Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Gastenboek

Naar beneden 

Gerard Martens vertelt weer een prachtig verhaal  ....

Tijdverdrijf in de oorlogsdagen. 

Menigeen zal zich wel eens afvragen, hoe brachten de mensen in die dagen hun vrije tijd door. Er was toch veel verboden en er waren toch de bepaalde uren, dat je niet meer over straat mocht. Ja, dat was een probleem en vooral voor de jongens en meisjes van mijn leeftijd. Wij waren tenslotte de tieners van die tijd.

Als eerste waren er de bioscopen. Daar kon je nog wel naartoe gaan, maar de films werden steeds propagandistischer en vooral het nieuws was volkomen in handen van de Duitse propaganda. Mijn neef Aad en ik vonden voor de Zaterdagavonden een beter tijdverdrijf. We gingen zwemmen in het Overdekte Zwembad in de Willem van Hillegaersbergstraat in Hillegersberg. Die straat was toen tevens de beginhalte van lijn 10, die vandaar naar Spangen ging. Bij het Kasteel van Sparta.

tramwillemvan

In het zwembad kwamen veel van onze leeftijdsgenoten en ik moet zeggen het was daar heel gezellig, Het kikkerbadje was van het diepe bad gescheiden door een ketting, die onder water lag. Een sport was om je, langs die ketting, van de ne zijde van het bad naar de andere zijde te trekken. Het was heel leuk, behalve als je neef aan de andere zijde, op dezelfde tijd en met hetzelfde plan deze bezigheid ook startte. Ik zal jullie niet beschrijven hoe de klap was, die we maakten, toen we halverwege de ketting elkaar tegen kwamen. En toch! We wreven even, keken elkaar aan, en gingen over tot de orde van de dag. 

zwembadhille

Het dansen was verboden. Er mocht nog wel les gegeven worden, maar het vrije dansen en het organiseren daarvan, was ten strengste verboden. Kinderachtig maar waar! 

Nou hadden we in die dagen ook nog het handboogschieten en we brachten ook nog wel wat tijd op de schietbaan door. Maar we waren steeds maar met ons drien. Mijn neven Frits, Aad en ik. Dat ging vervelen. Doch Aad, die bij bakkerij Steens op de Soetendaalseweg werkte, kreeg een leuk idee. Hij bracht soms koeken of appelflappen mee en bevestigde die op het blazoen. Ergens uit het midden natuurlijk. Diegene, die de koek raakte, mocht hem hebben en ter plaatse opeten. 

Op een andere dag bracht hij ballonnetjes mee en moesten we daar op schieten. Dat ging goed, tot de duisternis al vroeg inviel. Dan konden we het doel niet meer zien, omdat er geen licht gebruikt mocht worden. 

In de laatste maanden voor de razzia hadden we een ander tijdverdrijf. Het vlooienspel. Tegenwoordig zo nodig Tiddley Winks genoemd. Vooropgesteld, we hadden ook geen licht, maar dat losten we op, door een waxinelichtje op de tafel te zetten. In het halve duister, moesten we dus, zo snel mogelijk, onze vlooien in het potje zien te krijgen. Degene, die het eerst klaar was, had gewonnen en de anderen moesten hun overgebleven vlooien betalen aan de winnaar. En cent per vlooi!! De razzia maakten echter een eind aan de vrijetijdsproblemen en aan onze tienertijd.

 In de gewone familiekring had ik nog andere dingen om de tijd te verdrijven. Ik ging Vrijdagsavonds voor acht uur naar mijn broer Toon in de Polanenstraat en daar gingen we de hele avond schaken. Ik kon na afloop natuurlijk niet meer naar buiten, maar dan bleef ik daar slapen en ging zaterdagsmorgens op mijn gemak naar huis. Jullie moeten begrijpen, dat ik niet naar mijn werk moest, want wat ik nu vertel gebeurde in mijn tweede verloftijd, toen ik zogenaamd rheuma had en niet naar Berlijn terug moest. 

Later werd dit overblijven door meerdere kennissen en verdere familieleden gevolgd en dan kon het zijn, dat we met een heel gezelschap Toto Duindigt zaten te spelen. Een spel over paardenraces en weddenschappen, dat heel lang kon duren. Het gebeurde wel, dat het vier uur in de morgen werd. 

Het lichtprobleem, of beter het afsluiten van het licht werd op alle mogelijke manieren verholpen en ik weet nog wel, dat in sommige families een fiets, op een standaard, werd opgesteld en dan moest er een vrijwilliger trappen om een generator op te laden, die dan weer voor elektriciteit zorgde. Je kan je wel voorstellen dat, als de fietser moe werd en langzamer begon te trappen, er flink gemopperd werd. De geschiedenissen over stroom opwekken enzovoort zijn legio, want de mensen waren vindingrijk in die dagen en lieten zich niet gauw door de bezetters uit het veld slaan.



Klik hier als je terug wilt naar het Gastenboek


Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

10 Oktober 2001