|
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen) |
Terug naar het Gastenboek |
|---|
| Naar beneden |
|---|
Memoires van ex-agent
Ruud Hoppes
1924 - 2009
van de Rotterdamse Politie
1944 - 1947
Oorlogservaringen en de nasleep
Deze kaart stuurde mijn moeder mij april 1946 van Ter Apel naar Rotterdam
We kregen een vraag van Ex Agent van Politie Hoppes (bureau Oostervantstraat) die op zoek is naar, we noemen het maar, ooggetuigen uit 1945 en erna.
Dat er aan de Oostervantstraat ook ooit een Politie Bureau is geweest, was voor Aad een verrassing, je leert nog dagelijks, niet?
Het zijn van Ruud Hoppes een aantal verhalen geworden, die we even allemaal hieronder zetten als link. Via de knop Home, rechts op je keyboard, kom je dan hier weer terug:
- Inleiding
- Opsporing en kontakt gezocht
- De razzia van 11 nov 1944 en toen 8 dagen in een veewagen met ca. 65 personen
Ruud zoekt lotgenoten die vanaf het Nenijto terrein op transport gingen via Ermelo - Enschede - Essen - richting Ulm en Stuttgart- Ter verduidelijking voegde Ruud Hoppes er nog de volgende historische foto's en dokumenten aan toe
- En dan mijn jaarwedde dokumenten, lees wat ik toen verdiende c.q. kreeg
- In 1980 heeft Ruud ook nog deze foto's genomen
- Een paar weken later kwam Ruud nog met deze historische dokumenten
- Wie kan beter dan ik, als voormalig Schalkhaarder, u uitleggen, hoe men de zuivering van de Politie in het algemeen hanteerde, ik behoorde tot de 1e Politie Compagnie te Rotterdam
- Over het Zuiveringsbesluit van het Departement van Justitie - Afd. Politie zuivering van 15 maart 1946
- De Schalkhaarders als 1e Politie Compagnie Westersingel te Rotterdam en het Politie Opleidings Bataljon te Schalkhaar
- Mijn ervaring met het zoeken in Archieven
- Over het krijgen van juridische bijstand - toevoeging van advocaten - procesvoering - rechtshulp - raad rechtsbijstand
- RAZZIA met de NASLEEP Ja, ook wij als Agenten van de Rotterdamse Politie waren evenals de 50.000 Roterdammers het slachtoffer.
- Schalkhaar - Schalkhaarders - Zuivering - Behandeling - Oordeel - Verzet - Politieke Opsporingsdienst Groningen - P.O.D. in de media - literatuur - verzet - politiek en meer als aanvulling op mijn andere verhalen
Aan het slot van deze site een uitvoerig vervolg van beelden en teksten zoals aangegeven in de inleiding van 2009 .
In onderstaande inleiding een beknopte uiteenzetting van een en ander.
In onderstaande inleiding eerst enkele kantekeningen betreffende het dorp Schalkhaar en Juridische Bijstand
Heden zijn we dan aangeland in het jaar 2009 en komt bij mij Ruud Hoppes de gedachte op om in overleg met Aad op de site van Aad een aanvulling te realiseren om een nog beter beeld en uitvoerig de situatie daar te stellen met teksten en beelden,waardoor men van de Politie in oorlogstijd en van mij als ex Agent van Politie in Rotterdam en mijn persoonlijke levensgeschiedenis vanaf de geboorte 4 februari 1924 nog beter een nog beter beeld kunnen vormen.
Alvorens in onderstaande inleiding een beknopte uiteenzetting te geven vind ik het noodzakelijk nog een paar kanttekeningen te plaatsen bij de inhoud van mijn verhaal. In de eerste plaats wat betreft het dorp Schalkhaar mijns inziens wordt het dorp ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld en wel omdat daar nu toevallig die POB Kazerne aanwezig is, daarvoor zijn toch niet de inwoners verantwoordelijk !
Een klein voorbeeld hoe ten onrechte een vooroordeel e.e.a. met zich mee brengt:
Een geboren Schalkhaarder schrijft mij, citaat:
Toen ik in 1977 ging studeren in Amsterdam, kwam in de studentenkroeg het thema geboorteplaats aan de orde. En toen ik Schalkhaar noemde, werd het even stil - later noemde ik dat niet meer - en zei ik: Overijssel.
Einde citaat - zo zie je maar!
De media - journalisten - die zich geen moeite doen om zich te verdiepen in POB en wat daar in werkelijkheid heeft plaats gevonden.
Nog een voorbeeld: juni 2007 werd ik door een geboren Schalkhaarder attent gemaakt op een film over het POB in Schalkhaar (ik noemde het bestaan van die film reeds in mijn verhaal ) die was uitgezonden door de Deventer Televisie. Ik heb die film aan kunnen zien -volgens de uitzending gemaakt door een zekere Jan Nomden van de Amateur Cineasten Vereniging.
Deze film had ik reeds in mijn bezit, echter zonder geluid. De herkomst van die door de Deventer televisie uitgebrachte film te achterhalen is mij ook na tientallen mails niet gelukt. Waarom zo geheimzinnig, mij een raadsel! Mijn vermoeden dat de bestaande film later is voorzien van geluid en muziek door ???!
Ook deze film heeft volgens mij geen goed gedaan aan het image van Schalkhaar. De situatie die daar in voorkomt is namelijk van de begin periode van de Opleidingen in Schalkhaar. In ieder geval was er tijdens mijn opleiding juli 1943-februari 1944 een andere atmosfeer. En wat in de film voor komt, moet van vóór 1943 zijn en daarover geeft de film geen duidelijkheid.
Verder zou ik allen die zich met de materie POB Schalkhaar bezig houden en zo snel een oordeel klaar hebben, zoals ik in mijn verhaal aanstipte, een Minister Smallenbroek en vele anderen willen vragen: weten ze wel hoeveel Schalkhaarders gefusilleerd zijn door de bezetter en of in strafkampen om het leven gekomen zijn en dat beslist niet omdat ze pro - Duits waren.
Wat dit punt betreft wil ik het er eerst bij laten.
Het volgende punt is het probleem van het verkrijgen van juridische bijstand. In mijn verhaal krijgt het hier een aanvulling:
Een voorbeeld:
Sinds 2004 loopt er een juridische procedure tegen de Bedrijfsvereniging. In volgorde: mijn bezwaarschrift tegen een beslissing, een beroepschrift bij de Rechtbank Bestuursrecht tegen de beslissing van de Bedrijfsvereniging. Bij mijn motivatie werd ik bijgestaan door een advocate -die ik zeer moeilijk bereid vond mij bij te staan - maar het lukte - de Rechtbank stelt de Bedrijfsvereniging in het gelijk - mijn advocate was niet persoonlijk op de zitting. Als reden gaf ze mij op dat ze niet alle kosten kon declareren - het was dus een telefonische hoorzitting. Zij gaf mij als advies om in de beslissing van de Rechtbank te berusten aangezien ze geen heil zag in het beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep. Wel deelde ze mij mede dat in het Beroep bij de CRvB ik dit op eigen titel kon doen.
Dat deed ik dan ook met een zeer uitvoerige motivatie op eigen titel. Terwijl deze procedure liep, bleef ik zoeken naar een advocaat die bereid was mij bij te staan.
Uit eindelijk gelukte het mij een advocaat, mr. A.Z. van Braam van Rechtshulp Noord, als specialist in Sociaal Zekerheidsrecht te vinden die mijn motivatie ondersteunde en met succes . Niets dan lof voor deze raadsman die geen moeite te veel was om het tot een goed einde te brengen en ook zelf bij de CRvB te Utrecht mijn zaak bepleitte . Zo ziet men maar: niet te snel capituleren.
Overigens spijtig dat deze procedure geen LJN-nr. heeft mee gekregen zodat ook andere lotgenoten de mogelijkheden hadden om het in te zien.
In onderstaande inleiding volgt de beknopte uiteenzetting van het een en ander.
INLEIDING
Door zeer toevallige omstandigheden ben ik er toe gekomen om mijn memoires te schrijven. Als ex-agent van de Rotterdamse Politie in de periode 1944 -1947 was ik aan het snuffelen in mijn archief en fotoalbums en ontdekte daar bij de vele foto's een foto van een oud collega, hoofd agent Van der Linden, die zijn 25 jarig jubileum vierde. Ik was daar bij hem thuis te Rotterdam- West met verschillende collega's van ons bureau Oostervantstraat - Rotterdam op bezoek.
Bij mij kwam de gedachte op, het was inmiddels 2004, wie leeft er nog van deze oud-collega's? Misschien komen er reacties als je deze jubileumfoto in een Rotterdams dagblad plaatst -- met een oproep: wie kan mij op het spoor zetten van een of meerdere oud collega's en of familieleden van deze foto?
Dat plaatsen in de krant mislukte maar wel kwam ik bij het zoeken naar een andere oplossing in contact met de bekende Rotterdamse historicus Aad Engelfriet en hij interesseerde zich zeer in mijn geschiedenis en oorlogservaringen zoals u kunt lezen in het volgende verhaal.
Zowel Aad als ik waren van mening dat mijn ervaringen en belevenissen ergens in de archieven bewaard moesten blijven voor de huidige en latere generaties.
Na zeer veel mail contacten - door mijn gehoorproblemen was telefonisch contact niet mogelijk - is het verhaal dan tot stand gekomen.
Veel contacten zijn er tot stand gekomen. Helaas maar met nog slechts een levende collega, voor de rest contacten met kinderen, zelfs met Nederlanders kinderen van collega's in St.Peterburg en Moskou en veel kleinkinderen die informeerden naar hun Opa!
Geruime tijd na het tot stand komen van het verhaal kreeg ik contact met een oud Groninger plaatsgenoot, H. van Alteren, die het verhaal had gelezen en als geïnteresseerde in de oorlogsgeschiedenis interesse had in mijn opgeschreven ervaringen. Er kwam een maandenlang blijvend plezierig contact tot stand.
Hij heeft de samenstelling van mijn ervaringen met foto's en documentatie uit mijn archief verzorgd en geplaatst op internet .
Aangezien deze samenstelling een aanvulling in tekst en beeld is op het bovengenoemde verhaal van Aad, laat ik dit in zijn geheel hier plaatsen. (Er komen verschillende doublures voor die om technische reden niet te vermijden zijn.)
Lohmar, Duitsland, Januari 2009
Memoires van ex-agent
Ruud Hoppes
1924 - 2009
van de Rotterdamse Politie
1944 - 1947
Oorlogservaringen en de nasleep
Deze kaart stuurde mijn moeder mij april 1946 van Ter Apel naar Rotterdam
Juli 1943
Ruud Hoppes
als Politie Adspirant tijdens de opleiding
Een aanvulling op mijn verhaal ex Agent van Politie te Rotterdam februari - september 1944 van de eerste Politie Compagnie aan de Westersingel 12 en daarna Agent aan de Oostervantstraat eerst Staatspolitie en vanaf de Bevrijding gemeente Politie Rotterdam tot mei 1947.
Deze aanvulling is hoofdzakelijk bedoeld om duidelijk te maken waar de de agenten van de Eerste en dus ook mijn Compagnie zich mee bezig hielden en in het bijzonder waar ze zich niet mee bezig hielden, omdat dit vaak in de publicaties kwaad daglicht stond doordat men ook niet bekend was met de POB in Schalkhaar.
Een zeer grote deskundige op het gebied van de Geschiedenis van de Nederlandse Politie en wel in het bijzonder van de Rotterdamse Politie is Frank van Riet van de Politie Rijnmond. Hij is de schrijver van het boek "Handhaven onder de nieuwe orde": de politieke geschiedenis van de Rotterdamse Politie tijdens de Tweede Wereldoorlog - uitgegeven bij Aprillis Zaltbommel, ISBN 978 90 5994 193 9. Hij promoveerde op dit onderwerp 23 april 2008.
De afgelopen jaren had ik enorm veel en fijn contact met Frank van Riet tot op de dag van vandaag over het onderwerp POB - Politie. Wij wisselden gegevens uit, documenten, foto's, etc.
Mijn bedoeling was recent om duidelijkheid te krijgen over Eerste Politie Compagnie. Daarom stelde ik Frank 27 oktober 2008 de vraag: Nu nog even over de 1ste Politie compagnie. Ik vind dat die niet goed uit de verf komt in de geschiedenis.
In de eerste plaats mijn Opleidingscompagnie juli 1943 in Schalkhaar. Deze vond onder andere omstandigheden plaats dan de voorgaande - misschien ook de andere vanaf 1940, dat weet ik niet precies. Dit alles blijkt ook duidelijk uit de film van het Politiemuseum, die ook ik in mijn bezit heb. Veel van die beelden vonden niet plaats in mijn tijd - misschien kun je dit ook controleren.
Wij kwamen februari 1944 als 1ste Politie Compagnie naar Rotterdam - Westersingel 12. Het moet toch duidelijk zijn dat er van arresteren van Joden toen geen sprake meer was - hetgeen dus plaats gevonden heeft door de gevestigde Politiemannen en/of Schalkhaarders, ik weet niet hoeveel van die gevestigde Politiemannen in Schalkhaar geweest zijn. Ik heb meermalen gezegd dat wij die met de razzia van 11 november 1944 op transport gingen naar Duitsland, niet wisten wat er met de achter gebleven Schalkhaarders van de 1ste Compagnie heeft plaats gevonden.
Uit het feit dat zovele Schalkhaarders via o.a.de razzia op transport gingen naar Duitsland moet toch duidelijk zijn dat ze niet pro-Duits waren.
Het waren immers geen luxe reizen naar Duitsland, die van mij met 65 man: 8 dagen in een veewagen, alvorens wij in Ulm kwamen.
Dan komt van Frank 27 Oktober 2008 het volgende antwoord:
Voor wat betreft Schalkhaar heb je gelijk. Ik heb het ook zo in mijn boek beschreven. De eerste groepen in Schalkhaar bestonden nog uit mannen die pro-Duits waren, maar dat gold niet meer voor de latere groepen. Dit waren vooral jonge mannen die niet naar Duitsland wilden.
Ik heb ook duidelijk in mijn boek aangegeven dat jullie groep in Rotterdam niet betrokken is geweest bij het ophalen van Joden, want die waren toen al door de reguliere politie opgehaald.
Dit was dus een duidelijke stelling door Frank van Riet.
Hieraan heb ik niets toe te voegen.
Maart 2009, Lohmar
R.Hoppes
Over de Oostervantstraat heeft Gerard Martens ooit dit verhaal geschrevenMaar ook Aad heeft natuurlijk iets over de Oostervantstraat, in dit verhaal natuurlijk
Citaat:
Wanneer je mijn verhaal, die jongen uit mijn klas gelezen hebt, dan schrijf ik aan het eind, dat ik naar de ULO in de Oostervantstraat ging. Ik had echter graag een beeld van die straat of van die school gehad, maar niets te vinden. Totdat ik het verhaal van de HBS aan het Henegouwerplein weer eens opzocht en de bijgevoegde foto zag.
In de uiterste linkerhoek kijk je de Hennewierstraat in en aan het eind, zowaar, daar was de ingang van de St.Petrusschool. Je denkt natuurlijk hij kletst maar wat. Het zijn woonhuizen.
Inderdaad. Maar om bij de school te komen moesten we een poort door, die onder de huizen doorliep, en zo kwam je aan de ingang van de school.
De school kostte een kwartje per week en dan waren de leerboeken gratis. Alleen, je moest, in de eerste week van het schooljaar, zorgen, dat alle boeken netjes gekaft waren en van etiketten voorzien.
Geschiedenis van de armenzorg, bijvoorbeeld de bejaardenzorg van Rotterdam
Het in 1906 geopende Gemeentelijk Tehuis voor Ouden van Dagen aan de Oostervantstraat
nam de taak over van het Stadsarmhuis en werd dus ook nog heel lang
Stedelijk of Stadsarmhuis genoemd
Minvermogende bejaarden omstreeks 1925, die geen kinderen hadden die voor hen konden zorgen, konden terecht in het Gemeentelijk Tehuis voor Ouden van Dagen. Gescheiden naar geslacht brachten ze daar hun laatste dagen door. Natuurlijk moesten ze overdag wel werken, om zo veel mogelijk in hun eigen onderhoud te voorzien. Het mocht de gemeente niet al te veel geld kosten, nietwaar. Hier zien we de mannenafdeling van het Gemeentelijk Tehuis voor Ouden van Dagen aan de Oostervantstraat. De mannen zijn aan het touwsplitsen.
Ruud Hoppes, de ex Agent van Politie, bureau Oostervantstraat, schreef ons het volgende, met erbij zeer bijzondere unieke historische dokumenten:
OPSPORING EN CONTACT GEZOCHT
Uit de periode 1944 -1948 te Rotterdam.
Als men oud of liever gezegd ouder wordt passeren vaak oude jeugdherinneringen de revue, ook in dromen gaan de beelden van vroeger weer gestalte krijgen, men bladert in fotoalbums praat met kinderen en bekenden over vroeger-wat wel en niet goed was in vergelijking met het heden. Ook bij mij vindt dat plaats, kreeg enkele oude fotos uit mijn rotterdamse periode 1944 -1948 wderom in handen-toon u deze graag in dit geschrift gekoppeld aan een vraag daarover.
Begin bij periode september 1944, een onoverzichtelijke situatie van een politiekazerne aan de Westersingel werden wij ingedeeld bij de, toen staatspolitie (direct na de bevrijding gemeente-politie) meerderen en ook ik bij bureau Oostervantstraat. Een collega en ik vonden via een brigadier van het hoofdbureau Coolsingel huisvesting bij een collega in de Schefferstraat nabij het Ungerplein, vanzelfsprekend tegen betaling voor onderdak en eten (voor zover dat er was).
Alles was onoverzichtelijk wat er zou gebeuren totdat op 11 november 1944 de hele binnenstad door de Duitsers was afgezet en ieder mannelijk persoon tussen 18 en 45 jaar zich buiten moest opstellen( vluchten was praktisch onmogelijk mijn collega en ik probeerden nog het in aanbouw zijnde verzekeringskantoor van de Nederlanden aan de Schiekade te bereiken om ons in de kelder te verstoppen, maar men kwam er niet meer door), ook wij van de politie, mijn collega Gerrit de Groot en ik.
Een van de eerste archivarissen van Rotterdam was Johan Hendrik Willem Unger :
1861 - 1904
Johan Hendrik Willem J.H.W. Unger
archivaris van Rotterdam
1883 - 1904
LINK
We mogen aannemen dat het Ungerplein naar hem is vernoemd......
1938
Hoek Schiekade Provenierssingel
uit ons Proveniers verhaal
Op de bovenstaande foto is vlakbij het Ungerplein het woonhuis van A. van Stolk Czn te ontdekken.
En natuurlijk hebben we nog veel meer over het Ungerplein en natuurlijk ook Unger zelf :
Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Ungerplein of Unger en klik op ENTER
De Nenijto van Rotterdam
LINK
Dan ging het via het Nenijto terrein en het station D.P. op transport naar Duitsland via Enschede-Gronau- Essen-naar Ulm.
Uit ons spoorwegen verhaal:
Maar terug naar het Station DP, want de volgende foto's zijn allemaal gemaakt in de mobilisatietijd, dus in 1939 - 1940 en we kunnen zelfs een kijkje nemen op een perron :
En dan natuurlijk ook nog een foto van de achterzijde :
Op de volgende foto is het eind jaren '50 : het oude Station DP ligt rechtsboven, de railsen van de tram zijn al verlegd naar de huidige plaats, waar ze nu nog steeds liggen. We hebben nog een mooi gezicht op de oude perrons, ter hoogte van dat kleine witte gebouwtje zal het huidige Station CS worden gebouwd.
Het Stationspostkantoor wordt dan gebouwd op het oude Stationsplein.
Het oude Station D.P. en het nieuwe Station CS
een zoekplaatje....
Terug naar het verhaal van Ruud:
8 dagen in een veewagen met ca.65 personen. Na enkele weken ging het van Ulm naar Stuttgart (Bad Canstadt) werken aan de spoorbaan, bomtrechters dicht gooien ondanks een hard bevroren bodem dus met pikhouwelen--wij waren nog steeds in het politieuniform-andere kleding hadden we ook niet.
Begin januari ca. de 10de gelukte het ons Gerrit de Groot-Jan Malan een brandweerman-Johan Knüpke ( ik meen recherche) en ik te vluchten-na veel omzwervingen-6 dagen- zijn we tot de grens in de buurt van Enschede met z’n vieren samen gebleven, dan ben ik richting Noord Nederland prov.Groningen gegaan was daar Donderdag 18 januari 1945 ‘s avonds en ben ondergedoken, werd echter door verraad nog weer gearresteerd 15 maart 1945 door de landwacht en SD-heb dan tot de bevrijding gevangen gezeten in Groningen. Ben dan via eerst dienstdoende bij de Groninger gem.politie in juni1945 terug gekeerd naar mijn standplaats Rotterdam.
Op verzoek van Aad vertelt Ruud ook nog het volgende over de razzia op 11 november 1944 in Rotterdam:
Ruud zoekt lotgenoten die vanaf het Nenijto terrein op transport gingen via Ermelo - Enschede - Essen - richting Ulm en Stuttgart
11 november 1944
ROTTERDAMRAZZIA
Ja ook wij als Agenten van Politie waren het slachtoffer, evenals de 50.000 uit Rotterdam.
Er is enorm veel over geschreven maar ik kom weinig tegen van ons verzamelpunt het Nenijto terrein hetgeen hieronder volgt :
Er moeten toch lotgenoten zijn die zich hierin herkennen !
In mijn vorig verhaal memoreerde ik reeds het een en ander in beknopte vorm over deze razzia en de nasleep - maar door een vraag van Aad over deze geschiedenis en mede dus op zijn verzoek wil ik proberen mijn ervaringen wat uitvoerig hier te stellen - met de opmerking en begrip dat veel uit het geheugen met horten en stoten naar voren komt na zoveel jaren en er hier en daar misschien wel iets onduidelijk is.
Even een tussen doortje terwijl ik dit schrijf denk en heb ik vaak het gevoel Ruud jong hoe lang hou je het nog vol - het vraagt veel van iemand alles de revue weer laten passeren - bedenk ik ben een amateurtje i het schrijven .- vaak zeg ik we liggen of staan allemaal op de lopende band - we houden ons krampachtig vast - maar zo hier en daar vroeg of laat of men wil of niet kipt er heen af en je weet niet hoe lang het je nog gegeven is - de gezondheid gaat ook een woordje mee spreken - hoorproblemen en tinnitus maken mij het telefoneren onmogelijk - ik leef weer in de tijd van de stomme film maar dan nu in kleur want op de TV doet men hier weinig aan ondertiteling en Nederlandse zenders kunnen we hier niet ontvangen - -psychische problemen en claustofobie zijn bij mij ook een probleem - volgens de psychiater naween van het verleden - maar ik blijf positief denken met de enorme steun van mijn veel jongere vrouw -wij hebben elkaar nog nodig -en daarom moed houden.
Nu terzake:
Het was 's avonds 10 November 1944 mijn collega Agent Gerrit de Groot en ik Ruud Hoppes waren in de kost bij Hendrik van Waardenburg ( Concierge van het Politiebureau Haagseveer ) in de Schefferstraat 20 en kregen aldaar via het verzet de tip om ons te verstoppen in het in aanbouw zijnde gebouw van de Nationale Nederlanden op de Schiekade voor de op komst zijnde razzia .Wij gingen inderdaad op pad daarheen maar er bleek vanwege de afzetting reeds geen door komen meer aan. - wij gingen dus onverrichte zake terug en wachten maar af. Achteraf bleek het goed te zijn dat we er niet door konden want later hoorden we dat men in het in aanbouw zijnde gebouw handgranaten had gegooid.
De morgen van de 11 November was het dus aan treden en of huiszoeking van de Duitsers- van de Duitsers die bij ons in de Schefferstraat 20 huiszoeking deden moesten mijn collega Gerrit de Groot en ik mee in onze uniformen van Politie maar op ons verzoek - omdat er reeds twee personen uit een huis op transport gingen - kregen we de huiszoekers zover dat de heer Waardenburg geboren 1904 mocht blijven (al hoewel hij de leeftijd 40 jaar had voor transport) de grens was meen ik 40 of 45 jaar.Een geluk voor de familie Waardenburg.
Allen dus buiten opstellen en zo ging het in kolonne naar het Nenijto terrein - daar werd -ik weet niet precies op welke basis geselecteerd de ene naar links en de ander naar rechts .
Dan wederom in kolonne - volgens mij via Goudsesingel naar het station Oost.
Op het terrein Nenijto vielen nog een of meerdere schoten men vertelde dat iemand van de transporterende Rotterdammers zich melde in het Nederlandse militaire uniform en had gezegd dat hij wel als krijgsgevangene wilde maar niet als civiel - hij scheen ter plekke te zijn gefussileerd - misschien weet iemand van dit voorval iets meer.
Wij gingen dan met de trein van af het station Oost richting Gouda en belanden dan in Ermelo en werden samen gedreven in een bosachtig gebied - die door Duitse militairen was afgezet - en vandaar ging het 's avond nog naar een kerkgebouw in Ermelo - volgens mij overnachten we daar en ging het de volgende dag per trein richting Enschede .- bij het naderen van de grens probeerden meerdere en ook ik nog een geschreven briefje uit de trein te gooien om achter blijvers op onze reis te attenderen - we hebben nog zo half en half mee gekregen dat de zoekers naar deze brieven vanuit de trein door onze bewakers werden beschoten.
Via Gronau ging het verder Duitsland in - wij konden ons moeilijk orienteren waarheen want in die veewagons zitten uitsluitend kleine luiken - in ieder geval belanden we in de buurt van Essen - daar stopte de trein vermoedelijk door luchtalarm - de bewakers zochten ergens dekking en wij stonden dus aan een bombardement bloot - hetgeen voor ons nog goed afliep. Een voorval in de trein van dat moment is mij altijd bij gebleven en dat was dat een collega Agent familienaam Visch afkomstig uit Ermelo - (toeval) bij het vallen van de bommen zijn handkoffertje als bescherming boven zijn hoofd hield. - men kan zich zo'n paniek beweging voorstellen -ca.65 personen in een wagon - en dus bijna boven op elkaar zitten. Bij ons overnachten in Ermelo hadden we met die Agent Visch omdat het zijn geboorteplaats was nog overwogen om te vluchten -maar hadden toch angst voor de gevolgen bij ontdekking.
Nog eens even de situatie schetsen in een wagon met 65 mensen - eten is zeer zeker een probleem geweest - kan me dat niet nauwkeurig herinneren - wel dat het erg benauwd was -ook drinken was een probleem op een gegeven moment deed een fles water de ronde ieder een slokje - en dan het probleem van je behoefte doen - natuurlijk diarree -op een krant doen en door het luikje er uit smijten - ik kan mij namelijk zeer weinig voorstellen van stoppen der trein en dat we er onder bewaking uit konden - ik herinner mij slechts een keer - maar zal vaker geweest zijn - ik hoor het eventueel wel van lezers lotgenoten.
Dan belanden we in Ulm na x dagen onder gebracht in een lager waar veel gevangenen waren - in ieder geval ook Russen - - waar de nacht moest worden doorgebracht constateerde men al snel dat alles vol wandluizen zat - ik weet niet hoeveel dagen we daar waren - tamelijk snel ging het richting Stuttgart ( Bad Cannstadt ) daar werden we onder gebracht in een gebouw zonder vensters .
Vanuit dit gebouw ging het dagelijks naar het station en dan met een lokaaltrein ergens heen om daar te werken aan de spoorlijn - bomtrechters - dicht maken en egaliseren - dit bij een hard gevroren bodem - dus met pikhouwelen Nog een voorval een bepaalde dag staan we op het station - het was een eindpunt van het stationsemplacement - te wachten om met de trein naar het werkpunt te gaan -daar staan dan twee treinen die na elkaar zouden vertrekken in dezelfde richting als onze werkplek -- wij wilden natuurlijk het liefst in de trein die het laatst vertrok - maar onze bewaker de Duitse Spoorman Heinrich loodste ons naar de snelst vetrekkende trein - dus we dachten pech gehad - maar het was achteraf ons geluk -onze trein vertrok en moest op een gegeven moment wachten voor een onveilig signaal dat duurde nogal en plotseling een enorme klap en wat bleek de tweede trein van het vertrekpunt botste met een enorme knal op die van ons - en in die trein vielen vele doden en zwaar gewonden - en wij die voor in de eerste trein hadden plaats genomen kwamen er met builen en schrammen vanaf. Er ontstond een paniek situatie rondom de treinstellen - waar wij met de schrik vanaf waren gekomen.
Een volgend voorval wij waren onderweg naar een werkplek in de buurt van Heilbronn plotseling werd de lucht zwart van de bommenwerpers - en verwoesten Heilbronn voor een zeer groot deel - maar goed dat we niet reeds daar aan gekomen waren.. Veel bombardementen hebben we ook mee gemaakt in Stuttgart - vaak de schuilkelder in -wat ik mij ook herinneren of dat in Ulm of Stuttgart was - schuilkelders in kegelvorm - en bij de ingang kwam dan de mededeling buitenlanders naar boven - ik schrijf het maar in onze taal.
De verschillende voorvallen memoreer ik zodat misschien lotgenoten zich deze situaties herinneren .
Dan de situatie in de gebouwen op de Louisesplatz ( wij noemden het luizenplaats ) in Stuttgart er was bewaking en ook werd er appel gehouden morgens en avonds - maar er was voor ons toch een zekere mate van bewegingsvrijheid - ik zeg dit omdat wij reeds geruime tijd bezig waren met vluchtpogingen voor te bereiden - aanvankelijk de reeds eerder genoemde Agent Gerrit de Groot -Jan Malan in uniform brandweer - Johan Knüpke ( recherche ) die perfekt Duits sprak en Ruud Hoppes - en dan de in het verhaal genoemde Agent Visch en nog een Agent - beide laatst genoermde lieten het af weten ivm verantwoording voor hun achtergebleven familieleden - begrijpelijk - wij de andere vier waren ongehuwd .
Knüpke had voor onze vluchtpogingen onder anderen kontakt gelegd met de pastoor en de pastoor had contact met het arbeidsbureau ( Frau Meijer) en om het verhaal iets kort te houden Frau Meijer als ingewijde bezorgde ons de ( Rückkehrschein ) terug reisbescheiden naar Holland - dit alles gebeurde zoals U zult begrijpen buiten de kampleiding om - en als motief voor die bescheiden werd gebruikt dat wij met z'n vieren (wij waren ja drie in uniform ) een transport hadden gebracht en dat we nu terug moesten naar Holland.
Probleem was wij moesten s avonds na appel verdwijnen en proberen voor het ochtend appel zo ver mogelijk zien weg te komen - zodat bij het ontdekken van ons verdwijnen het zoeken moeilijk werd. Een bepaalde avond ging het op weg met de bedoeling - richting Zwitserland was ja de kortste weg naar de vrijheid - in Bad Canstadt waren Nederlandse postboden werkzaam en daar gingen wij nog even informatie halen - zij waren namelijk reeds langer daar - en daar kregen we het advies dat de Zwitserse grens streng bewaakt werd en ze de vorige dag nog vluchtingen hadden gedood. Dus wij eerst afblazen .
De volgende vlucht ging dan naar Nederland - ca. 11 januari 1945 - we hadden het advies te vertrekken savonds van het station met een trein die uit Rottweil vertrok naar het Noorden -zag er goed uit - maar bij het wachten op die trein kwam via de omroeper de mededeling dat die trein grote vertraging had - pech - dan een lokaal treintje genomen het moest ja eindelijk doorgang vinden - we kwamen echter niet ver - hebben ergens in een militair kamp de nacht door gebracht - wij hadden voor de buiten wacht ja goede papieren - de volgende morgen ging het richting Würzburg waar we op het station de nacht door brachten - de volgende morgen kregen we vervoer in een militaire trein met Russen in Duitse militaire uniformen en met Duitse Officieren ook een Generaal - die zoals later bleek naar het front in Arnhem ging -ik weet niet precies de route van de trein - wel dat we ten zuid westen van de stad Minden door laag vliegende geallieerde vliegtuigen - die heen en weer vlogen - men kon de piloot duidelijk zien - beschoten werden - de trein was inmiddels gestopt en allen vluchten uit de trein zodra de vliegtuigen even verdwenen om te keren - meerdere malen vlogen ze laag over de trein -ook de militairen vluchten en verspreiden zich met ons en zochten dekking - de locomotief werd zwaar beschadigd .
Vele van deze Russen die zich inmiddels bij de bevolking - het was een landelijk gebied met boerderijen - van eten probeerden te voorzien - moesten voor straf na appel op een open wagon de reis mee vervolgen .
Tijdsduur van een en ander is mij niet bij gebleven wel probeerden we te lokaliseren waar we zo ongeveer waren - waarbij ik moet zeggen dat de trein uitsluitend bestond uit gesloten wagons waarvan wij de grote schuifdeuren indien gewenst konden openen -- onze onderkomst daar was bij enkele onder officieren - die wij gezegd hadden dat we op de terug weg waren - mijn drie collega 's moesten naar het Westen en ik naar het Noorden - Ter-Apel waar mijn ouders woonden - op een gegeven moment ontdekten we dat we de grens passeerden in de morgen het werd al wat licht naderde de trein zeer langzaam een klein stationnetje we vroegen aan iemand die aan het spoor werkte waar wij waren - het bleek Almen -Laren te zijn en daar heb ik snel met een sprongetje de trein verlaten - we wisten namelijk dat als men over IJssel was het terug naar het Noorden voor mij moeilijk zou zijn.
Bij een boerderijtje heb ik dan maar aangeklopt - het was een prachtige ontvangst na mijn uitleg -direct gebakken aardappelen enz . met de fiets heeft iemand mij dan een eind op weg gebracht ben dan verder gelopen richting Nijverdal bij schemer donker passeerde mij een wielrijder die ik gevraagd heb om onderdak voor de nacht - hij nam mij mee naar zijn huis heb daar de nacht door gebracht en de volgende morgen ging via Lemelerberg in de sneeuw -voor de dorst heb ik sneeuw gegeten en water in de schoenen -- richting Noorden.
Onderweg werd ik nog aangehouden door een onder luitenant van politie (ik meende van Schalkhaar ) van hem moest ik mij direct bij de eerst volgende politiepost melden -natuurlijk niet gedaan - - enige kilometers voor Ommen werd het wederom donker en vroeg ik aan een voorbijganger of hij wist waar ik kon overnachten en hij verwees mij direct naar zijn ouders een klein boerderijtje ook daar gastvrij ontvangst met eten enz - de volgende morgen weer te voet en daar had ik het geluk met een auto mee te kunnen rijden die turf ging halen ergens in de buurt van Emmer Erfscheidenveen - de resterende kilometers ging het te voet naar mijn ouderlijk huis-aankomst ca. 8 uur avonds 18 Januari 1945 daar was bij mijn familie grote blijdschap maanden hadden ze overal geinformeerd zonder aan de weet te komen waar ik was.- reeds maanden hadden ze niets van mij gehoord.. Dan was het onderduiken geblazen in de hoop dat niemand mij gezien had.
Dan 17 maart 1945 toch weer gevangen genomen huis omsingeld door landwachters en de beruchte SD handlanger Alsema en een zekere Wubs - het ging direct van Ter-Apel naar de Marechaussee kazerne in Stadskanaal waar we -met meerdere lotgenoten van Ter-Apel -na verhoor in Hotel Dopper - waar de SD hun bivak had - de nacht door brachten in de cel van de Marechaussee kazerne - het toeval wil dat de Marechaussees goede vaderlanders waren en vroegen of nog iets wensten of te verbergen hadden -ik heb daar mijn dagboek en terug reisbescheiden laten verbranden - zodat mij dat bij latere verhoren niet zou belasten.
Dan ging het de volgende morgen op weg naar Groningen waar de SD haar beruchte zetel had op het Scholtenshuis - daar verhoord en zoals gebruikelijk geslagen - opstellen gezicht naar de muur en we zullen je zo doodschieten - uitspraken van de SD er Lehnhof - dan opgesloten in het Politiebureau Martinikerkhof te Groningen waar we in een grote zaal waren onder gebrachte zo voor en na moesten enkelen dan buiten het Politiebureau werkzaamheden verrichten zoals elders op en afladen van goederen onder strenge bewaking - met nog iemand maakte ik een afspraak om op een gegeven moment te zullen vluchten en dat hoorde helaas de bewaker - gevolg daarna cellulaire opsluiting - en van daaruit volgde 15 April de bevrijding.
Hier wil ik het dan eerst bij laten - misschien kom ik later nog terug op de periode van 15 April 1945 tot mijn terug komst in Rotterdam 14 juni 1945 .want in die periode is ook zo het een en ander voorgevallen.
Iemand die het niet meegemaakt heeft, kan zich de situatie van toen niet voorstellen-men stond- ik was toen 21 jaar totaal zonder iets daar-ook geen kleding alleen een uniform.
Ieder moest zelf maar met de situatie klaar zien te komen-men moest aanvangen met de omruiling van 10 gulden oud voor tien gulden nieuw-ik had geen tien gulden oud dus leende het van mijn toenmalige kostvrouw aan de Diergaardesingel, kostvrouw waar ik inmiddels onderdak had gevonden.
Om u een indruk te gevenvan de toenmalige financieele situatie van een Agent (ik voeg de tabellen bij) 5 mei 1945 tot september 1945 jaarwedde 1700 gulden, ik denk bruto weet dat echter niet zeker( 1700:12 = is per maand 141 gulden) kostgeld 90 gulden per maand-rest dus 51 gulden per maand, daar moest alles van betaald worden-zelfs als ik er aan denk- onvoorstelbaar en men dacht van hogerhand er niet aan dat zoiets ergens kon eskaleren.
Het was in die naoorlogse tijd met de zwarte handel o.a. sigaretten een woelige en verleidelijke situatie waain men leefde het eskaleerde dan ook op grote schaal waarbij hier en daar iemand tegen de lamp liep-vaak natuurlijke de kleinen die geen raffinement hadden en eenmalig in de fout gingen-hetgeen ook eind 1946 mij fataal werd door een kleinigheid wat mij op geen enkele wijze wat gebracht heeft-wel o.a. het ontslag-later
Zegt men wat stom maar het zij zo en wie zonder zonde is werpe de ....!
Ja en zo’n kleinigheid werd je bijzonder zwaar aangerekend- zonder de omstandigheden in acht te nemen. Voor einige jaren heb ik nog een procedure aangespannen voor pensioenrechten van indertijd, geen 5 dienstjaren dus weg wezen!
Nu nog de bijgevoegde groepsfoto dat was in Rotterdam-West 1945-46 bij een fijne collega Van der Linden van het bureau Oostervantstraat, het was meen ik, een 25-jarig dienst-jubileum.
Het stelt voor familieleden en collega's van bureau Oostervantstraat. Ik zit rechtsboven op de schutting naast de door een collega omarmde jongedame.
Graag zou ik horen of iemand hieraan herinneringen heeft en eventueel weet wie er nog leeft.
Waarvoor bij voorbaat dank en met vriendelijke groet
Ruud Hoppes
email adres : ruudhoppes@t-online.de
Ter verduidelijking voegde Ruud Hoppes er nog de volgende historische foto's en dokumenten aan toe:
Het stelt voor familieleden en collega's van bureau Oostervantstraat.
Ik zit rechtsboven op de schutting naast de door een collega omarmde jongedame
1945
Westersingel (links) en de Diergaardesingel
1945 - 1946
Westersingel, richting Coolsingel
1945
Ruud Hoppes regelt het verkeer
Rotterdam-West, achter Ruud de Maastunnel
LINK
1945
Middellandstraat richting Vierambachtstraat
En dan mijn jaarwedde dokumenten, lees wat ik toen verdiende c.q. kreeg...:
In 1980 heeft Ruud ook nog deze foto's genomen:
Westkruiskade
Tiendplein
Schefferstraat
POLITIE BUREAU
Oostervantstraat
Nationale Nederlanden
Schiekade
Diergaardesingel 55
Banierstraat
sauna
Graag zou ik horen of iemand hieraan herinneringen heeft en eventueel weet wie er nog leeft.
Waarvoor bij voorbaat dank en met vriendelijke groet
Ruud Hoppes
email adres : ruudhoppes@t-online.de
Een paar weken later kwam Ruud nog met deze historische dokumenten:
Verklaring (Zuiveringsbesluit) Departement van Justitie, een formaliteit direkt na WO II
Verklaring voor begeven naar staandplaats Rotterdam vanuit Groningen, Juni 1945
Twee jaar nadat het zeer boeiende, bovenstaande verhaal van Ruud Hoppes op onze site geplaatst werd, kwam Ruud Hoppes nog met het volgende, soms onthutsende relaas......
Wie kan beter dan ik als voormalige Schalkhaarder u onderstaand uitleggen hoe de situatie daar was en nadien en in een ander dokument zal ik u uitleggen hoe men de zuivering van de Politie in het algemeen hanteerde -vaak met willekeur ik behoorde tot de 1e Politie Compagnie te Rotterdam..
Ruud Hoppes
nog wat aanvullingen op het reeds vermeldde over mijn
Rotterdamse periode 1943-1947.
In de periode direct na de oorlog is er veel en negatief geschreven over de Schalkhaarders hetgeen volgens mij voortvloeide uit onbekendheid en vooroordelen en omdat men zich geen moeite nam intensief onderzoek te doen naar wie en waarom deze jongemannen daar terecht kwamen en met welke motivatie. Gelukkig is in latere publicaties een duidelijk en werkelijk beeld van de meeste dezer jongemannen naar voren gekomen.
Vaak echter was door de vroegere geschiedschrijving veel onrust en leed bij velen veroorzaakt en door dat onrecht ontstonden er vaak paniek situaties - zoals wat gebeurt er met ons - ondanks dat men een goed geweten had - ook ik was onzeker hetgeen u duidelijk zal zijn uit het hoe men het zuiveringsbesluit hanteerde uit mijn vorige verhaal .- meerdere voorbeelden ken ik - terwijl ik mij bewust ben dat uitsluitend degene zich dat in kunnen in denken die in die situatie verkeerden .
Terwijl ik wel degelijk weet dat er zwarte schapen bij de Schalkhaarders waren maar die zijn er ook in de burgermaatschappij..
Als ik u een voorbeeld noem, er was een instructeur in Schalkhaar die werkelijk fanatiek was - en ook mij vaak bestrafte - hij ging echter na de bevrijding gewoon dienst doen bij de gemeente politie in Rotterdam , niemand protesteerde daar tegen.- hetgeen mij zeer verbaasde maar de moed ontbrak ook mij voor een protest omdat men zelf nog onzeker was.
De volgende namen van deze foto die ik mij herinner zijn:
Middelste rij van links naar rechts Draaijer - Geurts - Melgert - Nootenboom - X _ Oosting - Jacobs - Maarten de Jong -en dan de fanatieke instructeur W. Een Rotterdammer die boven reeds genoemd werd, hij bestrafte mij vaak
Onderste rij van links naar rechts - een Fries - Hoppes - x - Blickwedel - - Moulijn - x -
Bovenste rij alle xxxxx
Misschien kan iemand hierop reageren.
Graag had ik na de bevrijding rechten gestudeerd - maar de middelen ontbraken - alsmede de middelbare opleiding - ik kwam in een rumoerige onzekere situatie na de bevrijding terecht - zoals zo velen - alles te beschrijven zou te ver voeren
Ben echter eind 1946 in de fout gegaan met een collega en die kleine zonde werd ons zwaar aangerekend - ben nog steeds op zoek naar dat dossier - ontslag volgde.
Een collega schrijft mij enkele weken geleden : vele buro's waren corrupt en zo lek als een mandje, ik heb bij vier buro's dienst gedaan en als ik daarover een boekje open had gedaan , dan had men gelijk zo'n tien man kunnen ontslaan - voor ieder rayoncommandant was het een prachtige uitvlucht,om die onregelmatigheden op die jonge Schalkhaarders af te wimpelen.
En dat van die kleine zonde - hetwelk mij geen enkel financieel voordeel heeft gebracht - en van de daad die ik tot en met heden betreur en nog niet begrijp - alsmede het ontslag heeft mij al die jaren doen zwijgen .
Altijd moest men - dacht ik bij solliciteren enz.dat verzwijgen -dit zwijgen is echter mijn fout geweest - ben in de maatschappij goed terecht gekomen -goede functies enz. maar de psychische druk is nooit weg geweest daardoor viel dan het doek over mijn carriere - chef verkoop binnen- en buitendienst bij een grote firma - 1978.
arbeidsongeschikt 100% - de psychische druk was te groot geworden- na meerdere jaren psychiatrische behandeling nog weer hoog gekrabbeld - maar de behandeling psych. is nog steeds nodig.
Met dit al wil ik alleen maar kenbaar maken wat jeugd ervaringen teweeg kunnen brengen.
In de periode na 1978 heb ik als therapie mede op medisch advies mij veel bezig gehouden met o.a. de geschiedschrijving van mijn geboortestreek landschap Westerwolde - hetgeen zou uitmonden in een boek - door familie omstandigheden - mijn vrouw overleed in 1984 - is het niet klaar gekomen. Ik verhuisde namelijk in 1986 naar Duitsland - ik noem het wel eens een vlucht uit het verleden en weet niet waarom.
De concept tekst ongeveer 400 bladzijden A 4 -alles indertijd handmatig geschreven- is nog steeds aanwezig - vele honderden uren archief onderzoek steken daar in - indien de gezondheid het toe laat komt er misschien nog iets tevoorschijn.
Verder ben ik mijn hele leven een hartstochtelijke verzamelaar geweest van alles en nog wat -deze verzamelingen ben ik nu al aan het opruimen via o.a. de internet veiling Qoop.nl.
Ben nog weer gelukkig getrouwd in 1993 en heb aan mijn vrouw enorm veel steun en wij proberen nog wat van het leven te maken.
Indien mogelijk bezoeken we Nederland graag.
In mijn vorig schrijven staat een jubileum foto van 1946 bij een collega van der Linden - buro Oostervantstraat - het was bij hem thuis in Rotterdam- West- onbegrijpelijk dat daar geen reactie op komt.
Ben ook nog steeds op zoek naar vlucht collega's van januari 1945 uit Stuttgart -razzia collega's van 11 november 1944 - het waren Gerrit de Groot - Jan Malan - Johan Knüpke - mocht iemand hiervan iets weten graag contact!
Ben erg opgelucht dit verhaal kwijt te kunnen - dank voor uw aandacht en vriendelijke groet Ruud Hoppes
***********************
Mijn naam is dus Ruud Hoppes ex Agent van Politie Rotterdam 1943 / 1947 met aanvulling op mijn verhaal bij Aad Engelfriet daar komt U o.a. tegen een Zuiveringsbesluit van het Departement van Justitie - Afd. Politie zuivering van 15 maart 1946 .
Verklaring (Zuiveringsbesluit) Departement van Justitie, een formaliteit direkt na WO II
Van dit besluit en het tot stand komen, wil ik u graag kennis laten nemen - met documenten van de voorgeschiedenis alsmede het tot stand komen van deze beslissing .
Mijn dossier heb ik slechts enkele weken geleden in mijn bezit gekregen van het Nationaal Archief te Den Haag - veel lof voor dit Archief vanuit deze plaats- daar heeft men zijn zaken goed op orde -dit in tegenstelling van andere Archieven hetgeen blijkt uit mijn verdere verhaal.
Mijn dossier waarvan ik de inhoud en het tot stand komen niet kende heeft mij zeer verbaasd en wel omdat daar een persoon als informant naar voren komt die mij op geen enkele wijze bekend was en ik dus niet weet waar hij zijn kennis over mij vandaan heeft en dat men als onderzoekscommissie in eerste instantie waarde hecht aan deze informant de vroegere wachtmeester Jan Adrianus Rolloos geboren 1 maart 1902 te Papendrecht die een verklaring aflegt die zoals uit latere verklaringen van mijn naaste collega's blijkt op duidelijke onwaarheden berust - ook de commissie twijfelde aan deze uitlatingen, hetgeen resulteerde in nader onderzoek .
Bij dit voorbeeld ziet men hoe er soms verkeerde beslissingen ten onrechte werden genomen - in mijn geval heeft men tijdig de zaak duidelijk t.o.v. de werkelijkheid gestelde documenten, voeg ik hierbij toe die deels door mij nieuw geschreven zijn omwille van de duidelijkheid en waarvan de kopieen uit het Nationaal Archief in mijn bezit zijn.
Men zou zeggen - dat hoor ik zo links en rechts - dat ik mij nog zo inzet om dossiers boven water te krijgen na 50 jaar - komt waarschijnlijk door het ouder worden en de vroegere taboes die er waren te doorbreken -jammer dat het zuiveringsdossier zo laat komt - ik had graag de wachtmeester Rolloos gesproken -maar hetzij zo !
Geschiedenis en onderzoek op velerlei gebied is dan ook al jarenlang een van mijn hobby's en onrecht verdraag ik slecht .
zie verder mijn ervaring met het zoeken in Archieven
***********************
POLITIE ROTTERDAM
Centraal Bureau
Afd. Administratie Zuivering
Kopie van origineel!
****************
R A P P O R T .
Naar aanleiding van het verzoek van het Directoraat Generaal van Politie ,om een hernieuwd onderzoek betreffende Rieuwert Hoppes , geboren 4 Februari 1924 , wonende Schefferstraat 20 te Rotterdam , stelde ik Pieter Cornelis Kerpel , agent van Politie te Rotterdam , op Vrijdag 21 December 1945 , na daartoe bekomen opdracht een onderzoek in en hoorde de navolgende agenten allen afzonderlijk . Nadat ik hen terzake had ingelicht , verklaarde :
Willem Bernardus Albertus Weenink , geboren 11 April 1924 te Eindhoven:
Daar ik bij de 1e Politie Compagnie te Rotterdam als adminstratievekracht was ingedeeld , vernam ik daar dikwijls welke straffen er werden uitgedeeld. Ik hoorde daar dat Hoppes voor zijn anti-Duitsche houding meerdere malen werd gestraft.
Hoppes was ingedeeld bij de 4e Sectie van de 1e Politie Compagnie die uit +/- 30 Man bestond. Daar Melgert een N.S.B. er ,ook in die Sectie was is het mogelijk dat Hoppes wel eens met hem heeft gesproken,doch dat werd haast door al de jongens gedaan,daar Melgert een kinderlijk type was en als goed bekend stond voor zoover een N.S.B. er er goed genoemd kan worden.
In Augustus 1944 heeft de N.S.B. wachtmeester A.de Jager eens tegen mij gezegd , dat Hoppes uit moest kijken , daar hij zich te scherp anti uitliet.
Theodorus van der Stelt, geboren 27 September 1923 te Rotterdam, verklaarde :
Sinds Februari 1943 ken ik de door U genoemde Hoppes.Naar mijn mening is het een anti-man .Hij heeft verscheidene malen een schrobbeering gehad door zijn Anti nationaal- Socialistische houding.Het is mij niet bekend dat hij ooit een onvaderlandsche daad zou hebben verricht.Hoppes stond bij zijn collega`s gunstig bekend.
Aart de Jong,geboren 9 Juli 1922 te Nieuwlekkerland,verklaarde:
Hoppes was een tegenstander van het nationaal-socialisme.Hij sprak weleens met de N:S.B.ers Oosting en Komdeur, doch dat deden wij allen. Veelal was Hoppes methun in discussie over de politiek,hij was dan nogal scherp. Hoppes stond bij de jongens van de 1e Politie Compagnie gunstig bekend.
Aalbert Fake , geboren 27 November 1924 te Amsterdam verklaarde:
Hoppes was een scherpe tegenstander van het nationaal-socialisme en stond zijn collega`s gunstig bekend.Hij is dikwijls door zijn anti houding gestraft.De N.S.B.ers in 1e Compagnie, met wie hij weleens sprak,stonden als niet gevaarlijk geschreven,zoodat wij allen van tijd tot tijd weleens met hen in gesprek raakten.
Johannes Koenraad van den Bergh , geboren 15 December 1924, te Kedichem,verklaarde:
In dien wij bij de 1e Politie Compagnie onvaderlandsche opdrachten kregen,was Hoppes een der grootste dienstdrukkers.
Cornelis Moerland , geboren 9 December 1923 te St.-Annaland, verklaarde:
Hoppes was scherp in zijn discussie tegen de N.S.B.ers Komdeur en Oosting,maar ging weleens met Komdeur passagieren.Tijdens de zangles en andere lessen,welke niets uitstaande hadden met het politievak,stak hij de draak en bracht zoo'n les weleens in disorde.
Cornelis Nootenboom,geboren 9 juli 1922 te Rotterdam verklaarde:
Hoppes was een zwaar anti N.S.B.nam veel de N.S.B.ers in het ooitje en was scherp in zijn discussie tegen het nationaal socialisme. Hij stond algemeen bekend als een der grootste tegenstander van de N.S.B.
Jan Adrianus Rolloos , geboren 1 maart 1902 te Papendrecht, verklaarde:
Op grond van zijn omgang met Komdeur,Melgert en Oosting (N.S.B ers ) achtte ik Hoppes niet politiek betrouwbaar .De bedoeling van mijn vroeger afgelegde verklaring was aandacht op Hoppes te vestigen, om een grondig onderzoek naar hem te doen instellen.
Tenslotte hoorde ik, rapporteer, Hendrik van Waardenburg,geboren 20 Maart 1904 te Rotterdam,van beroep concierge bij de Politie,wonende Schefferstraat 20 alhier,die verklaarde:
Gedurende de tijd dat Hoppes Bij mij in de kost is geweest,heb ik hem leeren kennen als een tegenstander van de N.S.B.
Rotterdam , 21 December 1945.
POLITIE ROTTERDAM
get. P.C.KERPEL
CENTRAAL BUREAU
Kopie v.origineel
AFD.ADM. ZUIV. COMMISSIE
LA ID.p.No.2 / 129 e
Aan den Heer Commissaris van Rijkspolitie,
Afd. ZUIVERING
Directoraat -Generaal van Politie,
Nijmegen.
Rotterdam, 27 December 1945.
Bericht op schrijven van:
27 Nov.1945
No.404 Afd.Zuivering
Bijlagen: 1
Ter voldoening aan den inhoud van Uw Bovengenoemd schrijven,heb ik de eer u hierbij een rapport, relateerende het resultaat van een nader onderzoek naar de politieke antecedenten van den voormaligen wachtmeester der Staatspolitie te Rotterdam:
Rieuwert Hoppes , geb.4.2.1924, naar den inhoud waarvan verwijzing zij geoorloofd. Het dossier van Hoppes gaat wederom hierbij.
De Inspecteur van Politie,
get. H. Knape
in het origineel is handmatig No.404 gewijzigd in 438
Bovenstaand is een overgetypt exemplaar van het origineel. dit ter verduidelijking.
Graag vraag ik verder uw aandacht voor het volgende dokument :
Op de site van Aad Engelfriet komt u tegen Ruud Hoppes, Ex Agent van Politie te Rotterdam periode 1943 - 1947 en daar is sprake van het Politie Zuiveringsbesluit 1945 en wel in het bijzonder de behandeling van de Schalkhaarders.
Met bijgaande en onderstaande documenten zal ik proberen U uit te leggen hoe dat functioneerde - veel is hierover gepubliceerd - te veel om op te noemen.
Iets wil ik u echter niet onthouden en wel uit het Proefschrift van J.J. Kelder, november 1990, SCHALKHAARDERS Nederlandse politiemannen naar nationaal-socialistische snit, namelijk dit:
Volgens mij komen hier helaas te weinig dossiers van Schalkhaarders ten tonele alsmede vraaggesprekken met de Schalkhaarders - wie anders dan zij kunnen volledig getuigen van de werkelijk situatie - ik probeer het alsnog te doen. Ergens lees ik dat er geen volledig personeel Archief van het POB is - vreemd, maar ik heb reeds opgemerkt dat er iets uit eigen ervaring niet in orde is met de Nederlandse Archieven.
Als dan in het proefschrift genoemd wordt:
De belangrijkste vraag is hoe het mogelijk is geweest, dat die beruchte Schalkhaarders bij de zuivering niet collectief zijn ontslagen . Zo'n collectieve maatregel werd in het parlement gesuggereerd door de afgevaardigde J. Smallenbroek, die belangrijk verzetswerk had gedaan.
Op 18 januari 1946 kritiseerde hij in de Tweede Kamer de zuivering van de politie in zijn algemeenheid, waarbij hij, in feite als voorstander van een reeds gerealiseerd beleid, over onder andere de Schalkhaarders opmerkte:
"Ik vraag mij af,of deze personen wel in het gezagsapparaat kunnen worden gehandhaafd . Hier moet krachtig worden ingegrepen."
Hieruit blijkt duidelijk de onkunde van de heer Smallenbroek wat betreft het doen en laten van de Schalkhaarders.
Het was beter geweest dat de heer Smallenbroek zich had ingezet voor menswaardige salarissen van de politiemensen - u kunt in een ander verhaal van mij de slechte financiele positie van de politie mensen in de directe naoorlogse periode lezen.
In de hoop hiermede een steentje te hebben bijgedragen in duidelijkheid betreffende de Schalkhaarders:
Uw reacties betreffende boven - en onderstaande zie ik gaarne tegemoet:
ruudhoppes@t-online.de
Ruud (Rieuwert) Hoppes.
De Schalkhaarders als 1e Politie Compagnie Westersingel te Rotterdam
Over de Schalkhaarder 1e Politie Compagnie is reeds veel geschreven en onderzoek gedaan en wel naar het Politie Opleidings Bataljon te Schalkhaar, misschien ten overvloede , maar ik wil echter gaarne mijn persoonlijke ervaringen daar als nog aan bijdragen.
Velen zullen zeggen wel wat laat maar beter laat dan nooit. Zoals ik reeds elders op de site mededeelde gaan als men ouder wordt de jeugd herinneringen weer boven komen en laat men deze de revue passeren .
Aangezien ik zelf de opleiding in Schalkhaar volgde en later gestationeerd werd te Rotterdam kan ik misschien een steentje bijdragen over de situatie.
Allereerst hoe komt men bij zo`n opleiding , ik ben geboren 4 februari 1924 in de uiterste zuid oost hoek van de provincie Groningen als zoon van een land - veen - arbeider waar het armoede troef was - hard werken voor weinig geld -alom bekend.
Ik volgde de lagere school en zou daarna graag middelbaar onderwijs volgen maar voor arbeiders kinderen was daarvoor geen plaats -het werd Ambachtschool en dat was al heel wat -wel 6 dagen in de week 13 km heen en terug op de fiets- in weer en wind want voor openbaar vervoer was geen geld -het werd een nieuwe fiets op af betaling kosten 36 gulden (af te betalen met 1 gulden per week) dat was in 1938.
Intussen probeerde het hoofd van de openbare lagere school op 20 februari 1939 (gezegeld papier nog in mijn bezit) een Rijksstudie beurs voor mij aan te vragen -dat moest bij de Koningin -maar zoals bekend de Mobilisatie werd mijn struikelblok -dus verder de Ambachtsschool afmaken -dat was april 1941 dan werk in de fabriek gevonden, ter plaatse, 48 uur per week, loon 1 rijksdaalder en dan komt het:
omstreeks november 1942 herhaaldelijk een oproep om gekeurd te worden voor de de arbeidsinzet in Duitsland ( Halle bij Leipzig), dus proberen te zoeken naar een oplossing om er aan te ontkomen en om mijn ouders niet in gevaar te brengen melden voor de arbeidsdienst NAD , kamp was bij ons in het dorp dat was 6 januari 1943 -maar na het einde van de dienst midden 1943 zou de dreiging opnieuw komen -om nogmaals daar aan te ontkomen adviseerde de kampcommandant (het was een plaatsgenoot en een goede vaderlander) om mij te melden voor het POB te Schalkhaar en zo belandde ik daar 7 juli 1943.
Na de opleiding werd de 4e Compagnie als 1e Politie Compagnie op 1 Februari 1944 gestationeerd aan de Westersingel te Rotterdam.
Zoveel mogelijk zal ik uit mijn geheugen en de aantekeningen uit een door mij opgesteld rapport van juli 1945 de situatie en werk omstandigheden alsmede de opdrachten zoveel mogelijk weergeven.
Sport op de binnenplaats van het Bureau Westersingel
De dienst bestond veel uit sporten - zoveel op de binnenplaats aan de Westersingel alsmede op de Nenijtobaan - voorts zwemmen in het Oosterbad aan het Oostplein. Wachtdiensten bij het Raadhuis Coolsingel - de Gasfabriek nabij Marconiplein
Eenmaal moesten we in kolonne fietsen vorderen - hetgeen veel werd gesaboteerd-
Met een collega zijn we als volgt te werk gegaan , adressen van NSB-ers verzamelt met medewerking van collega's van bureau Boezemsingel en Hoflaan -waarmede we succes oogsten. Het saboteren was een gevaarlijk spelletje want de commandant Suk was vaak in de omgeving. Meerdere malen ben ik bij hem op het bureau ontboden om een dreigement of iets dergelijks in ontvangst te nemen. Eenmaal ben ik met nog enkele lotgenoten gedreigd met de kogel, wij hadden, terwijl wij bij de gevorderde rijwielen op het D.P. station wacht moesten houden, vernielingen aangericht en fietsen spoorloos laten verdwijnen.
De tweede keer weer met 5 man bij hem op bureau komen, waar het volgende dreigement werd geuit: wanneer zoiets nog eenmaal gebeurd, worden jullie onmiddellijk naar een kamp getransporteerd.
Dan komt eindelijk september 1944 aan de Westersingel -datum weet ik niet nauwkeurig meer - dat ik mij als volgt herinner : een beangstigende atmosfeer - onzekerheid i.v.m. invasie- allen aantreden op de binnenplaats -wapens afleggen -en in opdracht van de commandant worden we dan voor de keus gesteld - ondergebracht te worden bij de Duitse Politie of …een vraagteken - ik denk dat ca. 8 zich bij de Duitse Politie gemeld hebben - de rest heeft gekozen voor het vraagteken - hoe e.e.a. dan precies verlopen is weet ik niet meer - maar wij zijn dan wel bij de gewone Politie (die wel Staatspolitie was in die tijd) ondergebracht bij diverse bureau 's als Wachtmeester, ik met meerdere bij bureau Oostervantstraat.
Dan volgen 11 November 1944 de bewuste en elders beschreven razzia's. (LINK)
Op het verhaal zal ik laten volgen enkele foto 's o.a.ook van de NAD:
Tevens door onderzoek - foto 's en uit het geheugen vermelden de namen van oud collega's waarvan ik met enkele onlangs nog contact had - gemerkt met *:en indien mogelijk als nog met anderen graag contact wil hebben.
Hier volgen enkele in willekeurige volgorde:
C. Nootenboom - C. Moerland - Aart de Jong * - W:B.A. Weenink * -A. Fake - J.K. van den Bergh - van Duuren - P. Jakobs - Arendshorst * - Geurts - J.Doef - Hupje - Nauta - Vrijmoed - D.Weijers - van Delden - Jan Damme - Peters -Stubbe - Slobbe - A.van de Broek - van de Vijver - Jan de Jong -M.C. van Tol -Maarten - Joris de Jong - Verhulst - G. Heijligers - Slotboom - Wolves.
Voor commentaar - aanvulling en contacten hou ik mij aanbevolen met vriendelijke groet
Januari 2006 Ruud (Rieuwert )Hoppes
e-mail: ruudhoppes@t-online.de
Mijn ervaring met het zoeken in Archieven.
In aansluiting op mijn verhaal zoals aangekondigd mijn ervaringen met het zoeken in Nederlandse archieven - deze ervaringen zijn teleurstellend.
Ik probeer op alle mogelijke manieren een dossier van de Rechtbank Noordsingel te Rotterdam 1946/47 boven water te krijgen en via alle mogelijke bronnen word ik al maanden van het kastje naar de bekende muur gestuurd en volgens het Nationaal Archief in Den Haag -waar ze volgens mij als enigste hun zaken goed in de greep hebben- moet een dergelijke dossier vanaf 1939 zich nog bevinden bij de instantie waar de zaken gediend hebben.
Eveneens zoek ik bij de Rechtbank te Groningen een dossier van mij van Juni 1945 opgemaakt door de toenmalige POD te Groningen en in aansluiting daarop moet er een dossier zijn van ca.1956 waar mij door de Rechtbank aldaar via een procedure een schadeloosstelling werd toegekend voor zeer veel aangedaan onrecht.
Is het nu onwil dat men mij deze niet ter beschikking wil stellen of chaos in het betreffende archief - uit de vele tientallen mails van mij en de reacties daarop blijkt dat men de zaken niet goed voor elkaar heeft.
Het zou te ver voeren en dat wil ik ook niet hier de vele tientallen email-adressen noemen - die mij van en naar alle mogelijke instanties en bronnen stuurden en waar ik ook bot ving! Wel wil ik onderstaand nog enkele uitlatingen citeren:
- a. het door U gevraagde kan ik nergens meer achterhalen, in …. is het niet
- b. misschien komt ooit uit een onverwachte hoek ergens in het land archiefmateriaal te voorschijn, maar ik denk dat het op den duur al is afgevoerd, evenals bij andere rechtbanken: zo van, daar komt niemand meer op terug ook de archieven heb ik uitgekamd.-die kennen zelf hun collectie onvoldoende
- c. een archivaris voor het eerst sinds midden 70er jaren
- d. waarom komt u er nu eerst mee
- e. mijn antwoord, omdat er vroeger veel taboe's waren en het mij psych. geknakt heeft
- f. ik voor mij zelf de rehabilitatie wil op papier
- g. ik stuurde uw verzoek door naar… ..m.a.w. ben ik het kwijt
- h. bijgaand zend ik u het algemene e-mail adres
- i. op het gevaar af u het gevoel te geven dat u van het kastje naar de muur wordt gestuurd ,moeten wij u mededelen dat de rechtbankarchieven die bij de ….worden bewaard niet verder lopen dan 1939.de recentere archieven worden nog bewaard bij de rechtbank zelf het adres is …….…
- j. EN ZO KAN IK DOORGAAN HOPELIJK KOMT DOOR DIT VERHAAL IEMAND MIJ ALSNOG TE HULP -ik geef de moed niet op.!!!!
- k. Indien iemand geinteresseerd is in de door mij aangeboorde bronnen: kan hij of zij contact met mij opnemen:
ruudhoppes@t-online.de
Aansluitend bij de bovenstaande verhalen wil ik U graag deelgenoot maken van enkele problemen van Schalkhaar(ders) - en in het algemeen het boven water krijgen van dossiers die bij de Rechtbanken berusten - het krijgen van juridische bijstand - toevoeging van advocaten - procesvoering - rechtshulp - raad rechtsbijstand - enz.
Laat ik beginnen bij wat ik ergens in het verhaal "kleine zonde" het proces tegen mij en mijn collega bij de Rechtbank Noordsingel te Rotterdam 1946 - 1947 waarvan ik nog steeds niet boven water heb het dossier van de Rechtbank -als ik hem krijg en dat moet -of is het dan ook met inschakeling van het Europese Hof die ik als het niet komt zal verzoeken een onderzoek te doen instellen naar de wijze van archief beheer bij de Rechtbanken - zal openbaren zodat u kunt oordelen over de kleine zonde.
En wat was dan die kleine zonde finesse ontbreken mij mijn collega en ik werden door een kennis M. voor het karretje gespannen om ten gunste van hem sigaretten in beslag te nemen - dat was het - resultaat direct ontdekt en ook direct huis van bewaring en proces 9 maanden waarvan 3 voorwaardelijk en dat van 1943 tot 1947 heeft mij mijn hele leven achter volgt, na ontvangst van het dossier kom ik er nader op terug.
Mijn wens is dat als er een geschiedschrijver komt die zich bezig houd met de Rotterdamse Politie hij niet verzuimd om te vermelden de toestand van direct na de oorlog slechte salarisering, hij kan de salaris staten uit mijn bovenstaande verhaal er bijvoegen - huisvestings problemen: bij huwen voorspelde men een wachttijd van 5 jaar -en wat het huwen betreft, als men huwde kreeg men een toeslag op het salaris groot 15 gulden per maand - niet slecht !
Van wat mij tot op de dag van vandaag is bij gebleven, kan ik u reeds mededelen over dat proces van indertijd - als pro deo advocaat kreeg ik toewezen Mr. X, burgemeester van Haastrecht; deze weigerde echter de bijstand met als reden dat hij geen ambtenaar kon verdedigen - dus een andere advocaat komt ten tonele.
Bij het proces is officier van Justitie Baron van Dedem en een uitlating bij de rechtszitting van deze wil ik u niet onthouden en wel meneer de president als zoiets in onze tijd was gebeurd, dan was het vuur uit de straat stenen geslagen ja ja erg !!!
Van deze officier deed echter het verhaal de ronde dat hij voor de dader van zijn gestolen rijwiel een straf eiste van twee jaar -en de officier zou hiervoor berispt zijn - misschien is dit nog vindbaar in de archieven.
Dat men de mensen die in Schalkhaar geweest zijn, direct na de bevrijding niet naar recht beoordeelde en er daardoor bij velen onrust en paniek situaties ontstonden heb ik u reeds medegedeeld.
Nog een recent voorbeeld: ik probeerde een oud collega onlangs voor informatie te benaderen en het resultaat was dat ik via een tussenpersoon de mededeling kreeg ze willen er thuis in de familie niet over praten - zelfs de kinderen weten niets, dit is nog slechts een voorbeeld.
Op dit punt wil ik zelf alles bloot leggen en maak er ook vanwege de leeftijd haast mee.
Velen zullen zeggen waarom - dat heb ik reeds uitgelegd. - ik moet het van mij afschrijven - hoop 4 februari 82 jaar te worden en weet niet hoeveel tijd mij rest - hopelijk nog lang.
Ook een bevrijdend gevoel om anderen misschien ook tot zoiets te brengen.
Nu een ander punt als men financieel niet draagkrachtig is en moet procederen - in het verleden en ook in de huidige tijd - heeft men een advocaat voor rechtsbijstand nodig en de problematiek daarvan wil ik u graag uit eigen ervaring iets mededelen en misschien is er iemand onder de lezers die mij zijn ervaringen kenbaar kan maken.
Laat ik beginnen bij 1996 via bureau Rechtshulp ( een super instelling en niets dan lof ) om een procedure te starten tegen een beslissing van de bedrijfsvereniging bij mr.X, terwijl de procedure nog bij de Rechter was kreeg ik een declaratie nota groot f 1192,63 d.d.21 -januari 1997. Na mijn protest hiertegen komt de mededeling:
Met betrekking tot mijn declaratie kan het absoluut niet zo zijn, en dat hebben wij ook nooit besproken, dat ik op grond van een eerdere toevoeging een nieuwe procedure start.
Die informatie kan het Bureau van Rechtshulp u ook nooit hebben gegeven, afgezien van het feit dat het Bureau voor Rechtshulp ook niets meer te maken heeft met het verstrekken van toevoegingen.
Aangezien daarnaast geen toevoegingen worden verstrekt aan Nederlanders die in het buitenland wonen, ben ik conform de gebruiken binnen de advocatuur overgegaan tot het versturen van een declaratie aan u. Ik kan u dan ook slechts verzoeken tot betaling daarvan over te gaan.
Inmiddels verblijf ik,
Hoogachtend
X
Nadat ik de definitieve toevoeging - bevestiging van de Raad voor Rechtsbijstand Leeuwarden met een eigen bijdrage van f 110.- ontving werd de zaak door X. teruggedraaid.
Waarbij ik op moet merken dat ook voor Nederlanders in het Buitenland - dit in tegen stelling wat mr. X beweerde - wel degelijk in aanmerking kunnen komen voor de bijstand.
Uiteindelijk is de procedure tegen de bedrijfsvereniging voor mij gunstig verlopen.
Maar het muisje krijgt nog een staartje, zoals onderstaand zal blijken, ik was ondanks de gewonnen procedure ontevreden over de wijze waarop eea. tot stand kwam en liet dat blijken in onderstaande brief aan mr. X na afloop van de procedure met de bedrijfsvereniging.
Citaat uit mijn brief:
Aan mr.X dd. 12 augustus dossier nr.19600552 Hoppes/bedr.veren.
L.S.,
Nu het bovenstaande dossier afgesloten is, moet ik u tot mijn spijt zeggen dat mijn teleurstelling mij motiveert om u mede te delen dat ik zeer slecht te spreken ben over de wijze waarop u deze procedure heeft geleid.
In al mijn brieven aan u in deze procedure heb ik u zo vaak gewezen op behandelingsfouten, verkeerde voorlichting en conclusies, waarop niet eenmaal een bevestiging of excuus uwerzijds is gekomen.
Als ik niet zo positief gemotiveerd was geweest, had deze zaak beslist een andere afloop gekregen.
Conclusie mijnerzijds, deze procedure was, ik zie het niet anders, oninteressant of u was anderzijds te zwaar belast, maar dit mag niet voorkomen.
Inmiddels verblijk ik,
R. Hoppes
MIJN ADVIES:
SCHRIJF NA AFLOOP NIET ZULKE BRIEVEN AAN UW RAADSMAN HETGEEN UIT HET VERLOOP VAN MIJN ERVARINGEN ZAL BLIJKEN:
Het verdere verloop: op 2 maart 2005 richt ik mij per e-mail aan advocaten kantoor Y t.a.v. mr.X (die mijn vorige zaak in 1996/97 behandelde) met het verzoek om bijstand in een verlengde procedure ter continuering van de vorige beslissing.
Het advocatenkantoor was mij nl. ook genoemd als deskundigen Sociaal Zekeringsrecht door de Raad voor Rechtsbijstand te Leeuwarden ( ook voor de Raad voor Rechtsbijstand veel lof ). Het antwoord van advocatenkantoor Y op 8 februari 2005 luidt:Mijn opmerking op dit antwoord, dit is de mr X van de vorige procedure, hij heeft zeer zeker slechte herinneringen daaraan, alsmede aan mijn brief na het afsluiten van de vorige procedure - ik had achteraf mij zijn reactie voor kunnen stellen maar het was beter geweest hij had dat als motief genoemd.
Geachte heer,
In goede orde ontving ik uw e-mail dd. 03 02 2005 (fout van afzender moet zijn 02 03 2005) met het verzoek u van advies te dienen mbt uw procedure.
Het spijt mij u te moeten mededelen dat ik geen actieve procespraktijk meer voer en u derhalve niet van dienst kan zijn.
Het beste kunt u zich telefonisch in verbinding stellen met Y … advocaten.
Met vriendelijke groet,
X
Goed, we gaan verder:)
zoals geadviseerd, stel ik mij in verbinding met Advocatenkantoor Y., krijg per e-mail op 9 februari 2005 het antwoord:Wederom een opmerking mijnerzijds, ze willen mij en dat is en was mij duidelijk kwijt - volledigheidshalve zowel het kantoor Y. waaronder ook mr.X vermeldt op de website als gespecialiseerd in SSZ Sociaal Zekerheidsrecht Advocaten en dat heb ik ze ook medegedeeld. Ja ik ben geen eenvoudige prooi voor ze en laat me niet zo in hoek drukken en vervolg het relaas.
Via mijn kantoorgenoot mr. X. ontving ik uw e-mail berichten, terzake het verzoek u van juridisch bijstand te voorzien.
Helaas dien ik u mede te delen dat ons kantoor zich vanwege een verregaande mate van specialiteit helaas niet meer bezig houdt met de sociale zekerheidsrecht-praktijk.
Terzake zou u zich kunnen wenden tot mr. Z, eveneens kantoor houdende alhier, die zich juist (mede)op dit rechtsgebied heeft gespecialiseerd.
De gevens zijn ……..ik wens u in de afhandeling van deze kwestie veel succes en teken
Y
Meld mij bij mr. Z. zoals geadviseerd eveneens met domicilie van mr. Y en mr. X.
Mr. Z komt op 14 februari 2005 op mijn verzoek om bijstand direct reeds met de mededeling:Na het bekijken van de feedback bij mr. Z heb ik er een punt achter gezet.
Helaas moet ik u teleurstellen, iemand die in het buitenland woont, komt niet in aanmerking voor gesubsidieerde rechtsbijstand
U dient de advocaatkosten zelf voor uw rekening te nemen.
Om moedeloos van te worden -maar we gaan verder.
Mijn opmerking: wat zijn juristen toch slecht op de hoogte met de gang van zaken.
Na nog een teleurstellende ervaring met een andere mr. Z dan de reeds genoemde mr. Z , die mijn zaak niet uit kon diepen - kon niet alle kosten declareren en dat was een handicap mede - en die het ook goedkeurde de handelwijze van de advocaat X.-onbegrijpelijk - steeds weer is dat declaratie systeem een struikelblok.
Daarna heb ik de procedure Beroepschrift dan maar op eigen titel gedaan alhoewel ik weet dat het op eigen titel doen zonder titel niet eenvoudig is om door te komen.
Ik hoop dat als een jonge jurist mijn ervaring leest, zich sterk wil maken om mij bij te staan in een goed gemotiveerde procedure die tot een goed einde kan worden gebracht eveneens als dat het geval is geweest met mijn voorgaande sociale noodzakelijke procedures.
Alvorens dit thema te sluiten, wil ik u nog graag deelgenoot maken van enig e-mail contact:
Citaten met mr. X:Antwoordt van Ruud Hoppes daarop:
Van Ruud Hoppes aan mr.X 10 juli 2005 20:22:41
Geachte dames en heren,
ik kan niet nalaten nog even op deze en als bijlagen andere mails te reageren - U heeft mij om welke reden dan ook in de kou laten staan - of het bos ingestuurd met verkeerde voorlichting om welke reden dan ook - Internet is een goede bron van informatie.
Daar vind ik op de SSZ Sociale Zekerheidsrecht Advocaten X. Advokaten.
10 juli 2005 van X . 10 juli 2005 23::52:05
Geachte heer.
Er bestaan nog meerdere advocaten kantoren die onder de naam X advocaten opereren.
Ik heb daar echter niets meer mee te maken.
Ik heb deze katoren (tikfout van X. moet zijn kantoren) 10 jaar geleden verkocht en de kopers meende om hen moverende redenen de naam te moeten handhaven.
Mijn naam komt niet meer voor op de lijst van deze advocatenkantoren.
Het zou u derhalve sieren indien u uw opmerking over in de kou laten staan zou herroepen.
met vriendelijke groet
XHierop is geen reactie meer gekomen.
Geachte heer X.,
Nu mijn voorstel aan u in antwoord op mijn mail van 11 juli 17:34:18 met motivatie dat het u derhalve zou sieren om te zeggen dat ik het bij het rechte eind heb en volkomen terecht u duidelijk heb gemaakt mijn ervaring.
met vriendelijke groet
r.hoppes
Dan nog even citaten uit de mail van 11 juli 2005 17:34:18 aan mr.X:Hiermede besluit ik dan mijn belevenissen in de hoop dat hier en daar iets los gemaakt is en verwacht graag reakties
Geachte heer X.
Tot besluit denk ik dat mij in de kou laten staan niet misplaatst is
- a. Terzake dat een dergelijke procedure van nu financieel niet aantrekkelijk is kan ik mij voorstellen - ook ik kan daar niets aan veranderen - dat was vroeger reeds zo met pro-deo toewijzingen.
- b. Op 16 februari 2005 kreeg ik van de Raad van Rechtsbijstand te Leeuwarden de mededeling bij X. advocaten zijn een aantal deskundige advocaten op het gebied van Sociale Zekerheid werkzaam - vandaar dat ik mij tot u richtte
- c. Dan komt van u de verwijzing naar advocaten Y & cs
- d. 9 februari 2005 advocaten Y & cs verwijst naar Advocaat Z. aldaar
- e. Advocaat Z. mailt dat rechtsbijstand voor buitenland niet mogelijk - advies: zelf betalen - gezien de feedback van deze mr. Z voor mij niet acceptabel is.
met vriendelijke groet
r.hoppes
met vriendelijke groet
Ruud Hoppes
e-mail: ruudhoppes@t-online.de
11 november 1944
ROTTERDAM
RAZZIA met de NASLEEP
Ja, ook wij als Agenten van de Rotterdamse Politie waren, evenals de 50.000 Roterdammers, het slachtoffer.
Er is enorm veel over geschreven maar ik kom weinig tegen van ons Verzamelpunt het NENIJNTO - TERREIN hetgeen ik bovenstaand beschreef en over deze - dwangarbeid in Duitsland - wil ik u wat nader informeren omtrent mijn ervaring tot het pogen om een schadevergoeding hiervoor te krijgen.
Zo omstreeks 2001-2002 kom ik aan de weet via de Media dat er een mogelijkheid bestaat om via SBO Stichting Burgeroorlogsslachtoffers Apeldoorn - Project Schadeloosstelling Nederlandse Dwangarbeiders WO II een claim in te dienen. Dus formulieren aangevraagd en volgens voorschrift ingevuld -heel karwei.
Het verloop van deze geschiedenis kan ik u het best duidelijk maken door slechts enige kopieen te tonen van de vele correspondentie - om maar niet te spreken van de vele tientallen e-mails over en weer.
De officiele documenten zijn in mijn bezit - de hier getoonde zijn over getypt om de plaatsing van dit verhaal te vereenvoudigen.
Alvorens de kopieen te tonen kan ik u zeggen dat op de afwijzing van mijn claim ik een bezwaarschrift indiende onder mijn registratienummer. NL. 1-1096800 bij het IOM Appeals Body P.O.Box 174 - CH-1211 Geneve 19 Switzerland.
Ik zou graag willen weten of er lotgenoten zijn in deze affaire !
Ook bijgaande kopieen van mijn correspondentie met de Duitse Ambassade- het Ministerie VWS in o.a. 2004 eea anderen laat ik aan de lezer ter beoordeling met verzoek om uw reactie aan ruudhoppes@t-online.de
met vriendelijke groet
Ruud.
Het zou te ver voeren u alle correspondentie en mail- contacten te tonen vandaar een greep uit de vele tientallen.
Allereerst de bevestiging mei 2001 van het IOM TE Apeldoorn dat men mijn Aanvraagformulier ontvangen heeft : zie onderstaande bevestiging.
IOM Internationale Organisatie voor Migratie
Project Duitse Compensatie Dwangarbeid
Apeldoorn , mei 2001
Geachte heer,mevrouw ,
Hierbij laat ik u weten dat wij uw aanvraagformulier voor compensatie dwang- arbeid hebben ontvangen.
Inmiddels zijn ruim 12.000 aanvraagformulieren bij ons binnen gekomen. U zult begrijpen dat de verwerking van dit grote aantal enige tijd zal vergen.
Dit is een voorlopige ontvangstbevestiging.
Zodra uw gegevens zijn verwerkt zullen wij u daarover schriftelijk informeren.
Vriendelijke groet,
A.W. Projectleider
Vervolgens komt dan 16 maanden later te weten november 2002 onderstaande belangrijke mededeling.
IOM Apeldoorn november 2002 Belangrijke mededeling voor iedereen die een Claim heeft ingediend !
Geachte mevrouw,mijnheer,
Met dit schrijven wil ik u op de hoogte brengen van het feit dat het Project Duitse Compensatie Dwangarbeid de werkzaamheden bijna heeft voltooid en eind november 2002 de deuren gaat sluiten.
Bijna 22.000 formulieren heeft het project te verwerken gehad.
Alle gegevens zijn doorgestuurd naar het Hoofdkantoor van de IOM in Geneve,de organisatie die door het Duitse fonds "Erinnerung, Verantwor- tung und Zukunft" als partner organisatie is aangewezen voor de hoeveelheid aanvragen,,blijkt de beoordeling en toetsing een zeer tijdrovende zaak te zijn.
Het is momenteel niet aan te geven op welke termijn u een antwoord tegemoet kunt zien.
Vanaf 1 december wordt het postadres: IOM/German Forced LABOUR Compensation Programme 17 route des Morillons, POBox 71 CH_1211 Geneve 19 Switzerland.
Hiermede hoop ik u voldoende te hebben ingelicht.
Met vriendelijke groet
R.S. Projectleider
Het IOM bevestigd dan nogmaals januari 2003 de ontvangst van mijn claimformulier en dat ik steeds mijn nr.1096800 moet vermelden het IOM bevestigd dan 7 maart 2003 de ontvangst van mijn claim- formulier.
IOM bevestigd het nogmaals op 4 september 2003 en dat mijn nr. NL.-1-1096800 is die ik steeds moet vermelden.
Alles heel mooi maar ik heb liever de schadevergoeding!!!!!
Een van mijn volgende stappen is dan een mail dd. 13 mei 2004 naar het Ministerie van Volksgezondheid , Welzijn en Sport, het antwoord komt dan 9 juni 2004 :
Ons kenmerk
Inlichtingen bij
OHW/BB-U-2488798
drs. K.B.B. uw mail 13 mei 2004
Onderwerp : schadeloosstelling ex-dwangarbeiders
Geachte heer Hoppes,
In reactie op uw e-mail van 13 mei 2004 kan ik u het volgende vertellen. Ik heb uw e-mails aandachtig gelezen en ik wil hier benadrukken dat ik het betreur hoezeer u heeft geleden door uw gedwongen tewerkstelling in Duitsland gedurende de Tweede Wereldoorlog:
De schadeloosstelling van de ex-dwangarbeiders is een zaak van de Duitse regering . Voor de schadeloosstelling is door de Duitse regering en het Duitse bedrijfsleven dan ook een fonds opgericht. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) is vervolgens door de Duitse regering belast met de uitvoering van de schadeloosstelling van de niet - joodse ex-dwangarbeiders die niet uit de Oosteuropese landen afkomstig zijn, dus ook voor de Nederlanders De IOM is gekozen vanwege een wereldwijde spreiding van haar kantoren. Op verzoek van de IOM heeft de toenmalige Stichting Burger Oorlogs- Getroffenen (SBO) hierin voor Nederland een belangrijke taak gekregen. Bij de SBO was al een door het Ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport (VWS)gesubsidieerd centraal meldpunt voor ex-dwangarbeiders ingericht .De SBO heeft een loketfunctie op zich genomen en heeft de aanvragen gecontroleerd op volledigheid. De gecontroleerde gegevens zijn vervolgens bij het Hoofdkantoor van het IOM in Geneve ingediend. Het hoofdkantoor is verantwoordelijk voor de uiteindelijke beslissing over het verstrekken van een uitkering
U schrijft dat uw verzoek om schadeloosstelling is afgewezen .Het blijkt dat slechts weinig niet joodse , niet Oost - Europese ex-dwangarbeiders voor een schadeloostelling in aanmerking komen Hier heeft de Nederlandse regering. helaas geen invloed op . Ik kan u verzekeren dat toenmalige Minister Borst van het Ministerie VWS herhaaldelijk contact heeft gehad met de partijen die bij de onderhandelingen over het Duitse fonds betrokken waren . Er werd steeds weer op aangedrongen om aandacht te besteden aan de positie van de Nederlandse ex-dwangarbeiders en het verruimen van de strenge criteria om voor schadeloosstelling in aanmerking te komen.
Ook de toenmalige minister-president , de heer Kok , heeft zich persoonlijk ingezet om deze kwestie bij de onderhandelende partijen onder de aandacht brengen. Ondanks deze herhaaldelijke bemoeienissen is Nederland aan de onderhandelingstafel geweigerd. De criteria om in aanmerking te komen voor schadeloosstelling staan vast en ook nu bestaat er geen mogelijkheid voor de Nederlandse regering om in deze kwestie in te grijpen .
Uit uw mails begrijp ik dat u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de beslissing van de IOM . Dit lijkt de enige , maar gezien de strenge criteria zeer kleine, mogelijkheid om alsnog in aanmerking te komen voor schadeloosstelling.
Het Nederlandse kabinet heeft van zelfsprekend begrip voor de behoefte aan erkenning voor ondergaan leed tijdens de gedwongen tewerkstelling, zoals ook bij u het geval was.Dit leed valt niet te vergoeden met geld. Laat mij u verzekeren dat de overheid , weliswaar laat,aandacht heeft gekregen voor erkenning van de ex-dwangarbeiders.De ex-dwangarbeiders hebben thans een eigen positie in de wetten voor oorlogsgetroffenen, er zijn mogelijkheden voor immateriele hulpverlening,er zijn monumenten opgericht en er is geschiedschrijving over de ex-dwangarbeiders.
Ik verwacht dat ik u hiermede voldoende heb geinformeerd.
Hoogachtend,
De Directeur van de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II;
Getekend, b/a mw.drs.P.H. MCM
Mijn opmerking hierbij een keurige nette brief maar voor mij o.a. onbegrijpelijk dat een Nederlandse regering wordt geweigerd om aan de onderhandelingstafel te kunnen pleiten voor zijn landgenoten men had hier niet mede akkoord moeten gaan.
Nu maar een informeren wat de Duitse Ambassade te zeggen heeft over het verloop van deze kwestie de reactie volgt op 24 juni 2004.
Geachte heer Hoppes,
Uw teleurstelling dat u van het IOM geen compensatie voor verrichtte dwangarbeid heeft gekregen kan ik heel goed begrijpen. De redenen hiervoor heeft u reeds kunnen opmaken uit de beschikking van de IOM . Staat u mij toe dit nog eens toe te lichten .
De compensatie regeling voor dwangarbeiders kwam vooral tot stand, omdat joodse en Oosteuropese dwangarbeiders tijdens de Tweede Wereldoorlog meestal onder bijzondere harde en buitengewoon onwaardige en mensonterende omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Hiermede wordt zeker niet geloochend dat ook West - europese dwangarbeiders onder persoonlijke en materiele ontberingen te lijden hadden. Bijna alle in Oost-Europa levende dwangarbeiders hadden echter bovendien na het neer komen van het ijzeren gordijn ook verder een zwaar lot vol van ontberingen.Zij werden ertoe veroor- deeld meer dan veertig jaar lang in onvrijheid te leven,waar als ver- zwarende omstandigheid bij kwam , dat vele van hen werd verweten te hebben gecollaboreerd met Hitler Duitsland. Ook bleven zij buiten gesloten van de economische bloei tijdens de naoorlogse periode.
Om het ondergane leed tenminste voor een klein deel weer goed te maken, werden door de Bondsregering en de Duitse industrie financiele MIDDELEN ten bedrage 10 miljard mark ter beschikking gesteld .Tevens werd vast- gelegd dat de dwangarbeiders uit West-Europa die een vergelijkbaar hard lot hadden ondergaan als dwangarbeiders uit Oost-Europa ook gecompen- seerd dienden te worden.Een compensatie voor alle Westeuropese dwang- arbeiders was wegens onvoldoende middelen jam,mer genoeg niet mogelijk.De regeringen van alle Westeuropese landen zijn hierover geinformeerd en zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de getroffen regeling. Desondanks ontstond in de openbaarheid de indruk, dat alle dwangarbeiders konden rekenen op een conmpensatie.
Dat veel Westeuropese dwangarbeiders geen compensatie ontvangen, betekent in geen geval dat de Bondsregering Duitsland niet ook hun lot . betreurt. Zij vraagt om vergeving voor dat gene wat hun is wedervaren.
U kunt er van verzekerd zijn dat wij in Duitsland juiste lering hebben getrokken uit het onheil van de Nazi-barbaarsheid,zodat iets dergelijks zich nooit meer kan herhalen.Hopelijk ziet u de negatieve beschikking van de IOM niet als afstandname hiervan. Voor dat wat u in Duitse naam is aangedaan, wil ik u ook in naam van de Bondsregering om excuses en indien u dit mogelijk is om vergeving verzoeken.
Met vriendelijke groet
i.o. Dr.M.F.
, Mijn opmerking een zeer nette brief - maar ik vraag mij af waarom dan alle regeringen van de Westeuropese landen- en in bijzonder- Nederland geen bezwaar maakten tegen de boven genoemde regeling! Nederland was niet aan de onderhandelingstafel mijn stemde dus wel in met de regeling-mijnsinziens vreemd!
Nog maar eens informeren per e-mail op 28 juni 2004 bij het Ministerie van VWS , dan komt onderstaande brief d.d.21 juli 2004
OHW/BB -.U -2500751 drs.K.B. 21 juli 2004
Onderwerp : schadeloosstelling ex-dwangarbeiders
Geachte heer Hoppes,
In uw e-mail van 28 juni vraagt u zich af waarom West-Europeanen niet evenveel recht hebben als Oost Europeanen om in aanmerking te komen voor schadeloosstelling als ex-dwangarbeider. In haar brief van 24 juni 2004 geeft de Duitse Ambassade uitleg over het feit waarom volgens haar de Oost-Europeanen in aanmerking komen voor een uitkering van het Duitse fonds.In de brief wordt ook geschreven dat Nederlandse ex-dwangarbeiders die onder vergelijkbare omstandig- heden dwangarbeid hebben verricht,in aanmerking kunnen komen voor schadeloosstelling. Ik begrijp uw teleurstelling over de afwijzing van uw aanvraag.De criteria om in aanmerking te komen voor schade- loosstelling zijn door de oprichters van het Duitse fonds gemaakt. In mijn brief van 9 juni 2004 , kenmerk OHW/BB-U-2488798,schreef ik u al dat de criteria door het Duitse fonds streng worden gehanteerd en dat Nederland hier geen invloed op kan uitoefenen.
Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geinformeerd. Hoogachtend,
de Directeur van de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II mw.drs.P.H. MCM
Ik vraag mij in goede gemoede af waarom men jaren lang bij vele duizenden aanvragers om schadeloosstelling de hoop heeft doen vestigen dat er een schadeloosstelling kon komen.
Het invullen van aanvraag formulieren is ja reeds wederom een Psychische druk geweest.
Het vervolg ik geef de moed niet op per e-mail 8 augustus 2004 naar VWS ik blijf ze overtuigen van mijn mening dat de Nederlandse regering nalatig is geweest in deze affaire.
Brief van VWS d.d. 1 october 2004
OHW/BB-U-25194884 drs.K.B.
Geachte heer Hoppes,
In reactie op uw e-mail van 8 augustus 2004 over de schadeloosstelling als ex-dwangarbeider kan ik u het volgende mededelen.U spreekt in uw e-mail wederom uw onvrede uit over de afhandeling van uw aanvraag voor schadeloosstelling .Ik begrijp uw teleurstelling maar ik kan uw onvrede hierover niet weg nemen.In mijn vorige brieven heb ik u zo volledig mogelijk geinformeerd over deze kwestie.Ik verwijs dan ook graag naar deze brieven,maar heb hier niets aan toe te voegen.Ik kan slechts in herhaling vallen .
Eventuele nieuwe e-mails in deze kwestie zullen dan ook voor kennisgeving worden aangenomen en aan uw dossier worden toegevoegd .
Hoogachtend,
Mw.drs. P.H. MCM
Mijn reactie tot besluit ze zullen zich begrijpelijk schuldig voelen vanwege het feit dat ze nalatig geweest zijn en geen vuist hebben gemaakt in deze affaire.!!
Tot besluit van deze geschiedenis op 8 maart 2005 komt bijgaande mededeling van het IOM
Schalkhaar - Schalkhaarders - Zuivering - Behandeling - Oordeel - Verzet - Politieke Opsporingsdienst Groningen - P.O.D. in de media - literatuur - verzet - politiek en meer als aanvulling op mijn andere verhalen
en
als of het nog niet genoeg is hoe het noodlot mij achtervolgde door valse beschuldigingen van Politieke Opsporingsdienst te Groningen in April 1945 en waarvan ze na ca. 6 weken moesten bekennen dat ze fouten hadden gemaakt en over ijverig waren geweest en waarvoor in de vijftiger jaren via de Rechtbank te Groningen rehabilitatie en schadevergoeding werd betaald maar ook hier was het leed veroorzaakt
zie onderstaand relaas
Ik kan niet nalaten nog eens terug te komen op mijn relaas hierover bij ex Agent van Politie Ruud Hoppes - na het lezen en nog eens alles de revue te laten passeren komen er steeds - mede door contacten - aanvullende gegevens en zaken naar voren die men noodzakelijk moet vermelden - om het verzuim daarvan in het vorige relaas te verduidelijken.
Laat ik beginnen met te herhalen wat ik schreef citaat:.
Als dan in het proefschrift genoemd wordt :De belangrijkste vraag is hoe het mogelijk is geweest, dat de beruchte Schalkhaarders bij de zuivering niet collectief zijn ontslagen.Zo 'n collectieve maatregel werd in het parlement door de afgevaardigde J.Smallenbroek die belangrijk verzetswerk had gedaan. Op 18 januari 1946 kritiseerde hij in de Tweede Kamer de zuivering van de Politie in zijn Algemeenheid, waarbij hij, in feite als voorstander van een reeds gerealiseerd beleid,over onder andere de Schalkhaarders opmerkte: " Ik vraag mij af ,of deze personen wel in het gezagsapparaat kunnen worden gehandhaafd . Hier moet krachtig worden ingegrepen."
Mijn antwoordt hierop:
De term in het proefschrift beruchte Schalkhaarders is een uitdrukking die kant nog wal raakt kennelijk was men niet op de hoogte van wat er in het overgrote deel van de Schalkhaar mannen leefde. Het moest toen toch reeds bekend geweest zijn dat vele Schalkhaarders in kampen en elders het leven hebben gelaten en dat niet omdat het beruchte slechte Vaderlanders waren. En hebben de heer Smallenbroek als verzetsstrijder en ook de andere kritische schrijvers geen kennis genomen van het feit dat bij de razzia's in bijvoorbeeld Rotterdam ook de Schalkhaar Agenten evenals de burgers op transport gingen in veewagons ( CA: 65 man 8 dagen lang in een wagon)naar Duitsland - als die Agenten Duits gezind waren had men ze zeer zeker vrijgesteld. Nee daaraan hebben de voorstanders van de mening Smallenbroek niet aan willen denken.
Smallenbroek dus voorstander van krachtig ingrijpen en collectief ontslagen -omdat ze niet in het gezagsapparaat kunnen worden gehandhaafd. Wie van u heer Smallenbroek als Christen en de anderen zonder zonde is ………vul maar in. In mijn vorig relaas haalde ik aan dat er wel zwarte schapen onder de Schalkhaarders waren maar dat waren er niet veel en ik merkte op die zijn er ook in de burgermaatschappij.
Even tussen twee haakjes wist iemand dat een Schalkhaarder ook Hoofdcommissaris kon worden van Utrecht een voorbeeld er van oud Schalkhaarder Doesburg die ik tegen kwam op een foto op internet met als datum 3 juli 1943 te Schalhaar POB -(een oud collega" A" attendeerde mij vorige week hierop ) de heer Doesburg zal beslist geen beruchte Schalkhaarder geweest zijn!!!
Op deze op het terrein van de POB GENOMEN FOTO STAAT Doesburg rechts bovenaan:
Over de beruchte Schalhaarders gesproken - nog eens even een voorbeeld in mijn Archief kom ik tegen in het boek AANZIEN 40-45 - uitgave Amsterdam Boek samengestelde tekst door Wolf Kielich -en J.Zwaan (beeldresearch)met geraadpleegde literatuur Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog deel I t/m V van Dr.L.de Jong alsmede De Bezetting van Dr.L.de Jong- en Onderdrukking en Verzet van H.M.van Randwijck- en Bericht van De Tweede Wereldoorlog door Drs.A.H.Paape EN NU KOMT HET BIJ EEN FOTO van paraderende Schalkhaarders STAAT DE TEKST citaat:
bij Himmlers bezoek aan Nederland werd veelvuldig geparadeerd o.a.door een politie eenheid die was opgeleid in Schalkhaar.Dit opleidingsinstituut voor een nieuwe politie stond onder NSB leiding,die weer op de vingers werd gekeken door de Duitser.Aangezien er te weinig vrijwilligers waren,werden reeds in dienst zijnde politie-ambtenaren verplicht de opleiding te volgen.Sommigen weigerden en werden ontslagen.De Schalkhaar politie,die volledig in nationaal -socialistische geest was de gedrild en geindoctrineerd ,was weldra in heel Nederland berucht en gevreesd ,met name in de grote steden,waar zij werd ingezet bij het ophalen van joden en het bestrijden van verzetsgroepen
Mijn antwoord: dit werd geschreven in het jaar 1975 zelfs toen waren de schrijvers-auteurs nog niet op de hoogte van de werkelijke situatie van Schalkhaarders.
Voor mij onbegrijpelijk en ik geef het u te overdenken.
Nog een paar nostalgische foto's :
Sport op de binnenplaats van de kazerne Westersingel te Rotterdam 1944 o.a. voor rechts Nootenboom (Rotterdam)- middelste rij derde van voren de Jong (Friesland) aan het eind van die rij Geurts (Nijmegen) voor Geurts ik denk Winia (Friesland)
Nog even een paar nostalgische foto van het Oostelijk Zwembad Winter 1944
Allen die op deze foto staan herinner ik mij van aanzien niet van de exacte namen - enige noem ik hier van boven links naar rechts:
Nootenboom (Rotterdam)- Geurts (Nijmegen) X- X- X-X- Heijligers(Limburg) X-X- Slobbe (Gouda)_ Gerrit de Groot( Bilthoven) _ Hoppes (Groningen)- Blickwedel (Schiedam)-v..d:Vijver (Brabant)- Verhulst (Brabant)-X-X- X- Moerland (St..Annaland)-voorste rij van links naar rechts Melgert-iets naar boven Oosting (Roodeschool) X-X-X- de Jong (Friesland) v.d.Bergh (Nw.Lekkerland) Klein Haneveld :
misschien kan iemand ze aanvullen :
Hopelijk kan iemand hier iets mee doen!
Hier volgt dan nogmaals DE JUBILEUMFOTO gemaakt in 1946 bij de jubilaris Hoofd Agent van der Linden van bureau Oostervantstraat bij hem thuis in Rotterdam - West - ik heb nog steeds geen reacties ontvangen het kan alsnogruudhoppes@t-online.de
Uit de vele voorbeelden uit de burgermaatschappij wil u kennis laten maken met een persoonlijke ervaring. en ik moet daartoe wel een aanloopje nemen wij schrijven het jaar 1964 ik ben in het Noorden vele jaren werkzaam bij een firma als procuratiehouder - met een zeer goede verhouding tot de directeur - we fabriceren een patent product - en dan komt het tot contact met een zeer groot concern die de productie wil overnemen - de ondertekening van het contract kan nog maanden duren door juridische formaliteiten , maar het is zeker dat op termijn voor mij daar in het concern geen plaats is.
In overleg met mijn directeur ga ik solliciteren - het komt tot diverse contacten - waarvan een uit het midden van het land met een fabriek en een dependance in het Noorden- deze Directeur komt direct bij onze Directeur en mij op bezoek en om de zaak kort te houden ik was de man die hij zocht voor het leiden van de dependance naast een technische man - het klonk alles fantastisch en ik kreeg dus eigenlijk geen keus om de andere kandidaten te testen.
Hij zou alles regelen huisvesting etc.- hij was ook een geboren Noordeling en zo pasten we goed tot elkaar.
En dit is nu de man uit de top van het Nederlandse verzet met een zeer hoge onderscheiding ongeveer van mijn jaargang en die zeer zeker als Christen en uit het verzet bekend was bij de heer Smallenbroek. Aanvankelijk leek alles goed te lopen maar al spoedig tekende zich een ander mens af als gedacht .
Het was werken zonder op de tijdsduur te letten en men kon op de mentaliteit en voor geschotelde systeem en werhwijze alleen ja en amen zeggen -om niet in ongenade te vervallen - voor mij was ja een probleem 42-43 jaar en weinig keus althans dacht ik om elders aan de bak te komen.
Het was een dictatoriaal bewind ik moest bijvoorbeeld (personeels bezetting in de fabriek ca. 50-6o werknemers ) voor het personeel -met voorstellen komen voor de lonen -het commentaar op mijn voorstellen was dan vaak , door de directeur laat ze eerst maar eens werken - je zou een staaf ijzer nemen en slaan ze het veen in.
Een personeelslid (ook nog familie) volwassen man die dag en nacht klaar stond zat te schreien in een hoek in de fabriek - mij heeft dat pijn gedaan.
Als ik bijvoorbeeld de directeur maandags van de trein haalde was de eerste vraag hoe vaak was je gister in de Kerk - als of daar alles mee staat en valt.
Met de directeur van een firma naast ons was hij goed bevriend - dronken af en toe een glaasje - met die firma ging het financieel niet zo goed -mijn directeur wist dat en merkte op laat hem maar dood bloeden dan neem ik die ook.
Om kort te gaan bij mij waren reeds lang maag problemen wat uit mondde in maagperforatie eind 1968 met een spoed operatie in het Ziekenhuis -was ik daar 5 minuten later gekomen dan was er niets meer te redden geweest
Geen bezoek van de Directeur in het Ziekenhuis en op een brief die ik schreef bij mijn thuiskomst waar ik wachtende was op herstel -als enigste reactie een brief om mij te melden
bij het bedrijf en daar kreeg ik een brief voor gelegd om te lezen en direct daarop te reageren, hetgeen ik weigerde met de mededeling dat ik zo lang op antwoordt had gewacht nu ook eerst in alle rust het te willen bestuderen -resultaat woedend met een rode kop -in de brief stond nl. dat ik blijk had gegeven de functie niet aan te kunnen en dat zou ik dan maar toegeven.
Ik zou nog door kunnen gaan maar het eind was - ik bleef nog enige weken in functie en toen een relatie van de firma - de Directeur van een groothandel eveneens uit het Noorden- waar ik veel contact mee had hoorde van mijn probleem kreeg ik van hem direct de aanbieding om bij hem te komen chef verkoop en boekhouding -daar begon ik dus in februari 1969 tot 1978. Dit tot grote woedde van de voormalige Directeur.
Naar aanleiding van dit enkele voorbeeld ik ken er meerdere kan ik tegen de heer Smallenbroek en cs en politieker zeggen hoe is handhaving van zo'n verzetsman mogelijk geweest.
Hij en ook de anderen hebben veel leed aangericht!
Het oordeel is snel gemaakt maar het leed kan blijvend schade aanrichten - ik heb dan ook in mijn vorig schrijven duidelijk gesteld dat de heer J.Smallenbroek .helaas noemde ik daar alleen hem - maar het betreft velen - onkundig waren of wilden zijn wat betreft het doen en laten van Schalkhaarders. Het spijt mij dat ik dit alles niet eerder wereldkundig heb gemaakt - maar u kent de omstandigheden waarom dit niet plaats vond.
Nogmaals hadden alle Smallenbroek denkers en politiekers zich maar ingezet voor menswaardige salarissen van alle Politiemensen dan was hun tijd beter besteedt geweest dan met de snelle vooroordelen te komen.
Nu komen de over ijverige ambtenaren van de POD Politieke Opsporingsdienst uit Groningen aan de orde:
13 - 16 April 1945 ik zit als gevangene van de Sicherheidsdienst (zie mijn vorige verhaal ) opgesloten in de cel van het Politiebureau aan het Martinekerkhof / Grotemarkt /Kreupelstraatje te Groningen.
De Canadese bevrijders zijn in aantocht en vechten zich een weg naar de stad Groningen.
13 April 1945 werd de stad onder vuur genomen, ik dacht dat het 14 of 15 April was dat vanuit de Oosterstraat de Canadezen op rukten naar de Grote Markt - op de Grote Markt stonden veel gebouwen in brand - men had ook angst dat de Martinitoren zou instorten, vier dagen en drie nachten laaiden de vlammen boven Groningen aan twee zijden van Grotemarkt waren de mooiste architectonische gebouwen een prooi geworden van deze nutteloze strijd.
Het laatst werd er vanuit de Kreupelstraat nog door Duitsers geschoten richting Oosterstraat - deze mededelingen kregen wij van de nog in dienst zijnde Politieagenten.
En op dat moment bevrijden ze ons uit de cellen om dat er geen Duitsers meer in de omgeving waren in de buurt van het bureau.Wij zochten onderkomst in de kelder van het bureau - er uit kon men niet vanwege de schutters hier en daar.
Na enige tijd zagen wij de mogelijkheid er uit te breken, een brigadier nam mij mee naar zijn huis aan de Turfsingel - het exacte herinner ik mij echter niet -maar ik kwam direct in dienst van de Groninger Politie en kreeg onderkomst bij de familie Plenter aan de Turfsingel daar was ook een collega in de kost.
En dan komt het noodlot snel nader - in groepjes ca. 8 man moesten wij als Politiemannen en mensen uit het verzet- overal waar de stad bevrijdt was huizen doorzoeken naar eventueel achtergebleven en of verstopte Duitsers of Nederlanders die om welke reden dan ook zich verstopten arresteren en verhoren -- ergens was het ja nog een ongecontroleerde en onoverzichtelijke situatie.
Na vermoeidheid konden wij wat uit rusten en slapen in de Korenbeurs en werden daar door het Rode Kruis verzorgd -er stonden voor ons ook noodbedden.
Deze situatie had enige dagen geduurd - misschien ruim een week - ik weet het niet exact.
Wij lagen dan weer eens op onze noodbedden- dood vermoeid -u moet bedenken er waren enorm veel mensen in de Korenbeurs het was een komen en gaan - plotseling werden we ruw gewekt en zelf gearresteerd en afgevoerd naar het Huis van Bewaring en in de cellen geplaatst zonder enige uitleg en daar zat men dan beduusd en vermoeid - U zult zich onze verbazing voor kunnen stellen.
En daar zit je dan in de cel van geen kwaadbewust - overal buiten feest gejoel en straatfeesten vieren van de bevrijding waar je zo naar had verlangd en kon er geen deelgenoot van zijn.
Er kwam geen enkele uitleg over het hoe en waarom we in deze situatie terecht waren gekomen.
Eerst na ca. 6 weken kwam de mededeling dat we er uit konden - met de verklaring dat in onze groep zich iemand in Canadees uniform als Sergeant had geinfiltreerd met een politiek verleden.
Voor ons was en bleef het een raadsel deze ondoorzichtige situatie en dat men 8 mensen in een cel plaatst zonder enige uitleg in 6 weken.
Na die 6 weken 13 juni 1945 ging ik dan weer terug naar mijn standplaats de Gemeente Politie te Rotterdam - Bureau Oostervantstraat met bijgaande documenten van het Miltair Gezag en de Groninger Hoofdcommissaris van Politie te Groningen:
Bureau Oostervantstraat Rotterdam:
Bijgaand nog twee door mij gemaakte fotos van de ingang Politiebureau Oostervantstraat Rotterdam
Circa 1980
POLITIE BUREAU
Oostervantstraat
Verklaring (Zuiveringsbesluit) Departement van Justitie, een formaliteit direkt na WO II
Verklaring voor begeven naar staandplaats Rotterdam vanuit Groningen, Juni 1945
Tot besluit nog wat over de razzia te Rotterdam:
En dan vond in de vijftiger jaren de rehabilitatie plaats via de Rechtbank te Groningen met toekenning van een schade vergoeding van 15 gulden per dag, ik noem het nu nog schaamteloos en onbegrijpelijk.
En naar dit dossier en procesverbaal ben en blijf ik op zoek of moet het ook boven water komen via een verzoek om onderzoek door het Europese Hof.
Hierbij wil ik het eerst laten en zie uw reacties en vragen gaarne tegemoet
Met vriendelijke groet
Ruud (Rieuwert) Hoppes
ruudhoppes@t-online.de
Heden zijn we dan aangeland in het jaar 2009 en komt bij mij, Ruud Hoppes, de gedachte op om in overleg met Aad op de site van Aad een aanvulling te realiseren om een nog beter beeld en uitvoerig de situatie te beschrijven met teksten en beelden, waardoor men van de politie in oorlogstijd en van mij, als ex-agent van Politie in Rotterdam en mijn persoonlijke levensgeschiedenis, vanaf de geboorte 4 februari 1924 een nog beter beeld zal kunnen vormen.
In onderstaande inleiding een beknopte uiteenzetting van een en ander.
INLEIDING
Door zeer toevallige omstandigheden ben ik er toe gekomen om mijn memoires te schrijven. Als ex-agent van de Rotterdamse Politie in de periode 1944 -1947 was ik aan het snuffelen in mijn archief en fotoalbums en ontdekte daar bij de vele foto's een foto van een oud-collega hoofd agent Van der Linden, die zijn 25 jarig jubileum vierde Ik was daar bij hem thuis te Rotterdam-West met verschillende collega's van ons bureau Oostervantstraat - Rotterdam op bezoek.
Bij mij kwam de gedachte op, het was inmiddels 2004 , wie leeft er nog van deze oud collega's? Misschien komen er reactie als je deze jubileumfoto in een Rotterdams dagblad plaatst met een oproep wie mij op het spoor kan zetten van een of meerdere oud-collega's op deze foto, en/of familieleden.
Dat plaatsen in de krant mislukte, maar wel kwam ik bij het zoeken naar een andere oplossing in contact met de bekende Rotterdamse historicus Aad Engelfriet. Hij interesseerde zich zeer in mijn geschiedenis en oorlogservaringen, zoals u kunt lezen in het volgende verhaal.
Zo wel Aad als ik waren van mening dat mijn ervaringen en belevenissen ergens in de archieven bewaard moesten blijven voor de huidige en latere generaties.
Na zeer veel mail-contacten -door mijn gehoorproblemen was telefonisch contact niet mogelijk- is het verhaal dan tot stand gekomen.
Veel contacten zijn er tot stand gekomen, Helaas maar met nog slechts één levende collega. Voor de rest contacten met kinderen, zelfs met Nederlanders kinderen van collega's in St.Peterburg en Moskou en veel kleinkinderen die informeerden naar hun Opa!
Geruime tijd na het tot stand komen van het verhaal kreeg ik contact met een oud Groninger plaatsgenoot, H. van Alteren, die het verhaal had gelezen en als geïnteresseerde in de oorlogsgeschiedenis interesse had in mijn opgeschreven ervaringen. Er kwam een maandenlang blijvend plezierig contact tot stand.
Hij heeft de samenstelling van mijn ervaringen met foto's en documentatie uit mijn archief verzorgd en geplaatst op internet .
Aangezien deze samenstelling een aanvulling in tekst en beeld is op het bovengenoemde verhaal van Aad, laat ik dit in zijn geheel hier plaatsen. (Er komen verschillende doublures voor die om technische reden niet te vermijden zijn.)
Lohmar Duitsland, januari 2009.
Memoires van ex-agent
Ruud Hoppes
1924 - 2009
van de Rotterdamse Politie
1944 - 1947
Oorlogservaringen en de nasleep
Deze kaart stuurde mijn moeder mij april 1946 van Ter Apel naar Rotterdam
Opmerking van webmaster Aad Engelfriet:
In het onderstaande verhaal wordt wel de tekst integraal overgenomen, maar niet alle prenten, die staan immers al op deze site:
LINK
Een selectie van ca 30 prenten zijn wel, op een wat kleiner formaat, geplaatst.
Oorlogservaringen en nasleep
Inhoud:
- Inleiding
- Jeugd en ouderlijk huis
- Arbeidsdienst
- Politie Opleiding Schalkhaar (P.O.B.)
- Standplaats Rotterdam Westersingel
- Razzia november 1944
- Op transport naar Duitsland
- Gevlucht van Stuttgart naar Ter Apel
- Gearresteerd door de Landwacht
- Bevrijd door de Canadezen
- Gearresteerd door vrienden (POD)
- Terug naar politiebureau Oostervantstraat
- Zuiveringsbesluit
- Kleine zonde, grote gevolgen
- De burgermaatschappij
- Schadeloosstelling Nederlandse Dwangarbeiders WO II
Herkent u zich in dit verhaal, of kunt u hierover mededelingen doen?
Neem dan contact op met
ruudhoppes@t-online.de
De getoonde foto's in dit verhaal mogen niet worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Ruud Hoppes.
Inleiding
Het was oorlog, november 1942. De Duitse bezetter eiste werknemers in de metaalindustrie als eersten op voor tewerkstelling in Duitsland.
De 18-jarige Ruud Hoppes wilde zich daaraan onttrekken. Hij meldde zich aan bij de Arbeidsdienst en toen die diensttijd voorbij was, meldde hij zich aan voor een opleiding bij de staatspolitie.
Als machinebankwerker stond hij voor de keus: of wapens maken waarmee vrienden werden gedood, of een politieopleiding volgen en goede vaderlander blijven en doen wat in zijn vermogen lag om dat in de praktijk te brengen.
De op Duitse leest geschoeide militaire opleiding en de verplichting van de Germaanse groet bij de dienst kon geen afbreuk doen aan zijn eigen politieke instelling en zijn eigen normen van medemenselijkheid en zijn eigen mening over wat goed en wat kwaad was. De ceremonie er op de koop toe bij nemen, dat was de prijs die er voor betaald moest worden om aan dwangarbeid naar Duitsland, of aan een saai en doelloos leven als onderduiker, te ontkomen. De aantrekkelijkheid om een politieopleiding te kunnen volgen, speelde een tweede rol op de achtergrond mee.
Met dat doel voor ogen maakte de toen 19 jaar oude Ruud Hoppes de stap naar de opleiding bij de staatspolitie. Daar trof hij veel lotgenoten aan met dezelfde instelling als hij: "onderduiken bij de vijand".
Na de oorlog werden zij die zich voor de arbeidsdienst en voor de staatspolitie beschikbaar hadden gesteld, als derderangs Nederlanders gekwalificeerd. Het gevolg daarvan was dat Ruud na de oorlog zijn oorlogsverleden steeds angstvallig voor zijn omgeving heeft verzwegen. Zijn oorlogservaringen en de daaraan gerelateerde verdenkingen hebben Ruud op den duur getraumatiseerd. Van dat juk wil hij zich ontdoen, door openheid van zaken te geven over het hoe en waarom.
De door Ruud Hoppes zelf opgeschreven ervaringen en belevenissen hadden, als geïnteresseerde in de oorlogsgeschiedenis, mijn interesse. Ik heb deze tot een geheel van hem mogen samenstellen en voorzien van foto's en documentatie uit zijn archief.
Henk van Alteren
Apeldoorn, juli 2007
http://www.hvanalteren.nl/hoppes/index.html
Kompleet verhaal met alle prenten: LINK
Jeugd en ouderlijk huis
Als je oud, of liever gezegd ouder wordt, passeren vaak jeugdherinneringen de revue. Ook in dromen gaan de beelden van vroeger weer gestalte krijgen. Je bladert in fotoalbums, praat met kinderen en bekenden over vroeger en je ziet dan hoe omstandigheden en het noodlot je leven heeft bepaald.
Hoe kwam ik bij de Arbeidsdienst en vervolgens bij de Staatspolitie?
Ik werd geboren 4 februari 1924 in Ter Apel, de uiterste zuid-oosthoek van de provincie Groningen, als zoon van een land- veenarbeider waar het armoede troef was. Het was lang werken zolang het licht was, voor weinig geld. En als er geen werk was, stonden zij op steun voor f 8,45 in de week.
Soms op het land aards rooien bij de boer. Daar deed ook mijn moeder aan mee. Een rij rooien (70 meter) bracht een dubbeltje op. Hun leven bestond evenals eens van hun ouders, grootouders en overgrootouders, uit de dagelijkse zorg voor werk, brood en kleding en warmte in de winter. En daar werd ook ik weer als kind bij betrokken: 13 km. fietsen ieder week om goedkope crisisboter en ingeblikt vlees te halen. In het geheim, want niemand mocht dat weten.
`
1927 met vader op foto - 1928 met moeder op foto
Ik volgde de lagere school en zou daarna graag middelbaar onderwijs volgen. Maar voor arbeiderskinderen als ons was daarvoor geen plaats, ondanks goede rapportcijfers. Het werd de Ambachtschool en dat was al heel wat. Wel 6 dagen in de week 13 km heen en terug op de fiets. In weer en wind, want voor openbaar vervoer was geen geld. Het werd een nieuwe fiets voor 36 gulden. Op afbetaling met 1 gulden per week. Dat was in 1938.
Ik had goede rapportcijfers, maar voor verder leren was geen geld.
De aanvraag voor een Rijksstudiebeurs door het hoofd van de school
Intussen probeerde het hoofd van de openbare lagere school op 20 februari 1939 een Rijksstudiebeurs voor mij aan te vragen om mijn hartenwens in vervulling te laten gaan: de Zeevaartschool te Vlissingen. Maar de oorlogsdreiging werd mijn struikelblok. Verder dan maar de Ambachtsschool afmaken voor het diploma als bankwerker in de metaalindustrie. Dat was april 1941. Toen naar de fabriek ter plaatse. Achtenveertig uur werken voor een weekloon van 1 rijksdaalder.
Dus toch maar naar de Handelsavondschool.
Arbeidsdienst
Omstreeks november 1942 kwamen de eerste oproepen voor mensen die werkzaam waren in de metaalindustrie, om gekeurd te worden voor de arbeidsinzet in Duitsland. Dus zoeken naar een oplossing om eraan te ontkomen. Dan maar kiezen voor het kamp bij ons in het dorp van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD). Dat was 6 januari 1943. Het was daar ook nog een betere omgeving dan mijn werk op de fabriek. Ik ervoer daar de voor mij ongekende weelde van gratis sportbeoefening. Bovendien nog gratis werkkleding en werkschoenen en daarbij goed eten. In verhouding tot de gedwongen werkverschaffing voor werklozen van voor de oorlog, was dat een weelde. En de algemene sfeer onder de Arbeidsdienstmannen was anti N.S.B.
De Arbeidsdienstmannen van het kamp Ter Apel.
Links bij gele pijl Ruud Hoppes
Politieopleiding Schalkhaar
Maar na het einde van de opleiding midden 1943 kwam opnieuw de dreiging tewerkgesteld te worden in Duitsland. Ik overwoog om onder te duiken. Mijn kampcommandant en plaatsgenoot, een goede vaderlander, kwam echter met het voorstel om mij te melden voor een politieopleiding. Van fabrieksarbeider tot politieman betekende bovendien een onverwachte promotie voor mij. En zo belandde ik op 7 juli 1943 voor opleiding bij de Politie Opleiding Bataljon (P.O.B.) in een plaatsje dat Schalkhaar heette.
Ingang van het Politie Opleidingsbataljon Schalkhaar
Binnenplaats van het POB / P.O.B. : Politie Opleidings Bataljon Schalkhaar
De opleiding was zwaar.
's Ochtends om 6 uur het bed uit en 6 kilometer veldloop.
Dan douchen en eten,
vervolgens de hele dag exercitie en sporten en 's avonds wetskennis tot 10 uur
Marsoefening
Lichamelijke oefeningen op de straatstenen.
Niet zeuren!
Oefeningen met karabijn
2de van rechts Ruud Hoppes - 3de van rechts Jan de Jong
De schietoefeningen vonden plaats in de omgeving van Gorssel. D.w.z. 's morgens om 6 uur opstaan, 3 uur lopen naar de schietbaan, 1 uur schietoefening en weer 3 uur terugmarcheren naar Schalkhaar. Daar arriveerden we dan weer om ca. 13.00 uur. Tussen de marsen door kregen we eenmaal een korte pauze.
Het leerboek 15e druk 1 september 1942 uit de vooroorlogse periode
waaruit we tot 's avonds 10 uur les kregen van een voormalige veldwachter
Titel:
Mijn repetitieboek in vraag en antwoord met tal van examen en praktijkvragen
+/- 1550 vragen
Samengesteld door W.J.C. Zimmermann, Commissaris van Politie 's Gravenhage
Vijftiende druk 1 september 1942
Onmisbaar voor hen die zich wensen te bekwamen voor het Politie diploma met de aantekening "Met Lof"
Het boek was gebaseerd op de vooroorlogse Nederlandse wetsartikelen.
In het hoofdstuk "De inrichting der Politie" blz. 250 staat nog:
"De magistraten van de politie worden benoemd door de Koningin"
Bladwijzer:
- Arbeidswet
- Binnenaanvaringreglement
- Boterwet
- Drankwet
- Eerste optreden op de plaats van het misdrijf
- Grondwet
- Inrichting der Politie
- Jachtwet
- Loterijwet 1905
- Mollen-, Egels- en Kikvorsenwet
- Motor- en Rijwielwet
- Motor- en Rijwielreglement
- Openbare Vervoermiddelen (Wet-)
- Opiumwet
- Politie (Inrichting)
- Rechterlijke Organisatie
- Steenhouwerswet
- Surveillance op straat
- Trekhondenwet
- Veewet
- Vereniging en Vergadering (Wet-)
- Verkeersreglement
- Verordeningen van den Rijkscommissaris
- Visserijwet
- Vleeskeuringswet
- Vogelwet
- Vreemdelingenwet van 1849
- Vreemdelingenwet (reglement) van 1918
- Wapenverordening
- Wapenwet
- Wegenverkeersregeling
- Werktijdenbesluit voor Winkels 1939
- Wetboek van Strafrecht
- Wetboek van Strafvordering
- Winkelsluitingswet
- Woningen (Binnentreden ingevolge plaats, verordening, vr. 129)
- Woonwagens en woonschepen
- IJkwet
De 4e Sectie van de 1e Politie Compagnie Schalkhaar.
Namen die ik mij nog herinner zijn:
Middelste rij van l. naar r.:
Draaijer - Geurts - Melgert - Nootenboom - ? - Oosting - Jacobs - Maarten de Jong - W. een fanatieke instructeur die mij vaak bestrafte.
Onderste rij van links naar rechts
- De Jong (een Fries) - Ruud Hoppes - ? - Blickwedel - Moulijn - ? -
Bovenste rij alle ???????
Een andere sectie van de 1e Compagnie 1943 met Bataljonscommandant Hagen.
Rechts van de commandant zit mijn plaatsgenoot Jan Deiman (instructeur), een goede Nederlander
Enkele namen in willekeurige volgorde:
C.Nooteboom - C.Moerland - Aart de Jong - W.B.A.Weenink - A.Fake
J.K.van der Bergh - van Duuren - P.Jakobs - Ph. S. Arendshorst - Geurts
Jan Doef - Hupje - Nauta -Vrijmoed - D.Weijers
van Delden - Jan Damme - Peters - Stubbe -Slobbe
A.v.d.Broek - van der Vijver - Jan de Jong - M.C. van Tol - Maarten
- Joris de Jong - Verhulst - G.Heijligers -Slotboom - Wolves, de fanatieke instructeur
Al deze manschappen gingen in februari 1944 (zonder kader) naar Rotterdam.
Het wachtpeleton dat 's nachts op het kazerneterrein heeft gepatrouilleerd
en 's morgens aantreedt voor inspectie van de bataljonscommandant Majoor Hagen.
V.l.n.r.
Instructeur/wachtcommandant Grijpstra, Cornelis Breukink, ?, ?,?, Petrus Johannes Geurts,
Jochem Melgert, Ruud Hoppes, ?, Hendrik Frederik Willem Blickwedel,
Hendrik Willem Klein Haneveld.
In het wachthuisje Eppe Oosting
Februari 1944 ging een compagnie naar Rotterdam. En marcheerde door Rotterdam
Standplaats Westersingel Rotterdam.
Na de opleiding werd de 1e Politie Compagnie (4 secties) en ook onze 4e sectie als 1e Politie Compagnie op 1 februari 1944 gestationeerd aan de Westersingel te Rotterdam. Ook daar bestond de dienst veel uit sporten, zowel op de binnenplaats aan de Westersingel, evenals op de Nenijtobaan. Voorts zwemmen in het Oostelijk Zwembad aan het Oostplein. Ons werk bestond uit wachtdiensten bij het Raadhuis Coolsingel en het Gasfabriek nabij het Marconiplein.
1944. Sport op de binnenplaats van het Bureau Westersingel
Naar het Oostelijk zwembad om te zwemmen
Op wacht voor de kazerne Westersingel 12 in Rotterdam
Met een collega van mij zijn we met succes adressen van NSB-ers gaan verzamelen met medewerking van collega's van bureau Boezemsingel en Hoflaan. Eenmaal kregen we opdracht om fietsen vorderen. Dat wekte bij een aantal van ons weerstand op. We overlegden hoe we dat zouden kunnen saboteren.
Het saboteren was gevaarlijk, want commandant Suk was vaak in de omgeving. Meerdere malen ben ik bij hem op het bureau ontboden om een berisping in ontvangst te nemen. Eenmaal ben ik met nog een aantal collega's door hem bedreigd met de kogel. Wij hadden, terwijl we bij de gevorderde fietsen op het D.P. station wacht moesten houden, vernielingen aangericht aan de fietsen. We werden voor de tweede keer opnieuw met vijf man bij hem op het bureau ontboden, waar ons werd gezegd: "wanneer zoiets nog eenmaal gebeurt, worden jullie onmiddellijk naar een kamp getransporteerd".
Dan komt eindelijk september 1944 aan de Westersingel. Een enerverende atmosfeer - onzekerheid i.v.m. invasie - allen aantreden op de binnenplaats -wapens afleggen - en in opdracht van de commandant worden we dan voor de keus gesteld: ondergebracht te worden bij de Duitse Politie, of … een vraagteken.
Een man of acht meen ik, gingen over naar de Duitse Politie. De rest, waaronder ik, kozen voor het vraagteken. De vraagtekens werden ondergebracht bij diverse bureaus als Wachtmeester der Staatspolitie. Ik met meerderen bij het bureau Oostervantstraat.
Razzia november 1944
Het was 's avonds 10 november 1944. Mijn collega, agent Gerrit de Groot, en ik waren in de kost bij Hendrik van Waardenburg (conciërge van het Politiebureau Haagseveer) in de Schefferstraat 20, nabij het Ungerplein. Daar kregen we via het verzet de tip om ons te verstoppen in het in aanbouw zijnde gebouw van de Nationale Nederlanden op de Schiekade voor een op komst zijnde razzia. Wij gingen op pad daarheen maar er bleek vanwege de afzetting al geen doorkomen meer aan. Wij gingen dus onverrichter zake terug en wachtten maar af. Achteraf bleek het goed te zijn dat we er niet door konden, want later hoorden we dat men in het in aanbouw zijnde gebouw handgranaten had gegooid.
Alle mannen van 17 t/m 40 jaar worden door de bezetter opgeëist
Dat gold ook voor ons als politiemannen van Schalkhaar.
Een duidelijk bewijs dat men geen vertrouwen in ons had.
De morgen van de 11e november was het dus buiten aantreden of huiszoeking van de Duitsers. Van de Duitsers die bij ons in de Schefferstraat 20 huiszoeking deden, moesten mijn collega Gerrit de Groot en ik mee in onze uniformen van Politie. Maar op ons verzoek -omdat er al twee personen uit een huis op transport gingen- kregen we de huiszoekers zover dat de heer Waardenburg, geboren 1904, mocht blijven, hoewel hij nog de grensleeftijd van 40 jaar had. Een geluk voor de familie Waardenburg.
Ja, ook wij als agenten van politie, waren het slachtoffer. Allen dus buiten opstellen en zo ging het in colonne naar het Nenijto-terrein. Daar werden we - ik weet niet op welke basis - geselecteerd, De een naar links en de ander naar rechts. Dan wederom in colonne naar het station Oost.
Uit het dagboek van een Rotterdammer:
10 november 1944 - Alarmtoestand! De politie en de marechaussee zijn ontwapend! De bruggen zijn opgehaald (..); op de hoeken der straten staan zwaar gewapende Duitse soldaten die niemand doorlaten; de schoolkinderen zijn weer naar huis gestuurd. De enkele mensen die nu nog aansluiting hadden op de telefoon, zijn nu ook afgesloten (ook de ziekenhuizen!) Zo begon de grote mensenjacht in Rotterdam. De Wehrmacht had de stad afgesloten. Huis aan huis werd het bevel verspreid dat alle mannen van 17 tot 40 jaar zich moesten melden. De Wehrmacht had dringend behoefte aan slaven om verdedigingswerken te bouwen. De huizen werden doorzocht. Op hen die trachtten te ontvluchten, zou worden geschoten. Vijftigduizend Rotterdammers werden afgevoerd.
Op het terrein Nenijto vielen nog een of meerdere schoten. Er werd verteld, dat iemand van de transporterende Rotterdammers zich had gemeld in het Nederlandse militaire uniform en had gezegd dat hij wel als krijgsgevangene wilde, maar niet als civiel. Hij scheen ter plekke te zijn gefusilleerd.
Op transport naar Duitsland
Wij gingen dan met de trein vanaf het station Oost richting Gouda en belandden in Ermelo waar we werden samengedreven in een bosachtig gebied, dat door Duitse militairen was afgezet. Daarvandaan ging het 's avonds naar een kerkgebouw in Ermelo, waar we meen ik hebben overnacht. De volgende dag gingen we per trein richting Enschede. Bij het naderen van de grens probeerden meerderen, waaronder ook ik, nog een geschreven briefje uit de trein te gooien, om achterblijvers op onze reis te attenderen. Er gingen geruchten dat de zoekers naar deze brieven vanuit de trein door onze bewakers werden beschoten.
Via Gronau ging het verder Duitsland in. Wij konden ons moeilijk oriënteren waarheen, want in de vee- of goederenwagons zaten uitsluitend kleine luiken. In ieder geval belandden we in de buurt van Essen. Daar stopte de trein, vermoedelijk door luchtalarm. De bewakers zochten ergens dekking en wij stonden dus aan een bombardement bloot, wat gelukkig voor ons goed afliep.
Een voorval in de trein van dat moment is mij altijd bijgebleven. Een collega-agent met de familienaam Visch, afkomstig uit Ermelo, hield bij het vallen van de bommen zijn handkoffertje als bescherming boven zijn hoofd. Men kan zich zo een paniekbeweging voorstellen, maar het was een kluchtig gezicht.
Nog eens even de situatie schetsen in een wagon met 65 mensen en dus bijna boven op elkaar zitten. Eten is zeer zeker een probleem geweest, maar ik kan me dat niet meer herinneren. Wel dat het erg benauwd was. Ook drinken was een probleem. Op een gegeven moment deed een fles water de ronde, ieder een slokje. En dan het probleem van je behoefte doen -natuurlijk diarree- op een krant en door het luikje er uitsmijten. Ik herinner mij slechts één keer van stoppen van de trein en dat we er onder bewaking uit konden.
Dan belanden we in Ulm. Daar werden we een aantal dagen ondergebracht in een Lager, waar veel gevangenen zaten, o.a. ook Russen. We constateerden al snel dat alles vol wandluizen zat. Ik weet niet hoeveel dagen we daar waren, maar tamelijk snel ging het richting Stuttgart (Bad Cannstadt). Daar werden we ondergebracht in een gebouw zonder vensters.
Vanuit dit gebouw ging het dagelijks naar het station en dan met een lokaaltrein ergens heen om daar te werken aan de spoorlijn: bomtrechters dicht maken en egaliseren met pikhouwelen, bij een hard bevroren bodem.
Op een dag staan we op het station op het eindpunt van het stationsemplacement te wachten om met de trein naar het werkpunt te gaan. Daar stonden twee treinen die na elkaar zouden vertrekken in dezelfde richting als onze werkplek. Wij wilden natuurlijk het liefst in de trein die het laatst vertrok, maar onze bewaker, de Duitse spoorman Heinrich, loodste ons naar de snelst vertrekkende trein. We dachten dus pech te hebben gehad, maar het was achteraf ons geluk. Onze trein vertrok en moest op een gegeven moment wachten voor een onveilig signaal. Dat duurde nogal lang en plotseling een enorme klap. Het bleek dat de tweede trein van het vertrekpunt met een enorme knal op die van ons was gebotst en in die trein vielen vele doden en zwaargewonden. Wij die voor in de eerste trein hadden plaatsgenomen kwamen er met builen en schrammen vanaf. Er ontstond een panieksituatie rondom de treinstellen, waar wij met de schrik vanaf waren gekomen.
Een volgend voorval waarbij we geluk hadden, was toen wij onderweg waren naar een werkplek in de buurt van Heilbronn. Maar voordat we daar waren aangekomen, werd de lucht a.h.w. zwart van de bommenwerpers, die Heilbronn voor een groot deel verwoestten.
Veel bombardementen hebben we ook meegemaakt in Stuttgart, vaak de schuilkelder in. Wat ik mij ook herinner, waren schuilkelders in kegelvorm in Ulm of Stuttgart en bij de ingang de mededeling: "Buitenlanders naar boven".
Gevlucht van Stuttgart naar Ter Apel
Dan de situatie in de gebouwen op de Louisesplatz (wij noemden het luizenplaats). In Stuttgart was er bewaking en ook werd er 's ochtends en 's avonds appèl gehouden. Maar er was voor ons toch een zekere mate van bewegingsvrijheid. Wij waren met z'n zessen reeds geruime tijd bezig om vluchtpogingen voor te bereiden: agent Gerrit de Groot, Jan Malan in brandweeruniform, Johan Knüpke (rechercheur) die perfect Duits sprak en ik. En dan nog de eerder genoemde agent Visch en nog een agent. Beide laatstgenoemden lieten het afweten i.v.m. verantwoording voor hun achtergebleven familieleden. Begrijpelijk, wij vieren waren ongehuwd.
Knüpke had voor onze vluchtpogingen onder andere contact gelegd met de pastoor en de pastoor had contact met het Arbeidsbureau (Frau Meijer). En Frau Meijer als ingewijde, bezorgde ons de (Rückkehrschein) terugreis-bescheiden naar Holland. Als motief voor die bescheiden werd gebruikt dat wij met z'n vieren (drie van ons waren immers in uniform) een transport naar Stuttgart hadden gebracht en dat we nu terug moesten naar Holland.
Wij moesten 's avonds na het appèl verdwijnen en proberen vóór het ochtendappèl zo ver mogelijk zien weg te komen, zodat bij het ontdekken van ons verdwijnen het zoeken moeilijk werd. Een bepaalde avond ging het op weg met de bedoeling richting Zwitserland. Dat was de kortste weg naar de vrijheid. In Bad Canstadt waren Nederlandse postboden werkzaam en daar gingen wij nog even informatie halen. Van hen hoorden we dat de Zwitserse grens streng werd bewaakt en dat de vorige dag nog vluchtelingen waren gedood. Dus wij afblazen.
De volgende vluchtpoging ging richting Nederland omstreeks 11 januari 1945. We hadden het advies 's avonds van het station te vertrekken met een trein die uit Rottweil vertrok naar het Noorden. Dat zag er goed uit, maar bij het wachten op die trein kwam via de omroeper de mededeling dat die trein grote vertraging had. Pech! Dan een lokaal treintje genomen. We kwamen echter niet ver. Ergens in een militair kamp hebben we de nacht doorgebracht. Wij hadden voor de buitenstaander immers goede papieren.
De volgende ochtend ging het richting Würzburg, waar we op het station de nacht doorbrachten. En weer de volgende ochtend kregen we vervoer in een militaire trein met Russen in Duitse militaire uniformen en met Duitse Officieren. Ook een generaal was daarbij die, zoals later bleek, naar het front in Arnhem ging. Ik weet niet precies meer de route van de trein. Wel nog, dat we ten zuid- westen van de stad Minden, door laag vliegende geallieerde vliegtuigen die heen en weer vlogen (men kon de piloot duidelijk zien) beschoten werden. De trein was intussen gestopt en allen vluchtten uit de trein zodra de vliegtuigen even verdwenen om te keren. Meerdere malen vlogen ze laag over de trein. Ook de militairen vluchtten weg en zochten met ons dekking. De locomotief werd zwaar beschadigd .
Velen van deze Russen, die zich toen bij de bevolking in het landelijk gebied met boerderijen van eten probeerden te voorzien, moesten voor straf na appèl op een open wagon de reis mee vervolgen.
Tijdsduur van een en ander is mij niet bijgebleven. Wel probeerden we te lokaliseren waar we zo ongeveer waren. De trein bestond uitsluitend uit gesloten wagons waarvan wij de grote schuifdeuren, indien gewenst, konden openen. Onze onderkomst daar was bij enkele onderofficieren, die wij gezegd hadden dat we op de terugweg waren. Mijn drie collega's moesten naar het westen en ik naar het noorden naar Ter Apel, waar mijn ouders woonden.
Op een gegeven moment ontdekten we dat we de grens passeerden. In de morgen toen het al wat licht werd, naderde de trein langzaam een klein stationnetje. We vroegen aan iemand die aan het spoor werkte, waar wij waren. Het bleek Almen (Laren) te zijn. Daar heb ik snel met een sprongetje de trein verlaten. We wisten namelijk, dat als men over de IJssel was, het teruggaan naar het noorden voor mij moeilijk zou zijn.
Bij een boerderijtje heb ik dan maar aangeklopt. Het was een prachtige ontvangst. Na mijn uitleg direct gebakken aarden enz. Met de fiets heeft iemand mij een eind op weg gebracht en ik ben dan verder gelopen richting Nijverdal. Bij schemerdonker passeerde mij een wielrijder die ik heb gevraagd om onderdak voor de nacht. Hij nam mij mee naar zijn huis en daar heb ik de nacht doorgebracht. De volgende morgen ging ik via de Lemelerberg in de sneeuw richting noorden. Het water stond mij in de schoenen. Voor de dorst nam ik sneeuw. Onderweg werd ik aangehouden door een onderluitenant van politie (ik meende van Schalkhaar). Van hem moest ik mij direct bij de eerstvolgende politiepost melden. Natuurlijk heb ik dat niet gedaan. Enige kilometers voor Ommen werd het wederom donker en vroeg ik aan een voorbijganger of hij wist waar ik kon overnachten. Hij verwees mij direct naar zijn ouders, een klein boerderijtje. Ook daar werd ik gastvrij ontvangen met eten, enz. De volgende morgen weer te voet verder. Spoedig had ik het geluk met een auto mee te kunnen rijden die turf ging halen ergens in de buurt van Emmer-Erfscheidenveen. De resterende kilometers ging het te voet naar mijn ouderlijk huis, aankomst 18 januari 1945 ca. 8 uur 's avonds. Daar was bij mijn familie grote blijdschap. Maanden hadden ze overal geïnformeerd zonder aan de weet te komen waar ik was en maanden hadden ze niets van mij gehoord. Toen was het onderduiken geblazen in de hoop dat niemand mij had gezien.
Door de Landwacht gearresteerd
Op 17 maart 1945 was ik met mijn moeder in het achterhuis/bijkeuken bieten aan het schoonmaken voor het maken van stroop. Op zo'n 20 meter achter ons huis roept een buurjongen van een jaar of 10: "Ruud ze willen je halen!" Als ik opkijk, staat er een landwachter met geweer in de aanslag achter ons huis in de tuin. Opzij en voor het huis waren de andere trawanten met o.a.: Wubs, Berends en Alsema, die later levenslang zou krijgen.
Mijn moeder viel in onmacht. Ik kon haar opvangen, maar dat was blijkbaar te veel. Ik kreeg te horen: "Laat haar maar vallen, anders slaan we jou er ook bij neer." Ik mocht in huis nog even wat noodzakelijke kleding aantrekken en toen ging het in een arrestatieauto, waarin nog enkele arrestanten zaten, naar Hotel Dopper in Stadskanaal waar de SD hun bivak had. We werden daar ondervraagd en geregistreerd en vervolgens naar de Marechausseekazerne in Stadskanaal gebracht. De Marechaussees daar waren goede vaderlanders. Zij vroegen of ik nog iets wenste, of iets te verbergen had. Ik heb daar mijn aantekeningen over de vlucht die ik thuis had opgeschreven en bij mij droeg én mijn terugreis-bescheiden laten verbranden, zodat mij dat bij latere verhoren niet zou belasten.
De volgende dag moesten we weer de arrestatieauto in. Op de Kielsterachterweg maakten de Landwachters een stop omdat er vliegtuigen over vlogen. Ze sloten de wagen af en gingen zelf dekking zoeken. Na het verdwijnen van de vliegtuigen gingen we verder richting Groningen. Tot onze schrik naar het Scholtenshuis, waar de beruchte SD haar zetel had. Daar werden we bij binnenkomst geslagen en toegesnauwd: "Opstellen met gezicht naar de muur!" en "We zullen je zo doodschieten!", uitroep van de SD'er Lehnhof. Vervolgens werden we opgesloten in het politiebureau aan het Martinikerkhof, waar we in een grote zaal waren ondergebracht.
De ouderlijke woning (eerste woning op de kaart) waar ik was ondergedoken
en door de Landwacht werd gearresteerd op 17 maart 1945
Zo nu en dan moesten we buiten het politiebureau onder strenge bewaking werkzaamheden verrichten, zoals op- en afladen van goederen. Met nog iemand maakte ik een afspraak om op een gegeven moment te vluchten. Daar kwam helaas de bewaker achter. Het gevolg was cellulaire opsluiting.
Op vrijdag 13 april 1945 werd ik losgelaten omdat de Canadezen Groningen waren genaderd. Waar moest ik heen? Ik meldde mij toen aan bij de politiecommandant, die mij het verblijf in het politiebureau aanbood.
Door de Canadezen bevrijd
Op vrijdag 13 april 1945 vechten de Canadese bevrijders zich een weg naar de stad Groningen en nemen de stad onder vuur. Ik dacht dat het 14 of 15 april was dat vanuit de Oosterstraat de Canadezen oprukten naar de Grote Markt.
Op de Grote Markt stonden veel gebouwen in brand. We hadden angst dat het politiebureau zou worden getroffen of dat het bureau zou worden bedolven onder een instortende Martinitoren. Wij zochten bescherming in de kelder van het bureau. Vier dagen en drie nachten laaiden de vlammen om ons heen en bevonden we ons in de gevechtslinie. Het laatst werd er vanuit de Kreupelstraat nog door Duitsers geschoten richting Oosterstraat.
Eruit konden we niet vanwege de schutters nog hier en daar. Na enige tijd zagen wij de mogelijkheid om eruit te breken. Een brigadier nam mij mee naar zijn huis aan de Turfsingel. Na een oriënterend gesprek kwam ik in dienst van de Groninger Politie. Ik kreeg onderkomst bij een familie Plenter aan de Turfsingel.
De Grote Markt in Groningen, werd enige dagen na de gevechten verwoest.
In het gedeeltelijk uitgebrande Scholtenshuis. was de SD gevestigd.
Linksachter de Martinitoren was het politiebureau waar ik gevangen zat.
Door vrienden (P.O.D.) gevangen genomen
In groepjes van ca. 8 man moesten wij als politiemannen en mensen uit het verzet, overal waar de stad bevrijd was, huizen doorzoeken naar eventueel achtergebleven of verstopte Duitsers of Nederlanders, arresteren en verhoren. Het was toen nog een ongecontroleerde en onoverzichtelijke situatie.
Na vermoeidheid konden we wat uitrusten en slapen op noodbedden in de Korenbeurs en werden daar door het Rode Kruis verzorgd. Deze situatie had enige dagen geduurd. Misschien ruim een week, ik weet het niet exact.
Wij lagen dan weer eens op onze noodbedden uit te rusten. Er waren enorm veel mensen in de Korenbeurs, het was een komen en gaan. Plotseling werden we ruw gewekt en zelf gearresteerd en zonder enige uitleg afgevoerd naar het Huis van Bewaring en in cellen opgesloten.
Daar zat ik dan, beduusd en ontdaan in de gevangenis, mij van geen kwaad bewust. Overal buiten straatfeesten en gejoel van mensen die de bevrijding vierden. De bevrijding waarnaar je altijd zo naar had verlangd en uitgekeken. Er kwam geen enkele uitleg over het hoe en waarom we in deze situatie terecht waren gekomen.
Eerst na ca. zes weken kwam de mededeling dat we uit gevangenschap werden ontslagen met de verklaring, dat een burger in Canadees uniform in onze groep een politiek verleden had. Maar waarom die dan niet alleen gearresteerd? Voor ons was en bleef dit een ondoorzichtige situatie en een raadsel hoe men acht mensen zonder aan te horen en zonder uitleg zes weken lang gevangen kan zetten.
Terug naar standplaats Bureau Oostervantstraat, Rotterdam
Na zes weken, op 13 juni 1945, kreeg ik een vergunning van het Militair Gezag
om weer terug te keren naar mijn standplaats:
de Gemeente Politie te Rotterdam
Bureau Oostervantstraat.
Ik was toen 21 jaar en had niets. Ook geen kleding. Alleen mijn uniform. En de lonen bij de politie voor een 21-jarige politieman waren laag. Ieder moest zelf maar met de situatie zien klaar te komen. 6 juli 1945 moest men i.v.m. de geldsanering aanvangen met de omruiling van 10 gulden oud voor tien gulden nieuw (het zg. tientje van Lieftinck). Ik bezat toen zelfs nog geen tien gulden oud, dus leende ik het van mijn toenmalige kostvrouw Knoester aan de Diergaardesingel 55b, waar ik onderdak had gevonden, samen met mijn collega Arendshorst.
1945
Ruud Hoppes regelt het verkeer
Rotterdam-West, achter Ruud de Maastunnel
LINK
1946
Jubileumfoto gemaakt bij de jubilaris Hoofdagent Van der Linden van het Bureau Gemeentepolitie Oostervantstraat bij hem thuis in Rotterdam - West:
familieleden en collega's van bureau Oostervantstraat.
Ik zit rechtsboven op de schutting naast de door een collega omarmde jongedame
Zuiveringsbesluit
Het Zuiveringsbesluit werd kort na de oorlog in werking gezet om onderzoek te verrichten naar de politieke betrouwbaarheid van iemand. Een zekere wachtmeester Jan Adrianus Rolloos, geboren 1 maart 1902 te Papendrecht (mij geheel ombekend), had mij NSB-sympathieën verweten omdat hij mij wel eens in gesprek had gezien met enkele NSB-collega's uit onze sectie. Dat had tot gevolg dat een nader onderzoek naar mijn politieke betrouwbaarheid in oorlogstijd werd ingesteld.
Dit voorbeeld laat eens weer zien hoe er soms op onterechte verklaringen verkeerde beslissingen werden genomen. In mijn geval heeft men dit tijdig ingezien, maar velen zijn er die door onjuiste verklaringen van getuigen, die in hun bekrompen fantasie iets meenden te weten, daarvoor ten onrechte hebben moeten boeten.
Maar dit voorbeeld laat ook zien, dat er maar enkele NSB'ers onder de Schalkhaarders zaten en dat Nazisympathieën daar niet op prijs werden gesteld.
POLITIE ROTTERDAM
Centraal Bureau
Afd. Administratie Zuivering
Kopie van origineel!
********************
R A P P O R T.
Naar aanleiding van het verzoek van het Directoraat Generaal van Politie,om een hernieuwd onderzoek betreffende Rieuwert Hoppes, geboren 4 Februari 1924, wonende Schefferstraat 20 te Rotterdam, stelde ik Pieter Cornelis Kerpel, agent van Politie te Rotterdam, op Vrijdag 21 December 1945, na daartoe bekomen opdracht een onderzoek in en hoorde de navolgende agenten allen afzonderlijk. Nadat ik hen terzake had ingelicht, verklaarde:
Willem Bernardus Albertus Weenink, geboren 11 April 1924 te Eindhoven: Daar ik bij de 1e Politie Compagnie te Rotterdam als adminstratievekracht was ingedeeld, vernam ik daar dikwijls welke straffen er werden uitgedeeld. Ik hoorde daar dat Hoppes voor zijn anti-Duitsche houding meerdere malen werd gestraft.
Hoppes was ingedeeld bij de 4e Sectie van de 1e Politie Compagnie die uit ± 30 Man bestond. Daar Melgert een N.S.B. er, ook in die Sectie was is het mogelijk dat Hoppes wel eens met hem heeft gesproken, doch dat werd haast door al de jongens gedaan, daar Melgert een kinderlijk type was en als goed bekend stond voor zoover een N.S.B.er goed genoemd kan worden. In Augustus 1944 heeft de N.S.B. wachtmeester A.de Jager eens tegen mij gezegd, dat Hoppes uit moest kijken, daar hij zich te scherp anti uitliet.
Theodorus van der Stelt, geboren 27 September 1923 te Rotterdam, verklaarde: Sinds Februari 1943 ken ik de door U genoemde Hoppes. Naar mijn mening is het een antiman. Hij heeft verscheidene malen een schrobbering gehad door zijn Anti nationaal-Socialistische houding. Het is mij niet bekend dat hij ooit een onvaderlandsche daad zou hebben verricht. Hoppes stond bij zijn collega`s gunstig bekend.
Aart de Jong,geboren 9 Juli 1922 te Nieuwlekkerland,verklaarde: Hoppes was een tegenstander van het nationaal-socialisme. Hij sprak wel eens met de N.S.B.ers Oosting en Komdeur, doch dat deden wij allen. Veelal was Hoppes met hun in discussie over de politiek, hij was dan nogal scherp. Hoppes stond bij de jongens van de 1e Politie Compagnie gunstig bekend.
Aalbert Fake, geboren 27 November 1924 te Amsterdam verklaarde: Hoppes was een scherpe tegenstander van het nationaalsocialisme en stond zijn collega`s gunstig bekend. Hij is dikwijls door zijn anti houding gestraft. De N.S.B.ers in 1e Compagnie, met wie hij wel eens sprak, stonden als niet gevaarlijk geschreven, zoo dat wij allen van tijd tot tijd wel eens met hen in gesprek raakten.
Johannes Koenraad van den Bergh, geboren 15 December 1924, te Kedichem,verklaarde: Indien wij bij de 1e Politie Compagnie onvaderlandsche opdrachten kregen, was Hoppes een der grootste dienstdrukkers.
Cornelis Moerland, geboren 9 December 1923 te St.-Annaland, verklaarde: Hoppes was scherp in zijn discussie tegen de N.S.B.ers Komdeur en Oosting, maar ging wel eens met Komdeur passagieren. Tijdens de zangles en andere lessen, welke niets uitstaande hadden met het politievak, stak hij de draak en bracht zo'n les wel eens in disorde.
Cornelis Nootenboom, geboren 9 juli 1922 te Rotterdam verklaarde: Hoppes was een zwaar anti N.S.B. Nam veel de N.S.B.ers in het ooitje en was scherp in zijn discussie tegen het nationaal socialisme. Hij stond algemeen bekend als een der grootste tegenstander van de N.S.B.
Jan Adrianus Rolloos, geboren 1 maart 1902 te Papendrecht, verklaarde: Op grond van zijn omgang met Komdeur, Melgert en Oosting (N.S.B ers ) achtte ik Hoppes niet politiek betrouwbaar. De bedoeling van mijn vroeger afgelegde verklaring was aandacht op Hoppes te vestigen, om een grondig onderzoek naar hem te doen instellen.
Tenslotte hoorde ik, rapporteer, Hendrik van Waardenburg, geboren 20 Maart 1904 te Rotterdam, van beroep conciërge bij de Politie, wonende Schefferstraat 20 alhier,die verklaarde: Gedurende de tijd dat Hoppes Bij mij in de kost is geweest,heb ik hem leren kennen als een tegenstander van de N.S.B. Rotterdam , 21 December 1945.
get. P.C.KERPEL
15 Maart 1946 ontving ik mijn verklaring van politieke betrouwbaarheid in oorlogstijd.
Verklaring (Zuiveringsbesluit) Departement van Justitie, een formaliteit direkt na WO II
15 Maart 1946 ontving ik mijn verklaring van politieke betrouwbaarheid in oorlogstijd. Op 18 januari 1946 werden de politiemannen met een Schalkhaaropleiding, die volgens het zuiveringsbesluit zich in de oorlog als goede Nederlanders hadden gedragen, geconfronteerd met ongenuanceerde uitlatingen van de ex-illegale werker en ARP Tweede Kamerlid Smallenbroek, met zijn opmerking: "De belangrijkste vraag is hoe het mogelijk is geweest, dat die beruchte Schalkhaarders bij de zuivering niet collectief zijn ontslagen. Ik vraag mij af, of deze personen wel in het gezagsapparaat kunnen worden gehandhaafd. Hier moet krachtig worden ingegrepen." Die onjuiste kritiek van een bewindsman, die de misdaad van weinigen de hele groep aanwreef, veroorzaakte veel onrust en paniekreacties bij velen. Ondanks dat we een goed geweten hadden, vroegen we ons af wat er met ons ging gebeuren.
De veroordelende term "beruchte Schalkhaarders" is een uitdrukking die kant nog wal raakt. Smallenbroek gaat er aan voorbij wat er in het overgrote deel van de Schalkhaarmannen leefde en ook dat Schalkhaarders in kampen en elders het leven hebben gelaten. En hij sluit zijn ogen er voor, dat bij de razzia in Rotterdam ook de Schalkhaar-agenten (ca 65 man) werden gevangen genomen en als dwangarbeiders naar Duitsland werden getransporteerd. Als die agenten nazi-gezind waren geweest en daarbij zelfs ook nog berucht, had men ze zeer zeker daarvan vrijgesteld.
Ex-Schalkhaarder Doesburg, die na de oorlog hoofdcommissaris van politie te Utrecht is geweest, was beslist geen beruchte Schalkhaarder!
Op deze op het terrein van de 1e Compagnie Politie Opleiding Bataljon (Staatspolitie Schalkhaar) genomen foto
(3 juli 1943) staat Doesburg, de latere hoofdcommissaris van politie te Utrecht, rechts bovenaan
Er zijn zeker zwarte schapen onder de Schalkhaarders geweest. En er zullen zeker ook wel enigen door de mazen van het zuiveringsbesluit zijn geglipt zoals instructeur W. bijvoorbeeld, die in Schalkhaar werkelijk fanatiek was en ook mij vaak bestrafte. Hij ging na de bevrijding weer dienst doen bij de gemeentepolitie in Rotterdam. Niemand protesteerde daartegen, wat mij zeer verbaasde. Maar de moed ontbrak ook mij voor een protest omdat men door alle negatieve berichtgeving onzeker was geworden.
Kleine zonde, grote gevolgen
Als jong politieagent van 23 jaar in 1946, had ik wel wat littekens achter de rug. Vooroorlogse armoede. Proberen te overleven in de oorlog waarbij je niet altijd kon en mocht doen wat het toenmalige gezag van je eiste. Dus moest je saboteren. Met die instelling stond je 's ochtends op en ging je 's avonds naar bed. Vervolgens dwangarbeid, vluchten en gevangenneming. En ten slotte de valse beschuldigingen van de Politieke Opsporingsdienst te Groningen in april 1945, waarvan ze pas na ca. zes weken moesten bekennen dat ze fouten hadden gemaakt en overijverig waren geweest. Pas in de vijftiger jaren vond de rehabilitatie plaats via de Rechtbank te Groningen met toekenning van een schadevergoeding van 15 gulden per dag. Maar het leed was al veroorzaakt.
Het was in de oorlog een woelige situatie waarin men leefde. De noodzaak om te overleven dreef velen tot handelingen die wettelijk niet door de beugel konden. Ook in de eerste naoorlogse jaren gold dat nog, waarbij hier en daar iemand tegen de lamp liep. Vaak natuurlijk de kleinen, die geen raffinement hadden en eenmalig in de fout gingen. Zo werden mijn collega en ik, (door een kennis die mij o.a. een colbertje die ik zo nodig had en niet kon kopen uit zijn garderobe gegeven had en mij 20 gulden had geleend) voor het karretje gespannen om ten gunste van hem sigaretten in beslag te nemen. Gevolgen: het werd direct ontdekt. Ook direct huis van bewaring en proces: 9 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.
Zo'n misstap werd je bijzonder zwaar aangerekend.
Wat stom van je om daar in te trappen, zegt men dan. Inderdaad, maar het zij zo. Een collega schreef mij: "Veel bureaus waren destijds corrupt en zo lek als een mandje. Ik heb bij vier bureaus dienst gedaan en als ik daarover een boekje open had gedaan, dan had men gelijk zo'n tien man kunnen ontslaan. Voor ieder rayoncommandant was het een prachtige uitvlucht, om die onregelmatigheden op die jonge Schalkhaarders af te wimpelen."
20 januari 1947 ontving ik het wettelijk bewijs dat de P.O.D. mij ten onrechte had gearresteerd
De burgermaatschappij
Daar stond ik dan: aanvang juli 1947 met een Politiediploma waar ik niets meer mee kon en een diploma Machinebankwerker, en nog een niet uit te wissen litteken uit mijn politieperiode. De enige mogelijkheid was om weer zinvol werk te zoeken om nog weer gestalte te geven aan de rest van mijn leven.
In augustus 1947 had ik een Monsterboekje aangevraagd. Zo zou mijn jeugdwens om op zee te gaan, wat door de dreigende oorlogsomstandigheden destijds niet was gelukt, toch nog in vervulling gaan.
Om de tijd voor aanmonstering op een schip te overbruggen, meldde ik mij als machinebankwerker op de Scheepswerf en Machinefabriek "Waalhaven" te Rotterdam, waar ik op 24 september 1947 kon beginnen. In de loop van oktober 1947 werd mij door de Arbeidsbeurs voor zeelieden te Rotterdam een baan aangeboden op het schip de Willem Ruys, dat in een Zuid-engelse haven lag. De volgende dag al zou ik vanuit Hoek van Holland met de nachtboot moeten vertrekken. Voor de laatste formaliteiten moest ik me nog even op de Arbeidsbeurs melden. Bij informatie door de arbeidsbeursambtenaar bij de personeelschef van de Waalhaven bleek men daar niet bereid om mij ontslag te geven. De reden was gebrek aan personeel op de scheepswerf. Er viel niet te praten met de personeelschef en de Arbeidsbeurs kon mij niet aannemen zonder een ontslagbewijs. Voorlopig moest ik mijn zeemansloopbaan-wens op een laag pitje zetten.
En dan treft het lot mij opnieuw. In de tweede helft van december 1947 tijdens mijn werk glijd ik uit en kom met mijn linkerhand in een draaiende sleeschaafbank. Het grootste deel van de vingers van mijn hand wordt afgerukt.
Vermelding van het ongeluk in de krant:
Op de scheepswerf "Waalhaven" aan de Waalhaven
is gistermiddag de 23-jarige bankwerker R. Hoppes uit de Banierstraat uitgegleden
en met zijn linkerhand terecht gekomen in een draaiende schaafmachine.
De vingers van die hand werden gedeeltelijk afgekneld.
Hij is in het Bergweg Ziekenhuis opgenomen
Kerstdagen 1947 bracht ik door in het Bergwegziekenhuis. Daar drong het tot mij door: nooit een baan op zee met slechts de beschikking over één hand!
Op de Scheepswerf maakte men mij magazijnchef van het voorraadmagazijn.
Omdat er nog steeds grote woningnood was in Rotterdam en het misschien jaren zou duren om daar een oplossing voor te vinden, nam ik 10 december 1948 bij de scheepswerf ontslag om in het noorden van het land te trouwen en te wonen.
Een half jaar woonde ik bij mijn ouders in Ter Apel. Ik had een tijdelijke baan gevonden in Groningen in de verkoop en boekhouding van een ijzerwarenhandel. Zes dagen in de week met de bus Ter Apel-Groningen v.v. 56 km. 's Ochtends om 6 uur van huis weg en 's avonds om 9 uur er weer in.
Na een half jaar vond ik een tijdelijke woonoplossing in Groningen. Daardoor was het mogelijk om 's avonds te kunnen studeren voor het Praktijkdiploma boekhouden, Moderne bedrijfsadministratie en het Staatspraktijkdiploma.
Ruud Hoppes
1961
37 jaar
Van 1951 tot 1965 ben ik in dienst bij de fa. P. C. Nanninga te Groningen als Procuratiehouder, belast met verkoop en administratie.
De directeur-eigenaar A.R.Nanninga, was een prachtmens. We hadden een zeer goede verhouding. Met hem heb ik veel buitenlandse beurzen bezocht. We fabriceerden een patent-product. Helaas voor mij komt dan het contact tot stand met een groot concern die de productie wil overnemen. De ondertekening van het contract kan nog maanden duren door juridische formaliteiten, maar het is zeker dat op termijn voor mij daar in het concern geen plaats is.
In overleg met mijn directeur ga ik solliciteren. Het komt tot diverse contacten, waarvan één uit het midden van het land met een fabriek en een dependance in het noorden. Deze directeur komt direct bij ons op bezoek en om de zaak kort te houden: ik was de man die hij zocht voor het leiden van de dependance, naast een technische man. Het klonk alles fantastisch. Hij zou alles regelen, huisvesting etc. Hij was ook een geboren noorderling en zo pasten we goed bij elkaar. Het was een man uit de top van het Nederlandse verzet met een hoge onderscheiding.
Even zogoed als bij een politie-eenheid in oorlogstijd, wordt men ook in de burgermaatschappij geconfronteerd met laagstaande individuen.
Aanvankelijk leek alles goed te lopen maar al spoedig tekende zich een ander mens af als gedacht. Het was werken zonder op de tijdsduur te letten en men kon op de mentaliteit en voorgeschotelde systeem en werkwijze alleen maar ja en amen zeggen, om niet in ongenade te vallen.
Het was een dictatoriaal bewind. En wanneer ik voor de ca. 50-60 werknemers in de fabriek met voorstellen kwam over de lonen. wimpelde hij dat vaak af met het commentaar: "Laat ze eerst maar eens werken, je zou een staaf ijzer nemen en ze het veen inslaan." En daar moest ik het dan vaak mee doen!
Een personeelslid (ook nog familie van de directeur), een volwassen man die dag en nacht klaar stond, zat eens te huilen in een hoek van de fabriek. Mij heeft dat pijn gedaan. Maar als ik de directeur 's maandags van de trein haalde, was zijn eerste vraag: "Hoe was het gister in de kerk?" Dat was voor hem belangrijker dan een menswaardige houding tegenover zijn personeel. Met de directeur van een firma naast ons was hij goed bevriend. Zij dronken af en toe een glaasje. Met die firma ging het financieel niet zo goed. Mijn directeur wist dat, en merkte op: "Laat hem maar doodbloeden, dan neem ik die zaak over." Dit zijn maar een paar voorbeelden uit vele.
Bij mij waren door de houding van mijn directeur maagproblemen ontstaan, wat uitmondde in maagperforatie en een spoedoperatie in het ziekenhuis. Maar ik kreeg geen bezoek van de directeur in het ziekenhuis. En op een brief die ik schreef bij mijn thuiskomst waar ik wachtende was op herstel, kreeg ik als enige reactie een mededeling om mij te melden bij het bedrijf. Daar kreeg ik een brief voorgelegd om te lezen en direct daarop te reageren. Dit weigerde ik met de mededeling dat ik de brief eerst in alle rust wilde bestuderen. Resultaat: woedend met een rode kop. In de brief stond nl. dat ik blijk had gegeven de functie niet aan te kunnen. En dat zou ik dan maar toegeven.
Met dit voorbeeld voor ogen zou ik tegen de heer Smallenbroek en consorten willen vragen: Hoe is handhaving van zo'n verzetsman mogelijk geweest? In alle structuren (ook die met een goede naam) komen laaghartige mensen voor die, als zij in een machtspositie terecht komen, zich minderwaardig gedragen. Ieder individu dient daarom naar zijn handelen en persoonlijke omstandigheden te worden beoordeeld. De misdaad van enkelen kan men niet ten laste leggen aan een hele groep.
Ik bleef nog enige weken in functie. Toen de directeur van een firma waarmee ik veel contact had, van mijn problemen hoorde, kreeg ik van hem het aanbod om bij hem te komen werken. Dit tot grote woede van mijn voormalige directeur. In deze nieuwe baan bij V.d.Borg en Heslinga te Groningen heb ik als chef-verkoop binnen- en buitendienst gewerkt van 1969 tot 1978. Toen werd ik geveld door mijn oorlogstrauma. Ik werd 100% arbeidsongeschikt verklaard.
POLITIE BUREAU
Oostervantstraat
Schefferstraat
In 1980 haalde ik nog eens herinneringen op van de plaatsen van vroeger, zoals de Ingang van het politiebureau aan de Oostervantstraat en mijn kosthuis aan de Schefferstraat, vanwaar ik met de razzia in 1944 werd weggevoerd naar Duitsland.
SCHADELOOSSTELLING NEDERLANDSE DWANGARBEIDERS WO II
In 2001verschenen er via de media mededelingen dat er voor personen die in oorlogstijd in Duitsland werden gedwongen te werken, de mogelijkheid bestaat om bij de Stichting Burgeroorlogsslachtoffers (SBO) te Apeldoorn, Project Schadeloosstelling Nederlandse Dwangarbeiders WO II, een claim in te dienen voor een financiële schadeloosstelling. Daarvoor diende ik mij aan op grond van het feit dat ik op11 november 1944 als dwangarbeider naar Duitsland was afgevoerd, met als nasleep daarvan gevangenschap tot 13 juni 1945. Als reactie ontving ik de mededeling dat ik niet voor een financiële schadeloosstelling in aanmerking kwam.
Een van mijn volgende stappen is dan een mail d.d. 13 mei 2004 naar de directie van de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II. Het antwoord komt dan 9 juni 2004.
De antwoordbrief is hieronder overgetypt:
Geachte heer Hoppes,
Het is voor mij onbegrijpelijk dat een Nederlandse regering wordt geweigerd om aan de onderhandelingstafel te kunnen pleiten voor zijn landgenoten. Men had hier volgens mij niet mee akkoord moeten gaan.
In reactie op uw e-mail van 13 mei 2004 kan ik u het volgende vertellen. Ik heb uw e-mails aandachtig gelezen en ik wil hier benadrukken dat ik het betreur hoezeer u heeft geleden door uw gedwongen tewerkstelling in Duitsland gedurende de Tweede Wereldoorlog.
De schadeloosstelling van de ex-dwangarbeiders is een zaak van de Duitse regering. Voor de schadeloosstelling is door de Duitse regering en het Duitse bedrijfsleven dan ook een fonds opgericht. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) is vervolgens door de Duitse regering belast met de uitvoering van de schadeloosstelling van de niet joodse ex-dwangarbeiders die niet uit de Oosteuropese landen afkomstig zijn, en dus ook voor de Nederlanders. De IOM is gekozen vanwege een wereldwijde spreiding van haar kantoren. Op verzoek van de IOM heeft de toenmalige Stichting Burger-Oorlogsgetroffenen (SBO) hierin voor Nederland een belangrijke taak gekregen. Bij de SBO was al een door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)gesubsidieerd centraal meldpunt voor ex-dwangarbeiders ingericht. De SBO heeft een loketfunctie op zich genomen en heeft de aanvragen gecontroleerd op volledigheid. De gecontroleerde gegevens zijn vervolgens bij het Hoofdkantoor van het IOM in Genève ingediend. Het hoofdkantoor is verantwoordelijk voor de uiteindelijke beslissing over het verstrekken van een uitkering.
U schrijft dat uw verzoek om schadeloosstelling is afgewezen. Het blijkt dat slechts weinig niet-joodse, niet Oost - Europese ex-dwangarbeiders voor een schadeloosstelling in aanmerking komen. Hier heeft de Nederlandse regering helaas geen invloed op. Ik kan u verzekeren dat toenmalig Minister Borst van het Ministerie VWS herhaaldelijk contact heeft gezocht met de partijen die bij de onderhandelingen over het Duitse fonds betrokken waren. Er werd steeds weer op aangedrongen om aandacht te besteden aan de positie van de Nederlandse ex-dwangarbeiders en het verruimen van de strenge criteria om voor schadeloosstelling in aanmerking te komen. Ook de toenmalige minister-president, de heer Kok, heeft zich persoonlijk ingezet om deze kwestie bij de onderhandelende partijen onder de aandacht brengen. Ondanks deze herhaaldelijke bemoeienissen is Nederland aan de onderhandelingstafel geweigerd. De criteria om in aanmerking te komen voor schadeloosstelling staan vast en ook nu bestaat er geen mogelijkheid voor de Nederlandse regering om in deze kwestie in te grijpen.
Uit uw mails begrijp ik dat u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de beslissing van de IOM. Dit lijkt de enige, maar gezien de strenge criteria zeer kleine, mogelijkheid om alsnog in aanmerking te komen voor schadeloosstelling.
Het Nederlandse kabinet heeft vanzelfsprekend begrip voor de behoefte aan erkenning voor ondergaan leed tijdens de gedwongen tewerkstelling, zoals ook bij u het geval was. Dit leed valt niet te vergoeden met geld. Laat mij u verzekeren dat de overheid, weliswaar laat, aandacht heeft gekregen voor erkenning van de ex-dwangarbeiders. De ex-dwangarbeiders hebben thans een eigen positie in de wetten voor oorlogsgetroffenen, er zijn mogelijkheden voor immateriële hulpverlening, er zijn monumenten opgericht en er is geschiedschrijving over de ex-dwangarbeiders.
Ik verwacht dat ik u hiermede voldoende heb geïnformeerd.
Hoogachtend,
De Directeur van de Eenheid
Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II
mw. drs. P.Huitsing MCM
Er zijn dwangarbeiders geweest die het er veel minder hebben afgebracht dan ik. Velen hebben hun dwangmatig verblijf in Duitsland moeten bekopen met de dood. Anderen raakten lichamelijk gehandicapt. Weer anderen ondervonden hun verdere leven nadelige gevolgen van hun dwangarbeid. Er zijn ook dwangarbeiders uit Duitsland teruggekomen met een ziekte, waaraan zij later overleden of waarvan zij wel herstelden, maar waardoor hun verdere toekomst negatief werd beïnvloed.
"Dit leed valt niet te vergoeden met geld," stelt de directeur van de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II. Dat is waar, maar ook niet met een excuus.
Het toekennen van een financiële compensatie echter, is het bewijs van erkenning en een welgemeend excuus. Op zijn minst had de Duitse regering aan alle afgewezenen een oorkonde op naam kunnen aanbieden, met een eenmalig bescheiden geldbedrag als bewijs van erkenning en medeleven.
Een dergelijk voorstel had de Nederlandse regering m.i. op zijn minst aan de Duitse regering moeten voorleggen.
Nu maar eens zien hoe de Duitse ambassade reageert:
Ook deze antwoordbrief is hieronder overgetypt:
Geachte heer Hoppes,
Excuses namens de Bondsregering en vergeving gevraagd. Het is toch wel iets. Maar het kan mijn mening op de vorige brief van de directeur van de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II, niet wegnemen.
Uw teleurstelling dat u van het IOM geen compensatie voor verrichte dwangarbeid heeft gekregen kan ik heel goed begrijpen. De redenen hiervoor heeft u reeds kunnen opmaken uit de beschikking van de IOM. Staat u mij toe dit nog eens toe te lichten.
De compensatieregeling voor dwangarbeiders kwam vooral tot stand, omdat joodse en Oosteuropese dwangarbeiders gedurende de Tweede Wereldoorlog meestal onder bijzonder harde en buitengewoon onwaardige en mensonterende omstandigheden dwangarbeid moesten verrichten. Hiermede wordt zeker niet geloochend dat ook Westeuropese dwangarbeiders onder persoonlijke en materiële ontberingen te lijden hadden. Bijna alle in Oost-Europa levende dwangarbeiders hadden echter bovendien na het neerkomen van het ijzeren gordijn ook verder een zwaar lot vol van ontberingen. Zij werden ertoe veroordeeld meer dan veertig jaar lang in onvrijheid te leven, waar als verzwarende omstandigheid bij kwam, dat vele van hen werd verweten te hebben gecollaboreerd met Hitler Duitsland. Ook bleven zij buitengesloten van de economische bloei tijdens de naoorlogse periode.
Om het ondergane leed tenminste voor een klein deel weer goed te maken, werden door de Bondsregering en de Duitse industrie financiële middelen ten bedrage van 10 miljard mark ter beschikking gesteld. Tevens werd vastgelegd dat dwangarbeiders uit West-Europa die een vergelijkbaar hard lot hadden ondergaan als dwangarbeiders uit Oost-Europa ook gecompenseerd dienden te worden. Een compensatie voor alle Westeuropese dwangarbeiders was wegens onvoldoende middelen jammer genoeg niet mogelijk. De regeringen van alle Westeuropese landen zijn hierover geïnformeerd en zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de getroffen regeling. Desondanks ontstond in de openbaarheid de indruk, dat alle dwangarbeiders konden rekenen op een compensatie.
Dat veel Westeuropese dwangarbeiders geen compensatie ontvangen, betekent in geen geval dat de Bondsrepubliek Duitsland niet ook hun lot betreurt. Zij vraagt om vergeving voor datgene wat hun is wedervaren.
U kunt ervan verzekerd zijn dat wij in Duitsland juiste lering hebben getrokken uit het onheil van de Nazi-barbaarsheid, zodat iets dergelijks zich nooit meer kan herhalen. Hopelijk ziet u de negatieve beschikking van de IOM niet als afstandname hiervan. Voor dat wat u in Duitse naam is aangedaan, wil ik u ook in naam van de Bondsregering om excuses en indien u dit mogelijk is om vergeving verzoeken.
Met vriendelijke groet
i.o.
Dr. Michael Frank
Met het openbaar maken van mijn ervaringen heb ik willen laten zien hoe jeugdomstandigheden van grote invloed kunnen zijn op iemands levensloop. Want het mag duidelijk zijn dat, als ik in een welgesteld gezin was opgegroeid en naar de HBS was gegaan, mijn levensloop een geheel andere wending had genomen.
Nu, als gebrandmerkt ex-Schalkhaarder, politieman in oorlogstijd, wil ik graag getuigen dat het etiket van fout en berucht, dat de ex-Schalkhaarders na de oorlog is opgeplakt, geheel ten onrechte is. Dit komt alleen voor rekening van een, naar verhouding klein aantal verkeerd ingestelde Schalkhaarder politiemannen.
Met deze bijdrage hoop ik ook een dienst te hebben bewezen aan al mijn oud-collega's, ex-Schalkhaarder politiemannen en hun kinderen en kleinkinderen.
Geschiedenis School Weerdingermond Ter Apel (West)
Door oud leerling Ruud Hoppes.
Zie deze LINK
We laten hier dus slechts 1 foto zien met namen:
Op de Openbare Lagere school Ter Apel (west):
Klas 3 van de Openbare Lagere School Ter Apel West met onderwijzeres mej. Tack.
De kinderen zittend op de voorgrond waren z.g. gastkinderen,
nog niet leerplichtige kinderen die voor de foto mochten worden meegenomen door de schoolgaande kinderen.
4e van rechts met cirkel, Ruud Hoppes 5 jaar oud.
Rechts naast de jongen met het bord, neef Geert Hoppes.
Rechts daarnaast nicht Leonora Hoppes.
Via deze LINK zijn verdere dokumenten te vinden over de Openbare Lagere school Ter Apel (west)
Kompleet verhaal met alle prenten: LINK
Stamreeks
Rieuwert (Ruud) Hoppes
Zoon van 2 - Hommo Hoppes en Hinderika Harmanna Stanneveld:
1. RIEUWERT (RUUD) HOPPES, geboren maandag 4 februari 1924 in Ter Apel (Vlagtwedde). Beroep, politie / procuratiehouder / chef verkoop binnen- buitendienst. Gehuwd, zaterdag 18 december 1948 in Stadskanaal, 24 jaar, met ANNA WOLTMEIJER, 23 jaar, geboren dinsdag 28 april 1925 te Exloërmond (Dr.) Overleden zondag 18 november 1984 te Groningen, 59 jaar oud. Tweede huwelijk 7 april 1993 te Lohmar, 69 jaar, met GISELA ANNA FRANZISKA DIENING, 49 jaar, geboren maandag 14 juni 1943 in Köln (Dld.).
Kinderen uit 1e huwelijk:
I. Hommo Albert Hoppes, geb. 1 december 1949 te Groningen.
II. Albert Hommo Hoppes, geb. 30 september 1951 te Groningen.
Ruud woonde vanaf zijn huwelijk 1948-1965 te Groningen.1965-1969 te Assen. 1969-1986 te Groningen. Na het overlijden van zijn vrouw verhuisde hij in 1986 naar Emsland (Dld.) In 1991 verhuisde hij naar Lohmar nabij Keulen.
Ruud Hoppes met zoontjes:
Hommo Albert en Albert Hommo.
1955
Anna Woltmeijer met zoontjes Hommo Albert en Albert Hommo
1992
Ruud Hoppes en Gisela Diening
Generatie 5 (ouders)
Zoon van 4 - Riewert Hoppes en Geeske Hommes de Vries:
2 - HOMMO HOPPES, geboren zaterdag 1 september 1888 te Ter Apel (Vlagtwedde) (Gr.) Beroep boeren-arbeider/veenarbeider. Overleden donderdag 11 januari 1951 te Emmen (Dr.), 62 jaar oud. Gehuwd, 34 jaar oud, zaterdag 28 april 1923 te Vlagtwedde (Gr.) met HINDERIKA HARMANNA STANNEVELD, 21 jaar oud. Geboren zaterdag 22 juni 1901 te Ter Apelkanaal (Vlagtwedde Gr.). Overleden woensdag 30 oktober 1985 te Appingedam (Gr.), 84 jaar oud. Dochter van Harmannus Stanneveld en Alberdina Brongers, 2e huwelijk in 1953 met Pieter Siepel, overleden in 1981.
Kinderen:
1. Rieuwert (Ruud) Hoppes) (zie 1).
2. Hermannes Hoppes, geb. donderdag 25 december 1930 te Ter Apel (Vlagtwedde).
Overleden omstreeks 2006 in Appingedam (Gr.) ongeveer 76 jaar oud.
1927 Ruud met vader op foto - 1928 Ruud met moeder op foto
Ruud Hoppes in zondagspak in de tuin
Ruud op foto met nichtje Ali Roede voor zijn geboorte huis,
het huis van zijn grootouders en ouders aan de Westerstraat in Ter Apel.
Grootouders woonden aan de voorkant van de woning,
de ouders met hun kinderen in het achtergedeelte van de woning.
Het huis werd afgebroken voor de aanleg van een autoweg.
Het gezin Hommo Hoppes verhuisde nadien naar de nieuw aangelegde rij woningen aan de Westerstraat
De nieuw aangelegde rij woningen aan de Westerstraat.
Het eerste huis links op de foto werd bewoond door de familie Hoppes
Hinderika Harmanna Hoppes-Stanneveld met zoontje Ruud
en haar schoonmoeder Geeske Hommes Hoppes-de Vries
Medaillon gedragen door
Hinderika Harmanna Hoppes-Stanneveld
met foto van haar zoon Ruud,
als staatspolitie in oorlogstijd
Ansichtkaart
die Hinderika Harmanna Hoppes-Stanneveld na de oorlog zond aan haar zoon Ruud
in dienst van de gemeentepolitie in Rotterdam
Generatie 4 (grootouders)
Zoon van 8 - Geert Hendriks Hoppes en Meeke Riewers Veening:
4 - RIEWERT HOPPES, geboren maandag 20 december 1852 te Niebert (Marum) (Gr.) Overleden woensdag 4 maart 1931, 78 jaar oud. Gehuwd. 29 jaar oud, zaterdag 15 april 1882 te Odoorn (Dr.) met GEESKE HOMMES DE VRIES, 27 jaar oud, geboren maandag 23 oktober 1854 in Ooststellingwerf (Fr.) Overleden vrijdag 27 december 1935 in Haulerwijk (Fr.) 81 jaar oud. Dochter van Homme Harmens de Vries en Grietje Hendriks Blom.
Kinderen:
I. Geert Hoppes, geb. omstreeks 1887 in Vlagtwedde (Gr.) Gehuwd, op zaterdag 14 februari 1914 in Vlagtwedde met Hilligje Oosterhof, 21 jaar oud, geboren op maandag 27 juni 1892 in Odoorn (Dr.) Dochter van Labbert Oosterhof en Leonora Kruiming.
II. Hommo Hoppes (zie 2).
III. Grietje Hoppes, geb. 1894 in Vlagtwedde (Gr.) Gehuwd, 25 jaar oud, zaterdag 27 september 1919 in Vlagtwedde (Gr.) met Arend Roede, 20 jaar oud. Arend is geboren in 1899 in Emmen (Dr.) zoon van Stoffer Roede en Aaltien Dekker.
Generatie 3 (overgrootouders)
Zoon van - 16 Hendrik Geerts Hoppes en Siebrigje Feikes Brilstra:
8 - GEERT HENDRIKS HOPPES, geboren omstreeks 1807 in Grootegast (Gr.) Beroep dagloner. Overleden zaterdag 29 maart 1856 in Grootegast (Gr.) ongeveer 49 jaar oud. Gehuwd donderdag 27 augustus 1835 in Grootegast (Gr.) met MEEKE RIEWERS VEENING, 20 jaar oud, geboren maandag 20 februari 1815 in Zevenhuizen (Leek) (Gr.). Overleden zondag 10 juli 1870 in Schoonoord (Sleen) (Dr.) 55 jaar oud. Dochter van Riewert Hendriks Veening en Albertje Jans (Albertje) Kobes.
Kinderen:
I. Hendrik Geerts Hoppes, geb. maart 1836 in Grootegast (Gr.) Overleden op zaterdag 9 april 1836 in Grootegast (Gr.) 14 dagen oud.
II. Siebrigje Geerts Hoppes, geb. omstreeks 27 april 1838. Overleden zondag 13 mei 1838 in Grootegast (Gr.) ongeveer 16 dagen oud. III. Albertje Hoppes, geb. omstreeks 1840 in Grootegast (Gr.) Overleden zondag 8 maart 1891 in Nieuw Amsterdam (Emmen) (Dr.) ongeveer 51 jaar oud. Gehuwd, ongeveer 30 jaar oud, op dinsdag 5 april 1870 in Sleen (Dr.) met Berend Nap, 52 jaar oud, geboren zondag 8 maart 1818 in Nieuwolda. Overleden maandag 23 augustus 1880 in Sleen (Dr.) 62 jaar oud. Zoon van Aldert Geerts Nap en Martha Berends Aeilkema.
IV. Siebrigje Hoppes, geb. 1844 in Grootegast (Gr.). Overleden zaterdag 14 februari 1925 in Schoonoord (Sleen) (Dr.) 81 jaar oud. Gehuwd, 20 jaar oud, vrijdag 20 mei 1864 in Ooststellingwerf (Fr.) met Geert Buist, 28 jaar oud, geboren dinsdag 10 mei 1836 in Marum (Gr.) Overleden dinsdag 15 maart 1887 in Odoornerveen (Odoorn) (Dr.) 50 jaar oud. Zoon van Jan Jennes Buist en Lamke Klasens Aakster.
Siebrigje hertrouwd, 50 jaar oud, dinsdag 13 februari 1894 in Odoorn (Dr.) met Johannes Harmens de Vries, 66 jaar oud, geboren dinsdag 13 maart 1827 in Haule Ooststellingwerf (Fr.). Zoon van Harmen Hommes de Vries en Geeske Hendriks Lap. Hij is weduwnaar van Engeltje Jans de Vries (± 1826-1866) met wie hij trouwde op maandag 12 april 1852 in Ooststellingwerf (Fr.), hij is weduwnaar van Fetje Jongstra (1823-1893), met wie hij trouwde op dinsdag 13 februari 1894 in Odoorn (Dr.) Siebrigje hertrouwt, 58 jaar oud, zaterdag 11 oktober 1902 in Sleen (Dr.) met Jan Kuiper, 69 jaar oud, geboren op dinsdag 6 aug. 1833 in Sleen (Dr.) Zoon van Jan Kuiper en Zwaantien Luiken. Jan is overleden donderdag 1 januari 1914 in Sleen (Dr.) 80 jaar oud. Hij is weduwnaar van Jantien Jans Kelder (1820-1884) met wie hij trouwde op zaterdag 4 oktober 1856 in Zweelo (Dr.) Hij is weduw-naar van Jantje Rozema (1836-1902), met wie hij trouwde op zaterdag 23 april 1892 in Sleen (Dr.). Geboren dinsdag 6 augustus 1833 in Sleen (Dr.).
V. Riewert (Riewert) Hoppes, geboren 1848 in Grootegast (Gr.). Overleden maandag 5 augustus 1850 in Niebert (Marum), 2 jaar oud.
VI. Riewert Hoppes (zie 4).
Generatie 2 (betovergrootouders)
Zoon van 32 - Geert Hoppes en Geertje:
16 - HENDRIK GEERTS HOPPES, geboren omstreeks 1767. Beroep dagloner. Overleden donderdag 25 februari 1841 in Grootegast (Gr.), ongeveer 74 jaar oud. Gehuwd met SIEBRIGJE FEIKES BRILSTRA. Zij is gedoopt omstreeks 1770 te Lutjegast (Grootegast Gr.) Overleden donderdag 1 oktober 1863 in Grootegast (Gr.), ongeveer 93 jaar oud. Dochter van Feike Feikes en Grietje N.N.
Kind:
I. Geert Hendriks Hoppes (zie 8).
Generatie 1 (vroegst bekende stamouders)
32 Geert Hoppes gehuwd met Aaltje N.N.
Kind:
Hendrik Geerts Hoppes, (zie 16)
Nu nog enkele nostalgische fotos van mijn school te Ter-Apel: voor deze foto's zie deze LINK
Voor eventuele vragen of opmerkingen graag mailen naarruudhoppes@t-online.de
| Klik hier als je terug wilt naar het Gastenboek |
|---|
|
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker .... |
| Terug naar de top |
|---|