Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Een anekdote over iets uit Rotterdam, geschreven in 1941 :

Episoden uit het kantoorleven

Prachtige OCR verhalen uit een van onze boeken, Aad vindt het heerlijk om ze te lezen, hopelijk jullie ook ....enne let niet op kleine OCR foutjes

De kantoorbedienden in onze goede oude Maasstad vormden steeds een wereldje vol dramatiek. Ik heb Rotterdam gekend, met veel werk in de haven en op de kantoren. Maar de zwoegers aan de kaden en op de kantoorkrukken - wat kenden ze *n zorgen om hun karig loon! Betere tijden braken later aan, ook voor hen: de loonen stegen, de kantoorklerk kon zich beter voeden en beter kleeden, zich wat meer genoegens verschaffen. Doch, toen dit eenmaal bereikt was, kwam er spoedig weer een tijd met weinig werk meer. Rotterdam kwijnde. En we kwamen zˇˇ ver" dat er gezegd werd: "we hebben het vroeger veel te weelderig gehad. We moeten en toontje lager gaan zingen!" Men begon zelfs naar den tijd van de lage loonen terug te verlangen.

Het moge al waar zijn, dat veel werk tegen weinig loon in alle geval beter is dan heelemaal geen werk, toch deel ik geenszins het heimwee-achtig verlangen, dat sommigen schenen te koesteren, naar den tijd der geringe bezoldiging. Niet, dat geld op zich den mensch gelukkig zou maken! Ik weet wel beter! Doch, een zekere financieele welstand is voor iederen mensch, voor ieder gezin, toch onontbeerlijk, opdat het leven en de levenslust op den duur niet verkwijnen. Te zware geldelijke zorgen sloopen tenslotte zelfs den sterksten man.

Ach, ach, wat hebben de kantoorbedienden uit de jaren mijner jeugd het in dit opzicht zwaar gehad! Moeilijker vaak nog dan de havenarbeiders, die, weliswaar, evenals zij, buiten hun toch reeds lange werktijden nog vele overuren maakten, maar daarvoor tenminste nog extra betaald kregen. Bij de kantoormenschen was het zoo, dat een onderneming hemelhoog geprezen werd om haar humane arbeidsvoorwaarden, als zij het stelselmatig verrichte vele overwerk af en toe door een gratificatie honoreerde! Want, dat was in de dagen, waarover wij schrijven, een uitzondering.

De kantoorheeren in dien tijd hadden wel, naar den eisch van het beroep, een heerachtig voorkomen, maar een allesbehalve heerachtig inkomen! Doch dit laatste wisten de expeditieknechts en de bootwerkers niet, die het maar al te gaarne hadden over "die pennelikkers", met d'r lui hooge witte boorden en ver uitstekende stijve manchetten. "Ze speelden maar fijntjes het heertje en waren bang, hun dameshandjes vuil te maken," zoo werd er in naijver geredeneerd. "Dat lieten ze," zoo heette het verder, "liever over aan "Jan Boezeroen", die harder moest "peeze" en "sjappele" voor minder geld." - Ja, je was vroeger niet gelukkig, als je in een heerenpakkie liep! Dan dachten ze al gauw, dat je een man in bonis was! De tijd, dat je een arbeider aan z'n kleeding niet van z'n patroon kon onderscheiden, was toen nog ver!

Zooals alles in onze ongestadige, altijd wentelende en wisselende wereld evolueerde, zoo evolueerden ook in de kantoorwereld, een tijd lang in gunstigen zin, de levensvoorwaarden der "witteboordproletariŰrs". Het was nu interessant, op te merken, welken veranderden stempel die evolutie geleidelijk op voorkomen en uiterlijke gedragingen van de kantoorklerken drukte. Het waren niet meer de "fatsoenhouwers" met armoe, maar de "fatsoenhouwers" met zekeren bescheiden welstand. Menschen, die zich gaarne meer voordeden dan ze in werkelijkheid waren, bleven ze immers altijd toch. Dat zat den Rotterdamschen kantoorbedienden nu eenmaal in het bloed, omdat zij van oudsher geleerd hadden hun armoe te vergulden. Ze konden je van alles en nog wat wijs maken over de leidende functies, die ze vervulden. De ÚÚn noemde zich boekhouder, de ander procuratiehouder. Maar, als je in het adresboek keek, dan waren het allemaal doodgewone "kantoorbedienden".

Het is wel een wonder, dat er voor dezen beroepsnaam, die door vele kantoormenschen altijd als iets kleineerends werd gevoeld (ze zouden, bijvoorbeeld, nooit zeggen: "Ik ben kantoorbediende", maar wel: "ik ben op kantoor" - dat stond gekleeder) nooit een deftiger titel werd uitgevonden, zooals de "reiziger" z'n naam verwisselde voor "vertegenwoordiger". Wat kon je daar al niet uit maken! Neen, de kantoorbedienden zijn nooit genoeg met hun tijd meegegaan!

Die typische verandering der kantoorbedlenden-figuur, toen *t hun indertijd beter ging! Ik ken ze nog uit den tijd, dat je ze 's morgens tegen acht uur langs de verschillende, naar het standscentrum en de havenwijken voerende, straten zag jachten. Het drukke gebruik van het rijwiel was immers toen nog onbekend. Je kon ze wel uitteekenen, in hun goed-koope confectiepakjes en met hun stijf bol- of dophoedje op, in den volksmond "kop en bak" geheeten. Onafscheidelijk was met die verschijning het in krantenpapier verpakte twaalfuurtje verbonden, dat zoo maar in de hand werd gedragen. Vet-vrij boterhammenpapier kenden ze toen nog niet en ze vonden het ook heelemaal niet erg, wanneer de bovenste en de onderste boterham in het pakje er een beetje zwartig kwam uit te zien.

De "eischen" werden intusschen, ook in dit opzicht, langzamerhand wat hooger gesteld. Vooruitstrevende kantoorbedienden zag je "naar bureau" (want, "naar kantoor" klonk zoo burgerlijk!) gaan met hun "lunch", gewikkeld in - een servetje omsluitend - zwart zeildoek, waaromheen een roodbruin gekleurd elastiek. Toen zulks meer algemeen werd, kwam het gebruik in eere z'n "kuchte" netjes in een trommeltje mee te dragen, later gevolgd door een toeklapbaar of opvouwbaar blikje. En, toen deze hun tijd gehad hadden, verschenen er enkele pioniers in de kantoorbediendenwereld, die het durfden wagen zich, als waren ze ministers, met een leeren (soms imitatie-leeren) aktentasch te tooien. In die tasch droegen ze geen andere "documenten" dan hun krantje, dat ze tijdens het lunch-uurtje wilden lezen, en hun boterhammen.

Kregen de heeren geen melk of koffie "van kantoor", dan stopte moeder- of vrouwlief nog wel een half fleschje melk in de tasch. Doch de leuze: "Drinkt meer melk!" maakte weldra plaats voor den onstuimigen wekroep van een nieuweren tijd: "Altijd warm drinken bij uw kantoor -lunch! Gebruikt een thermosfiesch!". Ieder kantoorbediende, die zijn tijd verstond - en wie wilde daar niet voor doorgaan? - schafte zich een thermosflesch aan, vooral toen deze, in plaats van guldens, zooals eerst, maar enkele kwartjes ging kosten.





Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

1 Juni 2002