Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Gastenboek

Naar beneden 

Gerard Martens vertelt weer een prachtig verhaal  ....

Sinterklaas rond 1929

 

Nu over een paar weken de Sinterklazen, echt of niet echt weer overal gaan aankomen, leek het me wel leuk om eens een Sinterklaastijd uit 1929 te gaan beschrijven.

Ik zat toen in de eerste klas van de St. Janschool. Net drie maanden op school, beleefde ik daar mijn eerste Sinterklaasfeest. Buitenshuis dus, want thuis was het al  meerdere jaren aan de gang.

 

 Het begon meestal na de eerste December. Plotseling werd er op de klasdeur gebonkt, we zaten stijf van schrik en met nog meer lawaai werden er pepernoten de klas ingestrooid. Dat was rapen geblazen, maar niemand durfde de bank uit. De hele situatie werd dan opgelost door de juffrouw, ik geloof, dat het toen juffrouw Vellekoop was, die onmiddellijk het Dankje Sinterklaasje inzette, dat door ons nog een beetje natrillend werd meegezongen.

 

Van huis uit konden we al meer Sinterklaasliedjes, dus er werd ijverig doorgezongen. Zo was er, Op de hoge hoge daken, rijdt Sint Niklaas met zijn knecht. Daar werden maar twee coupletten van gezongen met als begin van het tweede het, voor ons beangstigende Pieter gluurt door elke schoorsteen.....

Ik las nu op het internet, dat er ook nog een derde couplet bestond en het is maar goed, dat we dat nooit geleerd hebben, want ik begrijp er nu ook nog niets van. Of      er moet een fout in de laatste regels zitten. Ik vond deze tekst.



Sinterklaasje schrijft verdrietig
Al die namen in zijn boek
En hij zegt: die kind'ren krijgen
Ook géén speelgoed en géén koek!
Wil dat goed onthouden Piet
Want ze doen met maar verdriet
Wil dat goed onthouden Piet
Want ze doen met maar verdriet



Ik weet niet wat ik er van bakken moet, maar gelukkig hadden we er in de klas en thuis geen moeite mee, omdat niemand een derde couplet kende.

 

Bij het uitgaan van de school was het meestal al een beetje duister, maar gelukkig stond dan mijn zus Cor, die nog net op de meisjesschool zat, me op te wachten. Dat gaf me een veilig gevoel en voor het eerst vond ik het niet erg om door mijn zus gehaald te worden. Thuisgekomen was er de warme kachel en het lekkere gevoel van, wie doet me hier wat. Mij zou geen haar op mijn hoofd gekrenkt worden.

 

Bij het naar bed gaan was het vaste ritueel mijn schoen klaarzetten naast de schoorsteen. Er moest een briefje bij, dat ik zelf had geschreven, waarin ik de Sint vroeg, wat ik van hem wilde krijgen en daarbij een grote winterpeen voor het paard.

 

Ik sliep in die tijd in de bedstee en die was in de keuken. Ik probeerde dan altijd wakker te blijven om te zien of te horen, wanneer Piet die schoorsteen doorkwam om de peen en het briefje weg te halen en iets lekkers neer te leggen. Het lukte me nooit, maar als ik 's morgens wakker werd, was mijn eerste daad, een run naar de schoorsteen en jawel hoor, Piet was toch geweest en er lag een suikerbeestje of een chocoladesintje in mijn schoen. Onbegrijpelijk allemaal. Natuurlijk moest ik eerst weer zingen om de sint te bedanken. De kachel was meestal nog niet aan en daar stond ik dan met mijn kouwe kakkies op de kouwe vloer.

 

Op school was er op 5 December altijd feest en 's middags kwam zowaar de Sint in eigen persoon op bezoek. Om de rust te bewaren werd er dan een Sinterklaasverhaaltje verteld, maar dat interesseerde ons weinig, want in de andere lokalen hoorden we zingen en gejuich en dat kwam steeds dichterbij. Totdat dan onze klasdeur openging en onder het zingen van Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht, schreed de Sint naar binnen. Hij werd door de juffrouw verwelkomd en het rode boek kwam tevoorschijn. We mochten om de beurt naar voren komen, wat niet bij iedereen van harte ging, gaven de Sint een hand en kregen dan van Piet een cadeautje uit de zak. Meestal was er een prentenboek met Sinterklaasliedjes, maar ook een ander snuisterijtje, wat door ons, die niet met dure geschenken verwend waren, heel dankbaar werd aanvaard.

Onder het zingen van Zie ginds komt de stoomboot, schreed de Sint dan weer het lokaal uit en we waren allemaal tevreden. Er werd geen enkel jongetje meegenomen in de zak.

 

Eigenlijk was ik banger van de Sint als van Zwarte Piet. Dat kwam door mijn vaders allesverklarende uitleg. Op mijn vraag. Waarom moet Piet nou altijd zwart zijn? antwoordde hij. 

Wat denk je als Piet wit zou zijn en hij moet steeds door de schoorstenen kruipen. Wordt ie toch helemaal zwart van het roet. Een zwarte Piet heeft zich veel vlugger gewassen en bij hem zie je niet of hij dat goed gedaan heeft!

Misschien wat voor de huidige blauwe of paarse pietenfans.

 

Op de ochtend van 6 December was er geen school. Dan mocht je genieten van je gekregen speelgoed en proberen je niet ziek te eten aan speculaas en suikergoed. Na deze dag was St Nicolaas weer naar Spanje vertrokken en hij bedankte dan altijd zijn schimmel voor het harde werk.

sintpaardkus

 

Later in de Vinkenstraat mocht ik voor Piet spelen. Toen werden mij de geheimen duidelijk hoe dat ging met al die geluiden en toevallige zakken met speelgoed in de gang. 

Eerder op de dag werden de cadeautjes en andere dingen bij ons neergezet en 's avonds ging ik dan na een speciaal Sinterklaasliedje van de buurkinderen alles bij hen voor de deur zetten. Met een rammelende ketting en veel gebonk op de deur deed ik mijn werk. Doodse stilte achter de deur en ik kreeg de gelegenheid om naar boven te glippen. Dan stond ik me bovenaan de trap te verkneuteren, als ik hoorde dat de deur voorzichtig werd opengedaan en daarna de vaste uitroep hoorde, Oooohhh, er staat een zak voor de deur!  Nee, nee, nee, niet boven aan de trap! Dat riepen ze niet.

 

In 1941 heb ik een keer voor zwarte Piet gespeeld en die ene keer zal ik nooit vergeten. Ik had toen een vriend Martin, die in de Banierstraat woonde. Martin vroeg me of ik met hem als Zwarte Piet bij hem thuis  zou willen spelen. Twee Pieten, dat was heel wat voor zijn broers en zusjes. Mijn broer Aad, die er van hoorde, bestelde ons toe gelijk maar voor zijn kinderen. Dus moesten we die avond ook nog naar de Willebrordusstraat 123.

 

Martin zorgde voor de spullen en Aad betaalde mee aan de kostuums. Eerst wreven we ons in met vaseline en daarna met een soort roet. Nou we waren mooi zwart. We glommen zelfs. Het optreden werd in beide gezinnen een succes en we gingen naar mijn huis om ons te wassen. En toen begrepen we, waarom we zo mooi glommen. Mijn vriend had mentholvaseline gekocht en we konden ons niet schoon krijgen. Mijn moeder,s groene zeepvoorraad werd aangesproken en na een uur wassen en weer wassen, waren we redelijk schoon. Alleen we hebben drie dagen met een strak gezicht gelopen. Misschien een goedkope face-lift?? Er is geen patent op deze vinding.

 

Nog één anekdote uit de tijd, dat ik met mijn eigen kinderen naar een Sinterklaasfeest ging. Het ging allemaal op de geijkte manier. Binnenkomst met zang, het rode boek, bange schijtertjes, die naar voren moesten komen en dan moest er een liedje gezongen worden.

Dat vroeg de Sint dan ook aan een klein jongetje. Het kind wist niet zo gauw wat, ondanks het gefluister van moeder en begon met



Ouwe taaie jippie jippie jee jee jee

Ouwe taaie jippie jippie jee.



Sinterklaas verloor bijna zijn mijter van het lachen en zou haast zijn baard ingeslikt hebben. Hij kon niet anders zeggen dan, Dat is het mooiste lied, dat ik dit jaar gehoord heb, maar volgend jaar hoor ik wel een ander hè.

 

En zo'n feest willen ze in Nederland gaan afschaffen. Ondenkbaar toch!

 

Maar er dook ook nog een echte Sint op, uit 1933, op het Hofplein :

st1933hofplein

Wil je nog meer baarden zien, klik dan even op deze
link, niet schrikken hoor, het is Aad maar, soms....



Klik hier als je terug wilt naar het Gastenboek


Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

5 November 2001