Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Het wijnkopersoproer in Rotterdam in 1751

Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email:
aad@engelfriet.net

Op onze site kun je meer vinden over de in dit verhaal genoemde namen en aspekten, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld oproer en klik op ENTER




Het wijnkopersoproer in Rotterdam in 1751

havelaar1 (42K)

havelaar2 (45K)

1710

Huwelijks cadeau voor Jan Havelaar

Wijnkoper Rotterdam; Hoofdman Wijnkopersgilde

In de zomer van 1751 brengt een oproer het gepeupel op de been en doet hen aan het plunderen slaan. De aanleiding tot deze gebeurtenissen is de volgende: de opbrengst van de impost van wijn en gedistilleerd over het jaar 1750 is de Staten tegengevallen. In april 1751 besluiten ze daarom van alle wijnkopers een eed te vergen dat ze niet zullen frauderen. Deze maatregel ontmoet in Amsterdam en Rotterdam veel verzet. Beide steden zijn invoerhavens van Franse en Spaanse wijnen, waar knoeierijen met de aangifte als vanouds ingeburgerd zijn. De pachters hebben vroeger altijd een groot gedeelte van de accijns moeten vinden door schatting van de ingezetenen, die geacht werden wijn te gebruiken, maar voor deze schatting is sedert de invoering van de collecte geen plaats. Men ziet nu in de eed een middel om de sluikerijen te voorkomen.

In Rotterdam, waar de wijnkopers een machtig gilde vormen, kan men bijna van een georganiseerd verzet spreken. Zij, van wie men vermoedt dat zij genegen zijn om zich naar de bevelen van hogerhand te voegen, worden met plundering bedreigd. Tegen de 14de juli worden de Amsterdamse en Rotterdamse wijnkopers gedagvaard om de eed af te leggen ten overstaan van schepen-commissarissen tot de rechtspraak over de gemene middelen. De meeste Amsterdammers voldoen hieraan, maar hun Rotterdamse collega's weigeren eenstemmig aan deze oproep gehoor te geven. Als tegenmaatregel weigeren de collecteurs de vereiste in- en uitslagbriefjes af te geven, zodat alle handel stilstaat. Verscheidene weken houden de kooplieden hun verzet vol. Zij zouden nog langer in hun houding hebben volhard, als de vrees dat Amsterdam daarvan zou profiteren door de wijnhandel tot zich te trekken, hen niet bewogen had water in hun wijn te doen.

Maar nog voor het zo ver is gekomen, gebeurt er iets, waardoor Cornelis van Oeveren (door stadhouder Willem IV "verheven van den wagenmakersschroef tot den degen") genoodzaakt wordt voor het eerst als hellebaardier in de wapenen te komen. Gelukkig hoeft hij zijn degen niet te gebruiken om "het gespuis" van het Admiraliteitshof te weren, want het opstootje dat de 17de augustus 's avonds in de Bierstraat is ontstaan, blijft tot die buurt beperkt, hoewel het zich aanvankelijk ernstig genoeg laat aanzien.

vanoeveren (59K)

Cornelis van Oeveren

Een aanzienlijk wijnkoper, Gerrit Hagedoorn, heeft die dag, in strijd met zijn op het gildehuis gedane belofte, de eed afgelegd en dientengevolge de nodige uitslagbiljetten gekregen om zijn klanten te kunnen bedienen. Het gerucht daarvan gaat als een lopend vuurtje door de stad. De andere wijnkopers, verontwaardigd over deze trouwbreuk, zetten het volkje uit de achterbuurten (dat zich nooit onbetuigd houdt, als er iets te beleven valt) tegen hun gildebroeder op. Zodra de avond is ingevallen, gaat het opgeruide volk tot baldadigheden over. De ruiten worden met stenen bekogeld en de deuren van de pakhuizen opengerammeid. Dan kan het feest beginnen. Okshoofden en flessen worden stukgeslagen en ieder, voor wie wijn anders een onbetaalbare weelde is, kan zich naar hartenlust aan het kostelijkste druivennat laven. In bloedrode stromen vloeit het over de straat en door de goten. Wie lege flessen of kruiken machtig kan worden, heeft ze maar voor het vullen. Een boot, die in de haven ligt, juist op de plaats waarin een van de goten uitloopt, raakt boordevol wijn. Is er dan niemand om voor dit alles een stokje te steken, vraagt men zich af. Waakt op de hoofdwacht onder het Stadhuis dan niet elke nacht een compagnie schutters om de orde te bewaren?

Ongetwijfeld is dit het geval, maar de burgerwacht komt bij zulke gelegenheden nu eenmaal altijd te laat. Hier openbaart zich, evenals later in de patriottentijd, het gemis aan een goedgetraind politiecorps, dat steeds onmiddellijk paraat is en op welks betrouwbaarheid men staat kan maken. Bij de burgerwacht is dit de laatste tijd een onzekere factor.

oproer1751 (48K)

1751

Protesten bij het huis van Gerrit Hagedoorn aan de Bierstraat

Als de compagnie onder kapitein Isaack van Alphen eindelijk komt aanrukken, zijn de pakhuizen leeggeroofd en moet juist het woonhuis van de wijnkoper het ontgelden. Met een hagelbui van flessen en stenen worden de schutters ontvangen, maar de kapitein spreekt hun moed in en weldra komt een tweede compagnie ter assistentie opdagen. Van twee zijden trekt men nu vastbesloten op de plunderaars aan, die, in het nauw gebracht, "als schuwe rekels met ingetrokken staert wegdruipen". Het huis wordt door een stevige wacht bezet om verder onheil te voorkomen. De aangerichte schade wordt op ruim f 15 000 begroot. De volgende dag laat de magistraat een scherpe publicatie afkondigen om de belhamels te achterhalen en herhaling van zulk een "tumultueus fait" door bedreiging met strenge straffen te voorkomen.

Met deze episode wordt de periode van woelingen onder het stadhouderschap van Willem IV afgesloten. Van een democratisch getinte volksbeweging is bij dit wijnkopersoproer trouwens geen sprake. Daarvoor hoeft men in deze tijd al niet meer bang te zijn. Als de stadhouder kort daarop ( 22 oktober 1751) overlijdt, hebben de regenten de teugels van het bewind weer stevig in handen. Na het overlijden van de regentes op 13 januari 1759, wanneer de Staten van Holland als voogden over de minderjarige Willem V de lakens uitdelen, steekt zelfs de correspondentie (in contracten van correspondentie werden de ambten en de opbrengsten ervan onder de stedelijke elites verdeeld) weer het hoofd op. De overeenkomst die vermoedelijk nog in 1759 tussen een groot aantal leden van de Vroedschap wordt gesloten, draagt de naam van "contract van eenigheid". De "vriendelijke correspondentie" heet daarin weer "het eenigste middel in staats en stadsregeeringe, waardoor 's Lands welzijn kan worden bevorderd". Ten aanzien van de vervulling van de vacante vroedschapsplaatsen is er bepaald, dat de drie oudste leden een drietal geschikte personen moeten voorstellen, die door de gehele Vroedschap op de nominatie zullen worden gebracht. Hij, die zijn voorslag door de verkiezing bekrachtigd ziet, heeft bij de volgende vacatures geen stem in het kapittel.
Deze correspondentie fungeert nog in het begin van 1766, het jaar, waarin Willem V zelf het bewind aanvaardt (8 maart). De 15de februari verbinden zestien heren zich schriftelijk tegenover hun medelid Mr. J.A. van der Hoeven, om Z.H. ertoe te bewegen hem te begunstigen met een van de twee commissiën, die tegen mei 1767 open zullen vallen en die niet voor zichzelf zullen ambiëren of aanvaarden. Bewijzen voor het voortbestaan van de kuiperij na de ambtsaanvaarding van Willem V ontbreken. Waarschijnlijk houdt ze dan geheel op.




Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net

Op onze site kun je nog meer verhalen vinden van haar, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Gerrie van der Laan en klik op ENTER






Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

15 Juni 2015