Een e-mail sturen naar Aad? Zijn e-mail adres is aad@engelfriet.net
(klik op deze tekst om een voorgeadresseerde mail te openen)
Terug naar  het Engelfrieten overzicht

Naar beneden 

Het dorp IJsselmonde

Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email:
aad@engelfriet.net

Op onze site kun je meer vinden over de in dit verhaal genoemde namen en aspekten, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld IJsselmonde en klik op ENTER




Het dorp IJsselmonde

Volgens de Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver

Hertaling.

IJsselmonde, of Oost-IJsselmonde is waarschijnlijk door een der eerste graven van Holland gesticht. Het was toen niet meer dan een kasteel aan de mond van de IJssel, waar de rivier het water uit de Nieuwe Maas ontvangt.

Het kasteel, waaraan IJsselmonde zijn geboorte verschuldigd is, was reeds vóór de tijd van graaf Diederik de Vijfde aanwezig: het was een waterslot, op een hoek van een stuk land gelegen, waaromheen het water liep. Ten tijde van de aanvang van de stad Delft, was het reeds bekend, en diende toen om de stroomafwaarts varende Gelderse en Vlaamse schepen op de Maas de doorvaart te beletten. Bij de bedijking van de Zwijndrechtse vaart (wanneer dat was is ons onbekend), is men het slot of kasteel binnengetrokken en heeft men het geheel vernietigd, nadat het in de jammerlijke onlusten, die onder de grafelijke regering ons lieve vaderland te deerlijk geteisterd hebben, door de strijdende partijen niet weinig geleden had, doordat het zeer dikwijls een hevige aanval had moeten doorstaan.

Na de genoemde bedijking en vernietiging van het kasteel is een ander kasteel gesticht aan de oostkant van het latere dorp. Dit werd in 1489 door Frans van Brederode, tijdens de Hoekse- en Kabeljauwse twisten, door zijn Hoekse en Rotterdamse schutters, in twintig of dertig vaartuigen, op een vroege morgen, ingenomen, met verlies van niet meer dan zeven man. De slotvoogd met zijn huisgezin, werd in een bark of roeischuit naar Dordt gevoerd, en bracht aldaar de tijding van het voorgevallene. Want in die rampzalige verdeeldheid, die meer dan honderdvijftig jaar geduurd heeft, en het land op stromen van mensenbloed en het vernielen van schatten en aanzienlijke goederen is komen te staan, hield Dordt de zijde van de Kabeljauwen. Het genoemde slot bleef toen enige tijd zeer gehavend en door Hoeken bezet, liggen. Omstreeks het jaar 1550 werd ten westen van het dorp nog een kasteel gebouwd.

In 1665 is dit adellijk slot geheel verbouwd en met zijn bijwerk en torens gemaakt, zoals men het nog afgebeeld ziet. Het is uitgehouwen in een stenen penant, voor het slot. Deze verbouwing geschiedde door een Engels ridder en edelman, genaamd Jacob Lampsens: vóór die tijd was het dorp slechts een gehuchtje van zeer geringe betekenis. Met de genoemde herbouw door de Engelse edelman, verkreeg het meer aanzien, daar hij het slot ook in groter luister herbouwde. Hij liet het namelijk omringen door stenen grachten, legde ervoor en erachter mooie vijvers aan, plaatste er vier torens op, door grote gaanderijen omgeven, in alles hetzelfde als een adellijk slot gewoonlijk aangelegd werd. Lampsens was echter enige jaren later bezitter van zijn bouwsel; hij overleed, en zijn weduwe verkocht de ambachtsheerlijkheid, (welke naam het toen reeds droeg,) aan de heer Joan de Mey, toen burger te Rotterdam: later is het een erfelijk eigendom van de weledele heer Joh. Bichon, ambachtsheer van Oost- en West-IJsselmonde, en regerend burgemeester te Rotterdam, van tijd tot tijd is het slot zeer vergroot, beslaande niet minder dan twintig morgen tuinbeplanting, prachtig aangelegd, en plezierige slingerwegen.

IJsselmonde was in de uitgestrektheid van zijn jurisdictie ruim een uur lopen: het dorp was aan beide zijden dicht bebouwd met huizen, met een boven- en beneden-straat; werd eind 18de eeuw bewoond door tweehonderd huisgezinnen, uitmakende een getal van zevenhonderd mensen, waarvan ruim tweehonderd lid van de kerk waren, slechts twee huishoudens waren de roomse godsdienst toegedaan.

IJsselmonde had omstreeks 1880 een zeer fraaie gereformeerde kerk (Adriaan Janszkerk) naar alle waarschijnlijkheid gesticht tussen 1100 en 1500: zij was voorheen slechts een kerspel, maar is vervolgens tot een kruiskerk gemaakt, zijnde voorzien van een grote en kleine toren, waarin twee heldere klokken.

Vanaf de tijd der Reformatie tot in het laatste deel van de 18de eeuw is deze kerk bediend door vijfentwintig predikanten. In 1618 en 1619 werd het godsdienstig gebouw versierd met overheerlijke taferelen van beroemde meesters, alsmede met een fraaie uitschrijving met het penseel van de wet, de twaalf artikelen van het geloof en van het gebed onzes Heeren: door de waakzame zorg van de eerdergenoemde weledele ambachtsheer is het gebouw van tijd tot tijd verbeterd en met welvoeglijke sieraden verrijkt; wat blijkt uit het tafereel in 1792, in het koor geplaatst, waarop men de namen van de genoemde vijfentwintig predikanten, enz. in vergulde letters leest, zeer fraai bewerkt door het penseel van de kunstschilder aldaar, Jacobus de Ridder die met zijn arbeid buitengewoon veel lof behaald heeft: de dichter Johan van Hoogstraaten, heeft op dit kunststuk een mooi vers gemaakt, hetwelk, ook in gouden letters, daaronder geplaatst is. De tegenwoordige (vanaf 1788) predikant van de kerk, de weleerwaarde heer Vincent van Dolderen, hield bij die gelegenheid een uitmuntende leerrede, over Hebr. XIII. vs. 7: op het genoemde tafereel leest men het volgende:

De wereldlijke gebouwen bestaan in het laatste decennium van de 18de eeuw uit een nieuw gebouwd armenhuis, alsmede een nieuw rechthuis. Ook is er een Frans- en Nederduitse kostschool, waar men weleer meer dan tachtig kostgangers telde, allen kinderen van de aanzienlijke mensen vaan het land, alsook van voorname buitenlanders.

IJsselmonde, zowel het westelijk als het oostelijk gedeelte daarvan, behoort in het laatste deel van de 18de eeuw, wat het kerkelijke betreft, onder eenzelfde ambachtsheer. In het wereldlijke heeft West-IJsselmonde een bijzondere regering; die van Oost-IJsselmonde, het eigenlijke voorwerp van onze bemoeiingen, bestaat uit een schout en vier schepenen.

De inwoners IJsselmonde zijn in eerdergenoemd tijdvak meest ambachtslieden. Men telt er niet minder dan negen scheepstimmerwerven, waarop dikwijls jaarlijks achttien à twintig nieuwe schuiten gemaakt worden, als ponen, kopjachten en andere vaartuigen, van verscheiden slag en naam. In het bouwen van kopjachten hebben de inwoners van IJsselmonde reeds lang de algemene roem verworven; voorts zijn er vijf smidswinkels. Maar ook deze eerlijke bewoners van de streek delen in het algemene lot van de Republiek, namelijk in een verslapping van alle fabrieken en handwerken. In dit te lang vergeten dorp, vindt men voorts drie schilderwinkels, een grote steenbakkerij, een niet te kleine touwbaan en een korenmolen.

Ten tijde van graaf Govert, bijgenaamd met de bult, had er in de omgeving van IJsselmonde een felle scheepsstrijd plaats, tussen de Hollandse, Vlaamse en andere schepen, naar men verhaalt, wel driehonderd in getal, in welke strijd veel Nederlandse helden gesneuveld zijn. Toen men er nog niet lang geleden delfde, heeft men vele hoofden, naar men gist van de gesneuvelden gevonden, waarvan een van onze geëerde begunstigers ooggetuige is geweest: deze hoofden zijn met een vaartuig naar elders vervoerd en ter aarde besteld.

In het jaar 1076, heeft Diederik, de vijfde van die naam, het kasteel IJsselmonde met geweld ingenomen; Coenraad, bisschop van Utrecht, die het in bezit had, dwingende het aan hem over te geven, bij welke enorme bestorming veel volk sneuvelde, ofschoon de bisschop zelf het ontvluchtte.

In de Hoekse- en Kabeljauwse twisten, of beter langdurige bloedige oorlog, heeft IJsselmonde een beklagenswaardig deel gehad, waarover reeds wat geschreven is in dit stukje.

In het jaar 1572, was aldaar de roomse godsdienst nog heersende, de laatste pastoor was Adriaan Janse, een jongeman, die door het licht van het evangelie bestraald, zijn gemeente tot de weg der zaligheid opleidde, maar de vervolging van het pausdom trof hem allergevoeligst. Hij werd gevangen naar 's-Gravenhage gevoerd, en aldaar, ondanks gevangenis en banden, zijn geloof vasthoudende, en Jezus zijn Heiland niet verzakende, offerde hij zijn leven der waarheid op. Met nog drie van zijn medebroeders werd hij, na het doorstaan van gruwelijke pijnigingen tot de worgpaal veroordeeld en werd door dezelfde personen op de wreedste wijze geblakerd. Daarna is nog enige tijd de roomse godsdienst te IJsselmonde beoefend, maar toen Bato's erf door de zon der vrijheid verkwikt werd, is ook te IJsselmonde de gereformeerde godsdienst de heersende geworden.

Tussen de jaren 1739 en 1765 had aldaar een groot verval in de godsdienst plaats, door het gedrag van de predikant Lambertus Evenhuis die echter onder censuur gebracht werd. Dit onheil duurde verscheidene jaren, de inwoners leefden als schapen zonder herder. Evenhuis, weer tot het dienstwerk toegelaten zijnde, werd weldra gedeporteerd, en later heeft Christus' kerk aldaar buitengewoon gebloeid. De ambachtsheer en de kerkenraad beijverden zich zeer om goede predikanten te kiezen, de eerst gemelde schenkt, zegt men, jaarlijks een aanzienlijke toelage voor het traktement van de predikant.

Bij de laatste onlusten was IJsselmonde nauwelijks betrokken. Over het algemeen hebben de inwoners aldaar zich gehouden aan het gevoel zich liever niet met zaken buiten hun eigen beroepsbezigheden te bemoeien. Dorpelingen kunnen dat met geringe hinder aan de algemene zaak doen, aangezien zij, in alles afhangelingen van de steden genoemd kunnen worden. Jammer evenwel, dat niet de bewoners van het land over het algemeen, die waarheid bevestigd hebben, want zeker heeft men op verscheidene plaatsen tot gevechten kunnen besluiten. Wat IJsselmonde betreft, volgt hier een verslag van een geschiedenis zoals die werkelijk gebeurd is:

In het jaar 1787 werd nodig geoordeeld voor dat dorp een wachtschip te leggen, om op de op- en afvarende schepen te passen, met bevel om de Gelderse en Zeeuwse te visiteren. Een aantal van zestig á zeventig Rotterdamse schutters werd ook daarheen gezonden, vergezeld van een kanon en drie bagagewagens. Men zegt dat hun opdracht inhield de huizen te visiteren, en de geweren die men daarin mocht vinden, op te halen. Maar er waren er geen of zeer weinig voorhanden, waardoor men de aftocht blies, en naar Ridderkerk marcheerde.

Wat het wachtschip betreft, dat lag voor het dorp voor anker, of zeilde de IJssel op en neer. Op de 21ste september van het genoemde jaar, 's middags omstreeks 3 uur, kwam aldaar de tijding dat Gorinchem zich aan de Pruissen had overgegeven, en dat de Rotterdamse schutterij van daar en elders de Kralinger dijk kwam afzakken. De uitlegger lichtte het anker om naar Rotterdam te zeilen, maar wind en tij tegen zijnde werd hij daarin verhinderd. Een gevaarlijke geest bezielde sommige lieden, meest van de overzijde, en deed hen verspreiden dat men voornemens was met scherp op de uitlegger te schieten, wat een grote beweging veroorzaakte, en onaangename gevolgen had. Het vaartuig dat door een zuidwestenwind naar het zogenaamde Noorderdiep vervallen was, werd door de commandeur en enige lieden van het bootsvolk verlaten. Het schip dreef vervolgens bij de punt van de plaat naar de IJsselkant. De eerder gemelde opgeruide lieden, bestaande uit enige vissers en boeren, velen van het Kralinger Veer, lieten zich daarop in schuiten en boten zakken, roeiden aan boord, en (door een valse ijver verblind,) sloegen ze aan het plunderen, hakken en houwen, het kanon en alles overboord werpende. Twee stukken, negenponders, werden naar de wal gezonden, en voorts werd het vaartuig in brand gestoken, en brandde boven water geheel af.

West-IJsselmonde, dat wij hier ook kort zullen aanstippen, ligt slechts in de buurt. Het heeft echter zijn eigen college van schout, dijkgraaf en heemraden. Het is eind 18de eeuw, zoals reeds vermeld is, een eigendom van de ambachtsheer van Oost-IJsselmonde, ook is de schout van dat dorp in die tijd aldaar schout en secretaris. In West-IJsselmonde zijn verscheidene polders die later bedijkt zijn dan de eigenlijke polder Oost-IJsselmonde en ze beslaan 604 morgen land. Verder valt er nog over op te merken dat ze in de tijd van de roomsen een eigen kapel hadden, maar later zijn ze bij de kerk van IJsselmonde ingetrokken. Eind 18de eeuw was het één gemeente, het aantal lidmaten van West-IJsselmonde afzonderlijk hebben wij niet kunnen vinden; ook niet hoe groot het aantal bewoners aldaar is. In beide ambachten wordt het aantal huizen of boerenwoningen geschat op honderdzestig in die tijd. De bewoners vonden hun bestaan meestal in landbouw en veeteelt en andere boerenbedrijvigheid.

Onder de bijzonderheden zijn zeker te rekenen de openbare gebouwen, waarover wij al spraken, er was in de kerk het kunstig tafereel, het geloof uitbeeldende en geschilderd door de eerdergenoemde De Ridder, te bezichtigen en een graftombe van de heren en mevrouwen van Oost- en West-IJsselmonde, enz. Er was tevens een fraai uitzicht op het Kralinger Veer, waar de ponten met rijtuigen en beesten telkens over- en weervaren en het altijd vol vaartuigen is, die naar boven en beneden gaan. Logementen waren:

De Hollandse tuin, De Prins, Onder de Lindebomen.

Te West-IJsselmonde: Het Valkjen.

Reisgelegenheden waren:

Een uitspanning waar altijd een rijtuig naar Dordt of elders voorhanden was, verder waren er dagelijks twee á drie vaartuigen naar Rotterdam en elke week één naar Dordt.




Een zeer gewaardeerde bijdrage van Gerrie van der Laan

Heb je een vraag of opmerking voor Gerrie van der Laan, stuur dan Aad, de webmaster, een email: aad@engelfriet.net

Op onze site kun je nog meer verhalen vinden van haar, gebruik daarvoor onze zoekmachine:

Klik hier als je wilt zoeken via Aad's Freefind search engine, vul in het venster jouw woord in, bijvoorbeeld Gerrie van der Laan en klik op ENTER






Familiewapenklein
wat zijn we trots op ons familiewapen ...., beetje jaloers zeker ....


Terug naar de top





Last update :

11 Februari 2020