Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Wetenschappelijke arbeid van Ds. J. Scharp

Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email:
aad@engelfriet.net

Op onze site kun je meer vinden over de in dit verhaal genoemde namen en aspekten, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Scharp en klik op ENTER




Wetenschappelijke arbeid van Ds. J. Scharp

Hertaling.

Uit: J. Scharp, een predikant uit den patriottentijd.



En van de zes verhalen over Scharp, nieuwsgierig naar de andere vijf?

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Scharp en klik op ENTER




Naast zijn prediking verdient de wetenschappelijke arbeid van J. Scharp bijzondere vermelding, maar verwacht niet een kalme geleerde aan het werk te zien, die een krachtige stoot gaf aan de wetenschap en vele boeken geschreven heeft van voor haar blijvende betekenis. Dat was Scharp's taak niet. Hij populariseert de theologische wetenschap en altijd met een apologetisch doel. Godgeleerde werken van blijvende betekenis voor volgende geslachten heeft hij niet vervaardigd. Er is n boekje van hem, door Doedes in zijn Collectie van Rariora genoemd "een merkwaardige Leerrede". Maar voor het overige hebben zijn geschriften vooral deze waarde voor ons, dat zij ons de kwesties doen kennen, die toen de hoofden en harten in beslag namen en de wijze waarop een gelovig apologeet het christendom en de kerk meende te moeten en kunnen verdedigen.

In het bijzonder moet ik stilstaan bij hetgeen Scharp zegt van en tegen illuminaten of verlichten. Een ongelovige tijd is gewoonlijk ook een bijgelovige. Tegen eenzijdige verstandsrichting zoekt men onder hen, die het geloof verlaten hebben, zijn heil in onze tijd (1906) bij theosofie, spiritisme, mystiek, waarin het gemoed van de mensen zijn rechten laat gelden. Zo wreekte zich ook in de laatste jaren van de 18de eeuw de eenzijdige verheffing in geloofszaken van de rede en van het dusgenaamd gezond verstand. Het ontbrak dan ook niet aan mensen, die zich op geheime krachten beriepen en op bovennatuurlijke verlichting of zich in staat achtten niet algemeen ontdekte krachten der natuur tot genezing van ziekten te kunnen gebruiken. Scharp vat hen allemaal samen onder de naam illuminaten. Het gedeelte van zijn leerrede, dat over hen gaat, kan doorgaan voor een verhandeling over toverij en geestenzienerij, met aanhaling van onnoemelijk veel literatuur. Er zijn blijkbaar gevallen, die hem aanleiding geven, dit onderwerp uitvoerig te behandelen.
Barbara van Nout, een verpleegde in het weeshuis, die daar dus door regenten en doktoren van nabij kon worden waargenomen, is 13 jaar lang ziek geweest en op geheimzinnige wijze, door toepassing van het magnetisme volkomen genezen door een zekere heer Nyphon, die geheel belangeloos optrad en zonder vertoning te maken daarna terstond weer naar zijn vaderland terugging. Ds. A. Layell, predikant bij de Schotse gemeente te Rotterdam, "besteedt zijn snipperuren om door magnetisme zijn evenmens te dienen en genas reeds velen van allerlei stand". Ook somnambulisme was ijverig werkzaam.

Scharp is in de lectuur over deze illuminaten bijzonder goed thuis en zijn oordeel is bedachtzaam. Dat er veel bedrog onder schuilt, toont hij met een reeks voorbeelden aan. Marion, Fage en Cavalier, drie Franse vluchtelingen, die zich "nieuwe profeten" noemden; de gewaande mirakelen te St. Medard aan het graf van de abt Paris 1727, een heilige der jansenisten, die hem later verloochenden; de bezetenen te Loudun 1740, Schrpfer te Dresden, die van huzaar geestenziener werd; Gszer, een priester duivelbanner in Zwitserland 1774, die ook de eerlijke Lavater een tijdlang meesleepte, en meer anderen passeren hier de revue.
Minder goed weet Scharp, hoe hij moet oordelen over de wonderlijke genezingen door aanrakingen en wrijvingen van de Ierse edelman Greatrakes (na 1662). Er zijn ontelbaar vele gevallen geregistreerd. "Wonderwerk was het niet, ook de mislukking somtijds bewijst dit genoegzaam". Afgesproken bedrog evenmin. Toch is hij ook niet geneigd hierin een samenwerking van dweperij, inbeelding en bedrog te zien. Mesmer zelf was immers niet vrij van bedrog. Maar Scharp gaat in zijn bestrijding niet verder dan geleverde bewijzen hem toelaten.

Het magnetisme, de theorie, dat er een vloeibare, bij uitnemendheid fijne stof is, om haar werking best magnetisch geheten, die de ganse natuur bezielt, waarvan men door zekere kunstbewerkingen zich meester kan maken en die men dan tot genezing kan aanwenden; - dat kan en durft hij niet te beoordelen. De adviezen der geleerden lopen uiteen, de proeven zijn zeker en daadzaken laten zich niet wegredeneren; maar er zijn hier nog zoveel onbeantwoorde vragen, dat hij zich onbevoegd noemt. Er zijn al veel dingen, die men vroeger voor toverij hield, uit de wetten der natuur verklaard, wie weet, wat volgende tijden ook ten opzichte van deze duistere werking aan het licht zullen brengen? Men maakt onderscheid, aldus doceert Scharp ons verder, tussen de zwarte en de witte magie. De eerste, die van de tovenaars der oudheid, geen goochelaars, zoals sommige mensen menen, stond in verband met de boze geesten; de laatste slechts schijnbaar wat wonders, gebruikt de natuurlijke maar weinig bekende krachten. Hij gaat de gehele geschiedenis na, van de Eucheten uit de 4de eeuw af tot Swedenborg toe, om telkens de dwaze overdrijvingen aan te tonen, waaraan men zich op dit gebied schuldig heeft gemaakt. Zeker heeft zijn onderzoek er niet weinig toe bijgedragen zijn hoorders uit de opgewonden en bijgelovige beoordelingen van de verschijnselen van zijn tijd terug te roepen tot een nuchtere en kalme overweging. Zijn hoorders zeg ik, want wij zouden bijna vergeten, dat dit alles van de kansel behandeld is.

Aangaande zijn theologische beschouwingen hebben wij niet veel bijzonders te vermelden. Over de uitverkiezing schrijft hij: "De leer der predestinatie, dikwijls gelasterd, heeft niets onredelijks. Of wat is God betamelijker dan een voorbeschikking over het eeuwig lot van gevallen zondaren? een verkiezing tot Genade en deugd zonder voorwaarde, en tot zaligheid onder voorwaarde van het ingewerkt geloof en heiligmaking?"
Ook over de zoendood van Christus dacht hij even kerkelijk rechtzinnig. Wij zien, dat hij op de hoofdpunten niet afweek van de aangenomen leer van zijn kerk. Onbekrompen en ondubbelzinnig sluit hij zich bij haar belijdenis aan en al heeft hij geen dieper inzicht gehad in de geestelijke dingen dan de meesten van zijn tijd, hij kent ook geen ander dan het bijbels christendom, dat hij met overtuiging van het hart verdedigt.

Na zijn godgeleerde arbeid, staan wij stil bij een strijd van kerkelijke aard, die Scharp te voeren had. Het geval van Meyer gaf er aanleiding toe. In het boek, dat hij daarover schreef, had hij zich in een zeer uitvoerige aantekening uitgelaten tegen hen, die de confessie aanvielen en als het gevoelen van de gereformeerden voorstelden, dat deze aan de formulieren van enigheid een gezag toekenden, dat alleen aan de bijbel toekomt. Met kracht komt hij hierin op voor de onmisbaarheid van de belijdenisschriften. Nu waren het juist de dagen, waarin de remonstranten in samenwerking met andere protestanten het denkbeeld van een vereniging van alle hervormde gezindten in n kerkverband voorstonden. Zij hadden daartoe een "Brief van onze broederschap aan alle protestantse leraars en opzieners in Nederland" doen uitgaan.

Het denkbeeld kon alleen opkomen in een zo weinig principile tijd, als deze was en zelfs ingang vinden bij een Haagse predikant als Serrurier. De hoop, die daardoor gewekt wordt, om het plan te zien slagen, maakt de voorstanders des te scherper tegen hen, die het bestrijden. Zij kennen de invloed van Scharp in de gemeente en het verwondert ons niet, dat wij remonstrantse predikanten tegen hem zien optreden.
Gerbrand Bruining, predikant te Berkel, later te Rotterdam het eerst. Die merkt zeer ter snede op: "Gij Scharp" - "beruchte Scharp," noemt hij hem, - "hebt u tegen de opmerkingen van Meyer over het verschil der systemata, op het algemene christendom beroepen en zelf gezegd, dat men de bijbel niet naar een systeem verklaren mag, maar het systeem aan de bijbel moet toetsen. Waarom hebt gij aan dat algemeen christendom niet genoeg? Hadt gij dt maar aan Meyer gebracht. Nu is al uw werk bij hem vergeefs geweest." - Aan de overige argumenten gaan wij nu voorbij.
Maar hoe oppervlakkig deze mannen waren en hoe gemakkelijk zij heenstapten over de bezwaren blijkt wel hieruit, dat Bruining schrijft: "tot samenwerking der verschillende genootschappen is alleen maar wat verdraagzaamheid nodig; zelfs het verschil van vr- en tegenstanders van de kinderdoop zou wel op te lossen zijn, als de eersten besluiten konden de doop, wiens meerdere of mindere plechtigheid voor de dopelingen toch onverschillig is, aan huis te verrichten en in het gemeenschappelijk kerkgebouw alleen bejaarden te laten dopen". Hij besluit zijn brochure met een allerhatelijkst vers.

Noot: Het pamflet van Bruining is getiteld: J. Scharp's redenlooze bitterheid tegen de bestrijders der Formulieren. 1797.




Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net

Op onze site kun je nog meer verhalen vinden van haar, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Gerrie van der Laan en klik op ENTER






Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

16 Juli 2018