mening onafhankelijke
wereld is. Dat laat de mogelijkheid open dat we leren welke concrete methoden
binnen welk domein moeten worden aangewend. Het laat ook zien dat we in
beginsel nog niets anders zeggen over de wereld dan dat ze onafhankelijk is van
ons persoonlijk denken.
We moeten de eenvoudige duiding van de
wetenschappelijke methode in dienst zien van het wegnemen van twijfel en
onzekerheid, daar waar echte twijfel is en
het wegnemen van onzekerheid
er toe doet in onze democratisch ingerichte samenleving. Wetenschap draagt niet bij aan het
vaststellen van wat wij willen (al beïnvloedt ze dat wel), maar kan irritante
twijfel en onzekerheid wegnemen.
Conclusie
Het idee dat wetenschap van nut is in onze democratie, betekent
dat burgers weliswaar hun mening mogen uiten, maar dat hun mening slechts
gewicht heeft in de mate waarin zij als experts over een probleem spreken. De
burger als expert denkt na, vooral met anderen. De burger hoeft met minder dan
wetenschap geen genoegen te nemen. Opvattingen die worden gepropageerd vanuit
een autoritaire houding zijn waardeloos. De burger dient dus zijn mond te
houden wanneer hij geen verstand van zaken heeft. En heeft hij wel verstand van
zaken, dan spreekt hij als expert.[5]
De kiezer heeft alle recht te laten weten
wat zijn smaak en voorkeuren zijn, wat zijn ideologie is. Niet omdat de
politicus dan zijn programma kan afstemmen op de grootste groep gelijkgezinde
stemmers, maar omdat hij de kiezer die hetzelfde denkt als hij, achter zich kan
verenigen. De sleutel tot verandering ligt bij de politicus.
[1] Popper, K.R. (1972) Objective Knowledge: An Evolutionary
Approach.
[2] Johan de Witt lezing van Wouter Bos (2005), Een beetje populisme kan de democratie vitaliseren.
[3] Kitcher, P. (2001) Science,
Truth, and Democracy.
[4] Peirce, C.S.
(1877) The Fixation of Belief, in Houser & Kloesel (eds.) The Essential Peirce. Selected Philosophical Writings. Volume 1,
1867-1893,
[5] In ons manifest Verkeerd Verbonden – Hoe Nederland verzuimt problemen op te lossen (2006, Eindhoven: Pepijn) werken wij dit idee verder uit.