Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

19 korte verhalen over Rotterdam

Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email:
aad@engelfriet.net

Op onze site kun je meer vinden over de in dit verhaal genoemde namen en aspekten, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Rotterdam en klik op ENTER




19 korte verhalen over Rotterdam




1. Rotterdam in 1775 volgens Jakob Jonas Björnstahl

Hertaling uit het Duits.

Jakop Jonas Björnstahl,1731-1779, Zweeds reiziger. Jakob Jonas Björnstahls brieven op zijn buitenlandse reizen aan de koninklijke bibliothecaris C.C. Gjörwell in Stockholm. Uit het Zweeds vertaald door Christian Heinrich Groskurd. Rostock, 1782. V, 361.

Rotterdam toont in veel opzichten gelijkenis met Venetië, is echter veel leuker en schoner, en heeft mooie open alsook bedekte lanen. Alle grachten zijn gevuld met schepen, die men hier bijna evenveel, als in Venetië gondels, ziet. Alle soorten vaartuigen kunnen hier binnenlopen, uitgezonderd Oost-Indiëvaarders en oorlogsschepen.




2. Hoe Heinrich Sanders Rotterdam zag in 1776

1754-1782, Duits natuurkundige, professor aan het gymnasium te Karlsruhe. Beschrijving van zijn reizen. Leipzig 1783. 1, 472.

Hertaling uit het Duits.

De straten in Rotterdam zijn als in heel Nederland onvergelijkbaar. Ze zijn breed, licht, en in het midden met stenen geplaveid; aan beide zijden is echter een weg voor de voetgangers met bakstenen belegd, waarop geen wagen of karos mag komen. Op sommige plaatsen zijn nog palen geplaatst. Daarnaast is aan de huizen nog een brede weg, met zwarte brede platen belegd, voor de voetgangers. Daar kan men ook als het regent droog en niet bespat te voet gaan. Het water van de dakrand wordt opgevangen en loopt op de hoeken van de straten in greppels, zodat men zich niet op zijn weg honderdmaal hoeft te laten oppoetsen zoals in Parijs. Bij de Beurs zag ik één keer een poetser, maar die had niets te doen.




3. Fragment uit "Sara Burgerhart" (1782)

Elisabeth Wolff-Bekker en Agatha Deken

1738-1804 en 1741-1804, Nederlandse schrijfsters.

"Sara Burgerhart", uitg. 1905. I, 105.

Hertaling.

"Hoe bevalt je ons Rotterdam? Wat liggen hier al reuzen van schepen in onze havens, hè, wat zeg je? Dat is wat anders dan jullie Amsterdamse lichters en vlotschuiten. Heb je geen frisse vrijer opgedaan, die de stad eens braaf op en neer met je kan lopen, en je zo eens op de Schotse kolenschepen brengen kan? Wel, je moet onze kerken zien; je moet naar de Erasmusmarkt. Daar staat Erasmus, levensgroot, met een bijbel in zijn hand. Ja, ik weet wel van je liefhebberij in lezen; ik lees nooit, maar elk zijn zin. En dan moet je door de Boompjes wandelen, en onze Beurs zien: onze stad is stikvol volk, en het gaat de kooplui heel goed; je weet, goed maakt moed; kom, je moet daar niet altijd bij tante zitten suffen: nu zij weer beter wordt, moet je eens zien waar je bent."




4. Charles Burney over muziek in Rotterdam in 1772

Vertaald uit het Engels.

Charles Burney, 1726-1814, Engels muziekgeleerde, organist en componist, maakte van 1770-1772 een reis voor bronnenstudie, ten behoeve van zijn "History of Music", de tegenwoordige toestand van muziek in Duitsland, Nederland en Verenigde Provinciën, Londen, 1773. II, 314 vlg.

M. van Hagen, een Duitser, die hier hoofdorganist is, is evenzeer een uitstekend vioolspeler, waarvan hij me overtuigde door een van zijn solo's te spelen. Hij was een leerling van Geminiani, en hij speelt niet alleen, maar schrijft heel veel in de stijl van de grote meester van de harmonie. Zijn dochter heeft een mooie stem, en zingt met veel gevoel en expressie. Zijn zoon was leerling van M.Honäur, in Parijs. Behalve deze feiten, was de enige ontdekking die ik in staat was te doen, wat betreft muziek, in deze grote en dichtbevolkte stad, dat zij verder niets meer omvatte om te ontdekken: want deze negatieve soort wetenschap is niet zonder nut, omdat ze de nieuwsgierigheid bevredigt en alle zelfverwijt vanwege onachtzaamheid uitsluit.




5. Elkanah Watson vertelt over Rotterdam in 1784

Vertaald uit het Engels.

Elkanah Watson, 1758-1842. Amerikaans landbouwkundige, die een werkzaam aandeel in de bevrijdingsoorlog nam en voor het overbrengen van belangrijke berichten naar Europa kwam. A tour in Holland in 1784. Door een Amerikaan. Worcester (Mass.), blz. 32 vlg.

In de buurt van Rotterdam, passeerden we een aantal bosjes aan onze rechterhand; en daarna zeilden we parallel aan de kade de Boompjes, een halve mijl, waar een mooie rij met elkaar vergroeide bomen ons het zicht op de prachtigste huizen die ik me kan herinneren ergens gezien te hebben ontnam. De oude schipper vertelde ons, dat de wegen onder deze bomen werkelijk bevallig waren, en veel bezocht door de beau monde, we vonden ze breed, met duidelijke voetpaden die goed overschaduwd werden.

We drongen met onze ogen door in het hart van deze fraaie stad, door twee of drie lanen die we passeerden; die ons zo'n bijzondere wanorde van masten, pieken, bomen, grachten, en huizen, allemaal met elkaar verweven, die me bijna deed geloven dat natuur en kunst deze verrukkelijke mix in een grillig moment hadden ontworpen, lieten zien.




6. Thomas Bowdler zijn brieven uit Holland

Vertaald uit het Engels.

Thomas Bowdler, 1754-1825, Engelsman, bekend door zijn gekuiste Shakespeare-uitgave. Brieven geschreven in Holland, in de maanden september en oktober, 1787. Londen, 1888, blz. 188 vlg.

De entree tot Rotterdam was buitengewoon mooi, de schepen in de Maas waren versierd met de Engelse en met Oranjevlaggen die samen een harmonieus geheel vormden. Ik was aangenaam verrast door de aanblik; maar ik was nog meer blij verrast te ontdekken dat de inwoners van Rotterdam alle tekenen van tevredenheid toonden bij het verschijnen (hoewel alleen symbolisch) van de Unie tussen Groot-Brittannië en de Republiek.

Een elegant diner werd gegeven bij de burgemeester; en er werd gedronken zoals passend was voor die personen die wensten dat de voorspoed en vriendschap van de twee landen voor de toekomst ononderbroken zou zijn. Kanonnen werden op hetzelfde ogenblik afgevuurd van de schepen in de haven, het gewone volk deelde in de algemene feestvreugde, en de avond werd afgesloten met een bal en souper.

Tenslotte, ik kon het niet helpen bijzonder vaak te kijken naar de versieringen, die, zowel in design als in uitvoering, alles van dat soort dat ik had gezien, overtroffen. Ze waren een uitdrukking van herbevestiging van de constitutie en de in ere herstelling van de Stadhouder, door de vereende pogingen van Pruisen en Engeland, en ook uitdrukking van de voordelen die de drie machten zouden kunnen halen uit de wederzijdse vriendschap en alliantie.




7. Hoe Jacob Christian Gottlieb Schaeffer Rotterdam zag in 1788

Vertaald uit het Duits.

Jacob Christian Gottlieb Schaeffer, 1752-1826, Duits geneesheer, lijfarts van de vorst van Thurn en Taxis. Brieven op een reis door Frankrijk, Engeland en Holland en Italië in de jaren 1787 en 1788 geschreven. Regensburg, 1794. II, 106 vlg.

Rotterdam is zeer volkrijk, en zou meer dan 70000 inwoners tellen: de straten zijn tamelijk breed, de huizen hoog en ietwat overhangend gebouwd. De stad is doorsneden met vele grachten, die hier havens, zoals in Amsterdam grachten, genoemd worden, en waarover ontelbare ophaalbruggen liggen, die grotere en kleinere vaartuigen naar alle delen van de stad de doorvaart verlenen. Een koopman kan zijn uit Oost-Indië komende schip voor zijn woning uitladen, met nieuwe waren bevracht, van voor zijn ramen naar de verst verwijderde werelddelen zien afzeilen.

Langs de meeste van deze kanalen, die steeds met schepen uit alle naties zijn aangevuld, staan hoge bomen, onder de schaduw waarvan men tussen water en huizen kan gaan wandelen. Over het algemeen zijn de wandelwegen in en om Rotterdam zeer aangenaam; overal ontdekt men brede, lange lanen en mooie, deels grote tuinen, die echter wegens de overal vlakke bodem, het afwisselende van de Engelse niet kunnen evenaren.




8. Samuel Ireland was in 1789 in Rotterdam

Vertaald uit het Engels.

Samuel Ireland, overleden in het jaar 1800, Engels handelaar in prenten en tekeningen, zelf tekenaar en graveur. Picturesque tour through Holland, Brabant and part of France. London, 1790, I, 22 vlg.

Rotterdam heeft vele voordelen van de waterdiepte in de grachten, die schepen met grote vrachten zelfs toelaat tot de deuren van de kooplieden. De kaden zijn ruim, verfraaid met bomen, en tonen de mooiste en meest pittoreske verschijning die je je kunt voorstellen. De Boompjes, of, zoals ze gewoonlijk wordt genoemd, Boompjeskade, op de oevers van de Maas, overtreft al het andere, en inderdaad alles van dat soort dat ik heb gezien.

De handel van deze plaats wordt geleid met de uiterste regelmaat, en met zo weinig lawaai en drukte, dat je jezelf eerder in een dorp waant, dan in de tweede stad van het meest commerciële volk in Europa. De jaarmarkt wordt hier nu gehouden, gedurende welke de hoofdstraten zijn bezet met marktkramen, of stalletjes, opgesteld dicht langs de grachten. Ze zijn gevuld met koopwaar, van speelgoed voor kinderen, tot de rijke gouden en zilveren snuisterijen voor hen die groter zijn.




9. De indruk die Carl Gottlob Kuettner van Rotterdam kreeg in het jaar 1790

Vertaald uit het Duits.

Carl Gottlob Kuettner, 1755-1802, Saksisch huisleraar in Engeland. Bijdragen tot de voortreffelijke kennis van de tegenwoordige toestand van Frankrijk en Holland met daardoorheen vergelijkingen met verschillende plaatsen en thema's. Leipzig, 1792, blz. 348.

Rotterdam is verreweg de mooiste handelsstad, die ik in de Nederlanden gezien heb. Amsterdam is, met haar vergeleken, lelijk, krap bemeten, ongerieflijk en treurig. Enkel Den Haag kan met haar wedijveren; alleen deze plaats beschouw ik als een ander soort stad. Haar handel is vergelijkenderwijs uiterst onbeduidend, en haar kanalen en scheepvaart zijn zo gering, dat ik haar eigenlijk echt als een landstad beschouw.

Rotterdam is groot, rijk, mooi, en het deel dat aan de Maas ligt, prachtig en majesteitelijk. Deze tak van de Maas is hier breder dan de Theems in Londen, en de kade, waarover ik spreek, bij het water open, en het hele vrije uitzicht wordt alleen maar door hoge bomen, die op de kade staan, onderbroken. De omgeving moet in de zomer bekoorlijk zijn.




10. De Boompjes in Rotterdam in 1794

Ann Radcliffe-Ward zag de Boompjes in Rotterdam in 1794. Vertaald uit het Engels.

Ann Radcliffe-Ward, 1764-1822, Engels romanschrijfster. Een reis gemaakt in de zomer van 1794, door Holland en langs de westelijke grens van Duitsland, met een terugkeer Rijn-afwaarts. Londen, 1795. I, 15 vlg.

Na een zeiltocht van twee uur konden we Rotterdam zien, omgeven door meer bos dan we tot nu toe zagen, en daarbovenuitstekend de grote toren van de Sint Laurens. De vlakke ligging stond ons hier niet toe om zijn omgeving te beoordelen; maar we bemerkten al spoedig de grandeur van een grote stad, zich uitstrekkend langs de noordoever van de Maas, die, nu zich uitspreidend in een prachtige baai, waarvan langs de rand Rotterdam opdoemde, deze een bocht maakte naar het zuidoosten.

Van het deel van de stad dat het eerst te zien was, wordt gezegd dat het tot de mooiste buurten van Europa behoort wat betreft schoonheid en gemak van ligging. Het wordt de Boompjeskade genoemd, d.w.z. de kade met rijen hoge bomen, waaronder olmen, die het brede terras, dat vele prachtige huizen draagt, maar een kade genoemd wordt, vanwege schepen van aanzienlijke last die er kunnen aanmeren en hun ladingen afleveren, heeft. De kooplieden die daarbij horen, die daar wonen, hebben hun pakhuizen grenzend aan hun huizen, en vaak bouwden ze ze in de vorm van kantoor aan huis. Van de kade wordt gezegd dat ze een mijl lang is, maar dat blijkt wat minder te zijn. Er staan huizen op, even mooi als vele op de Londense pleinen. Bovenaan de Boompjeskade is een van de hoofden, of ingangen over water naar de stad, waardoor het grootste deel van haar talrijke kanalen hun voorraden ontvangt.

Op de toegangsweg erheen, de blik verder de Maas op, blijft de aandacht gericht op de oever van deze grote rivier. Een enorm groot gebouw, bestemd voor de Admiraliteit, werd opgericht bij de bocht van de Maas, bijna tegenover je; en de tussenruimte, van meer dan een kwart mijl, wordt opgevuld door een rij huizen zonder terras, die direct grenst aan het water. De voorkant ervan is in een andere straat; maar ze tonen allemaal, zelfs aan deze zijde, wat het verschil in Nederlandse huizen en steden is, een aantrekkelijkheid en een perfectie van staat, die ze zonder meer een voorkomen van vrolijkheid en een idee van het comfort binnen geeft, waarvan men in Engeland zou denken aan een teken van buitengewone rijkdom, van extravagantie; dat is hier algemeen.

De buitenkant van elk huis, hoe oud of bescheiden ook, is zo helder als water en verf kunnen maken. De luiken zijn gewoonlijk groen van kleur; en wat er van hout lijkt te zijn, in daklijsten of in ornamenten, is zo vaak schoongemaakt, alsook geschilderd, dat ze altijd een glans hebben alsof ze nieuw zijn. Groteske ornamenten zijn soms hierdoor opvallend geworden, en de straat krijgt het aanzien van een stad in een speelgoedwinkel; maar over het algemeen is in dit opzicht niet zo'n gebrek aan smaak dat door de zorg de waarde vermindert.




11. De stad Rotterdam in 1797 volgens Lieve van Ollefen

Hertaling.

Lieve van Ollefen, 1749-1816, Amsterdams veelschrijver. De Nederlandse stad- en dorpsbeschrijver. Deel V. De stad Rotterdam, blz. I.

Haar ligging, is heel verfrissend, aan de brede rivier de Maas, en het water, de Rotte genaamd, welke ligging haar ook zeer geschikt voor de koophandel maakt. Schepen die meer dan dertien à veertien voet diep gaan, kunnen binnen enkele uren uit zee te Rotterdam voor de palen komen, en zelfs in de haven der stad binnenlopen; dit, zoals is te begrijpen, maakt de stad, zoals wij zeiden, zeer geschikt voor de koophandel, waaraan zij ook haar bloei en aanzienlijke groei verschuldigd is.

De stad is van binnen zo fraai bebouwd, als van buiten door mooie wandelpaden, langs overheerlijke lusthoven der voornaamste inwoners, omgeven; ruim de helft van de stad, langs de Maaskant, is bezet met een rij hoge bomen, waardoor de weg, die bijzonder genoeglijk is, de Boompjes genoemd wordt. Een wandeling onder de Boompjes is iets waarop men daar ter stede de vreemdeling met voldoening onthaalt. Vanwege de bovengenoemde ligging der stad, en loop der frisse rivier, spreekt het vanzelf dat men te Rotterdam een gezonde lucht moet inademen: de havens en sommige grachten zijn er altijd van vers rivierwater voorzien.




12. Rotterdam in het jaar 1800

Vertaald uit het Duits.

Brieven uit de Bataafse Republiek. In: Eunomia, een tijdschrift uit de negentiende eeuw, van een kring van geleerden. Opnieuw uitgegeven door Fischer en Fischer, jaargang 1803, I, 453.

Hoe meer men Rotterdam nadert, des te sneller volgen de landhuizen, die grotendeels hun bezitters slechts tot zomerverblijf dienen, elkaar op. De mooiste ervan ligt aan de linker oever in een aanzienlijk bos, dat als park naar de beste Engelse smaak in gebruik is; het gebouw lijkt meer op een woning van een vorst dan op een landhuis van een privé persoon.

Oneindig overtreft Rotterdam haar buurvrouw in uiterlijke schoonheid; van welke kant men haar ook nadert, ze verschaft je een prachtig aanzicht. We konden haar torens en havenschepen al op aanzienlijke afstand waarnemen; hoe dichterbij men komt, treedt het ene grote gebouw na het andere uit de algemene massa naar voren, en tenslotte onderscheidt men duidelijk de rij paleizen achter de lanen, die een groot deel van de kanalen omlijsten. Spoedig daarop bevindt men zich in het gewoel van kleine en grote vaartuigen, waar men tussendoor moet sturen, en voor zich ziet men op de aanlegplaats een gewemel van bezige mensen.

In Rotterdam wordt men noch door een wacht onderzocht, noch wordt de bagage door douanebeambten overhoopgehaald; in plaats daarvan belegert een groot aantal pakjesdragers de mensen die aankomen; het snelst raakt men de overige kwijt, als men er meteen bij het uitstappen een uitkiest. In de mooie straten van deze stad is veel drukte, met name echter daar, waar de schepen aankomen of vertrekken.




13. Rotterdam tegenover Amsterdam in 1801

Vertaling uit het Duits.

Rotterdam tegenover Amsterdam in 1801 volgens Johann Friedrich Droysen.

Johann Friedrich Droysen, 1770-1814, hoogleraar in wis- en natuurkunde te Greifswald. Waarnemingen verzameld op een reis door Holland en een deel van Frankrijk in de zomer van 1801. Göttingen, 1802, blz. 145 vlg.

Rotterdam is onmiddellijk na Amsterdam de grootste en meest dichtbevolkte stad in de Bataafse Republiek, en er wordt vermeld dat ze 65.000 inwoners heeft. Ze lijkt uiterlijk op Amsterdam, is door een groot aantal kanalen doorsneden, waar langs met bomen beplante oevers de brede stegen lopen; de huizen zijn nieuwer en beter gebouwd dan die in Amsterdam.

De straatjes, die langs de muur liggen, hebben eveneens hun kanalen, hier is het echter een eeuwig vuile boel en neerslag van allemaal slechte geuren en schadelijke uitwasemingen. De enkele vrije ruimtes van Rotterdam, de straten met de breedste kanalen, of degene die er helemaal geen hebben, zijn daarom door de meest welgestelde mensen bewoond.

Men voelt in Rotterdam bij het binnenkomen het grotere gekrioel van deze handelsstad, ja het schijnt bij de geringere grootte vergeleken met Amsterdam gerekend, verreweg levendiger en fitter. De kanalen zijn vol schepen, de straten vol wagens en mensen, en zelfs in de mooi gebouwde voorsteden, die langs rechte lanen naar de stad leiden, vindt men verkeer en nijverheid. De ruimte in de stad is zeer beperkt door de grote hoeveelheid woningen, daarom vindt men er huizen van vier en meer verdiepingen, met ertegenaan slechts een klein plaatsje, dat voor de was dient, het linnen wordt daarna in de straatjes gedroogd.




14. In 1803 maakte Arthur Schopenhauer een wandeling door Rotterdam

Vertaald uit het Duits.

Arthur Schopenhauer, 1788-1860. De later zo bekende wijsgeer maakte met zijn ouders deze reis. Reisdagboeken uit de jaren 1803-1804. Heruitgegeven door Charlotte von Gwinner. Leipzig, 1923, blz. 75 vlg.

Ik maakte een wandeling door de stad. De geluidloze straten en kleine ouderwetse huizen kwamen me nu heel vreemd voor, daar ik uit Londen kwam. De stad is overigens echt mooi, er stromen kanalen door de straten, zoals in Amsterdam, waarop deze stad toch al veel lijkt; alleen dat ze veel kleiner is, de straten niet helemaal zo breed zijn en schoon en opgeruimd zijn.

Vanmiddag waren wij bij meneer Suirmond. Het is opvallend hoe buitengewoon voorkomend men hier tegen vreemdelingen is. We hadden al eerder van de aangename manier van spreken die in Rotterdam gebruikelijk is gehoord, en, hij was ons alleen des te opvallender, omdat wij sinds lange tijd niets dan stijve Engelse diners hadden bezocht.

Mijnheer de Free die we hier toevallig tegenkwamen bracht ons na het diner naar een amateurconcert dat hier wekelijks gegeven wordt. Het was verreweg het meest volmaakte dat ik ooit in dat soort gehoord heb. De zaal, die alleen maar voor dit doel gebouwd is, is groot, heel hoog en galmend. Het orkest is zeer talrijk en volledig: en allen die zich lieten horen leverden iets volmaakt moois.




15. Citaat uit een reis door Holland in de jaren 1806 en 1807

Vertaald uit het Frans.

Auteur: Benjamin Silliman, Amerikaans scheikundige en geoloog.

Vanaf de Maas, die zelf een fraaie rede heeft, geniet men van een prachtig uitzicht op de stad Rotterdam, die als in een driehoek gebouwd, en naar de erdoor stromende rivier, de Rotte, genoemd is. Deze rivier ontlast zich in de Maas; een arm der laatste stroomt even ongehinderd aan de ene kant in, als hij aan de andere zijde heen vliet. Naar mijn idee is er nauwelijks een stad denkbaar, die voor de handel veiliger is gelegen.

Zeven grote kanalen, overal breed en diep genoeg, om de zwaarste schepen tot vóór de pakhuizen te varen, zijn als zovele havens, die tot veilige bewaarplaatsen dienen, waarom zij dan ook meestal zo genoemd worden. Daarbij komt nog een ander groot voordeel, dat de schepen niet slechts sneller en gemakkelijker in zee, maar tevens met de vloed binnenkomen. Geen wonder, dat de koopvaardij zich alhier in tijd van vrede met buitengewone kracht verheft en met Amsterdam wedijvert. Men wil zelfs, dat de kooplieden der laatste stad in Rotterdam verschillende kantoren houden, vooral in het vak der Engelse handel, waarvan wel negentiende deel hier thuishoort. De Amerikaanse tabak en het vlas, welk laatste uit het land aan de overzijde van de Maas en van elders wordt aangevoerd, maken eveneens een paar belangrijke handelsvakken uit, waarvan alhier de stapel is.

De luchtige aanleg van Rotterdam geeft haar overal een vrolijke, nu en dan prachtige aanblik. De grachten zijn overal met bomen beplant, en de straten zijn doorgaans breed. Door dat alles wemelen de scheepsmasten niet onaardig heen. Langs de Maas met name loopt een brede kade, van een aantal fraaie huizen voorzien, die door een hoog en fraai geboomte afgedekt zijn, waardoor men deze kade de Boompjes noemt. De Boompjes telt ook vele grote gebouwen, waaronder de Beurs met haar deftige opgang en brede gaanderijen, het Admiraliteits- en Oost-Indisch-Huis, en vooral het Gemeenlandshuis van Schieland uitmunten, terwijl het laatstgenoemde gebouw zich onderscheidt door zijn gevel van tweeëndertig pilasters volgens de Ionische en Korinthische bouwstijl.




16. August Hermann Niemeyer bekeek Rotterdam in 1806

Vertaald uit het Duits.

August Hermann Niemeyer, godgeleerde en pedagoog, hoogleraar aan de universiteit te Halle. Waarnemingen op reizen in en buiten Duitsland. Halle 1823. III, 189-190.

Erasmus' geboorteplaats behoort ontegenzeglijk tot de mooiste steden van Nederland, en ze is dan ook in de verenigde noordelijke en zuidelijke provinciën van Nederland, na Amsterdam en Brussel, de derde in bevolkingsaantal, en telt volgens de nieuwste statistische gegevens meer dan 58.000 zielen. De zuidoostzijde van Rotterdam strekt zich uit langs de Maas, en als men van de kant van het water komt, geeft ze het schitterendste schouwspel. Brede kanalen doorsnijden haar, en de van muren voorziene oevers van de stroom zijn grotendeels beplant met bomen. Op deze kanalen liggen in de hele stad allerlei soorten schepen. Op de hoge straat, die de zogenoemde buitenstad van de binnenstad scheidt, ziet men de grootste naar Hollandse smaak gebouwde koopmanshuizen, het een nog prachtiger dan het andere, die gemakkelijk direct te benaderen zijn door aankomende en weg zeilende zeeschepen, die er goederen kunnen lossen en laden. Terwijl ook een massa bewoners, meer dan in Amsterdam, opeendringt, verspreidt zich hier, meer dan daar, overal een levendigheid, een veelsoortigheid van bedrijvigheid en zaken.

Men zou dagenlang naar dit schouwspel kunnen kijken en er geen genoeg van krijgen. Hoe langer men kijkt, des te duidelijker zou het worden welke duizendvoudige bedrijvigheid scheepvaart en zeehandel in de mensen heeft opgewekt, welke ideeën en krachten zich daardoor in hen ontwikkeld hebben, en hoe ze zich meester gemaakt hebben van de oneindige stoffen in de natuur. De grootste voordelen en gemakken, geeft de brede Maasstroom, omdat het vanuit zee slechts drieënhalve mijl tot de monding is, en men voorbij Rotterdam moet, met wat vanaf de Rijn, de Lek en de Maas naar zee vervoerd moet worden. Daaraan dankt de stad ook het zo spoedige herstel van de handel, vooral van de Engelse en de Schotse, waarvan ze van oudsher de hoofdzetel was, waardoor er toentertijd vaak honderd Engelse schepen in de havens van Rotterdam lagen.




17. Barthold Georg Niebuhr over Rotterdam in 1808

1776 - 1831, Duits historicus en diplomaat.

Rotterdam is toch een heerlijke stad: voor haar 60.000 inwoners eerder te klein dan te ruim. De Maas is hier breed en geel van de lijm; geeft echter gefiltreerd een voortreffelijk drinkwater. En hierin heeft Rotterdam juist een zo onloochenbaar voordeel ten opzichte van Amsterdam, evenals vanwege de diepe en brede rivierarmen, die voor de grootste zeeschepen die tot aan de stad kunnen komen ook vrije toegang tot aan de magazijnen mogelijk maken. De huizen van de nieuwe stad doen niet onder voor de mooiste straten in Amsterdam, en zijn eerder groter; waarvan vele, in het bijzonder aan de heel mooie kade, De Boompjes, vier verdiepingen, met een bredere voorkant hebben dan de Amsterdamse gebouwen. Het standbeeld van de geleerde Erasmus verdient weinig aandacht, en het plein eromheen staat zo vol vuilnis, dat men er nauwelijks naartoe kan lopen om de inscripties te lezen. Het weeshuis met 400 kinderen, doet zwaar onder voor dat van Amsterdam, in elk opzicht, en is zo weinig schoon, dat men zich helemaal niet in Holland voelt.

We gingen nog 's avonds de poort uit, om de omgeving van de plaats te zien. Onze weg ging over de Dijk, die 15 voet hoog zou zijn; maar hij was tegen mijn verwachting in iedere dimensie een klein werk. Waar zijn dan de beroemde geweldige dijken, waarover men met verbazing spreekt? Op zondagmorgen brachten wij een bezoek aan de Schotse Kerk, een groot gebouw waarin een grotere gemeente past dan in de Presbyteriaanse Kerk alhier. Ook was de Engelse Gemeente voorheen in Rotterdam zeer talrijk, omdat, zoals bekend, in de tijd van de vrije handel en het vrije verkeer Rotterdam een half Engelse stad was; een tijd waarvan nog op zeer veel boetieks Engelse opschriften zijn overgebleven. De Anglicaanse Episcopale Kerken zijn overal gesloten. In die uit Rotterdam zijn de ruiten nog ingeslagen, vanaf de tijd van de Revolutie, daar men er een stal van wilde maken.

Hiervandaan gingen we naar een paar katholieke kerken, waar de mis al voorbij was, eigenlijk om de beelden en schilderingen te zien. Zij hebben echter niets bijzonders. Wij hoorden achtereenvolgend twee gedeeltes uit monnikspreken; weerzinwekkend domme onzin, ook waren bijna alle mensen van hoog aanzien tegen het einde van de mis weggegaan en lieten ze de papen voor het gepeupel preken. In de Reformatorische Hoofdkerk was de preek ten einde: God behoede mij voor een Hollandse reformatorische preek! De dominees zijn verschrikkelijke mensen. Geen protestantse kerk, zonder ooit fanatiek geweest te zijn, heeft zich zo door heerszucht tot aan bloeddorst toe, door opstandigheid en onbeschaamdheid onderscheiden. Al een hele tijd heeft de Staat haar grenzen gesteld, en nu zijn ze machteloos en onschadelijk.




18. Von Haupt over Rotterdam omstreeks 1810

Marcus Theodor von Haupt, 1784-1832, Duits jurist en literator. Pittoreske reizen door Holland en Noord Duitsland met speciale aandacht voor de schoonheid van de natuur en van de kunst, alsook voor de gewoonten en het karakter van de bewoners. Hamburg, 1814. II, 270 vlg.

De Maas stroomt ook door Rotterdam. De stad Rotterdam heeft een fraaie ligging, een vrolijke buitenkant, en vooral vanaf de Maas, een schilderachtig aanzicht. Drie havens, met schepen van elke grootte gevuld; de aan dezelfde kant zich uitstrekkende, door majestueuze olmen en lindebomen beschaduwde straat; de ietwat bizarre vierkante kerktoren, en de stad, met haar pronkende en elegante gebouwen, grachten, lanen en windmolens, die trots boven het water uitsteken, vormen een imposant en daarbij zeer vrolijk beeld, waarin de schepen, brigantinen, kapers, boten, schuiten op de wateren en de karren, slepers, sjouwers, en de hele lawaaierige, deinende bedrijvigheid van een handelsstad tot leven komen.

Er kan niet gemakkelijk een voordeliger ligging voor het bedrijven van handel zijn dan die van Rotterdam, aan de oevers van de Maas en de Rotte, daar bovendien nog de brede, diepe kanalen het verkeer buitengewoon veel gemakkelijker maken. Deze kanalen zijn diep genoeg, om schepen van twee tot driehonderd ton te ontvangen, en op deze wijze ervoor geschikt, de waren voor de huizen van de kooplieden te brengen, en ze voor hun deur uit te laden: door deze voordelige inrichting is de koopman in staat, zelf bij de ontvangst van de goederen aanwezig te zijn, zich van de kwaliteit ervan te overtuigen, en het achterhouden ervan, op welke manier dan ook, te voorkomen en hij bespaart zichzelf daarbij een hoop kosten en ongemakken.

Rotterdam heeft 6000 huizen en tussen de 50.000 en 60.000 inwoners. Het binnenste deel der stad is opgeruimd en elegant: de straten zijn breed, vrolijk, licht en goed geplaveid, ook aan de zijkanten met trottoirs die van kleine bakstenen zijn voorzien. Naar vele huizen zijn zelfs nog speciale paden, waarop voor de voetgangers zwarte rechthoekige zandstenen zijn gelegd: het water van de dakgoten heeft, door sierlijk bewerkte en beschilderde buizen aan de hoeken, zijn afvoer in de kanalen en komt nauwelijks met de straten in aanraking. Deze kanalen zijn, aan beide kanten, met bomen beplant, en dragen, daar zij niet, zoals die te Amsterdam, uit stokkend zeewater, maar uit zoet stromend rivierwater bestaan, veel bij aan de frisse en heldere lucht, die men begerig, met volle teugen, inademt.

De Heerenstraat en de kade langs de Maas, de Boompjes genaamd, zijn de mooiste straten van Rotterdam. Deze kanalen zijn met een heerlijke façade van pronkgebouwen en schaduwrijke lanen omzoomd: deze paleizen, het weelderige groen van de olmen en de lindebomen; de van wimpels voorziene schepen op de kanalen in het midden; de sierlijk bewerkte en beschilderde ophaalbruggen, die de verschillende stadsdelen met elkaar verbinden, en de schoonheid van de gebouwen; met hun in vrolijke kleuren beschilderde buitenkant, en glasheldere, grote ruiten, dat alles geeft een prachtige aanblik, en maakt elk van de mooiere kanalen geschikt voor een uiterst aangename wandeling. De Boompjes is het mooiste gedeelte van een om de stad heen lopende laan: de rivier is aan de linkerkant met een rij statige olmen beplant; rechts strekt zich een façade van pronkvolle huizen en paleizen, naar Italiaanse smaak, uit, en vormt, in samenhang met de mooie natuur, een zeer interessante, bekoorlijke aanblik. Het uitzicht op de rivier is opwekkend en aangenaam: men kijkt aan de andere oever van de rivier, tegen een beplanting van bomen, te bleken liggend linnen en een laag dorp aan en, aan de bovenkant tegen het Arsenaal en de Plantage. Deze Plantage is een, eveneens zich langs de Maas uitstrekkende, lommerrijke promenade; die weliswaar wat van de stad verwijderd ligt, maar de wandelaars worden, door het uitzicht op de Maas en de Boompjes, die bij het Arsenaal een stompe hoek vormt, rijkelijk schadeloos gesteld.

De huizen in Rotterdam zijn, zoals trouwens bijna overal in Holland, vijf tot zes verdiepingen hoog: ze hebben wegens de talrijke overstromingen, geen bewoonde parterre: een grote deur in het onderste deel van de huizen leidt naar de, in de erachter gelegen gebouwen zijnde opslagplaatsen van goederen: enkele gebouwen hebben architectonische ornamenten, die echter deels zonder smaak gerangschikt en uitgevoerd zijn. Een opvallende aanblik is het voor vreemden, dat niet alleen de meeste groen geverfde deuren en raamkozijnen van de huizen, maar zelfs de gevels, bijna dagelijks, door de speciaal daarvoor gemaakte machines, met water besproeid en gereinigd worden; vooral grappig vonden we het, toen de buste van de grote Türenne voor ons pension door de dienstmeisjes eenzelfde eer onderging.

De gezellige manier van spreken is veel ongedwongener en onderhoudender, dan in de meeste Hollandse steden en voor vermaak en levensgenot is behoorlijk gezorgd. Sinds september 1809 bestaat een door de boekhandelaar Immerzeel opgezet Leesmuseum, waarin men de beste Hollandse, Franse, Duitse en andere politieke en geleerde kranten en tijdschriften vindt. De door een medelid geïntroduceerde vreemde heeft, gedurende de hele tijd van zijn verblijf, vrije toegang, en vindt hier gelegenheid interessante mensen te leren kennen, en door een gezellig praatje en lectuur zijn ledige uren op een aangename wijze te verkorten. Bovendien bestaat er nog een grote hoeveelheid kleinere besloten geleerde en gezellige kringen en clubs, waar gespeeld, gedronken, gerookt en gelezen wordt: deze privé gezelschappen zijn de reden, waarom de vreemden, in de enkele hoogst middelmatige koffiehuizen, slechts een klein en zeer gemengd gezelschap vinden. De concerten zijn goed bezet en worden veel bezocht; vooral de dames verschijnen in volle glorie, in groten getale. In de assemblees, bij de picknicks en bij andere verenigingen van beide geslachten heerst een alleraardigste manier van spreken. Hollandse open goedmoedigheid, hartelijkheid, opgewektheid en geestigheid, met Franse galanterie (in de beste betekenis) gepaard, zijn de specerijen van zulke partijtjes, waarbij goede zin en vreugde presideren.




19. Levensherinneringen van Johann Georg Rist in 1815

Johann Georg Rist, 1775-1847, Duits diplomaat. Levensherinneringen. Gotha, 1880 II, 442.

Zo kwamen we aan in Rotterdam, dat mij de aangenaamste der Hollandse zeesteden leek. De bomen voor de huizen, de kronkelende grachten, de uitgestalde waren, de bouwstijl, herinneren er zeer sterk aan, dat Hamburg nauw verwant is aan de Nederlanden. Alleen kwam alles in het echte Holland ons als mooier en meer duurzaam voor.




Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net

Op onze site kun je nog meer verhalen vinden van haar, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Gerrie van der Laan en klik op ENTER






Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

17 October 2022